Civiel recht overig
Kort geding, collectieve actie tegen rechtsbijstandsverzekeraar om kosten vergoed te krijgen voor een in te…
Rechtbank Rotterdam, 28 oktober 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:14147 · Rechtbank Rotterdam · 28 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2024-14147
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2024
- Datum publicatie
- 24 juni 2026
- Zaaknummer
- C/10/685883 / KG ZA 24-884
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:14147
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding, collectieve actie tegen rechtsbijstandsverzekeraar om kosten vergoed te krijgen voor een in te stellen procedure tegen de verzekeringnemer. Onvoldoende spoedeisend belang. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2024:14148 (herstelvonnis)
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/685883 / KG ZA 24-884
Vonnis in kort geding van 28 oktober 2024
in de zaak van
[eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. E.H.J. aan de Stegge te Den Haag,
tegen
[gedaagde] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. Y.H.P.M.J. Willems en mr. L. Brokken te Etten-Leur.
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
-
de dagvaarding van 23 september 2024, met producties 1 tot en met 19;
-
de akte wijziging van eis, met producties 20 tot en met 23
-
de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3.
Op 11 oktober 2024 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens [eiseres] waren aanwezig dhr. [persoon A] en mevr. [persoon B] , bijgestaan door mr. Aan de Stegge. Mr. Aan de Stegge heeft een pleitnota overgelegd en voorgedragen. Namens [gedaagde] waren aanwezig mr. Willems en mr. Brokken. Zij hebben een pleitnota overgelegd en voorgedragen.
Aan het einde van de mondelinge behandeling wilde mr. Aan de Stegge stukken overleggen met betrekking tot de vordering tot betaling van werkelijke proceskosten. Die stukken zijn onder verwijzing naar artikel 3.18 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken geweigerd. Het argument dat de stukken eerder waren aangekondigd, leidde niet tot een ander oordeel omdat de stukken niet eerder waren overgelegd.
2 De feiten
[eiseres] is een op 1 juni 2024 opgerichte vereniging die als doel heeft om de belangen te behartigen van abonnementshouders van een Lynk & Co 01 auto. Deze personen hebben een contract gesloten met Lynk & Co Sales Netherlands BV (hierna: L&C) op basis waarvan een auto van het merk Lync & Co kon worden gebruikt tegen betaling van een maandelijkse vergoeding. Uit de statutaire doelstelling van [eiseres] volgt dat [eiseres] uiteindelijk het doel heeft om een collectieve juridische actie te starten tegen L&C. De juridische actie ziet op een variatie van klachten die diverse abonnementshouders hebben over, onder andere, de, volgens de abonnementhouders, gebrekkige administratie van L&C en onjuiste doorbelastingen van bepaalde kosten.
L&C heeft een overeenkomst gesloten met verzekeraar Allianz die betrekking heeft op een autoverzekering voor abonnees van L&C. Op het polisblad staat dat de verzekering een aansprakelijkheidsverzekering (Liability), een cascoverzekering en een schadeverzekering inzittenden (drive accident insurance) omvat.
NRS staat in het handelsregister van de Kamer van Koophandel geregistreerd als rechtskundig adviesbureau. Van bij Allianz afgesloten verzekeringen kunnen bijzondere voorwaarden rechtsbijstand deel uitmaken. Als dat het geval is, dan krijgt een verzekerde, indien nodig, hulp van NRS.
3 Het geschil
[eiseres] vordert, na eiswijziging en, gelet op artikel 611a Rv, na intrekking tijdens de mondelinge behandeling, van het deel van vordering III dat betrekking heeft op vordering II:
I. NRS te veroordelen binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de NRS-rechtsbijstandverzekering na te komen aan, en op vordering van, [eiseres] als onderdeel van de verzekeringsovereenkomst PM21 door het verlenen van dekking voor de kosten van rechtsbijstand conform de in de polisvoorwaarden opgenomen maxima (te berekenen exclusief btw) en deze aan [eiseres] te doen vergoeden met de daarover te berekenen BTW via het ingeroepen recht op vrije advocaatkeuze aan de via [eiseres] vertegenwoordigde verzekerde abonnees van L&C;
II. NRS te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eiseres] te werkelijke kosten van de procedure te vergoeden conform de polisvoorwaarden van de NRS-rechtsbijstandverzekering in kort geding inclusief de buitengerechtelijke kosten die zij heeft moeten maken;
III. NRS te veroordelen tot het betalen van een dwangsom indien zij de toegewezen vordering niet of niet volledig nakomt;
IV. NRS te veroordelen in de werkelijke kosten van de procedure inclusief nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente indien de kosten niet tijdig worden voldaan.
[eiseres] legt kort gezegd het volgende aan haar vordering ten grondslag. [eiseres] is namens haar leden/deelnemers bezig met het voorbereiden van een juridische actie tegen L&C in verband met diverse klachten van L&C abonnees over hun lidmaatschap bij L&C. Onderdeel van het abonnement van de L&C abonnees is een verzekering, die L&C ten behoeve van haar abonnees heeft afgesloten. L&C in de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op het abonnement een link opgenomen die verwijst naar de voorwaarden van Allianz die gelden voor de verzekering. Daarbij was ook een link geplaatst naar het PM 21-pakket van Allianz. Dat pakket omvat een rechtsbijstandverzekering die moet worden uitgevoerd door NRS. Dat betekent dat NRS aan L&C abonnees dekking moet verlenen onder de rechtsbijstandverzekering.
