Verbintenissenrecht
Kort geding. Verstek. Gedaagde moet de huurachterstand betalen, de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding…
Rechtbank Rotterdam, 17 maart 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:6650 · Rechtbank Rotterdam · 17 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2025-6650
Zaakgegevens
Op 17 maart 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 maart 2025
- Datum publicatie
- 4 juni 2025
- Zaaknummer
- 11514235 VV EXPL 25-56
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:6650
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Verstek. Gedaagde moet de huurachterstand betalen, de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding tot het moment van ontruiming betalen
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11514235 VV EXPL 25-56
datum uitspraak: 17 maart 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
vestigingsplaats: [plaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.A. Visser,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [plaats 2] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 19 februari 2025, met bijlagen.
Op 3 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting met mr. Visser besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
2 De beoordeling
Waar gaat het om?
[gedaagde] huurt een woning van [eiseres] . De huur is nu € 274,01 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. [eiseres] eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt, dat [gedaagde] de woning moet ontruimen en dat [gedaagde] tot het moment van ontruiming de lopende huur dan wel een gebruiksvergoeding betaalt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen, de woning verlaten en de lopende huur dan wel een gebruiksvergoeding betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[eiseres] heeft een spoedeisend belang
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van [eiseres] volgt dat deze spoed aanwezig is.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv). Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Er is namelijk een huurachterstand van ruim zeven maanden. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen. [gedaagde] moet dit doen binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend.
[gedaagde] moet de lopende huur dan wel een gebruiksvergoeding betalen
Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] de huur dan wel een gebruiksvergoeding van € 274,01 per maand betalen (artikel 7:225 BW), omdat ook deze eis niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv).
[gedaagde] moet € 2.027,08 aan huurachterstand betalen
[gedaagde] moet de geëiste huurachterstand van € 2.027,08 aan [eiseres] betalen, omdat ook deze eis niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv).
[gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen
De kantonrechter wijst de incassokosten en de rente af. [eiseres] heeft de algemene voorwaarden die horen bij de huurovereenkomst niet overgelegd. Het zou kunnen dat daarin een oneerlijk boetebeding staat. Als dat zo is, kan [eiseres] geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. Gelet hierop staat op dit moment onvoldoende vast dat dit deel van de eis in een bodemprocedure zou worden toegewezen. Hierop kan in deze procedure dus nog niet vooruit worden gelopen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 385,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.208,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de nakosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 2.027,08;
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis wordt betekend de woning aan [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van [eiseres] te stellen;
veroordeelt [gedaagde] aan [eiseres] te betalen € 274,01 per maand met ingang van de maand maart 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.208,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de datum waarop dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
64266