Strafrecht overig
vrijspraak van artikel 26 lid 1 Wet Wapens en Munitie en artikel 2 onder B en C Opiumwet.
Rechtbank Rotterdam, 1 november 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:10937 · Rechtbank Rotterdam · 1 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2019-10937
Zaakgegevens
Op 1 november 2019 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 1 november 2019
- Datum publicatie
- 10 september 2021
- Zaaknummer
- 10/173060-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2019:10937
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vrijspraak van artikel 26 lid 1 Wet Wapens en Munitie en artikel 2 onder B en C Opiumwet.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10/173060-19
Datum uitspraak: 1 november 2019
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,
raadsman mr. R. Bonis, advocaat te Dordrecht.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 november 2019.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. L. Visser heeft gevorderd:
- vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.
4. Waardering van het bewijs
Vrijspraak
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat in de (betrekkelijk kleine) woning van de verdachte een grote hoeveelheid verdovende middelen, twee stroomstootwapens en een pistoolmitrailleur zijn aangetroffen. In een dergelijk geval valt er voor een verdachte wel wat uit te leggen en het is dan op zich ook niet verwonderlijk dat op basis van het dossier door de rechter-commissaris en de raadkamer ernstige bezwaren zijn aangenomen dat verdachte bij de tenlastgelegde feiten betrokken is geweest, maar met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat de verdachte wetenschap droeg van de aanwezigheid van de aangetroffen verdovende middelen en wapens in haar woning, noch dat zij daar beschikkingsmacht over had. Daarom moet zij worden vrijgesproken van hetgeen haar is ten laste gelegd.
5. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
6. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.H.J. Stemker Köster, voorzitter,
en mrs. F. Wegman en E.E. de Feijter, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.D.B. Reuter, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 november 2019.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
zij op of omstreeks 18 juli 2019 te Hardinxveld-Giessendam, tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 2º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, geschikt om automatisch te vuren, te weten een pistoolmitrailleur, van het merk/type Arma Mini Ero, kaliber 9mm en/of munitie in de zin van artikel 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 7, bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad;
2.
zij op of omstreeks 18 juli 2019 te Hardinxveld-Giessendam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
(ongeveer) 934,6 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende amfetamine,en/of
(ongeveer) 1404,4 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende MDMA, en/of
(ongeveer) 470 tabletten, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende oxycodon, en/of
(ongeveer) 15 milliliter, in elk geval (een) hoeveelheid van een materiaal bevattende hennepolie, en/of
(ongeveer) 36,5 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende GHB,
zijnde amfetamine, MDMA, oxycodon, hennepolie en/of GHB (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
zij op of omstreeks 18 juli 2019 te Hardinxveld-Giessendam tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, twee, althans een wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten twee, althans een stroomstootwapen(s) zijnde (een) voorwerp(en) waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad.