Strafrecht overig
Vrijspraak van poging tot zware mishandeling in vereniging.
Rechtbank Rotterdam, 27 juni 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:9857 · Rechtbank Rotterdam · 27 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2025-9857
Zaakgegevens
Op 27 juni 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 juni 2025
- Datum publicatie
- 14 augustus 2025
- Zaaknummer
- 10-283569-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:9857
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van poging tot zware mishandeling in vereniging.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-283569-23
Datum uitspraak: 27 juni 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1987,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. L.D. Lubrano, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2025.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. C.T. den Uil heeft gevorderd:
- vrijspraak van het ten laste gelegde.
4 Waardering van het bewijs
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair en subsidiair ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
5 Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
6 Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mr. R.H. Kroon en mr. E.M. Rocha, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 27 juni 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 26 oktober 2023 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een
ander, althans alleen
aan [slachtoffer]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel, te weten verschillende botbreuken en/of
(snij)verwondingen aan het hoofd en/of in het gezicht en/of aan de hals en/of aan
de armen en/of aan de handen en/of één of meer blijvende littekens in het gezicht,
heeft toegebracht door
- die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,
(meerdere keren) in het gezicht en/of hoofd en/of lichaam te steken en/of snijden
en/of
- die [slachtoffer] (meerdere keren) tegen/op/in het gezicht/hoofd en/of het
lichaam te schoppen en/of te trappen en/of te stompen/slaan, althans op enigerlei
wijze (extreem) geweld tegen/op het gezicht/hoofd en/of lichaam van die
[slachtoffer] uit te oefenen;
( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 oktober 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een
ander, althans alleen
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf
om
aan [slachtoffer]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp,
(meerdere keren) in het gezicht en/of hoofd en/of lichaam heeft gestoken en/of
gesneden en/of
- die [slachtoffer] (meerdere keren) tegen/op/in het gezicht/hoofd en/of het
lichaam heeft geschopt/getrapt en/of gestompt/geslagen, althans op enigerlei wijze
(extreem) geweld tegen/op het gezicht/hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer]
heeft uitgeoefend,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )