Strafrecht overig

Minimega Tripoli. Integrale vrijspraak inzake (medeplegen van) wederrechtelijke vrijheidsberoving…

Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2022

Zaakgegevens

Op 15 juli 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
15 juli 2022
Datum publicatie
8 augustus 2022
Zaaknummer
10/039497-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:6575
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Minimega Tripoli. Integrale vrijspraak inzake (medeplegen van) wederrechtelijke vrijheidsberoving, (medeplegen van) bedreiging, (medeplegen van) mishandeling en diefstal in vereniging uit een woning door middel van een valse sleutel. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/039497-21

Datum uitspraak: 15 juli 2022

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] ,

gemachtigd raadsman R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem,

namens mr. S. Urcun, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 20 juni 2022 en 15 juli 2022.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.P.L. van Loon heeft gevorderd:

- vrijspraak van het onder 1 (primair, subsidiair en meer subsidiair), 2, 3 en 4 ten laste gelegde.

4. Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder de feiten 1 (primair, subsidiair en meer subsidiair), 2, 3 en 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5. Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] ter zake van de ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 15.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.1.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten worden begroot op nihil.

5.2.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

6. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 (primair, subsidiair en meer subsidiair), 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Deze beslissing is genomen door mr. L. Feraaune, voorzitter,

en mrs. M.J.M. van Beckhoven en L. Stevens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2020 tot en met 27 november 2020,

te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 2] en/of [plaatsnaam 3], althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [naam slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft

beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten [naam 1]

en/of [naam 2] (moeder van [naam slachtoffer] ) en/of -andere- familieleden

van [naam slachtoffer] , althans een of meer anderen,

te dwingen iets te doen of niet te doen,

hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

- die [naam slachtoffer] met geweld in een auto heeft/hebben getrokken en/of geduwd,

en/of

- die [naam slachtoffer] (vervolgens) heeft/hebben vastgehouden in één of meerdere

woning(-en)/pand(-en) te [plaatsnaam 3], en/of

- een geldbedrag van 66.000 euro, althans een groot geldbedrag, en/of goederen van

waarde en/of een hoeveelheid cocaïne, althans harddrugs, heeft/hebben geëist

en/of

- ( daarbij, om die eis kracht bij te zetten) heeft/hebben gezegd/gemeld dat die [naam slachtoffer]

vermoord zou worden en/of met heroïne ingespoten zou worden indien

dat geldbedrag niet zou worden overhandigd aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

(art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2020 tot en met 27 november 2020,

te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 2] en/of [plaatsnaam 3], althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [naam slachtoffer] , wederrechtelijk van de vrijheid

heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en),

te weten [naam 1] en/of [naam 2] (moeder van [naam slachtoffer] ) en/of -andere-

familieleden van [naam slachtoffer] , althans een of meer anderen, te dwingen iets te doen

of niet te doen,

hierin bestaande dat die [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of hun/zijn mededader(s)

- die [naam slachtoffer] met geweld in een auto heeft/hebben getrokken en/of geduwd,

en/of

- ( vervolgens) heeft/hebben vastgehouden in één of meerdere

woning(-en)/pand(-en) te [plaatsnaam 3], en/of

- een geldbedrag van 66.000 euro, althans een groot geldbedrag, en/of goederen van

waarde en/of een hoeveelheid cocaïne, althans harddrugs heeft/hebben geëist,

en/of

- ( daarbij, om die eis kracht bij te zetten) heeft/hebben gezegd/gemeld dat die [naam slachtoffer]

vermoord zou worden en/of met heroïne ingespoten zou worden indien

dat geldbedrag niet zou worden overhandigd aan die [naam medeverdachte 1] en/of die [naam medeverdachte 2]

en/of hun/zijn mededader(s),

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van

26 november 2020 tot en met 27 november 2020, te [plaatsnaam 1]

en/of [plaatsnaam 2] en/of [plaatsnaam 3], althans in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door (onder meer)

- naar het adres van de vriendin van die [naam slachtoffer] ( [naam 1] ) te rijden, en/of

- de woonomgeving van die [naam 1] te verkennen en/of te onderzoeken, en/of

- de woning van die [naam 1] te doorzoeken op waardevolle goederen en/of de

gestolen cocaïne/harddrugs;

(art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2020 tot en met 27 november 2020,

te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 2] en/of [plaatsnaam 3], althans

in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam slachtoffer]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk

- die [naam slachtoffer] wederrechtelijk met geweld in een auto heeft/hebben getrokken

en/of geduwd, en/of

- die [naam slachtoffer] (vervolgens) heeft/hebben vastgehouden in één of meerdere

woning(-en)/pand(-en) te [plaatsnaam 3];

(art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2020 tot en met 27 november 2020,

te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 2] en/of [plaatsnaam 3], althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware

mishandeling, door

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [naam slachtoffer]

te tonen en/of in de mond te stoppen en/of te richten, en/of

- ( daarbij) die [naam slachtoffer] de woorden toe te voegen: "stap in anders schiet ik een kogel

in je been”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- een spuit met heroïne te vullen en te dreigen dit bij die [naam slachtoffer] in te spuiten, en/of

- ( daarbij) die [naam slachtoffer] de woorden toe te voegen: “Je gaat mijn junk worden en ik ga

je twee keer plat spuiten zodat je er nooit meer van af kunt komen”, althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

3

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2020 tot en met 27 november 2020,

te [plaatsnaam 1] en/of [plaatsnaam 2] en/of [plaatsnaam 3],

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[naam slachtoffer] heeft mishandeld door hem

- meermalen, althans eenmaal, op/tegen de neus en/of gezicht, althans het

lichaam, heeft geslagen en/of gestoten, en/of

- meermalen, althans eenmaal, op/tegen de neus en/of gezicht, althans het

lichaam, heeft geslagen en/of gestoten met stokken en/of flessen en/of vuurwapens

en/of krukken,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

4

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2020 tot en met 27 november 2020,

te [plaatsnaam 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan

de [adres] , aldaar heeft weggenomen een autosleutel met een

kentekenbewijs op naam van [naam slachtoffer] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of diens mededader(s),

waarbij verdachte en/of diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen voornoemde

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse

sleutel, te weten de sleutel die verdachte en/of zijn mededader(s) onder dreiging

met geweld van [naam slachtoffer] hebben ontvangen;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2

ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht)