Strafrecht overig
Jeugdstrafrecht – Vrijspraak: De rechtbank stelt vast dat, anders dan de officier van justitie stelt, uit het…
Rechtbank Rotterdam, 24 mei 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:5869 · Rechtbank Rotterdam · 24 mei 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2018-5869
Zaakgegevens
Op 24 mei 2018 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 24 mei 2018
- Datum publicatie
- 19 juli 2018
- Zaaknummer
- 10/692106-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2018:5869
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdstrafrecht – Vrijspraak: De rechtbank stelt vast dat, anders dan de officier van justitie stelt, uit het dossier niet volgt dat de verdachte is herkend als één van de daders. Overige bewijsmiddelen waaruit het bewijs van het subsidiair tenlastegelegde zou moeten blijken, ontbreken.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/692106-17
Datum uitspraak: 24 mei 2018
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2001,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsvrouw: mr. N. Aydogan-Kütük, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 24 mei 2018.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:
-
vrijspraak van het primair ten laste gelegde;
-
bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde;
-
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie, waarvan 30 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
4 Waardering van het bewijs
Vrijspraak
Het primair ten laste gelegde
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering wordt vrijgesproken.
Het subsidiair ten laste gelegde
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit. Hij heeft zich gebaseerd op de verklaringen van [naam getuige 1] , [naam getuige 2] en [naam getuige 3] , die de verdachte zouden hebben herkend als één van de daders.
De verdediging heeft verzocht de verdachte ook van het subsidiair ten laste gelegde vrij te spreken, omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
De rechtbank stelt vast dat, anders dan de officier van justitie stelt, uit het dossier niet volgt dat de verdachte door [naam getuige 2] en [naam getuige 3] is herkend als één van de daders. In de kern is het bewijs slechts gebaseerd op hetgeen aangever [naam slachtoffer] verklaard heeft en dan met name zijn herkenning van de verdachte, die het resultaat is van eigen speurwerk op facebook: hij heeft een foto gezien van de verdachte met daarop de medeverdachte [naam medeverdachte] die hij overigens zelf wel kende. Ook is er dan nog de verklaring van dezelfde aangever dat hij van ene [naam 1] heeft gehoord dat één van de daders [naam 2] zou heten. Uit het dossier blijkt echter op geen enkele manier wie [naam 1] is en wat zijn redenen van wetenschap zijn. Overige bewijsmiddelen waaruit het bewijs van het subsidiair tenlastegelegde zou moeten blijken, ontbreken. In die omstandigheden ontbreekt bij de rechtbank de overtuiging dat de verdachte het subsidiaire feit heeft gepleegd.
Conclusie
Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , wonende te Rotterdam, ter zake van het tenlastegelegde feit.
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 150,00 aan materiële schade en een bedrag van € 1.500,00 euro aan immateriële schade met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Beoordeling
De benadeelde partij wordt in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.
Conclusie
De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij.
6 Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
7 Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.J. Stalenberg, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. F. Aukema-Hartog en E. Huls, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Loef, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 mei 2018.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 1 december 2016 te Rotterdam op of aan de openbare weg, de Molenwei,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele
telefoon en/of een schoolpas en/of een of meer sleutel(s) en/of oordopjes,
geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander
of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
en/of
door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon en/of een schoolpas en/of een of meer sleutel(s) en/of oordopjes, geheel of ten dele toebehorende aan die [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:
- ( met kracht) meetrekken/meesleuren van die [naam slachtoffer] , en/of
- omsingelen van die [naam slachtoffer] , en/of
- slaan en/of stompen in het gezicht, althans op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer] , en/of
- laten vallen/ten val brengen van die [naam slachtoffer] , en/of
- ( vervolgens) schoppen/trappen van die (op de grond liggende) [naam slachtoffer] , en/of
- toevoegen aan die [naam slachtoffer] van de woorden: "Geef je geld, geef me je telefoon" en/of "Haal je zakken leeg", althans woorden van gelijke aard of strekking.
Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 1 december 2016 te Rotterdam, op of aan de openbare weg, de Molenwei,
openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer] , welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, (telkens):
- ( met kracht) meetrekken/meesleuren, en/of
- slaan en/of stompen in het gezicht, in ieder geval op/tegen het hoofd, en/of
- schoppen en/of trappen tegen (een)(de) knie(ën) en/of (een)(de) be(e)n(en), en/of
- op de grond gooien/laten vallen/ten val brengen, en/of
- schoppen en/of trappen tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam (terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag).