Strafrecht overig
Tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de ISD-maatregel. Afwijzen verzoek tot…
Rechtbank Rotterdam, 29 januari 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:2163 · Rechtbank Rotterdam · 29 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2024-2163
Zaakgegevens
Op 29 januari 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 29 januari 2024
- Datum publicatie
- 19 maart 2024
- Zaaknummer
- 10/078940-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:2163
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de ISD-maatregel. Afwijzen verzoek tot beëindiging ISD-maatregel.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/078940-22
Datum uitspraak: 29 januari 2024
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1980,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI01] , locatie [detentielocatie01] ,
raadsman mr. M.R. de Kok, advocaat te Rotterdam.
1 Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 11 juli 2022 is aan de veroordeelde opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.
2 Procesverloop
Op 12 december 2023 is op de griffie van de rechtbank ingekomen het verzoek van de veroordeelde om een tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel als bedoeld in artikel 6:6:14, eerste lid, Sv.
Op 23 januari 2024 hebben de directeur en de casemanager van de inrichting waar de veroordeelde verblijft een rapportage ten behoeve van de toetsing van de ISD-maatregel opgemaakt.
De zaak is behandeld op de openbare terechtzitting van 29 januari 2024. De officier van justitie mr. J. Uiterwijk, de veroordeelde en zijn raadsman zijn gehoord. Tevens is als deskundige gehoord [deskundige01] , als casemanager ISD verbonden aan de inrichting waar de veroordeelde verblijft.
3 Standpunten van partijen
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is.
De veroordeelde en de raadsman hebben verzocht de ISD-maatregel te beëindigen.
Daartoe is aangevoerd dat beëindiging van de ISD-maatregel niet zal leiden tot onveiligheid, (drugs)overlast of verloedering van het publieke domein. De veroordeelde heeft zijn financiën op orde en heeft een eigen woning. Bovendien krijgt de veroordeelde steun van zijn familie. Voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is volgens de veroordeelde niet langer noodzakelijk en doeltreffend. Het behandeltraject is beëindigd door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt. De veroordeelde heeft volledig meegewerkt aan het behandeltraject en heeft zich aan de regels gehouden.
Op zitting heeft de deskundige toegelicht dat de veroordeelde, nadat hij is teruggekomen vanuit de [naam kliniek01] , is gestart met een praktisch traject. Dit traject verloopt moeizaam. De [naam kliniek01] heeft aangegeven dat de veroordeelde opnieuw kan worden opgenomen en volgens de deskundige is het belangrijk dat de veroordeelde een behandeling ondergaat zodat hij drugsvrij kan blijven en een behandeling kan volgen voor zijn problematiek. De voortzetting van de ISD-maatregel is nog zinvol en binnen de resterende maanden is het nog mogelijk voor de veroordeelde om resultaat te behalen.
4 Beoordeling
De rechtbank is op grond van het rapport tussentijdse toetsing tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 23 januari 2024 en hetgeen op de zitting is besproken, met de officier van
justitie, van oordeel dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is.
De veroordeelde heeft chronische psychiatrische problematiek en verslavingsproblematiek. De veroordeelde is enige tijd opgenomen geweest in de [naam kliniek01] , maar deze opname is vroegtijdig afgebroken. Het wordt noodzakelijk geacht de behandeling voort te zetten zodat de veroordeelde kan werken aan zijn problematiek. Ter zitting heeft de verdachte verklaard open te staan voor een nieuwe opname in de genoemde kliniek. De met de maatregel beoogde doelen zijn nog niet bereikt. De maatregel strekt immers nog steeds tot beveiliging van de maatschappij en de beëdiging van de recidive van de verdachte. Voortzetting daarvan is dan ook noodzakelijk. Als de maatregel voortijdig beëindigd
wordt, is de kans op terugval, en daarmee de kans op recidive, groot. Blijkens het ontslagbericht van de kliniek en de positieve urinecontroles op THC, ook recent nog, ligt het bovendien niet (geheel) buiten de macht van de veroordeelde dat de behandeling niet van de grond is gekomen en dat de genoemde doelen nog niet zijn behaald.
Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
5 Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders; de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. R.H. Kroon, voorzitter,
en mr. drs. K.Th. van Barneveld en mr. F. van Laanen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2024.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.