Strafrecht overig
Voorbereiding verdediging; ovc en tapgesprekken; alternatieve verklaring Veroordeling tot 7 jaar wegens…
Rechtbank Rotterdam, 28 maart 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:2332 · Rechtbank Rotterdam · 28 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2014-2332
Zaakgegevens
Op 28 maart 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 maart 2014
- Datum publicatie
- 28 maart 2014
- Zaaknummer
- 10/960007-10
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2014:2332
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorbereiding verdediging; ovc en tapgesprekken; alternatieve verklaring
Veroordeling tot 7 jaar wegens deelname aan een criminele organisatie gedurende 3 jaar, als een van de initiatiefnemers binnen die organisatie. Verdediging is voldoende in de gelegenheid geweest tap-en ovc gesprekken te beluisteren, terwijl het overigens op de weg van de verdediging had gelegen de Nederlandse staat aan te spreken als de faciliteiten in detentie onvoldoende zijn om de verdediging voor te bereiden. Een eventuele verkeerde weergave of een verschil in vertaling van onderdelen van tap-en ovc gesprekken kan een gevolg zijn van de geluidskwaliteit van de opnamen. Bovendien zijn veel van de betwiste gesprekken zijn gevoerd in het sranan tongo, een taal waarin woorden meerdere betekenissen kunnen hebben. Het aantal tap-en ovc-gesprekken waarvan de verdediging meent dat deze onjuist zijn vertaald of weergegeven, is – afgezet tegen het totaal aantal gevoegde gesprekken – dusdanig dat ook daaruit niet kan worden afgeleid dat er structureel en opzettelijk onjuist en ten nadele van de verdachte is vertaald of weergegeven. De alternatieve verklaring voor het grote uitgavenpatroon van de verdachte is niet aannemelijk, geconcludeerd wordt dat inkomen afkomstig is uit drugshandel.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1(vul parketnummer in)
Parketnummer: 10/960007-10(vul parketnummer in)
Datum uitspraak: 28 maart 2014(vul uitspraakdatum in)
Tegenspraak(kies tussen tegenspraak en verstek)
(maak een keuze)Vonnis (vul parketnummer in)van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum],
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting Dordrecht,
(vul vestigingsplaats advocaat in)raadsvrouw (maak een keuze)mr. I.N. Weski, advocaat te Rotterdam.
ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6, 11, 16, 18 en 20 december 2013, 8, 9, 20 en 27 januari 2014 en 12, 13, 14 en 21 februari 2014(vul vestigingsplaats advocaat in). Het onderzoek is gesloten op 28 maart 2014.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding(maak een keuze), zoals deze op de terechtzitting van 6 december 2013 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is (maak een keuze)gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
EIS OFFICIER VAN JUSTITIE
De officieren van justitie mrs. J. Patist en S. de Vries hebben gerekwireerd tot:
-
bewezenverklaring van het onder 1 (zaaksdossier Celta, Fabriek, Hooke, Jamaica, Kikai en Mexico) en 2 ten laste gelegde;
-
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren met aftrek van voorarrest;
-
teruggave aan de verdachte van de het beslag genomen horloge Audemars Piquet Royal Oak.
GELDIGHEID DAGVAARDING
Standpunt van de verdediging
Namens de verdachte is aangevoerd dat de dagvaarding ter zake van de deeldossiers Taxi, Celta, Fabriek, Jamaica, Mexico en Picasso (partieel) nietig is. De raadsvrouw heeft hiertoe, voor zover van belang en kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
a. Zaaksdossier Taxi.
Dit zaaksdossier wordt in het ten laste gelegde niet specifiek genoemd en onduidelijk is of met het ten laste gelegde ‘een of meer (taxi)ritten via de [medeverdachte 1] (…)’ op het zaaksdossier Taxi wordt gedoeld.
Zaaksdossier Celta.
Dit deel van de tenlastelegging moet als nietig worden beschouwd wegens verregaande en de verdediging onmogelijk makende onbepaaldheid en onbegrijpelijkheid van de verweten handelingen.
Zaaksdossiers Fabriek, Jamaica, Mexico en Picasso.
De tenlastelegging moet ten aanzien van deze deeldossiers als nietig worden beschouwd vanwege onherstelbare, onbegrijpelijke en niet tegen te verdedigen vaagheid en onbepaaldheid van de ten laste gelegde handelingen. Het zaaksdossier noemt half Zuid-Amerika als pleegplaats en bijna elk vervoermiddel als mogelijk instrument en specificeert niet welke handelingen de verdachte in welk verband worden verweten.
Standpunt van de officier van justitie
Gelet op de omschrijving in de dagvaarding van zowel tijd, plaats en een nadere omschrijving van het ten laste gelegde met daarbij een verwijzing naar de desbetreffende zaaksdossiers moet het voor de verdachte en de verdediging duidelijk zijn geweest waartegen de verdachte zich diende te verweren.
Oordeel van de rechtbank
Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de tenlastelegging op de door de verdediging bedoelde onderdelen, in combinatie met de onderliggende zaaksdossiers, voldoende duidelijk is om te kunnen begrijpen wat de verdachte wordt verweten. Uit hetgeen door en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, blijkt dat zulks ook voor de verdediging het geval is.
Nu ook overigens geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die zouden moeten leiden tot nietigverklaring van de dagvaarding, is de dagvaarding geldig.
(motivering verwerping verweer)
ONTVANKELIJKHEID OFFICIER VAN JUSTITIE / ONTBREKEN RECHTSMACHT
Standpunt van de verdediging
Namens de verdachte is de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging bepleit, zowel ten aanzien van het dossier in zijn geheel (a tot en met e) als ten aanzien van de afzonderlijke deeldossiers (f tot en met o). Daarnaast is bepleit dat de rechtsmacht ten aanzien van een aantal feiten ontbreekt. De raadsvrouw heeft hiertoe, voor zover van belang en kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
a. (verweer advocaat/verdachte weergeven)Het openbaar ministerie heeft in het onderhavige onderzoek gehandeld in strijd met de onschuldpresumptie. Immers, in een interview met de officier van justitie mr. Patist, zoals gepubliceerd in NRC Handelsblad van 12 november 2013, heeft hij gezegd dat de verdachte en zijn medeverdachten echte boeven zijn. Nu de verdachte geen (relevante) strafdocumentatie heeft en deze uitspraak specifiek aan de onderhavige zaak wordt verbonden, betekent dit dat de verdachte publiekelijk al werd veroordeeld. Voorts heeft de officier van justitie gezegd dat hij bij de bestrijding van drugscriminaliteit de grenzen van de wet overtreedt en geen acht slaat op verdragsrechtelijke regels. Met zijn uitspraken in dit interview heeft de officier van justitie elk vertrouwen in de integriteit van het onderzoek en de eerbiediging van de onschuldpresumptie ex artikel 6 EVRM teniet gedaan.
Er was geen genoegzame grondslag voor en verantwoording van de verdenking en de inzet jegens de verdachte van BOB-methoden. De rechter-commissaris is door het openbaar ministerie aldus niet volledig en zelfs onjuist voorgelicht met bewust niet geactualiseerde en onjuiste informatie en is daarmee bewust op onrechtmatige wijze beïnvloed in haar beslissingsbevoegdheid.
Door bepaalde opsporingslijnen, met name in het buitenland en meer nog in het bijzonder in Zuid-Amerika, niet te onderzoeken en de resultaten van onderzoek pas in een zeer laat stadium te presenteren, is er sprake van onherstelbare schending van de waarheidsvinding. Immers, allerlei personen die in het verleden wel konden worden getraceerd, zijn inmiddels uit beeld verdwenen of beroepen zich op hun verschoningsrecht.
Het openbaar ministerie heeft afgeluisterde gesprekken niet en/of niet genoegzaam en niet voldoende verantwoord en bevraagbaar gepresenteerd. Weergaven en vertalingen van deze gesprekken zijn apert onjuist vertaald en schriftelijk vastgelegd, dan wel onvoldoende betrouwbaar, want zij zijn op basis van onvoldoende deskundigheid tot stand gekomen. Aldus is er sprake van opzettelijke obstructie van het ondervragingsrecht ex artikel 6 EVRM.
Van enigerlei toegankelijke verdediging en evenwichtige presentatie van het dossier ex artikel 5 en 6 EVRM is geen sprake. Het is voor de verdachte, gedetineerd in een huis van bewaring, en de verdediging een logistieke nachtmerrie geweest om toegang te krijgen tot het onderhavige audiomateriaal. Pas na maanden soebatten in en met het huis van bewaring kon eind augustus 2013 gestart worden met het beluisteren van het audiomateriaal. Tot op heden kunnen de ovc-gesprekken nog altijd niet worden beluisterd bij gebrek aan een geschikte laptop. Aldus bestaat voor de verdediging onvoldoende mogelijkheid tot digitale selectie van het audiomateriaal en het geven van commentaar daarop.
Zaaksdossier Action (zaak Spaarne).
Het proces-verbaal betreffende de grondslag van de zaak Spaarne en de verdenking tegen de verdachte bevat CIE-berichten als reden van verdenking, waarvan de betrouwbaarheid niet kon worden vastgesteld, dan wel met een wel zeer algemene strekking. Bovendien, in strijd met het gelijkheidsbeginsel wordt de verdachte wel maar worden de in het zaaksdossier voorkomende medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] niet vervolgd.
Zaaksdossier Kikai.
Op grond van artikel 13, derde lid, van de Opiumwet dient geconcludeerd te worden dat de verdachte geen misdrijf heeft gepleegd in Nederland en dat er derhalve geen rechtsmacht bestaat. Niet gebleken is dat het ten laste gelegde vervoer op Nederland was gericht en ook de omschrijving doelt kennelijk op het ter plaatse uitvoeren.
