Arbeidsrecht

Eindvonnis na tussenvonnis in ECLI:NL:RBROT:2026:1314 (vonnis van 6 februari 2026). Compensatie van…

Rechtbank Rotterdam, 8 mei 2026

Zaakgegevens

Op 8 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
8 mei 2026
Datum publicatie
4 mei 2026
Zaaknummer
11774798 CV EXPL 25-14707
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:5112
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eindvonnis na tussenvonnis in ECLI:NL:RBROT:2026:1314 (vonnis van 6 februari 2026). Compensatie van proceskosten omdat werknemer in strijd met zijn verplichting zich als goed werknemer te gedragen de dubbele bonusbetaling niet bij werkgever heeft gemeld.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 6 februari 2026

    ECLI:NL:RBROT:2026:1314
  2. Rechtbank Rotterdam · 8 mei 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:RBROT:2026:5112

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11774798 CV EXPL 25-14707

datum uitspraak: 8 mei 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[werknemer] (hierna: ‘werknemer’),

woonplaats: [woonplaats] ,

eiser in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. A.P.J.M. Verbeek,

tegen

Koninklijke Vopak N.V. (hierna: ‘werkgever’),

vestigingsplaats: Rotterdam,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. A. van Toledo.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het tussenvonnis van 6 februari 2026 en de daarin genoemde stukken;

  • de akte van werkgever van 4 maart 2026, met bijlagen;

  • de akte van werknemer van 1 april 2026.

2 De beoordeling

2.1.

Werkgever is in het tussenvonnis van 6 februari 2026 in de gelegenheid gesteld om in een akte in te gaan op de vraag welk bedrag zij nog aan werknemer moet betalen. In haar akte van 4 maart 2026 geeft werkgever aan dat dit om € 15.144,00 netto gaat en in zijn akte van 1 april 2026 zegt werknemer dat dit juist is. Werkgever wordt daarom veroordeeld om aan werknemer een bedrag van € 15.144,00 netto te betalen, met rente vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis.

2.2.

Werkgever moet nog een bedrag aan werknemer betalen en is dus de partij die ongelijk krijgt. Het uitgangspunt is dat werkgever daarom de proceskosten moet betalen. De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden, waaronder de omstandigheid dat werknemer in strijd met zijn verplichting zich als goed werknemer te gedragen de dubbele bonusbetaling niet bij werkgever heeft gemeld, aanleiding te bepalen dat iedere partij de eigen (proces)kosten draagt, waaronder de incassokosten.

2.3.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat dit vonnis meteen uitgevoerd mag worden, ook als aan een hogere rechter wordt gevraagd om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt werkgever om € 15.144,00 aan werknemer te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf veertien dagen na het wijzen van dit vonnis tot aan de dag dat dit bedrag volledig is betaald;

3.2.

bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten, waaronder de incassokosten, betalen;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders gevorderd is af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.

686

Rb. Rotterdam 6 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1314