Verbintenissenrecht
Kort geding. Ontruiming woning toegewezen. Nadat de politie wapens en drugs heeft aangetroffen in de woning…
Rechtbank Rotterdam, 22 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:12406 · Rechtbank Rotterdam · 22 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2026-12406
Zaakgegevens
Op 22 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Datum publicatie
- 21 september 2026
- Zaaknummer
- 12346853 VV EXPL 26-477
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:12406
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Ontruiming woning toegewezen. Nadat de politie wapens en drugs heeft aangetroffen in de woning, heeft de burgemeester de woning gesloten. Eiseres heeft daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. De kantonrechter oordeelt dat eiseres de huurovereenkomst terecht heeft ontbonden. De belangenafweging valt uit in het voordeel van eiseres.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12346853 VV EXPL 26-477
datum uitspraak: 22 september 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Wooncompas,
vestigingsplaats: Ridderkerk,
eiseres,
gemachtigde: mr. P.J. Remmelts,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. E.B. Jobse.
Partijen worden hierna ‘Wooncompas’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 20 augustus 2026, met bijlagen;
-
de conclusie van antwoord, tevens pleitaantekeningen, van 6 september 2026, met bijlagen.
Op 8 september 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met partijen en hun gemachtigden.
2 Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] huurt sinds 29 maart 2022 van Wooncompas de woning aan [adres] in Ridderkerk (hierna: de woning). Na een anonieme melding is de politie de woning op [datum] 2026 binnengetreden. In de woning zijn toen onder meer vier vuurwapens, munitie, vuurwapenonderdelen, een luchtbuks, pepperspray, een mes en 84,9 gram hasj aangetroffen. De burgemeester van Ridderkerk heeft daarop op 9 juli 2026 besloten de woning op grond van artikel 174a van de Gemeentewet voor de duur van twee maanden (tot 1 september 2026) te sluiten. Vervolgens heeft Wooncompas bij brief van 15 juli 2026 de huurovereenkomst met onmiddellijke ingang buitengerechtelijk ontbonden. Zij vordert nu in deze procedure dat [gedaagde] de woning ontruimt. [gedaagde] is het daar niet eens en wil de woning behouden, mede met het oog op de belangen van zijn twee minderjarige kinderen. De kantonrechter wijst de vordering echter toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3 De beoordeling
Het beoordelingskader
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat Wooncompas heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
Het spoedeisend belang van Wooncompas volgt uit de aard van de zaak. Wooncompas is als woningcorporatie verplicht om op te treden tegen ernstige woonfraude en onveilige situaties in haar woningbestand. Gelet op de ernst van de bevindingen in de woning en de schaarste aan sociale huurwoningen, kan van Wooncompas niet worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
Buitengerechtelijke ontbinding
Wooncompas baseert haar vordering tot ontruiming primair op de buitengerechtelijke ontbinding op grond van artikel 7:231 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Deze bepaling geeft de verhuurder de bevoegdheid de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden indien de burgemeester de woning heeft gesloten op grond van artikel 174a van de Gemeentewet. Aan deze voorwaarde is voldaan. Vaststaat dat de woning bij besluit van 9 juli 2026 op last van de burgemeester is gesloten voor de duur van twee maanden wegens overtredingen van de Wet wapens en munitie en de Opiumwet. Dat enkele feit rechtvaardigt in beginsel ontbinding van de huurovereenkomst. Wooncompas hoeft niet aan te tonen dat sprake is van een tekortkoming zijdens [gedaagde] . Dat de bestuursrechtelijke procedure tegen de burgemeestersluiting nog niet is afgerond, staat aan de bevoegdheid tot ontbinding niet in de weg. De verhuurder mag namelijk afgaan op het besluit van de burgemeester, tenzij dit besluit evident onrechtmatig is. Daarvan is hier geen sprake. Zeker niet nu de voorzieningenrechter bij uitspraak van op 30 juli 2026 het verzoek van [gedaagde] tot schorsing van het besluit van de burgemeester heeft afgewezen.
Geen misbruik van bevoegdheid en belangenafweging
Door de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden heeft Wooncompas gebruik gemaakt van een bevoegdheid die de wet haar geeft, maar dit betekent niet zonder meer dat de gevorderde ontruiming op deze grond moet worden toegewezen. De kantonrechter moet in dit verband beoordelen of het beroep van Wooncompas op artikel 7:231 lid 2 BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als onaanvaardbaar moet worden aangemerkt. Bij deze toetsing moet de kantonrechter alle relevante omstandigheden in aanmerking nemen en de belangen van partijen afwegen.
Vaststaat dat in de woning vier vuurwapens, munitie, vuurwapenonderdelen, een luchtbuks, pepperspray, een mes en 84,9 gram hasj zijn aangetroffen. [gedaagde] heeft erkend dat de hasj en in ieder geval twee gaspistolen van hem waren. Dat hij in de veronderstelling was dat de gaspistolen (gekocht in Duitsland) en de pepperspray niet strafbaar waren, en dat de hasj diende ter pijnbestrijding van zijn hernia, komen geheel voor zijn eigen rekening en risico. Van een goed huurder mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de (Nederlandse) wetgeving omtrent verboden wapens en drugs. Zelfs als wordt aangenomen dat [gedaagde] niet zou hebben geweten van het vierde vuurwapen dat op het balkon is aangetroffen, staat vast dat één van zijn gaspistolen was omgebouwd tot een echt vuurwapen waarmee daadwerkelijk kogels konden worden afgevuurd. Voornoemde feiten vormen dan ook een ernstige schending van de algemene huurvoorwaarden en het goed huurderschap.
[gedaagde] heeft een zwaarwegend beroep gedaan op de belangen van zijn twee minderjarige kinderen (artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind). De kantonrechter is zich ervan bewust dat een ontruiming grote gevolgen heeft voor het gezinsleven. Het is echter [gedaagde] zelf geweest die deze situatie in het leven heeft geroepen door een handelshoeveelheid softdrugs en (vuur)wapens in de woning te brengen. Daarmee heeft hij een ernstig risico gecreëerd voor de veiligheid en het welzijn van zijn eigen kinderen. Daar komt bij dat ten tijde van de zitting de kinderen al elders waren ondergebracht als gevolg van de detentie van [gedaagde] . De dochter verblijft bij de grootmoeder en de zoon bij de moeder, die mede het gezag draagt. Er is dan ook geen sprake van een dreigende acute dakloosheid voor de kinderen. De belangen van Wooncompas om streng op te treden tegen verboden wapen- en drugsbezit in haar woningen en om de woning ter beschikking te stellen aan woningzoekenden wegen in dit geval zwaarder dan het woonbelang van [gedaagde] .
Ontruiming
Gelet op het bovenstaande concludeert de kantonrechter dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Wooncompas op goede gronden de huurovereenkomst heeft ontbonden. Vooruitlopend hierop moet [gedaagde] de woning ontruimen en verlaten. De ontruimingstermijn wordt in redelijkheid vastgesteld op veertien dagen.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Wooncompas moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.301,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Wooncompas dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
4 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan [adres] in Ridderkerk te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Wooncompas te stellen;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Wooncompas worden begroot op € 1.301,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
53954