Zaaksdossier Taxi.
Voor wat betreft onder 1 ten laste is het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging voor wat betreft het kennelijk bedoelde zaaksdossier Taxi. Dit zaaksdossier wordt in het ten laste gelegde niet specifiek genoemd en onduidelijk is of met het ten laste gelegde ‘een of meer (taxi)ritten via de medeverdachte [medeverdachte 1] (…)’ op het zaaksdossier Taxi wordt gedoeld.
i. Zaaksdossier Hooke.
Het openbaar ministerie is ten aanzien dit deeldossier niet ontvankelijk in de vervolging in verband met het ontbreken van rechtsmacht, gelijk als hiervoor onder g.
Het openbaar ministerie heeft onvoldoende onderzoek in het kader van de waarheidsvinding gedaan, hetgeen gewogen dient te worden primair in het kader van de ontvankelijkheid.
Zaaksdossier Brinnie (zaak Moldau).
Het openbaar ministerie is ten aanzien dit deeldossier niet ontvankelijk in de vervolging in verband met het ontbreken van rechtsmacht, gelijk als hiervoor onder g.
Het openbaar ministerie heeft onvoldoende onderzoek in het kader van de waarheidsvinding gedaan, gelijk als hiervoor onder i.
Zaaksdossier Celta.
Het openbaar ministerie is ten aanzien dit deeldossier niet ontvankelijk in de vervolging in verband met het ontbreken van rechtsmacht, gelijk als hiervoor onder g.
Het openbaar ministerie heeft onvoldoende onderzoek in het kader van de waarheidsvinding gedaan, gelijk als hiervoor onder i.
Zaaksdossier Fabriek.
Het openbaar ministerie is ten aanzien dit deeldossier, overeenkomstig artikel 13, derde lid, van de Opiumwet, niet ontvankelijk in de vervolging. Er is geen begin van doel van wat dan ook, Nederland kan niet worden gevonden in dit deeldossier.
Het openbaar ministerie heeft onvoldoende onderzoek in het kader van de waarheidsvinding gedaan, gelijk als hiervoor onder i.
Zaaksdossier Jamaica.
Het openbaar ministerie is ten aanzien dit deeldossier niet ontvankelijk in de vervolging in verband met het ontbreken van rechtsmacht, gelijk als hiervoor onder l.
Het openbaar ministerie heeft onvoldoende onderzoek in het kader van de waarheidsvinding gedaan, gelijk als hiervoor onder i.
Zaaksdossier Mexico.
Het openbaar ministerie is ten aanzien dit deeldossier niet ontvankelijk in de vervolging in verband met het ontbreken van rechtsmacht, gelijk als hiervoor onder l.
In strijd met het gelijkheidsbeginsel wordt de verdachte wel maar worden de in het zaaksdossier voorkomende medeverdachten [medeverdachte 4]en [medeverdachte 5] niet vervolgd.
Het openbaar ministerie heeft onvoldoende onderzoek in het kader van de waarheidsvinding gedaan, gelijk als hiervoor onder i.
Zaaksdossier Picasso.
In strijd met het gelijkheidsbeginsel wordt de verdachte wel maar worden in het zaaksdossier voorkomende medeverdachten niet vervolgd.
Het openbaar ministerie heeft onvoldoende onderzoek in het kader van de waarheidsvinding gedaan, gelijk als hiervoor onder i.
Standpunt van de officier van justitie
a. Waar de verdediging op baseert dat de officier van justitie zich over het onderzoek Tidore of überhaupt enig concreet onderzoek uitlaat, is niet duidelijk en dat is ook niet het geval.
Het openbaar ministerie bestrijdt dat er sprake is van een eenzijdige samenstelling van het dossier door de politie en gebruik van onbetrouwbare informatie. In het procesdossier en ter terechtzitting heeft het openbaar ministerie verantwoording afgelegd.
Het openbaar ministerie en de politie hebben onderzoek in het buitenland gedaan daar waar dat mogelijk is, maar zijn afhankelijk van buitenlandse autoriteiten. Hetgeen uit het buitenland is ontvangen, is, voor zover relevant, aan het dossier toegevoegd.
De verdediging is in een vroegtijdig stadium in de gelegenheid gesteld zowel ovc- als tapgesprekken bij de politie te beluisteren. Van deze gelegenheid is door de verdediging nimmer gebruik gemaakt. Al op 11 maart 2013 heeft de verdediging de beschikking gekregen over alle audiomateriaal teneinde (eventueel) voor de waarheidsvinding relevante stukken te kunnen voegen. Ook van deze gelegenheid is slechts beperkt en op een laat moment in het proces gebruik gemaakt. Het heeft op het pad van de verdediging gelegen toe te lichten waar betwiste gesprekken dan wel over zouden gaan. Daar is echter weinig van gekomen. Daar waar door de verdediging een aannemelijk alternatieve lezing van gesprekken is gegeven, is die door het Openbaar Ministerie gevolgd.
Zie hiervoor onder d.
Het openbaar ministerie heeft ter terechtzitting aangegeven dat sommige verdachten nog gezocht worden en dat over een aantal verdachten nog een vervolgingsbeslissing moet worden genomen.
Er is wel degelijk rechtsmacht. De voorbereidingshandelingen zijn mede in Nederland gepleegd en Nederland is als pleegplaats ten laste gelegd. Het feit dat de verdachten niet uitsluitend in Nederland verblijven doet daaraan niet af. Bovendien schept het Nederlanderschap van de verdachte, voor zover het feit in het buitenland is gepleegd, ingevolge artikel 5 van het Wetboek van Strafrecht eveneens rechtsmacht. Voorts is artikel 13, derde lid, van de Opiumwet juist een uitbreiding op de rechtsmacht zoals beschreven in de artikelen 2 tot en met 6 van het Wetboek van Strafrecht en niet een beperking daarvan, zoals door de raadsvrouw betoogd.
De officier van justitie heeft zich bij repliek niet uitgelaten omtrent het ontvankelijkheidsverweer ten aanzien van het zaaksdossier Taxi.
i. Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
De door de verdediging aangedragen argumenten betreffende het niet voldoende doen van onderzoek in het kader van de waarheidsvinding, waardoor er sprake zou zijn van ernstige en verwijtbare schending van een eerlijk proces, geven geen enkele aanleiding om te komen tot de gestelde conclusie.
Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
Ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel, zie hiervoor onder f.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel, zie hiervoor onder f.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Oordeel van de rechtbank
Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen, waarbij per onderdeel het volgende wordt overwogen.
a. Een afschrift van het door de raadsvrouw bedoelde interview is als bijlage bij de pleitnotitie gevoegd. Gelet op de inhoud van dit interview en het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken van enig causaal verband tussen het interview en enige door de verdachte geleden schade, zulks in verband met invulling van de Zwolsman-norm.
De rechter-commissaris heeft haar beslissingen genomen, telkens op basis van de informatie die haar werd getoond. Niet is gebleken dat die informatie onjuist was en/of onrechtmatig zou zijn verkregen en dat zij - de rechtbank aldus marginaal toetsend - de desbetreffende beslissingen niet had kunnen nemen.
De onderbouwing van onderhavige verweer is onvoldoende concreet, zodat het verweer reeds hierom wordt verworpen.
Van structureel opzettelijk onjuist vertalen of weergeven van tapgesprekken
is, gelet op het onderzoek ter terechtzitting en de onderliggende dossierstukken niet gebleken.
Tijdens het uitluisteren van de tapgesprekken ter terechtzitting (aanvankelijk door één, later door twee tolken) is de vraag gerezen welke methode bij het uitluisteren is gehanteerd. De rechtbank heeft het openbaar ministerie verzocht in een proces-verbaal de methodiek van de vertalingen te openbaren. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie dit nog toegelicht, in die zin dat, anders dan de raadsvrouw kennelijk meent, tapgesprekken door opsporingsambtenaren steeds worden uitgewerkt en indien de gesprekken in een vreemde taal plaatsvinden daarmee een tolk wordt belast. Dat opsporingsambtenaren onderling met elkaar overleggen over de verstaanbaarheid van (delen van) gesprekken komt niet vreemd voor, maar anders dan de advocaten menen blijkt niet uit de methodiek dat opsporingsambtenaren met tolken hierover zouden spreken. De facto lijkt dit ook onmogelijk, nu er met name in deze zaak sprake is van gesprekken in een taal die door geen der bij in het onderzoek betrokken opsporingsambtenaren wordt beheerst, zulks naar het openbaar ministerie meedeelt. Van beïnvloeding als door de raadsvrouw geopperd, lijkt geen sprake te kunnen zijn, uitgaande van het methodiekenproces-verbaal en de toelichting van het openbaar ministerie. De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van die informatie te twijfelen. Bovendien, behoorlijk wat audiogesprekken zijn vertaald vanuit het Sranang, een taal waarvan vaststaat dat termen, woorden en uitdrukkingen verschillende betekenissen hebben.
Hoewel gebleken is dat verschillende tolken verschillende opvattingen hebben, kan niet gezegd worden dat uit verschillende vertalingen zou blijken dat er opzettelijk en onder regie van politie en justitie structureel onjuist zou zijn vertaald.
Aangenomen mag worden dat de verdediging in eerste instantie gesprekken heeft beluisterd die in het dossier als belastend zijn aangemerkt. Het aantal gesprekken waarvan de verdediging meent dat deze onjuist zijn vertaald of weergegeven, is – afgezet tegen het totaal aantal gevoegde gesprekken – dusdanig dat ook daaruit niet kan worden afgeleid dat er structureel en opzettelijk onjuist en ten nadele van de verdachte is vertaald of weergegeven.
