Internationaal privaatrecht
Kort geding. Opheffing beslag op grond van belangenafweging.
Rechtbank Rotterdam, 1 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14407 · Rechtbank Rotterdam · 1 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/internationaal-privaatrecht/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2026-14407
Zaakgegevens
Op 1 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over internationaal privaatrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 1 september 2026
- Datum publicatie
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/723475 / KG ZA 26-760
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Internationaal privaatrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.J.M. van Ophuizen, mr. S.G.H. Nieuwendijk
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14407
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Opheffing beslag op grond van belangenafweging.
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/723475 / KG ZA 26-760
Vonnis in kort geding van 1 september 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
gevestigd in [vestigingsplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. W.J.M. van Ophuizen,
tegen
[gedaagde] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 2], Verenigde Staten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. S.G.H. Nieuwendijk.
1 De zaak in het kort
[eiseres] heeft een scheepsbouwkit voor een jacht aan [gedaagde] verkocht. Na aflevering van de onderdelen van deze kit bleken deze beschadigd. [gedaagde] heeft daarom de overeenkomst ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling door [eiseres] van de koopsom en vergoeding van de opslagkosten. Zij heeft conservatoir beslag gelegd op de bankrekening van [eiseres]. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering van [gedaagde] summierlijk ondeugdelijk is, omdat niet kan worden beoordeeld hoe ernstig gestelde beschadigingen zijn en ook niet of die beschadigingen tijdens het transport (voor risico van [eiseres]) of tijdens het lossen (voor risico van [gedaagde]) zijn ontstaan. Een belangenafweging valt uit in het voordeel van [eiseres]. Het beslag wordt opgeheven.
2 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 6 augustus 2026, met producties 1 t/m 25 en de aanvullend overgelegde producties 26 t/m 28
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 44
Op 14 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten van beide partijen hebben een pleitnota overgelegd.
Partijen hebben na afloop van de zitting verzocht om aanhouding van de procedure tot dinsdag 18 augustus 2026, waarna partijen hebben verzocht om vonnis te wijzen.
3 De feiten
[eiseres] is een onderneming gespecialiseerd in het ontwerpen en leveren van op maat gesneden stalen scheepsbouwkits voor de internationale markt.
[gedaagde] is een Amerikaanse onderneming die actief is in de defensie- en scheepsbouwindustrie en onder meer oplossingen voor de maritieme sector ontwikkelt.
Eind 2023 heeft [gedaagde] [eiseres] benaderd voor het ontwerpen van een op maat gemaakte, voorgesneden en demontabele scheepsbouwkit en de levering daarvan aan [gedaagde] in Californië.
Op 13 februari 2024 heeft [gedaagde] haar akkoord gegeven op de offerte voor levering van een snijpakket van een jacht met een scheepslengte van 25,5 meter. In de week erna heeft [gedaagde] verzocht de constructie van de kit te wijzigen naar een sectiebouw-concept voor een semi-automatisch lasproces. Op 27 februari 2024 heeft [gedaagde] de Purchase Order (PO) ondertekend voor een totaalbedrag van € 141.480,-.
De PO bevat onder meer de volgende bepalingen:
‘Delivery and Shipment:
The Seller shall deliver the equipment to the location and within the timeframe specified in the Purchase Order. The Seller shall bear the risk of loss or damage to the equipment until it is delivered and accepted by the Buyer.
Inspection and Acceptance:
The Buyer shall have the right to have the equipment inspected and tested upon delivery. Acceptance of the equipment shall be subject to successful inspection and compliance with agreed specifications. Non-compliance or defects shall be rectified by the Seller promptly.
Warranties:
The Seller warrants that the equipment delivered shall be free from defects in materials and workmanship, and conform to agreed specifications. Warranties shall remain valid for [9 months] from the date of acceptance. Any defective equipment shall be replaced or repaired at the Seller's expense.’
De bestelde kit is eind maart 2024 door een door [eiseres] ingeschakelde stuwadoor getransporteerd naar Rotterdam en in twee containers geladen; één boxcontainer (een container met gesloten bovenkant die van de achterzijde moet worden geladen en gelost) en één open-top container (een container die aan de bovenzijde open is). In april 2024 zijn de containers verscheept naar Long Beach. De containers zijn daar op 19 mei 2024 aangekomen om te worden ingeklaard.
Op 28 mei 2024 zou een door [gedaagde] ingeschakeld transportbedrijf de containers ophalen om te transporteren naar [gedaagde]. Op 29 mei 2024 heeft [gedaagde] per e-mail aan [eiseres] meeegedeeld dat de containers niet gelost konden worden. De ene container omdat deze zwaarder was dan opgegeven als gevolg waarvan de limieten voor wegtransport in Californië worden overschreden. De andere container – kortgezegd – vanwege het gebruik van een verkeerde container en losliggend materiaal in de container.
Op 30 mei 2024 heeft [eiseres] hierop geantwoord:
‘Hi [naam 1],
Very sorry to read your report on the events concerning the container unloading.
Some background:
Due to the limited availability of 40ft open top containers, we had to at the very last minute use one box container instead to ensure meeting the shipping deadline. This has contributed to the weight difference between the two containers, although I was not aware of the magnitude of the difference.
By the way: I have mentioned the weight difference to you and CHR.
The lashing quality sounds below standard, appreciate if you can sent some photos so I can take this up with the stuffing co here. Organising the parts in bundles for unloading is not done because the bundles will come loose during sea passage due to the varying shape of the parts.’
Op 19 juni 2024 stuurt [gedaagde] aan [eiseres] de volgende e-mail, waaraan een aantal foto’s zijn toegevoegd:
‘[naam 3] please look at these pictures now from the steel finally able to be removed from the containers.
I assume and expect this to be replaced at your cost, this is the most unacceptable handling I've ever seen, we had an otherwise good experience with you until the choice of handling with the information you had of containers available. This has cost us precious months we cannot get back, for an avoidable mistake your team chose to take here.
Please work this out with [naam 1], and if you don't want to I will be happy to involve our counsel to mutually discuss options to work this out all together instead so we can move forward.’
In reactie hierop antwoordt [eiseres] diezelfde dag:
‘Hi [naam 2] and [naam 1],
Very sorry to see the damage to some of the kit parts. Rest assured we will correct the damaged parts for
which we will liaise with [naam 1].
Based on [naam 1] previous email May 29 (excess weight of the OT container and bad stowage) we have
already put the company responsible for the container stuffing & lashing on notice and will also add this
latest information.
For insurance purposes, can you please sent me as many as possible pictures of the kit still packed inside
the containers upon arrival / when opening the containers for unpacking.’
Op 24 juni 2024 heeft [gedaagde] met [eiseres] opnieuw foto’s gedeeld. Op 27 juni 2024 mailt [eiseres] in reactie hierop aan [gedaagde]:
‘Hi [naam 1],
Thank you for the pictures.
To be honest, the damage shown on these pictures is a lot less compared to what I anticipated from the
previous messages.
Can you sent me the list of parts that need to be replaced?’
Op 26 augustus 2024 heeft [gedaagde] per e-mail verzocht om terugbetaling van de koopprijs van de kit vanwege schade aan de ontvangen onderdelen en de – volgens [gedaagde] – ondermaatse kwaliteit.
[eiseres] heeft op 27 augustus 2024 verrast gereageerd op het verzoek om volledige terugbetaling en aansprakelijkheid van de hand gewezen.
Op 17 maart 2025 heeft de (Amerikaanse) advocaat van [gedaagde] [eiseres] opnieuw aansprakelijk gesteld en [eiseres] verzocht het aankoopbedrag plus aanvullende kosten (terug) te betalen en op 13 augustus 2025 heeft de huidige advocaat van [gedaagde] dat wederom gedaan.
Op 26 augustus 2025 heeft [eiseres] opnieuw aansprakelijkheid van de hand gewezen.
Op 23 juni 2026 heeft [gedaagde] met verlof van de voorzieningenrechter beslag doen leggen onder de ING op de bankrekening van [eiseres]. In het beslagverlof is de vordering van [gedaagde] begroot op € 363.402,-. Het beslag heeft tot een bedrag van ruim € 125.000,- doel getroffen.
4 Het geschil
[eiseres] vordert- samengevat - de opheffing van het op 23 juni 2026 gelegde beslag en een verbod voor [gedaagde] om in het kader van het bestaande geschil opnieuw beslag te leggen, één en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.
[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat de vordering van [gedaagde] ondeugdelijk is en een belangenafweging bovendien in het voordeel van [eiseres] moet uitvallen. [eiseres] betwist dat sprake is van een wezenlijke tekortkoming die ontbinding van overeenkomst rechtvaardigt. Voor zover sprake is van schade die het gevolg is van het transport, is deze beperkt en herstelbaar. [gedaagde] is niet ingegaan op het aanbod tot herstel dat [eiseres] herhaaldelijk heeft gedaan. Afgezien van de eigen verklaring van [gedaagde] blijkt nergens uit dat de gehele kit onbruikbaar is. [gedaagde] heeft geen enkele poging gedaan de kit te assembleren, maar heeft de onderdelen tegen een maandtarief van 5.000 USD laten opslaan. Het beslag dat [gedaagde] na tien maanden radiostilte heeft doen leggen, heeft de normale bedrijfsvoering van [eiseres] onmogelijk gemaakt. Het belang van [eiseres] bij continuering van haar bedrijfsactiviteiten dient zwaarder te wegen dan het belang van [gedaagde] bij handhaving van het beslag.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. [gedaagde] voert daartoe onder meer aan dat [eiseres] de schade aanvankelijk erkend heeft, maar later heeft gebagatelliseerd. Uit de foto’s blijkt dat onderdelen vervormd en beschadigd zijn. [eiseres] is in de gelegenheid gesteld de kit weer te komen ophalen, maar heeft dat niet gedaan, zodat de opslagkosten niet onredelijk zijn. Aangezien de vordering van [gedaagde] veel hoger is dan het bedrag waarvoor het beslag doel getroffen heeft, heeft [gedaagde] een evident belang bij handhaving van dat beslag.
5 De beoordeling
Volgens artikel 705 lid 2 Rv moet het beslag worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen. Daarbij moet worden beoordeeld of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder moet wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag.
[gedaagde] heeft haar verzoek tot het leggen van beslag gebaseerd op de stelling dat sprake is van een wezenlijke tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [eiseres] als bedoeld in artikel 25 van het Weens Koopverdrag (CISG), zodat zij bevoegd was de overeenkomst te ontbinden. In de dagvaarding in de (inmiddels aanhangig gemaakte) bodemprocedure heeft [gedaagde] daaraan toegevoegd dat zij zich subsidiair beroept op prijsvermindering in de zin van artikel 50 CISG. Beide grondslagen zijn weer gebaseerd op de feitelijke stelling van [gedaagde] dat de onderdelen van de kit in ernstig beschadigde staat zijn afgeleverd, zodanig dat assemblage van de kit onmogelijk was.
Met [eiseres] is de voorzieningenrechter dat uit de foto’s en verklaringen die zich nu in het dossier bevinden binnen de kaders van dit kort geding onvoldoende kan worden vastgesteld dat sprake is van een wezenlijke tekortkoming van [eiseres] althans een tekortkoming die prijsvermindering rechtvaardigt. De voorzieningenrechter licht dit als volgt toe.
