Strafrecht overig

Rechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Rotterdam, 18 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 18 oktober 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
18 oktober 2022
Datum publicatie
20 oktober 2022
Zaaknummer
10-274025-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:8681
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummers: 10.274025.21

Datum uitspraak: 18 oktober 2022

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland,

uit anderen hoofde gedetineerd in de PI Rotterdam, [detentieadres],

raadsman mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 4 oktober 2022.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de

verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Daum, voorzitter,

en mrs. D.C.J. Peeck en A. Anakhrouch, rechters,

in tegenwoordigheid van C.A. van den Houwen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 18 oktober 2022.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 7 oktober 2021 te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (meermalen) met een vuurwapen in de richting van die [naam slachtoffer] heeft geschoten, waardoor die [naam slachtoffer] een schotwond in zijn been heeft opgelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;