Daarnaast geldt dat waar tap- en/of ovc-gesprekken als bewijs dienen voor het ten laste gelegde en de vertaling daarvan betwist is door de verdediging, de betreffende hervertaling (zijdens het openbaar ministerie) steeds zal worden gebruikt voor zover deze wezenlijk anders is. Daartoe zal de lijst worden gehanteerd die door de verdediging ter terechtzitting van 6 december 2013 is overgelegd. Betwiste gesprekken waarvan geen hervertaling is verzocht, worden – conform het methodiekenproces-verbaal van het openbaar ministerie – gebruikt voor het bewijs.
Wat er ook zij van het arrest Vidgen, zoals in dit kader door de verdediging aangehaald, en de feitelijke onmogelijkheid om zekere getuigen te horen, naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier voldoende materiaal om tot beoordeling van en beslissing in de onderhavige zaak te komen. Obstructie van het ondervragingsrecht veronderstelt opzettelijk handelen maar daarvan is, gelet op het voorgaande, niet gebleken. Van een zodanige aantasting van het wettelijk systeem is al helemaal niet gebleken, zodat een causaal verband tussen een dergelijke aantasting en de vermeende obstructie van het ondervragingsrecht niet behoeft te worden vastgesteld.
Vanaf 11 maart 2013 heeft de verdediging de gelegenheid gehad om de audiobestanden uit te luisteren. Thans is de klacht dat haar onvoldoende gelegenheid daartoe is gegeven. De raadsvrouw heeft bij haar pleitnotitie correspondentie met het openbaar ministerie overgelegd. De raadsvrouw heeft zich vervolgens beklaagd bij de zittingsrechter. Afgevraagd kan worden of door de verdediging de juiste ingang is gekozen. De overheid is verantwoordelijk voor de detentieomstandigheden en dient gelegenheid te geven tot voorbereiding van het strafproces. De overheid is daarmee de eerst aangewezene tot wie de verdediging zich in een dergelijke voorbereidingsfase dient te wenden. Aldus had de overheid op dit punt moeten worden aangesproken. In de door de verdediging geproduceerde en overgelegde stukken blijkt echter niet dat dit is gebeurd. Indien de situatie voor de verdachte en diens raadsvrouw werkelijk zo nijpend zou zijn geweest, had het treffen van rechtsmaatregelen in de richting van de overheid, bijvoorbeeld in de vorm van het vragen van een voorlopige voorziening, voor de hand gelegen. Genoemde rechtsmiddelen dienen te worden uitgeput en eerst dan, aan de hand van het standpunt van de overheid, kan mogelijk een invulling van de EVRM-normering volgen. Thans kan gelet op het voorgaande niet gezegd worden dat dit het geval is.
Er bestaat jurisprudentie noch regelgeving die het de zittingsrechter verplicht of mogelijk maakt om CIE-berichten, berichten die in beginsel niet voor het bewijs gebezigd kunnen worden, te toetsen.
Niet kan worden vastgesteld dat de zaak tegen de verdachte en zijn medeverdachten dermate gelijke zaken zijn dat een beroep op het gelijkheidsbeginsel op kan gaan, terwijl het het openbaar ministerie in beginsel vrij staat om de in het onderhavige feitencomplex figurerende personen al dan niet als concrete verdachten aan te merken.
Met het openbaar ministerie is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen mede in Nederland zijn (mede)gepleegd. Gelet hierop komt Nederland op grond van artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht rechtsmacht toe en behoeft daarmee het ontvankelijkheidsverweer geen verdere bespreking.
Behalve de conclusie niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie ten aanzien van het zaaksdossier Taxi heeft de verdediging niets redengevends ter onderbouwing van het betoogde rechtsgevolg aangevoerd en berust het beroep overigens op onvoldoende feitelijke grondslag.
i. Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
De argumenten van de verdediging met betrekking tot de beoordeling van het onderzoek in het kader van de waarheidsvinding, dienen beoordeeld te worden niet in het kader van de ontvankelijkheidsvraag maar in het kader van de bewijsvraag. Dit deel van het verweer behoeft daarmee thans geen verdere bespreking.
Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Gelet op de inhoud van het deeldossier Fabriek, meer in het bijzonder de omstandigheid dat de medeverdachte [medeverdachte 8] op 10 augustus 2011 vanuit Barcelona naar Nederland afreist om voor de verdachte geld in ontvangst te nemen bij ‘Sigarenboer [bedrijf]’, gevolgd door enkele telefoongesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte 8] daaromtrent, kan niet gezegd worden dat het verwijt van voorbereidingshandelingen zich niet mede uitstrekt tot Nederland. Het rechtsmachtverweer mist dan ook feitelijke grondslag en behoeft derhalve geen verdere bespreking.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Ten aanzien van het rechtsmachtsverweer, zie hiervoor onder g.
Ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel, zie hiervoor onder f.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel, zie hiervoor onder f.
Ten aanzien van het verweer betreffende de waarheidsvinding, zie hiervoor onder i.
Nu ook overigens geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die zouden moeten leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie, is de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.
PARTIËLE VRIJSPRAKEN FEIT 1
De verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde zaaksdossiers Action en Brinnie.
Nu de officier van justitie hiertoe heeft gerekwireerd en dit ook door de verdediging is bepleit zal deze beslissing niet nader worden gemotiveerd.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde zaaksdossiers Kikai, Fabriek, Mexico en Celta gerekwireerd tot bewezenverklaring en heeft daartoe, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Ten aanzien van zaaksdossier Kikai is de officier van justitie van mening dat de bewoordingen van de verdachte tijdens de ovc-gesprekken van 30 april en 16 juni 2010 naadloos aansluiten bij de onderzoeksresultaten in Hongkong, alwaar een partij van 372 kilo cocaïne in beslag is genomen. Uit de gesprekken blijkt dat de verdachte betrokken is geweest bij de voorbereidingshandelingen daartoe.
Wat betreft het zaaksdossier Fabriek stelt de officier van justitie dat de verdachte samen met zijn medeverdachte [medeverdachte 7] over een langere periode bezig is geweest met de voorbereidingen van cocaïnehandel uit Colombia via Suriname dan wel Venezuela. Zij hebben daartoe gesprekken en ontmoetingen gehad.
Ten aanzien van het zaaksdossier Mexico concludeert de officier van justitie op basis van afgeluisterde tap- en ovc-gesprekken, de verschillende (beoogde) ontmoetingen en een overzicht met (vermoedelijk) codewoorden dat de (mede)verdachten [verdachte], [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] zich in de periode van 26 augustus 2010 tot en met 14 oktober 2010 hebben bezig gehouden met de handel in verdovende middelen vanuit Mexico.
Ten aanzien van het zaaksdossier Celta is de officier van justitie van mening dat, gelet op de onderzoeksbevindingen, duidelijk is dat de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 6], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] bezig zijn geweest met de voorbereidingen voor de aankomst en doorlevering van een partij cocaïne in Spanje.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen ten aanzien van de zaaksdossiers Kikai, Fabriek, Mexico en Celta. Hiertoe wordt het volgende overwogen.
Zaaksdossier Kikai
Vaststaat dat op 27 april 2010 in Hong Kong een partij cocaïne is aangetroffen van bijna 400 kilo. Hoewel de gesprekken die de verdachte op 30 april 2010 voert met medeverdachte [medeverdachte 1] en op 16 juni 2010 met medeverdachte [medeverdachte 9] wijzen op de betrokkenheid van de verdachte bij deze partij cocaïne, kan niet worden vastgesteld dat de
verdachte zich met de voorbereiding dan wel bevordering van het vervoer van de cocaïne heeft bezig gehouden, de veronderstelde voorbereidingshandelingen daartoe zijn onvoldoende.
Zaaksdossier Fabriek
Ook voor de gesprekken en ontmoetingen die de verdachte, in het onderhavige deeldossier, met zijn medeverdachte [medeverdachte 7] heeft gehad, geldt dat de veronderstelde voorbereidingshandelingen ten aanzien van de verdachte onvoldoende concreet zijn om tot bewezenverklaring van dit zaaksdossier te komen.
Zaaksdossier Mexico
De aangehaalde bewijsmiddelen kunnen de conclusie tot bewezenverklaring niet dragen. In de eerste plaats blijkt onvoldoende dat de verschillende bewijsmiddelen met elkaar in verband gebracht kunnen worden omdat ze betrekking zouden hebben op eenzelfde activiteit.
Uit de bij [medeverdachte 4]aangetroffen lijst met vermoedelijk codewoorden kan zonder nadere onderbouwing niet worden afgeleid dat hij betrokken is bij de internationale handel in drugs. De contacten die [medeverdachte 5] met hem heeft onderhouden kunnen dan ook niet zonder meer worden gezien in dat licht. De inhoud van de contacten die de medeverdachte [medeverdachte 8] in de ten laste gelegde periode onderhoudt met [medeverdachte 5] en anderen is evenmin eenduidig te herleiden tot handelingen gericht op het voorbereiden dan wel bevorderen van een drugstransport vanuit Mexico. Dit geldt eveneens voor de ontmoetingen met de medeverdachte [medeverdachte 7]. Ook de contacten die in de van belang zijnde periode worden onderhouden met de verdachte zijn niet eenduidig te plaatsen in het licht van de handel in verdovende middelen.
Zaaksdossier Celta
Op basis van het voorliggende zaaksdossier en het verhandelde ter zitting staat onvoldoende vast dat de verdachte betrokken was bij het voorbereiden of het bevorderen van het afleveren, verstrekken en/of vervoeren van verdovende middelen zoals ten laste gelegd met betrekking tot zaaksdossier Celta.
Vooropgesteld wordt dat in relatie tot het zaaksdossier Celta geen cocaïne is aangetroffen. Dat de activiteiten van de verdachte betrekking hebben gehad op aflevering, verstrekking en/of vervoer van verdovende middelen, zal eenduidig uit de bewijsmiddelen moeten kunnen worden afgeleid om tot een veroordeling te kunnen komen.
De feiten en omstandigheden zoals deze blijken uit het dossier leiden niet tot een eenduidige conclusie. Hoewel de door de verdachte en zijn medeverdachten afgelegde verklaringen met betrekking tot het zaaksdossier Celta de nodige twijfels en vraagtekens oproepen, en bedoeld lijken te zijn om de werkelijke achtergrond van hun activiteiten te verhullen, bevat het dossier onvoldoende concrete aanwijzingen om te kunnen concluderen dat de verdachte zich in werkelijkheid met de hem verweten gedragingen heeft beziggehouden.
(motivering van de vrijspraak;alleen als de OvJ veroordeling voor het feit heeft gevraagd)
BEWEZENVERKLARING
(kies dit tekstblok als de bewezenverklaring op een met de hand gestreepte tenlastelegging staat)(kies dit tekstblok als de bewezenverklaring in het vonnis wordt opgenomen)Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze:
Feit 1
hij
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 november 2010 tot en met 3 april 2012 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, en/of Colon, althans Panama, en/of Trinidad en Tobago, en/of Hong Kong, althans in China, en/of Peru, en/of Bogota, althans in Colombia, en/of Saramacca en/of Paramaribo, althans in Suriname, en/of Brits-Guyana, en/of Maroa, althans Venezuela, en/of Mexico, en/of Praia, althans in Kaap-Verdië, en/of Montego Bay, althans in Jamaica, en/of Punta Cana, althans in de Dominicaanse Republiek, en/of Antwerpen, althans in België, en/of Vigo en/of Barcelona, althans in Spanje,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne),
te weten:
-
het verstrekken en/of vervoeren van ongeveer 400 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Colon, althans Panama (via het terrein van het bedrijf Europe Container Terminals, althans het Rotterdamse havengebied) in de periode van 1 maart 2009 tot en met 3 april 2012 ( ZD Brinnie) en/of
-
het vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van ongeveer 1017 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Trinidad en Tobago en/of Paramaribo, althans Suriname (via het bedrijf VAT Logistics per boot in een container met als deklading King George Whiskey) in de periode van 22 december 2009 tot en met 4 januari 2010 ( ZD Action) en/of
-
het vervoeren en/of afleveren van een hoeveelheid van ongeveer 372 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Hong Kong, althans China (in “Tai Po Tin Village” in Ping Che) in de periode van 26 januari 2010 tot en met 30 april 2010 (ZD Kikai) en/of
-
het verwerken en/of vervoeren en/of afleveren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Peru en/of Bogota, althans Colombia en/of Saramacca, althans Suriname (via een boot met containers via Brits-Guyana en/of Maroa, althans Venezuela en/of via de luchtvaart) in de periode van 27 mei 2010 tot en met 3 april 2012 (ZD Fabriek) en/of
-
het verwerken en/of vervoeren en/of afleveren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Mexico (per boot) in de periode van 26 augustus 2010 tot en met 14 oktober 2010 (ZD Mexico) en/of
-
het afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van ongeveer 1500 kilogram plus 1500 kilogram cocaïne, in elk geval een of meer hoeveelheden cocaïne, vanuit Praia, althans Kaap-Verdië (in een of meer go-fast bo(o)t(en)) in de periode van 13 november 2010 tot en met 8 oktober 2011 (ZD Hooke) en/of
-
het afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van ongeveer zes kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Montego Bay, althans Jamaica, en/of Punta Cana, althans de Dominicaanse Republiek (via een luchtvaartmaatschappij(en), Jetair en/of ArkeFly, in een ‘vriesvak en/of koffer, althans in een geheime bergplaats) in de periode van 25 november 2011 tot en met 3 april 2012 (ZD Jamaica) en/of
-
afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Vigo en/of Barcelona, althans Spanje (in een container/via een of meer bo(o)ten en/of vervolgens vervoerd naar een huis met garage) in de periode van 1 februari 2012 tot en met 3 april 2012 (ZD Celta)
voor te bereiden en/of te bevorderen,
-
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
-
zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen, en/of
-
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk:
-
één of meer telefoongesprek(ken) gevoerd (in versluierd taalgebruik) met betrekking tot het invoeren en/of uitvoeren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
één of meer ping/smsbericht(en) verstuurd en/of ontvangen met betrekking tot het invoeren en/of uitvoeren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
met één of meer perso(o)n(en) contact opgenomen en/of ontmoeting(en) gehad met betrekking tot het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
een of meer geldbedrag(en) overgemaakt en/of geleend en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of vervoerd ten behoeve van het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
(meermalen) één of meer codewoorden bedacht en/of gebruikt voor de communicatie met medeverdachten met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
- een of meer blackberries en/of sim-kaarten aangeschaft/laten aanschaffen ten behoeve van de communicatie met medeverdachten en/of andere onbekend gebleven personen en/of
-
vluchtschema’s van diverse luchtvaartmaatschappijen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met (heimelijke) bergplaatsen in vaar- en vliegtuigen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met de werkwijze voor het uithalen van de cocaïne uit vaar- en vliegtuigen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met schema’s van vaarroutes voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met namen van (container)schepen en/of rederijen en/of kadenummers in de haven (van Antwerpen) voorhanden gehad en/of
-
een of meer (taxi)ritten via medeverdachte [medeverdachte 1] (laten) maken/gemaakt met een of meer potentiële afnemer(s) van cocaïne;
-
een of meer reisbeweging(en) gemaakt/laten maken naar onder meer Spanje en/of Panama en/of België en/of Trinidad & Tobago en/of Kaap-Verdië en/of Suriname en/of Colombia en/of Venezuela en/of Brazilië en/of Jamaica en/of de Dominicaanse Republiek en/of Mexico en/of Cuba en/of Equador en/of Nederlandse Antillen en/of China met betrekking tot het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne), dan wel het maken van afspraken hierover;
Feit 2
hij
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 en met 3 april 2012 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, en/of Nederlandse Antillen en/of Trinidad en Tobago, en/of Hong Kong, althans in China, en/of Peru en/of Bogota, althans in Colombia en/of Saramacca en/of Paramaribo, althans in Suriname, en/of Brazilië en/of Mexico, en/of Praia, althans in Kaap-Verdië, en/of Montego Bay, althans in Jamaica, en/of Punta Cana, althans in de Dominicaanse Republiek, en/of Antwerpen, althans in België, en/of Vigo en/of Barcelona, althans in Spanje;
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe hij, verdachte en/of zijn mededader(s), te weten [medeverdachte 7] en/of[medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of[medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer andere personen behoorden, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als omschreven in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, 10a eerste lid van de Opiumwet, te weten
-
het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I en/of
-
het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, (telkens) zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
* zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
* een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
* voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (maak een keuze)daarvan worden vrijgesproken.
BEWIJSMOTIVERING
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, zoals vermeld op de aangehechte bijlage II, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
NADERE BEWIJSOVERWEGINGEN
Zaaksdossier Jamaica
In contacten met [medeverdachte 13] en anderen spreekt [medeverdachte 10] over een P/Pie/Piet/Pia. Dat hiermee [verdachte] wordt bedoeld leidt de rechtbank af uit de volgende feiten en omstandigheden.
Op 15 februari 2012 in een gesprek met [medeverdachte 12] zegt [medeverdachte 10] dat Pia hem gepingd heeft en zei dat hij even naar Su is gegaan. Uit het paspoort van [verdachte] blijkt dat hij op 12 februari 2012 Suriname is ingereisd en derhalve op 15 februari 2012 in Suriname was. Op 25 februari 2012 zegt [medeverdachte 10] tegen [medeverdachte 13] dat Piet er tot dinsdag is. In een afgeluisterd OVC gesprek van 27 februari 2012 zegt [verdachte] dat hij de volgende dag (dinsdag 28 februari 2012) naar Barcelona gaat. In hun contacten op 28 februari 2012 zegt [medeverdachte 10] [medeverdachte 13] dat P “niet hier is”.
Geconfronteerd met telefoontaps tussen het nummer 06 87067427 in gebruik bij [medeverdachte 10] en het Dominicaanse nummer eindigend op 5454 heeft [medeverdachte 13] verklaard dat hij daar in gesprek is met [medeverdachte 10]. Op basis hiervan concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 13] gebruik heeft gemaakt van dit telefoonnummer.
Uit tapgesprekken die [medeverdachte 13] met [medeverdachte 10] heeft op 7 februari 2012 (zaaksdossier Jamaica bijlagen, pagina 51), 8 februari 2012 (zaaksdossier Jamaica bijlagen, pagina 52), 9 februari 2012 (zaaksdossier Jamaica bijlagen, pagina 55) en 11 februari 2012 (zaaksdossier Jamaica bijlagen, pagina 57) en het feit dat in Wortels portemonnee 2 briefjes worden aangetroffen met het Dominicaanse telefoonnummer van [medeverdachte 13], terwijl [verdachte] daarvoor geen (aannemelijke) verklaring heeft, wordt geconcludeerd dat [verdachte] en [medeverdachte 13] telefonisch contact hebben gehad en elkaar op 12 februari 2012 op een vliegveld in de Dominicaanse Republiek ontmoet hebben. Uit het paspoort van [verdachte] blijkt dat hij op die dag de Dominicaanse Republiek is uitgereisd.
Uit verschillende Pingberichten blijkt dat nadien de contacten tussen [medeverdachte 13] en [verdachte] via medeverdachte [medeverdachte 10] lopen. Op 21 februari 2012 vraagt [medeverdachte 10] waar hij Op 22 februari 2012 wil hij [verdachte] zien omdat mocro een mooi bericht voor hem heeft gestuurd. Omstreeks 16.30 uur die dag is [medeverdachte 10] vanuit Zaandam op weg naar [verdachte] die in west is. De woning die [verdachte] als uitvalsbasis gebruikt als hij in Nederland ligt in Amsterdam West. Er mag vanuit gegaan worden dat [medeverdachte 10] vervolgens op weg gaat naar die woning aan het[adres] in Amsterdam.
Om 18.07 uur diezelfde dag belt [medeverdachte 10] met [medeverdachte 13]. Hij is op dat moment met een derde die het gesprek kan horen. Er wordt gesproken over een mooi ding dat naar de buren van ons gaat. Als [medeverdachte 10] vraagt wat ze doen beginnen antwoord [medeverdachte 13] dat hij dacht niet meer dan zes, maar als de derde meer wil dat niet uitmaakt. Gezien het tijdstip en de voorafgaande afspraak tussen [verdachte] en [medeverdachte 10] gaat de rechtbank ervanuit dat [medeverdachte 10] op het moment dat hij [medeverdachte 13] belt in de woning van [verdachte] is en dat [verdachte] de derde is die in het gesprek genoemd wordt.
Uit de tapgesprekken tussen [medeverdachte 13] en Otje waarin gesproken wordt over prijzen per stuk, die 11 USD tot 12,5 USD zouden bedragen leidt de rechtbank af dat deze gesprekken betrekking hebben op de prijzen van drugs, in het bijzonder cocaine. Deze conclusie wordt onder meer gedragen door een pinggesprek tussen [medeverdachte 13] en [medeverdachte 10] waarin gezegd wordt dat als zij deze dag pakken de lijn van hen is en dat ze meerdere keren per week zullen kunnen gaan. De door de verdachten gegeven uitleg als zouden deze gesprekken gaan over het regelen van een paspoort is onbegrijpelijk. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat met deze lijn een vaste route voor het vervoer van drugs bedoeld wordt. Van belang is daarbij ook dat [medeverdachte 13] in november 2011 in de Dominicaanse Republiek omdat 5 kg cocaine werd aangetroffen in de door hem gehuurde auto waarin hij zich bovendien bevond.
Op 28 februari 2012 moet via [medeverdachte 10] 58 voor 11 per stuk worden overgedragen aan een derde partij. [medeverdachte 13] instrueert [medeverdachte 10] pas over te dragen als de dingen bij Paatje zijn. De cocaine moet klaarblijkelijk aan Paatje in Jamaica worden afgeleverd, terwijl het geld voor deze partij in Nederland via [medeverdachte 10] zal worden afgegeven. [medeverdachte 13] zegt Paatje het (geld) pas te zullen afgeven als Paatje zegt dat hij het in zijn hand heeft. De cocaine wordt geleverd door door de organisatie van [verdachte] in de persoon van Otje, die zich de broer van P noemt. De transactie gaat niet door omdat [medeverdachte 13] te weinig geld kan regelen en het geld niet wil afgeven voor er aan Paatje geleverd is.
In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen begrijpt de rechtbank dat [medeverdachte 13] voor [verdachte] het transport van 6 kg cocaine regelt vanuit Jamaica dan wel de Dominicaanse Republiek. Dit transport zal plaatsvinden in de week van 5 maart (tapgesprek 27 februari 2012 waarin [medeverdachte 10] zegt dat ze wachten tot volgende week omdat dan die van P zijn).
Uit het vorengaande volgt dat hetgeen aan de verdachte onder zaaksdossier Jamaica ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
Zaaksdossier Hooke
De verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 11] zijn te duiden als medeplegers van de bewezen verklaarde voorbereidingshandelingen. Bij [medeverdachte 14] is een grote hoeveelheid cocaïne aangetroffen. [medeverdachte 11] is in Kaapverdië gesignaleerd in gezelschap van [medeverdachte 14]. Hij spreekt kennelijk over (een deel van) de betreffende partij met de verdachte in T201/CD71/P008, terwijl de verdachte daarover kennelijk eveneens spreekt met een derde ([medeverdachte 9]) in TA201/CD409/R2913 en R2914. De wijze waarop over deze partij wordt gesproken duidt op een betrokkenheid hierbij die als medeplegen gekwalificeerd kan worden.
Criminele organisatie (feit 2)
Er zijn verschillende opvattingen naar voren gebracht over de vraag of in deze zaak sprake is van een organisatie in de zin van artikel 11a van de Opiumwet. Daarover valt het volgende te zeggen.
Allereerst dient de rechtbank vast te stellen van welke eisen op dit punt moet worden uitgegaan. De rechtbank volgt in beginsel de eisen welke de Hoge Raad sedert 1990 in bestendige jurisprudentie heeft geformuleerd. Deze lijn is in het arrest van 22 januari 2008, NJ 2008,72 nog eens bevestigd.
Bij het beantwoorden van de vraag wanneer sprake is van een organisatie ex artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht/artikel 11a van de Opiumwet dient – los van het daarbij behorende oogmerk, waar over hieronder meer – te worden uitgegaan van:
- een samenwerkingsverband;
- met een zekere duurzaamheid en structuur;
- tussen verdachte en tenminste een (1) andere persoon.
Onderzocht moet worden of daar in het onderhavige geval sprake van is.
De eerste vraag: is er een samenwerkingsverband? Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank sprake in de periode gelegen tussen 1 maart 2009 en 3 april 2012. In die periode – welke niet voor elke deelnemer exact dezelfde en gelijk is – is er sprake van een samenwerking tussen de verdachten [verdachte], [medeverdachte 8], [medeverdachte 7], [medeverdachte 11], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6], met name bestaande in het al dan niet feitelijk voorbereiden van vervoer naar Nederland van op lijst 1 behorende bij de Opiumwet genoemde stoffen (allen), het faciliteren van transport en feitelijk verschaffen van financiële middelen ([medeverdachte 1]- [bedrijf]) en het verzorgen van ondersteuning van gedetineerde deelnemers/hulppersonen ([medeverdachte 1], [medeverdachte 8] i.v.m. [medeverdachte 11] en [medeverdachte 15]), het instigeren van voorbereidingshandelingen teneinde voornoemde stoffen naar Nederland te brengen (Jamaica: [verdachte] en [medeverdachte 8]), het faciliteren van verblijfsruimte ([verdachte], [medeverdachte 6]), en het onderbrengen van opbrengsten (Coupure: [medeverdachte 8])
De tweede vraag: is er sprake van duurzaamheid en structuur? Om met het laatste te beginnen, de structuur blijkt uit het totale aantal deelnemers, te weten de verdachten [verdachte], [medeverdachte 8], [medeverdachte 7], [medeverdachte 11], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6], waarbij [verdachte] – en in mindere mate – [medeverdachte 7] en [medeverdachte 11] zich manifesteren als degenen met de (meeste) initiatieven. Dit blijkt onder meer uit de omstandigheid dat [verdachte] frequent contact met verdachte(n) heeft, waarbij voor die contacten een zogenaamd safe house aan het [adres] te Amsterdam door hem, door tussenkomst van een ex-vriendin, wordt aangeschaft en hij steeds met anderen, waarmede kennelijk over illegale activiteiten moet worden gesproken, in bedekte termen daarover in dat huis spreekt en waarbij hij met regelmaat aangeeft wat anderen moeten doen, wat hij van hen verwacht en hij (die) anderen terecht wijst indien zij niet aan zijn verwachtingen voldoen (“[medeverdachte 16] acht jaar onderhouden”).
Voorts zijn ook hier van belang de hierboven geschetste omstandigheden alsmede de (frequente) onderlinge contacten tussen één of meer van de hiervoor genoemde personen. De duurzaamheid is in dit geval gegeven door de tijdspanne waarin een en ander zich heeft afgespeeld, te weten de periode tussen 1 maart 2009 en 3 april 2012, namelijk het moment van de aanhouding van de (hoofd)verdachten, alsmede de frequentie van de contacten.
Tenslotte de derde vraag, deze wordt eigenlijk door het hierboven overwogene reeds beantwoord. Een korte greep uit het dossier biedt overigens het volgende: door de verdachten wordt in al dan niet wisselende samenstelling in bedekte termen gesproken over de zogenaamde lijst 1 Opiumwet activiteiten en aanverwante zaken in het Joost Banckersplantsoen, maar ook één op één per telefoon en mail, alsmede tijdens gezamenlijke reizen en verblijven in het buitenland.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de vaststelling dat tussen verdachte en de hierboven genoemden sprake is geweest van een duurzaam samenwerkingsverband dat voldoet aan de feitelijke kenmerken van een organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet.
Daarmede staat echter nog niet vast dat deze organisatie er ook daadwerkelijk een is in de zin van voornoemde artikelen. Daarvoor moet immers vast komen te staan dat de organisatie zich richtte op het plegen van een of meer strafbare feiten als genoemd in de tenlastelegging. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Gelet op de omstandigheid dat de rechtbank – kort gezegd – voorbereiding van drugstransporten/transacties in de onderscheiden dossiers bewezen verklaart en deze naar het oordeel van de rechtbank niet alleen doch deels tezamen en in vereniging met onder meer dezelfde personen als hierboven genoemd zijn begaan, alsmede de in het dossier genoemde overige feitelijke activiteiten welk zien c.q. raakvlakken hebben met de zogenaamde lijst 1 Opiumwet stoffen (onder meer het zaaksdossier Celta), kan niet anders dan tot de conclusie worden gekomen dat deze organisatie als zodanig zich heeft beziggehouden met deze strafbare feiten.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de vaststelling dat tussen de hierboven genoemden sprake is geweest van een organisatie welke zich heeft beziggehouden met de feiten die worden genoemd in de bewezenverklaring, terwijl de omstandigheid dat de in die bewezenverklaring genoemde feitelijke handelingen, welke deels een separate bewezenverklaring vinden in de hierboven genoemde - deels eveneens bewezenverklaarde -feiten, welke gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen het vereiste oogmerk invullen.
Goudhandel in plaats van handel in verdovende middelen
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte zich bezig hield met de goudhandel. Er zijn gesprekken aan het dossier toegevoegd waarin over goud gesproken wordt. Ook is er een aantal gesprekken tussen derden die gaan over de handel in goud en waarin indirect wordt gerefereerd aan de verdachte als mogelijke handelspartner. Nu de stelling van de verdachte dat hij in goud handelt wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, kan deze alternatieve lezing niet worden uitgesloten, aldus de raadsvrouw. Daarnaast heeft de verdachte ter zitting een schriftelijke verklaring overgelegd waarin hij stelt niet economisch actief te zijn in Nederland aangezien hij hier niet woont. Hij voorziet in zijn levensonderhoud door bemiddeling bij de aan- en verkoop van panden en handelt zelf ook in panden. In de Surinaamse cultuur vinden dergelijke aankopen plaats met contant geld aangezien dit efficiënter is. Van belang is dat bij aankoop van panden die op naam van een stichting geregistreerd staan deze registratie vaak niet gewijzigd wordt, om geen overdrachtskosten te betalen. Buitenlanders mogen geen onroerend goed op naam registreren, hetgeen een reden is om met stichtingen te werken. Tot slot stelt de verdachte dat hij met medeverdachte [medeverdachte 7] in de goudsector actief is. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij met zijn activiteiten in de goudhandel ongeveer 70.000 euro per jaar verdiende.
Ter ondersteuning van bovenstaande zijn door de raadsvrouw bij pleidooi de volgende documenten overgelegd:
A1 Uittreksel uit de Basisregistratie personen van de gemeente Almere, gedateerd 27 januari 2014 waaruit blijkt dat [betrokkene 1] op het adres [adres 2] te Almere staat ingeschreven;
A2 Koopovereenkomst gedateerd 22 december 2004, waarbij de verdachte, in de hoedanigheid van voorzitter van stichting ‘[stichting 2]’ optreedt als verkoper van een perceel met een koopsom van € 750.000,--; een brief van de Hakrinbank gedateerd 11 december 2013, met betrekking tot het in genoemde koopovereenkomst vermelde perceel; de eerste pagina van een ongedateerde koopovereenkomst waarbij de verdachte, in de hoedanigheid van voorzitter van stichting ‘[stichting]’ optreedt als verkopende partij;
A3 Een zestal documenten betreffende vastgoedtransacties waarbij de verdachte betrokken is;
A4 Een ongedateerd document met als aanhef ‘current account status’ met daarop de naam van de verdachte. Het document betreft vier pagina’s met tabellen met bedragen;
A5 Testament van mevrouw Phoelli gedateerd 4 december 2000, waarbij zij de vordering op [betrokkene 3] legateert aan haar zoon [verdachte]; een akte ‘crediethypotheek’ van 30 oktober 2001 waaruit blijkt dat mevrouw [betrokkene 2] een vordering heeft op de heer [betrokkene 4] ten waarde van 450.000 USD; een document bevolkingsadministratie terzake mevrouw Phoelli; een handgeschreven document ‘La Recontre’; een pagina uit een document opgemaakt door ‘de landmeter in Suriname’;
A6 Stukken inzake de afwijzing van de aanvraag tot een verblijfsvergunning in Suriname;
A7 Stukken met betrekking tot de naamloze vennootschap ‘[bedrijf 2]’
A8 Uittreksel uit het handelsregister inzake de naamloze vennootschap ‘[bedrijf 3]’;
A9 Een verklaring van het instituut voor reproductie en gynaecologie in de Dominicaanse Republiek waaruit blijkt dat de verdachte deze kliniek op verschillende data heeft bezocht;
B1 Beschikkingen vermindering definitieve aanslag IB-SAS en beschikkingen vermindering definitieve aanslag AOV-SAS over de jaren 2004 tot en met 2010 en diverse ontvangstbewijzen bezwaarschrift en betalingsbewijzen, alle betreffende[medeverdachte 7] en afgegeven door de Inspectie Directie Belastingen Suriname.
De rechtbank overweegt het volgende.
Uit de documenten genoemd onder A1 blijkt slechts dat de verdachte op 27 januari 2014 niet op het genoemde adres staat ingeschreven, hetgeen geen bevreemding wekt, nu de verdachte op die datum gedetineerd was op een ander adres.
Gebleken is dat de verdachte ten tijde van zijn aanhouding in bezit was van een Nederlands paspoort, op 23 september 2010 afgegeven door de Burgemeester van Almere. Nu afgifte van een paspoort door de burgemeester alleen mogelijk is indien men is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, houdt de rechtbank het ervoor dat de verdachte in elk geval in de periode van afgifte van het paspoort als inwoner van de gemeente Almere geregistreerd was. Dit brengt met zich dat de verdachte destijds belastingplichtig was in Nederland. De verdachte heeft echter geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat hij opgave van zijn inkomen uit goudhandel heeft gedaan bij de belastingdienst.
Uit documenten als genoemd onder A2 en A3 kan op geen enkele wijze de vermogens- of inkomenspositie van de verdachte worden opgemaakt, noch kan daaruit blijken dat hij betrokken is bij de goudhandel. Er blijkt slechts dat de verdachte als vertegenwoordiger van diverse stichtingen en als directeur/aandeelhouder van een N.V. betrokken is geweest bij een aantal onroerend goed transacties. Dat deze transacties geld zouden hebben opgeleverd en dat de verdachte hiervan persoonlijk zou hebben geprofiteerd, kan echter niet blijken. Overigens wekt het bevreemding dat in één van deze documenten staat vermeld dat de verdachte houder is van de Surinaamse nationaliteit.
Het document als genoemd onder A4 is volgens het begeleidend schrijven van de raadsvrouw een belastingoverzicht vanaf 2004 tot heden. Uit het document blijkt echter niet door wie of door welke instantie het is afgegeven, noch is duidelijk welke gegevens of informatie het document bevat.
Uit de onder A5 genoemde stukken en de onder A6 en A9 genoemde stukken kan niets blijken over de handel van de verdachte in onroerend goed dan wel goud, noch over zijn vermogenspositie. De stelling dat hij uit de nalatenschap van zijn vader 400.000 USD heeft ontvangen is op geen enkele wijze onderbouwd.
Met betrekking tot de onder A7 genoemde documenten die verband houden met het opzetten van Revelinio Mining N.V. geldt dat in het geheel niet blijkt dat er een verband is tussen deze N.V. en de verdachte.
Het onder A8 genoemde document, een uittreksel uit het handelsregister van de naamloze vennootschap ‘[bedrijf 3]’, geeft aan dat de verdachte directeur is van deze N.V. echter vermeldt tevens dat deze N.V. geen activiteiten ontplooit. Gelet hierop verschaft dit uittreksel geen informatie over de economische activiteiten van de verdachte.
Nu de documenten als genoemd onder B1 niet de verdachte betreffen kunnen deze onbesproken blijven.
Gelet op het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat de verdachte geen documenten heeft overgelegd waarmee hij zijn alternatieve verklaring – dat hij actief was in de handel in goud of onroerend goed – heeft kunnen staven. Zo heeft de verdachte geen stukken uit zijn administratie overgelegd, geen notulen van vergaderingen of jaarstukken van stichtingen of bedrijven, noch correspondentie of facturen waaruit kan blijken dat de verdachte inderdaad inkomsten genoot uit de handel in goud of onroerend goed. Ook heeft de verdachte geen enkele aangifte van inkomens-, vermogens- of vennootschapsbelasting in Suriname of Nederland overgelegd, noch enig ander document waaruit blijkt dat hij legale inkomsten heeft genoten. Dat de verdachte dergelijke stukken niet heeft kunnen overleggen klemt te meer nu uit zijn uitgavenpatroon blijkt dat hij over veel geld beschikte, veel meer dan de 70.000 euro die hij als zijn jaarinkomen heeft genoemd. Zo maakte de verdachte veel vliegreizen – vaak meerdere per maand waarbij hij regelmatig businessclass reisde – , gaf hij grote bedragen uit aan de huur van auto’s, gaf hij veel geld uit aan vriendinnen en spendeerde hij een groot bedrag aan ene Oela. Daarnaast vonden er met regelmaat gesprekken plaats tussen de verdachte en medeverdachten, waarin gesproken werd over grote bedragen. Zo stelde de verdachte in één gesprek: ‘ik heb zeker een 2,5 miljoen waar ik rente op krijg’. Daarbij komt dat de verdachte op het moment van zijn aanhouding 10.000 euro aan contanten bij zich had, verstopt in de voering van een tas. Eerder werd, op 30 januari 2011, bij een controle door de douane al een geldbedrag van 11.500 euro bij de verdachte aangetroffen. Beide keren bestonden deze bedragen voor een groot deel uit, in het reguliere betalingsverkeer zeldzame, coupures van 500,- euro.
Gelet op het bovenstaande kan de alternatieve verklaring van de verdachte dat hij handelde in goud en onroerend goed, niet worden gevolgd en moet tevens worden vastgesteld dat niet duidelijk is hoe de verdachte zijn dure levensstijl financierde.
Cocaïne
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet blijkt dat de tap- en ovc-gesprekken over cocaïne zouden zijn gaan.
De rechtbank verwerpt het verweer.
In het ovc-gesprek van 27 maart 2012, gevoerd in de woning aan het [adres] tussen de [medeverdachte 9] en de verdachte [verdachte], wordt het navolgende besproken:
“P: Weet niet hoever .... daar .... we hebben twee keer 1500 aan die man gegeven
hoor. (letterlijk; naar die man gegooid)
H: Waarom in zee gegooid?
P: Die mannen, ehm toen ze de dingen hadden genomen toen kwam er een andere boot die mannen om naar de smokkelaars te kijken ..... maar die mannen waren gewoon bang .... deze mannen gestopt... waren bang en hebben het toen gegooid ..... heeft veel geld hoor Harry
H: Welke van ze? Palo of die ander?
H: Wiens schuld was het?
P: Die man zn schuld toch.
H: Palo schuld.”
Uit informatie van de autoriteiten van Kaapverdië is gebleken dat er op 2 juli 2011 pakketten met cocaïne drijvend voor de kust zijn aangetroffen en dat er op 8 oktober 2012 1500 kilo cocaïne is aangetroffen in een door [medeverdachte 14] gehuurde locatie. Deze informatie komt overeen met de inhoud van het gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 9], die klaarblijkelijk over cocaïne spraken.
In het ovc-gesprek van 30 april 2010, gevoerd in de woning aan het Joost Banckersplantsoen te Amsterdam, wordt tussen de verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1], het volgende besproken:
“Rico: maar… (ntv)…. Chinees…. chinees....
Piet: …in de krant van eergisteren…. (ntv)….
Rico: ….ik heb de krant niet gelezen….
Piet: … zei tegen die man dat we een lekkers zouden krijgen maar dat het niet is gekomen, de handel is gevallen…. (ntv)…. bijna 400….
Rico: …. oke…. hmm….
Piet: …. komt van Suriname naar Hong Kong van Hong Kong weer terug en ik zou het vanuit Suriname klaren maar dat klote ding is verkeerd gegaan…. gekloot weer om te gaan regelen....
Rico: …. die man…. verder….
Piet: …. hmm…. gezonken…. ik had erop gerekend….”
Blijkens een internetbericht van de Huffington Post van 27 april 2010 en een internetbericht op www.drugs-forum.com van 28 april 2010 is een partij van 372 kilo cocaïne abusievelijk in Hong Kong aangekomen. Deze berichten worden ondersteund door informatie verkregen van de autoriteiten van Hong Kong, waaruit tevens blijkt dat de in Fanling aantroffen substantie positief getest is op cocaïne.
Nu de verdachte [verdachte] hier spreekt over de krant van eergisteren, te weten 28 april, ‘bijna 400’, ‘handel is gevallen’, ‘Hong Kong’ en ‘dat klote ding is verkeerd gegaan’ houdt de rechtbank het ervoor dat de verdachte hier doelt op 372 kilo cocaïne die in Hong Kong is aangetroffen.
Dit wordt nog eens bevestigd door het gesprek dat hij op 16 juni 2010 in de woning aan het Joost Banckersplantsoen voert met [medeverdachte 9], waarin het volgende wordt besproken:
“Haroun: Chinees tori
Piet: Hij klaagt vreselijk, zeg ik je
Haroun: die Chinees
Piet: tuurlijk
Haroun: ik heb nu een andere man
Piet: maar wat is er met Chinees gebeurd? Was het stelen?
Haroun: (praat heel zacht ntv) die man zei tegen ons dat, als ik er binnen een half uur niet ben dat de politie gebeld moest worden. Toen is hij precies naar de plek gegaan waar de handel lag in een dorp in een woning alles was daar dan toen eh de politie
Piet: Heeft de taxi chauffeur de politie gebeld?
Haroun: Toen de politie ter plaatse kwam dan die mannen kwamen naar heel de woning kijken. Je ziet de handel die we verpakt hebben alles op de foto alles stond op een tafel een grote tafel, 300 zoveel liter. Toen hebben die mannen een hele zoeking gedaan. Het was met glas uit het glas en alles.”
De drugs werden in Hong Kong in een woning aangetroffen tijdens een onderzoek dat werd ingesteld naar de melding van vermissing van een persoon, genaamd [betrokkene 5]. Diens echtgenote heeft ten overstaan van de politie van Hongkong verklaard dat haar echtgenoot haar, op het moment dat zij hem voor het laatst zag, instrueerde de politie te waarschuwen als hij die avond niet thuis zou komen. Dit komt ook terug in het OVC gesprek. Daarbij wordt ook gesproken over een foto waarop de hele handel verpakt te zien is: ‘300 zoveel liter’. Bij één van de internetberichten over de drugsvangst in Hongkong is een foto te zien waarop de verpakte drugs liggen uitgestald. Uit dit alles leidt de rechtbank af dat ook het gesprek van 16 juni 2010 handelde over de in Hongkong aangetroffen cocaïne.
Tijdens een ovc-gesprek van 13 november 2010 hebben de verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] het over de carrière van [verdachte], die volgens [verdachte] aanving met ‘dope dingen’. [verdachte] vertelt ‘die mannen hebben mij een tas gegeven om te sjouwen…naar Holland’ waarna hij zegt dat hij vervolgens drie maanden heeft vastgezeten. Vervolgens zegt [verdachte] dat hij een man uit Holland heeft laten zien ‘dat je op zo een manier de handel naar Nederland kan brengen’.
Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte [verdachte], aan het [adres] te Amsterdam, is een briefje aangetroffen met daarop teksten die in verband kunnen worden gebracht met de smokkel van cocaïne. Op het briefje staan namen vermeld die overeenkomen met namen van containerschepen en afkortingen die lijken te refereren aan bedrijven die actief zijn in de scheepvaart. Daarnaast staan termen vermeld die duiden op terminals en kaainummers in de haven van Antwerpen en bevat het briefje teksten als ‘er kan niemand mee naar binnen’ en ‘droog’.
Daarnaast is in de woning van de verdachte [verdachte] aan de [adres 3] te Paramaribo een document aangetroffen met teksten als ‘Alle KLM kunnen wij doen. Beneden verstop plek in belade ruimten hangar…save proef maakt niet uit hoeveel’; ‘verstopplaatsen moeten jullie zelf uitzoeken 10 minj max 89 in vloer van de cont’ en ‘achter de deur tassen koel + droog contaners hebben we ook een team binnen werken’.
Deze stukken, bezien in samenhang met voormelde tapgesprekken, kunnen niet anders dan betrekking hebben op het transport en de invoer van lijst 1 middelen – in het bijzonder cocaïne – zulks temeer nu de verdachte [verdachte] geen enkele verklaring heeft kunnen geven voor het aantreffen en de inhoud van deze stukken in een tweetal door hem bewoonde woningen.
Wat betreft overige gesprekken waar sprake is van versluierd taalgebruik er voor moet worden gehouden dat steeds over opbrengsten van cocaïne wordt gesproken met name als over ‘groenten’ wordt gesproken. Hetgeen tevens door de verklaring d.d. 8 juni 2012 van medeverdachte [medeverdachte 1] dat met ‘groenten’ geld werd bedoeld en dat hij ([medeverdachte 1]) wist dat medeverdachte [verdachte] in de drugs zat, wordt ondersteund.
Interpretatie en context van audiomateriaal en observaties
De raadsvrouw heeft bepleit dat het dossier kennelijk moet teren op de macht der suggestie aan de hand van audiomateriaal en observaties die van de juiste context zijn ontdaan.
De rechtbank overweegt hieromtrent dat het aan de verdediging is om in de desbetreffende gevallen contexten uit te leggen en dat zij bij de beoordeling van het dossier geen acht slaat op niet of onvoldoende onderbouwde interpretaties van anderen.
NIET GEHOORDE GETUIGEN
Namens de verdachte heeft de raadsvrouw volhard in het verzoek tot het horen van de getuigen [medeverdachte 14], [medeverdachte 17] en [medeverdachte 15] en voorts tot het horen van de in het onderhavige onderzoek betrokken tolken die verantwoordelijk zijn voor de audiovertalingen, de verbalisanten die verantwoordelijk zijn voor de weergave en de selectie van de audiobestanden en voorts de getuigen [medeverdachte 20], [medeverdachte 16], [medeverdachte 18], [medeverdachte 19] en alle andere personen van wie de officier van justitie meent dat zij deel uitmaken van de vermeende criminele organisatie.
De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.
[medeverdachte 14]: Gelet op de berichtgeving van de van de rechter-commissaris, zoals verwoord in het door haar opgemaakte proces-verbaal van 21 februari 2013, hetgeen kort weergegeven inhoud dat het, ondanks herhaaldelijke verzoeken daartoe aan de Kaapverdische autoriteiten in de periode van 5 maart 2013 tot en met 31 januari 2014, niet gelukt is te komen tot het horen van deze getuige, moet de rechtbank er thans van uitgaan dat deze getuige niet binnen afzienbare termijn kan worden gehoord. Het verzoek tot het horen van de getuige [medeverdachte 14] wordt om die reden dan ook afgewezen.
[medeverdachte 17] en [medeverdachte 15]: Ook het verzoek tot het horen van deze getuigen wordt afgewezen. Deze getuigen hebben om uiteenlopende redenen geweigerd (aanvullend) te verklaren, waarbij [medeverdachte 15] heeft geweigerd te antwoorden opvragen van het Openbaar Ministerie, maar vragen van de verdediging wel heeft beantwoord, een enkele uitzondering daargelaten. Echter, de bewezenverklaring van de onderhavige feiten stoelt niet, dan wel niet uitsluitend op de verklaringen van deze getuigen, zodat om deze reden geen compensatiemogelijkheden behoeven te worden aangewend.
Overige getuigen: Reeds ter terechtzitting van 20 januari 2014 heeft de rechtbank afwijzend beslist op het verzoek tot het horen van desbetreffende overige getuigen. Bij pleidooi zijn door de verdediging geen nieuwe argumenten aangevoerd die aanleiding vormen voor de rechtbank zich wederom omtrent dit deel van het verzoek te beraden.
Het verzoek tot het horen van de getuigen [medeverdachte 16], [medeverdachte 18] en alle andere personen van wie de officier van justitie meent dat zij deel uitmaken van de vermeende criminele organisatie, is onvoldoende onderbouwd dan wel dermate algemeen gesteld, zodat het verzoek reeds daarom wordt afgewezen.
STRAFBAARHEID FEITEN(maak een keuze)
De bewezen feiten leveren op:(maak een keuze)(maak een keuze)
1.
medeplegen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen.
2.
deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid, van de Opiumwet.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten (maak een keuze)uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.
STRAFBAARHEID VERDACHTE
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
STRAFMOTIVERING (maak een keuze)
De straf (maak een keuze)die aan de verdachte wordt (maak een keuze)opgelegd, is (maak een keuze)gegrond op de ernst van (maak een keuze)de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden (passage gebruiken bij oplegging van geldboetes cf. art 24sr)van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft deel uitgemaakt van een criminele organisatie. De verdachte heeft zich binnen die organisatie met name bezig gehouden met het al dan niet feitelijk voorbereiden van vervoer en handel in verdovende middelen van lijst I van de Opiumwet. De verdachte heeft zich gemanifesteerd als een van de initiatiefnemers binnen deze organisatie.
Criminele organisaties ondermijnen de rechtsorde, veroorzaken maatschappelijke onrust en berokkenen de maatschappij financieel nadeel.
De verdachte heeft zich voorts samen met anderen schuldig gemaakt aan het afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een grote partij cocaïne, te weten vijftienhonderd kilogram, in Kaapverdië. Ook heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan
voorbereidingshandelingen ten behoeve van een hoeveelheid van ongeveer zes kilogram cocaïne vanuit Jamaica.
Dit zijn ernstige feiten die bijdragen aan de verspreiding en het gebruik van harddrugs. Het op de markt brengen van harddrugs vormt een ernstige bedreiging van de volksgezondheid en bevordert de toename van vermogensdelicten. Het is algemeen bekend dat gebruikers van verdovende middelen veelvuldig strafbare feiten plegen om aan geld voor drugs te komen. Dit is maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat dit soort feiten veel geld oplevert aan alle personen die zitten in de lijn van de invoer tot aan de uiteindelijke verkoop aan de gebruiker.
Op dergelijke feiten (maak een keuze)kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van (maak een keuze:<1 mnd=korte duur, 1-6 mnd=beperkte duur, 6-12 mnd=enige duur, 1-3 jr=geruime duur,>3 jr=aanzienlijke duur)aanzienlijke duur.
(gebruiken bij een blanco strafblad)Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 april 2012 niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Gelet op de partiële vrijspraken, zoals hiervoor overwogen, zal aan de verdachte een gevangenisstraf worden opgelegd van kortere duur dan door de officier van justitie geëist.
Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.
IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN
De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen horloge Audemars Piquet Royal Oak terug te geven aan de verdachte. (vul verbeurd te verklaren goederen in)
Ten aanzien van dit (maak een keuze)in beslag genomen voorwerp(vul de terug te geven goederen in) zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.
TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
Gelet is op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 10, 10a en 11a van de Opiumwet.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart de dagvaarding geldig;
verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging(feit invullen;
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2(vul feiten in) ten laste gelegde feit(maak een keuze)en, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (maak een keuze)daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feit(maak een keuze)en;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren(vul getal in cijfers in);
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
beslist ten aanzien van het voorwerp, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan verdachte van het horloge Audemars Piquet Royal Oak. (vul goederen in)
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van der Groen(vul naam in zonder voorletters), voorzitter,
en mrs. D.C.J. Peeck(vul naam in zonder voorletters) en S.M. den Hollander(vul naam in zonder voorletters), rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Snoeren en R. Meulendijk(vul naam in zonder voorletters), griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 maart 2014(vul datum in).
Bijlage I bij vonnis van 28 maart 2014.
TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Feit 1
hij
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 3 april 2012 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, en/of Colon, althans Panama, en/of Trinidad en Tobago, en/of Hong Kong, althans in China, en/of Peru, en/of Bogota, althans in Colombia, en/of Saramacca en/of Paramaribo, althans in Suriname, en/of Brits-Guyana, en/of Maroa, althans Venezuela, en/of Mexico, en/of Praia, althans in Kaap-Verdië, en/of Montego Bay, althans in Jamaica, en/of Punta Cana, althans in de Dominicaanse Republiek, en/of Antwerpen, althans in België, en/of Vigo en/of Barcelona, althans in Spanje,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne),
te weten:
-
het verstrekken en/of vervoeren van ongeveer 400 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Colon, althans Panama (via het terrein van het bedrijf Europe Container Terminals, althans het Rotterdamse havengebied) in de periode van 1 maart 2009 tot en met 3 april 2012 (ZD Brinnie) en/of
-
het vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van ongeveer 1017 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Trinidad en Tobago en/of Paramaribo, althans Suriname (via het bedrijf VAT Logistics per boot in een container met als deklading King George Whiskey) in de periode van 22 december 2009 tot en met 4 januari 2010 (ZD Action) en/of
-
het vervoeren en/of afleveren van een hoeveelheid van ongeveer 372 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Hong Kong, althans China (in “Tai Po Tin Village” in Ping Che) in de periode van 26 januari 2010 tot en met 30 april 2010 (ZD Kikai) en/of
-
het verwerken en/of vervoeren en/of afleveren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Peru en/of Bogota, althans Colombia en/of Saramacca, althans Suriname (via een boot met containers via Brits-Guyana en/of Maroa, althans Venezuela en/of via de luchtvaart) in de periode van 27 mei 2010 tot en met 3 april 2012 (ZD Fabriek) en/of
-
het verwerken en/of vervoeren en/of afleveren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Mexico (per boot) in de periode van 26 augustus 2010 tot en met 14 oktober 2010 (ZD Mexico) en/of
-
het afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van ongeveer 1500 kilogram plus 1500 kilogram cocaïne, in elk geval een of meer hoeveelheden cocaïne, vanuit Praia, althans Kaap-Verdië (in een of meer go-fast bo(o)t(en)) in de periode van 13 november 2010 tot en met 8 oktober 2011 (ZD Hooke) en/of
-
het afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van ongeveer zes kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Montego Bay, althans Jamaica, en/of Punta Cana, althans de Dominicaanse Republiek (via een luchtvaartmaatschappij(en), Jetair en/of ArkeFly, in een ‘vriesvak en/of koffer, althans in een geheime bergplaats) in de periode van 25 november 2011 tot en met 3 april 2012 (ZD Jamaica) en/of
-
afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Vigo en/of Barcelona, althans Spanje (in een container/via een of meer bo(o)ten en/of vervolgens vervoerd naar een huis met garage) in de periode van 1 februari 2012 tot en met 3 april 2012 (ZD Celta)
voor te bereiden en/of te bevorderen,
-
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
-
zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen, en/of
-
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk:
-
één of meer telefoongesprek(ken) gevoerd (in versluierd taalgebruik) met betrekking tot het invoeren en/of uitvoeren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
één of meer ping/smsbericht(en) verstuurd en/of ontvangen met betrekking tot het invoeren en/of uitvoeren en /of verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
met één of meer perso(o)n(en) contact opgenomen en/of ontmoeting(en) gehad met betrekking tot het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
een of meer geldbedrag(en) overgemaakt en/of geleend en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of vervoerd ten behoeve van het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
(meermalen) één of meer codewoorden bedacht en/of gebruikt voor de communicatie met medeverdachten met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
- een of meer blackberries en/of sim-kaarten aangeschaft/laten aanschaffen ten behoeve van de communicatie met medeverdachten en/of andere onbekend gebleven personen en/of
-
vluchtschema’s van diverse luchtvaartmaatschappijen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met (heimelijke) bergplaatsen in vaar- en vliegtuigen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met de werkwijze voor het uithalen van de cocaïne uit vaar- en vliegtuigen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met schema’s van vaarroutes voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met namen van (container)schepen en/of rederijen en/of kadenummers in de haven (van Antwerpen) voorhanden gehad en/of
-
een of meer (taxi)ritten via medeverdachte [medeverdachte 1] (laten) maken/gemaakt met een of meer potentiële afnemer(s) van cocaïne;
-
een of meer reisbeweging(en) gemaakt/laten maken naar onder meer Spanje en/of Panama en/of België en/of Trinidad & Tobago en/of Kaap-Verdië en/of Suriname en/of Colombia en/of Venezuela en/of Brazilië en/of Jamaica en/of Dominicaanse Republiek en/of Mexico en/of Cuba en/of Equador en/of Nederlandse Antillen en/of China met betrekking tot het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne), dan wel het maken van afspraken hierover;
(artikel 10a jo artikel 2 jo artikel 10 van de Opiumwet)
Feit 2
hij
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 en met 3 april 2012 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, en/of Nederlandse Antillen en/of Trinidad en Tobago, en/of Hong Kong, althans in China, en/of Peru en/of Bogota, althans in Colombia en/of Saramacca en/of Paramaribo, althans in Suriname, en/of Brazilië en/of Mexico, en/of Praia, althans in Kaap-Verdië, en/of Montego Bay, althans in Jamaica, en/of Punta Cana, althans in de Dominicaanse Republiek, en/of Antwerpen, althans in België, en/of Vigo en/of Barcelona, althans in Spanje;
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe hij, verdachte en/of zijn mededader(s), te weten [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of[medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer andere personen behoorden, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als omschreven in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, 10a eerste lid van de Opiumwet, te weten
-
het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I en/of
-
het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, (telkens) zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
* zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
* een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
* voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en);
(ZD Action, ZD Brinnie, ZD Celta, ZD Coupure, ZD Fabriek, ZD Hooke, ZD Jamaica, ZD Kikai, ZD Mexico, ZD Picasso, ZD Taxi)
(artikel 11A van de Opiumwet)