Strafrecht overig

Vrijspraak voorhanden hebben vuurwapen en munitie. Ten laste gelegde periode niet bewezen.

Rechtbank Rotterdam, 21 juni 2023

Zaakgegevens

Op 21 juni 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
21 juni 2023
Datum publicatie
14 augustus 2023
Zaaknummer
10-081130-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:7186
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak voorhanden hebben vuurwapen en munitie. Ten laste gelegde periode niet bewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10-081130-23

Datum uitspraak: 21 juni 2023

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte01],

geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres01],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd

in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres01],

raadsman mr. C.J.M. den Blanken, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 juni 2023.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N. Aandewiel heeft gevorderd:

  • vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde;

  • bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde, met uitzondering van medeplegen;

  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

Feit 2

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Feit 1

De verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij het in de tenlastelegging omschreven wapen voorhanden heeft gehad, maar nu hij verklaart dat dit voorafgaand aan de ten laste gelegde periode heeft plaatsgevonden en het dossier verder geen aanknopingspunten bevat om te komen tot een bewezenverklaring van ‘omstreeks’ de ten laste gelegde periode, dient de verdachte ook van feit 1 vrijgesproken te worden.

5. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.V. Scheffers, voorzitter,

mr. C.J.L. van Dam en mr. S.K. Lanning-Stein, rechters,

in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2019 tot en met 28 december 2022 te

Spijkenisse, gemeente Nissewaard

alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens

en munitie,

te weten

een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een

pistool van het merk Zastava M 70 kaliber 7.65 mm

voorhanden heeft gehad;

2

hij in of omstreeks 14 juni 2019 tot en met 28 december 2022 te Spijkenisse,

gemeente Nissewaard

munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten

munitie als bedoeld in

art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III te weten

een hagelpatroon, merk Rottweil, kaliber 12 Gauge,

voorhanden heeft gehad.