Strafrecht overig
Voorhanden hebben 42 kg cocaïne in woning. Vrijspraak medeplegen. Gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren.
Rechtbank Rotterdam, 9 juni 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:5766 · Rechtbank Rotterdam · 9 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2021-5766
Zaakgegevens
Op 9 juni 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 9 juni 2021
- Datum publicatie
- 22 juni 2021
- Zaaknummer
- 10/750518-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:5766
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorhanden hebben 42 kg cocaïne in woning. Vrijspraak medeplegen. Gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/750518-20
Datum uitspraak: 9 juni 2021
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting Ter Apel,
raadsman mr. J.M.J.H. Coumans, advocaat te Amsterdam.
Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 mei 2021.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. I. Hoek heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
-
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 6 maanden met aftrek van voorarrest.
Bewijs
Bewezenverklaring en bewijsmotivering
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 18 november 2020 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 42 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij Opiumwet behorende lijst I.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
In de slaapkamer van de verdachte in de woning waarin hij verbleef is een koffer met daarin 42 kilogram cocaïne aangetroffen die hij daar bewaarde. Cocaïne is niet alleen schadelijk voor de volksgezondheid, maar werkt ook verslavend met alle gevolgen van dien voor de maatschappij. Bovendien vindt een groot deel van de criminaliteit direct of indirect zijn oorsprong in het gebruik van en de handel in (hard)drugs. Tegen het voorhanden hebben van deze middelen dient dan ook te worden opgetreden.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 april 2021, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is vervolgd voor strafbare feiten.
Conclusies van de rechtbank
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken te worden opgelegd. Het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid cocaïne rechtvaardigt in zijn algemeenheid een (lange) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit het dossier en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting blijkt dat de verdachte een ondersteunende rol heeft gehad en de cocaïne ‘slechts’ in bewaring had voor een ander. Daarnaast weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen voor strafbare feiten. De rechtbank zal dan ook een lagere gevangenisstraf dan geïst opleggen, te weten voor de duur van 2 jaren.
In beslag genomen voorwerpen
Beoordeling
De volgende voorwerpen zijn in beslag genomen:
-
€ 2.000,- contact geld;
-
een koffer;
-
vijf pgp-telefoons;
-
een ordner met documenten.
De inbeslaggenomen koffer en de vijf (pgp-)telefoons zullen verbeurd worden verklaard. Het bewezen verklaarde feit is met behulp van deze voorwerpen begaan.
Ten aanzien van het inbeslaggenomen geld en de ordner met documenten zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd: de koffer en de vijf pgp-telefoons;
- gelast de teruggave aan verdachte van: € 2.000 contact geld en de ordner met documenten.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. A. Bonder en M.J.C. Spoormaker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juni 2021.
De voorzitter en oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 18 november 2020 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 42 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij Opiumwet behorende lijst I.