Verbintenissenrecht

Verstekvonnis in kort geding. Veroordeling tot ontruiming woning en tot betaling van betalingsachterstand en…

Rechtbank Rotterdam, 3 december 2025

Zaakgegevens

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
3 december 2025
Datum publicatie
17 december 2025
Zaaknummer
11928111 VV EXPL 25-621
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:14820
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstekvonnis in kort geding. Veroordeling tot ontruiming woning en tot betaling van betalingsachterstand en gebruiksvergoeding per maand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11928111 VV EXPL 25-621

datum uitspraak: 3 december 2025

Vonnis in kort geding van de kantonrechter

in de zaak van

Vivada Properties VII Rotterdam B.V.,

vestigingsplaats: Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. L.F. Birnie,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die niet is verschenen.

De partijen worden hierna ‘Vivada’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 4 november 2025, met bijlagen 1 tot en met 10;

  • de e-mail van Vivada, met bijlage 11.

1.2.

Op 3 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met [persoon A] (asset manager) voor Vivada en de gemachtigde. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2 De beoordeling

Toewijzing eis

2.1.

Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van Vivada volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv).

2.2.

Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de eis zal worden toegewezen en gerechtvaardigd om in deze procedure daarop vooruit te lopen door [gedaagde] te veroordelen de woning in de [adres] te Rotterdam te ontruimen. Dat moet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis. Naar het zich laat aanzien heeft [gedaagde] thans geen recht of titel om over de woning te beschikken. Vivada heeft namelijk de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning buitengerechtelijk ontbonden na sluiting van die woning door de burgemeester in verband met prostitutie werkzaamheden daar. Ondanks de beëindiging van de huurovereenkomst heeft [gedaagde] de woning niet ontruimd opgeleverd aan Vivada, ook niet na daartoe te zijn aangeschreven en onder dreiging met een ontruimingsprocedure. Daarnaast heeft [gedaagde] diverse verbintenissen uit de huurovereenkomst geschonden door de woning niet zelf te bewonen, aan derden in gebruik te geven, en te (laten) gebruiken in strijd met de bestemming als woonruimte. Ook is sprake geweest van overlast voor omwonenden. Voorts is een betalingsachterstand van € 4.525,16 tot en met de maand december 2025 ontstaan, wat neerkomt op vijf maanden huur. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van die achterstand en van een gebruiksvergoeding van € 898,04 per maand vanaf januari 2026 tot en met de dag van de ontruiming (artikel 7:225 BW). Vivada heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] een vergoeding moet betalen voor de rest van die maand.

Proceskosten

2.3.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Vivada moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.337,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.4.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Vivada dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Vivada te betalen € 4.525,16 aan betalingsachterstand tot en met de maand december 2025;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning in de [adres] te Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege hem bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Vivada te stellen;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] om vanaf januari 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Vivada te betalen € 898,04 per maand;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Vivada worden begroot op € 1.337,45;

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.

465