Van doorslaggevend belang is dat [gedaagde] de lading heeft gelost voordat een deugdelijke inspectie in de containers heeft plaatsgevonden. De foto’s die zich in het dossier bevinden van de lading toen die zich nog in de containers bevond, verschaffen, zonder nadere toelichting die ontbreekt, onvoldoende duidelijkheid over de staat van de lading bij aankomst. Aan [gedaagde] kan worden toegegeven dat op het eerste gezicht de lading chaotisch oogt, maar dat zegt op zichzelf niets over de staat van de lading en (de ernst en omvang van) eventuele beschadigingen. [eiseres] heeft in dit kader onweersproken aangevoerd dat de aard van de lading – een grote hoeveelheid stalen platen met verschillende maten en vormen, waarvan sommige zijn voorgebogen – een ordentelijke aanblik onmogelijk maakt. Om de aard en ernst van de beschadiging te kunnen vaststellen vóór het lossen is (aanzienlijk) meer nodig dan wat [gedaagde] tot nu toe heeft gepresenteerd.
Op de foto’s die zijn gemaakt na het lossen van de lading is wel te zien dat sprake is van beschadigingen, maar daarvan kan met de huidige informatie zoals die blijkt uit het dossier niet worden vastgesteld of de beschadigingen zijn veroorzaakt door een omstandigheid die in de risicosfeer van [eiseres] ligt of zijn veroorzaakt en/of verergerd door het lossen zelf. Dit is van belang omdat niet ter discussie staat dat dit lossen plaatsvond voor rekening en risico van [gedaagde]. Los van de discussie of [gedaagde] daarmee de lading heeft geaccepteerd, staat in elk geval vast dat zij de beslissing heeft genomen om te lossen, ondanks dat zij kennelijk van mening was dat het staal niet gelost kon worden zonder risico op aanzienlijke beschadiging. Zij heeft deze beslissing zonder overleg met [eiseres] genomen. [gedaagde] heeft in dit kader aangevoerd dat het problematische lossen het gevolg was van de keuze van [eiseres] om – in strijd met hetgeen was overeengekomen – een gesloten container in plaats van een open box container te gebruiken. Uit het dossier blijkt echter dat [gedaagde] voorafgaand aan de aankomst in Californië op de hoogte is gebracht van het gebruik van de gesloten container en instructies heeft ontvangen hoe deze moest worden gelost. Dat [gedaagde] bij aankomst van de container op haar terrein niet voorbereid was op het lossen van een gesloten container ligt daarom in beginsel in haar risicosfeer. Niet uitgesloten kan worden dat het lossen van de lading ook lastiger was dan voorzien omdat de lading tijdens het transport was verschoven. Denkbaar is dat door dit schuiven van de lading tijdens het transport (sommige) onderdelen schade hebben opgelopen. Ook als dit een tekortkoming van [eiseres] oplevert – het transport was immers de verantwoordelijkheid van [eiseres] – dan nog kan zonder duidelijkheid over het moment van het ontstaan van de schade (vóór of tijdens het lossen) niet worden aangenomen dat deze tekortkoming voldoende is voor ontbinding van de overeenkomst of prijsvermindering. Aan de keuze van [gedaagde] om het lossen door te zetten, terwijl dat volgens haar niet (zonder schade) kon, doet het voorgaande ook niet af.
[eiseres] heeft naar aanleiding van de eerst ontvangen klacht en foto’s van [gedaagde] in de mails van 30 mei en 19 juni 2024 aangegeven dat mogelijk sprake is van een slechte kwaliteit van het sjorren en aangeboden beschadigde onderdelen te vervangen. Tegelijkertijd heeft zij ook gevraagd om meer foto’s van de lading voorafgaand aan het lossen. Met deze mails heeft [eiseres] nog geen aansprakelijkheid erkend en evenmin een erkenning of bevestiging van het standpunt van [gedaagde] dat de kit onbruikbaar is voor assemblage. In redelijkheid heeft [gedaagde] de uitlatingen van [eiseres] in dit verband niet als zodanig kunnen begrijpen.
Voor zover sprake is van schade aan platen die voor rekening van [eiseres] moet komen, had [eiseres] in de gelegenheid gesteld moeten worden de schade te herstellen. Dit volgt ook uit de PO (Inspection and Acceptance). [eiseres] heeft bij herhaling gevraagd om specificatie van de beschadigde onderdelen zodat deze vervangen konden worden. [gedaagde] is daarop niet ingegaan, maar heeft in plaats daarvan vrij snel gevraagd om teruggave van de aankoopsom. Op de zitting heeft [gedaagde] betoogd dat de beschadigingen vlotte assemblage onmogelijk zouden maken en dat snelle assemblage voor haar van cruciaal belang was omdat de kit was bedoeld om een nieuw soort productielijn te testen. Voor zover [gedaagde] hiermee wil zeggen dat zij daarom niet gehouden was om [eiseres] gelegenheid te geven eventueel beschadigde onderdelen te herstellen, geldt dat dit niet volgt uit de PO en evenmin uit correspondentie die is gevoerd voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst. De voorzieningenrechter verwerpt daarom dat mogelijke standpunt.
De conclusie is dat de aard en omvang van de schade ontstaan vóór het lossen onvoldoende duidelijk is, zodat niet aangenomen kan worden dat die schade een wezenlijke tekortkoming oplevert of recht geeft op prijsvermindering. Eventuele schade ontstaan tijdens het lossen komt voor risico van [gedaagde]. Verder is [eiseres] ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld om eventuele beschadigingen te herstellen. Al met al kleven er zodanig veel twijfels aan de deugdelijkheid van de vordering van [gedaagde] dat deze summierlijk ondeugdelijk is als bedoeld in artikel 705 Rv.
Dan komt het aan op afweging van de wederzijdse belangen en naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] een zwaarwegender belang bij opheffing van het beslag dan [gedaagde] heeft bij handhaving. [eiseres] heeft met de stukken van de accountant en de toelichting van de directeur tijdens de mondelinge behandeling voldoende concreet onderbouwd dat het beslag haar bedrijfsvoering zwaar raakt, met een groot risico voor continuïteit van het bedrijf. Dat [eiseres] tot nu toe niet is omgevallen omdat zij salarisbetalingen heeft kunnen opvangen vanuit een eigen beheermaatschappij van die directeur maakt dat niet anders, integendeel. Verder heeft [eiseres] concreet toegelicht dat zij niet de mogelijkheid heeft om op reguliere wijze zekerheid te stellen voor de (beweerdelijke) vordering van [gedaagde]. Als de vordering van [gedaagde] in de bodemprocedure zou worden afgewezen en zij als gevolg daarvan aansprakelijk is voor door [eiseres] geleden schade door het beslag, heeft [eiseres] daar niet veel aan als zij inmiddels failliet is. [gedaagde] heeft op zichzelf belang bij behoud van verhaalsmogelijkheden, maar dat belang kan ook worden gediend als [eiseres] haar bedrijf draaiende kan houden. Een ander concreet belang, bijvoorbeeld vrees voor verduistering of verhaal door andere schuldeisers, heeft [gedaagde] niet gesteld.
De conclusie uit het voorgaande is dat het beslag moet worden opgeheven. Geen grond bestaat voor toewijzing van de vordering om [gedaagde] te verbieden in verband met dit geschil opnieuw beslag te leggen. [eiseres] heeft die vordering in het geheel niet toegelicht. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat zich omstandigheden kunnen voordoen die meebrengen dat [gedaagde] alsnog gelegenheid tot beslaglegging zou moeten krijgen. De belangen van [eiseres] zijn voldoende gediend met de verplichting voor [gedaagde] op grond van artikel 21 Rv om in voorkomend geval de beslagrechter over het eerdere beslag en deze beslissing te informeren.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
155,66 |
|
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.177,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.256,66 |
|
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter
heft op het op 23 juni 2026 ten laste van [eiseres] onder de ING Bank N.V. gelegde beslag;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.256,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening en te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na aanschrijving daartoe;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.3144/1980