Strafrecht overig
Integrale vrijspraak feiten 1 en 2 (beiden; teweegbrengen ontploffing). Bewijs over wat de verdachte precies…
Rechtbank Rotterdam, 30 april 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:8843 · Rechtbank Rotterdam · 30 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2025-8843
Zaakgegevens
Op 30 april 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 30 april 2025
- Datum publicatie
- 21 juli 2025
- Zaaknummer
- 09/012684-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:8843
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Integrale vrijspraak feiten 1 en 2 (beiden; teweegbrengen ontploffing). Bewijs over wat de verdachte precies zou hebben gedaan, welke bijdrage hij zou hebben geleverd en in welke zin er dus een bewuste en nauwe samenwerking tussen hem en de mededader(s) is geweest, is er niet. Dit leidt ertoe dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de laste gelegde feiten.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf
Parketnummer: 09/012684-25
Datum uitspraak: 30 april
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
preventief gedetineerd in het [naam PI] ,
raadsman mr. P.R. van de Water, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 april 2025.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. N. Daalder heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
-
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
4 Waardering van het bewijs
Vrijspraak (feiten 1 en 2)
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten. De verdachte was bij beide explosies aanwezig met zijn voertuig, kennelijk om toezicht te houden of om te filmen of om paraat te staan met de vluchtauto. Bovendien was de verdachte op zoek naar cobra 6 en duct tape. De rol van de verdachte is van voldoende gewicht om van medeplegen te spreken. Het geheel impliceert duidelijk een nauwe en bewuste samenwerking.
Beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden gekwalificeerd als sprake is van een voldoende bewuste nauwe samenwerking tussen een verdachte en zijn medeverdachte(n), waarbij zij ieder een wezenlijke bijdrage leveren.
In de nacht van 11 januari 2025 op 12 januari 2025 hebben zich twee ontploffingen voltrokken. Het lijkt erop dat de verdachte (op één of andere manier) betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten. Zo is hij twee maal vlakbij de ontploffing gesignaleerd en wordt er op zijn telefoon een chatgesprek aangetroffen waarin wordt gesproken over cobra 6 en duct tape en waarin de bankgegevens worden gedeeld van een zoon van degene die volgens de aangeefster opdrachtgever (een bekende van de verdachte) van één van de ontploffingen zou zijn. De verdachte heeft daarover verklaard dat het toeval was dat hij ter plaatse was, dat cobra 6 en duct tape er niets mee te maken hadden, dat die niet voor hem waren en dat hij thuis duct tape nodig had. De rechtbank vindt die verklaringen ongeloofwaardig, gelet op de hiervoor omschreven bevindingen. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan of de rol van de verdachte bij het teweegbrengen van de ontploffingen van voldoende gewicht is geweest om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking. Bewijs over wat de verdachte precies zou hebben gedaan, welke bijdrage hij zou hebben geleverd en in welke zin er dus een bewuste en nauwe samenwerking tussen hem en de mededader(s) is geweest, is er niet. Dit leidt ertoe dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de laste gelegde feiten.
Conclusie
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5 Vorderingen benadeelde partijen
Benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 1] , ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 23.106,10 aan materiële- en immateriële schade.
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 2] , ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.104,00 aan materiële- en immateriële schade.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen.
Beoordeling
De benadeelde partijen zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte wordt vrijgesproken van de feiten ten aanzien waarvan schadevergoeding wordt gevorderd.
Nu de benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen zij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
6 Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
7 Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mrs. I. Bouter en J.W. Tegenbosch, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 12 januari 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht door op de deur van een pand, gelegen aan
de [adres delict 1] ,
een fles met vloeistof, althans een explosieve/brandbare substantie en/of (zwaar)
vuurwerk (Cobra 6) en/of stof(fen), tot ontsteking en/of ontbranding en/of
ontploffing te brengen,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde pand en/of nabijgelegen
panden en/of de in die panden aanwezige goederen en/of auto’s en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de in die panden aanwezige personen en/of personen die zich op het moment van
de ontploffing in de nabijheid van de plek waar de ontploffing plaatsvond
bevonden,
te duchten was
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 12 januari 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht door de deur van een pand, gelegen aan de
[adres delict 2] ,
een fles met vloeistof, althans een explosieve/brandbare substantie en/of (zwaar)
vuurwerk (Cobra 6) en/of stof(fen), tot ontsteking en/of ontbranding en/of
ontploffing te brengen,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor voor goederen, te weten voornoemde pand en/of
nabijgelegen panden en/of de in die panden aanwezige goederen en/of auto’s en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de in die panden aanwezige personen en/of personen die zich op het moment van
de ontploffing in de nabijheid van de plek waar de ontploffing plaatsvond
bevonden,
te duchten was
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )