Strafrecht overig

De verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting en ontucht, maar veroordeeld voor aanranding. Oplegging van…

Rechtbank Rotterdam, 21 februari 2025

Zaakgegevens

Op 21 februari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
21 februari 2025
Datum publicatie
20 februari 2025
Zaaknummer
10-079057-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:2118
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting en ontucht, maar veroordeeld voor aanranding. Oplegging van een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Uitspraak

Rechtbank ROTTERDAM

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-079057-24

Datum zitting: 7 februari 2025

Datum uitspraak: 21 februari 2025

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres] , [postcode] in [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: J. van Wingerden

Officier van justitie: W.L. van Prooijen

Tenlastelegging

De verdachte wordt door de officier van justitie beschuldigd van verkrachting of ontucht of aanranding. De volledige beschuldiging houdt in dat de verdachte:

primair

op of omstreeks 16 oktober 2023 te [plaats] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het onverhoeds handelen, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

  • (tijdens het masseren) het aanraken/betasten/masseren van de blote borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer] en/of

  • (vervolgens) het met zijn hand in de onderbroek/slip van die [slachtoffer] te gaan en/of

  • het met zijn hand en/of vinger(s) over de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] te wrijven/bewegen en/of

  • het brengen van zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/o

  • het brengen/bewegen van zijn vinger(s) tegen/over de clitoris van die [slachtoffer] ;

subsidiair

op of omstreeks 16 oktober 2023 te [plaats] , terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, te weten als masseur, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg

had toevertrouwd, door meermaals althans eenmaal

  • (tijdens het masseren) het aanraken/betasten/masseren van de blote borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer] en/of

  • (vervolgens) het met zijn hand in de onderbroek/slip van die [slachtoffer] te gaan en/of

  • het met zijn hand en/of vinger(s) over de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] te wrijven/bewegen;

meer subsidiair

op of omstreeks 16 oktober 2023 te [plaats] , door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het onverhoeds handelen [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten

  • (tijdens het masseren) het aanraken/betasten/masseren van de blote borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer] en/of- (vervolgens) het met zijn hand in de onderbroek/slip van die [slachtoffer] te gaan en/of

  • het met zijn hand en/of vinger(s) over de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] te wrijven/bewegen.

Bewijs

Vordering officier van justitie

De officier van justitie vindt dat het primair ten laste gelegde kan worden bewezenverklaard.

Oordeel rechtbank

Bewezenverklaring

Bewezen is dat de verdachte:

op 16 oktober 2023 te [plaats] , door een feitelijkheid, te weten het onverhoeds handelen [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten

  • het masseren van de blote borsten en tepel van die [slachtoffer] en

  • het met zijn hand in de onderbroek van die [slachtoffer] gaan en

  • het met zijn hand en vingers over de vagina en schaamlippen van die [slachtoffer] wrijven.

Bewijsmotivering en bewijsmiddelen

De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande aanvullende bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Tijdens het masseren van de buik van [slachtoffer] op 16 oktober 2023 in [plaats] ben ik met mijn hand haar broekje ingegaan. Ik heb oppervlakkig met mijn hand over haar vagina en over haar schaamlippen gewreven. Met mijn vinger heb ik haar clitoris aangeraakt.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer]

[verdachte] ging op 16 oktober 2023 in [plaats] mij masseren bij hem thuis. Hij ging mijn borsten een voor een masseren. Hij masseerde van onder mijn borst naar mijn tepel en maakte daar een knijpende beweging bij. Ik voelde dat [verdachte] met zijn hand naar mijn onderbroek ging. Hij ging wrijven met zijn hand. Ik vond het verschrikkelijk en ik verstijfde. Hij ging met zijn hand onder mijn slip en hij ging daar wrijven op mijn schaamlippen. Hij begon mijn vagina vanaf mijn schaambeen richting de onderkant te wrijven. Hij heeft ook daarbij over mijn clitoris gewreven.

Aanvullende bewijsmotivering

Uit de bewijsmiddelen volgt dat het slachtoffer op 16 oktober 2023 een afspraak had voor een massage bij de verdachte thuis. Terwijl de verdachte haar aan het masseren was verplaatste hij zijn hand, nadat hij over de borsten had gewreven, naar beneden, in de onderbroek en wreef hij over de vagina. Het slachtoffer lag halfnaakt (alleen met haar onderbroek aan) op de massagetafel en zat in een kwetsbare positie ten opzichte van de verdachte en zij verstijfde. De verdachte heeft deze setting gecreëerd en het slachtoffer op die manier plotseling met ontuchtige handelingen geconfronteerd. De aangeefster heeft hieraan niet (meteen) weerstand kunnen bieden en heeft, anders dan door de verdediging is betoogd, de ontuchtige handelingen moeten dulden.

Dat de verdachte toen hij over de vagina van het slachtoffer aan het wrijven was, heeft gevraagd of zij het fijn vond en zij zou hebben ingestemd volgt niet uit de verklaring van het slachtoffer. Los daarvan zou dat het oordeel niet anders maken, omdat het slachtoffer op dat moment al was geconfronteerd met de ontuchtige handelingen.

Verboden gedraging en de strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

Strafbaarheid feit en verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

Straf

Eis officier van justitie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf geëist voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Oordeel rechtbank

Ernst en gevolgen van het feit

De verdachte heeft tijdens een massage het slachtoffer aangerand, door haar te betasten aan de borsten, schaamlippen en vagina. Door het grensoverschrijdend handelen van de verdachte heeft hij het in hem gestelde vertrouwen als masseur ernstig beschaamd. De verdachte heeft een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en niet stil gestaan bij de gevolgen van zijn gedrag voor het slachtoffer.

Persoonlijke omstandigheden

Uit het strafblad van de verdachte van 14 januari 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 januari 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De verdachte kent overkoepelende stabiliteit op alle leefgebieden. Het risico op recidive wordt ingeschat op laag. Er zijn geen aanwijzingen voor structurele problemen aangaande de seksualiteit en er is geen noodzaak tot interventies gericht op het verminderen van het risico. De reclassering adviseert dan ook bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden.

Passende straf

De rechtbank ziet af van het opleggen van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf, omdat de rechtbank de feitelijke aanranding bewezen vindt en niet de verkrachting. Daarbij houdt zij ook rekening met de houding van de verdachte op de zitting, waar de verdachte zijn spijt heeft geuit. Ook heeft er al een mediation traject plaatsgevonden tussen de verdachte en het slachtoffer en is de verdachte gestopt met het geven van massages. Het opleggen van een taakstraf is in het licht van het strafdoel van vergelding passend, zodat de verdachte wel voelt dat hij niet goed heeft gehandeld. De grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf is bedoeld om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Voor het bewezenverklaarde feit wordt aan de verdachte een gevangenisstraf opgelegd van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Ook wordt een taakstraf voor de duur van 120 uur opgelegd.

Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissingen in het kort

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten last gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het meer subsidiaire ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

Strafbaarheid en kwalificatie

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 89 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.

Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door J.H. Janssen, voorzitter, en C.M. Derijks en

N. Shahani, rechters, in tegenwoordigheid van L.R. van Zaanen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 februari 2025.

De hieronder weergegeven bewijsmiddelen zijn steeds kort weergegeven. De exacte vindplaatsen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Proces-verbaal met documentcode [documentcode] .v, p. 44-60. Proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal] , p. 20-28.