NRS voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] , althans tot afwijzing van de vorderingen. Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
[eiseres] wil, kort gezegd, vergoeding van kosten die zij maakt of gaat maken in het kader van een te starten juridische procedure tegen L&C. Deze vordering is in kort geding niet toewijsbaar en wordt afgewezen. De beslissing wordt hierna toegelicht.
NRS heeft terecht betoogd dat onduidelijk is wie [eiseres] precies vertegenwoordigt. [eiseres] heeft gewezen op een geanonimiseerde lijst met L&C abonnees die zich hebben geregistreerd om lid te worden van [eiseres] en/ of willen deelnemen aan een collectieve procedure tegen L&C. Een groot aantal van deze kennelijk geregistreerde leden van [eiseres] heeft, zo blijkt uit de overgelegde stukken, aangegeven nog niet te weten of zij wil deelnemen aan een procedure tegen L&C. Daar komt bij dat de onderhavige procedure niet is gericht tegen L&C, zodat niet kan worden geverifieerd welke personen jegens NRS aanspraken menen te hebben en op grond waarvan.
Een tweede probleem dat in de weg staan aan toewijzing van de vordering van [eiseres] is dat de vordering niet duidelijk is. [eiseres] stelt kort gezegd dat het een vordering tot nakoming van een overeenkomst is, maar zo evident is dit niet. Geen van de in deze procedure betrokken partijen, is partij bij de overeenkomst die volgens [eiseres] moet worden nagekomen. De leden/deelnemers die [eiseres] stelt te vertegenwoordigen zijn evenmin partij bij die overeenkomst. [eiseres] is in feite op zoek naar een verklaring voor recht dat NRS aan de leden/deelnemers van [eiseres] dekking moet verlenen onder de rechtsbijstandverzekering. Dat is een declaratoire uitspraak die in kort geding niet gedaan kan worden.
De enige andere plausibele uitleg van de vordering van [eiseres] is dat zij nakoming vordert in de vorm van betaling van een geldsom. Dat is een vordering die in kort geding alleen kan worden toegewezen als de vordering vaststaat of in hoge mate aannemelijk is en betaling van een voorschot op die geldsom geen uitstel kan lijden. NRS bestrijdt de vordering die [eiseres] stelt te hebben, uitvoerig en gemotiveerd. Ook in dit kader is relevant dat onvoldoende duidelijk is op welke grond [eiseres] in rechte optreedt – zeker nu zij desgevraagd verklaart dat uitdrukkelijk geen sprake is van een collectieve actie –, welke rechthebbenden zij precies vertegenwoordigt, en op basis waarvan [eiseres] althans haar leden, ieder voor zich althans gezamenlijk, aanspraak meent/menen te hebben op vergoeding van welk geldbedrag dan ook. Het geldbedrag dat wordt gevorderd is verder niet geconcretiseerd en dat de diverse leden/deelnemers al daadwerkelijk kosten gemaakt hebben is niet gebleken. Dat en waarom een bodemprocedure niet kan worden afgewacht en [eiseres] en/of de, of enkele, leden van [eiseres] een spoedeisend belang hebben, is evenmin voldoende gesteld en onderbouwd. Als deze hobbels al overkomelijk zouden zijn, is nog geen sprake van een vaststaande of aannemelijke vordering. Ook in dit kader geldt dat [eiseres] en NRS geen van beide partij zijn bij de overeenkomst waaraan [eiseres] stelt rechten te ontlenen. NRS betoogt bovendien, onder verwijzing naar het polisblad (dat door Allianz is verstrekt aan L&C), dat de NRS-rechtsbijstandverzekering geen deel uitmaakt van de gesloten overeenkomst tussen L&C en Allianz, zodat er geen sprake is van een verzekering met dekking. Als wel sprake was van dekking voor rechtsbijstand, bestaat die dekking uit geschillen die de auto zelf betreffen en waarbij L&C als eigenaar en verzekeringsnemer een belang bij heeft, bijvoorbeeld bij schade aan het voertuig. [eiseres] heeft niet gesteld of onderbouwd op basis waarvan de verzekeringsovereenkomst zo moet worden uitgelegd dat een L&C abonnee (als verzekerde) kosten vergoed kan krijgen voor een juridisch met tegen L&C als verzekeringnemer.
Tot slot heeft NRS terecht aangevoerd dat [eiseres] onvoldoende spoedeisend belang heeft (gesteld) bij haar vordering. Hiervoor is al overwogen dat onvoldoende gesteld en onderbouwd is dat en waarom een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De stelling van [eiseres] dat er onder de leden van [eiseres] een heleboel klachten zijn over de dienstverlening van of het contract van L&C, en dat dit voor sommige leden financiële gevolgen heeft is onvoldoende geconcretiseerd en creëert hooguit een spoedeisend belang in een procedure tegen L&C. [eiseres] heeft niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat die procedure niet gestart kan worden zonder de toewijzing van een vordering jegens NRS in deze procedure.
Al het voorgaande leidt tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] . [eiseres] wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 688,- aan griffierecht, € 1.107,- aan salaris advocaat en € 178,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.973,-.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen af,
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.973,-,
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2024.3144/2009