Strafrecht overig

Veroordeling wegens overtreding van artikel 6 WVW, terwijl de schuld bestaat uit zeer onvoorzichtig en…

Rechtbank Rotterdam, 22 juli 2026

Zaakgegevens

Op 22 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
22 juli 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
10.144625.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10022
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling wegens overtreding van artikel 6 WVW, terwijl de schuld bestaat uit zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag waardoor zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer is ontstaan.

Oplegging van een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.144625.25

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Datum zitting: 8 juli 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. H.W. Leemans

Officier van justitie: mr. E.J. de Groot

Benadeelde partij: [benadeelde]

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat – samengevat – het aan haar schuld te wijten is dat op 4 november 2024 te Rotterdam een verkeersongeval heeft plaatsgevonden als gevolg waarvan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Subsidiair is dit ten laste gelegd als het veroorzaken van gevaar op de weg.

De volledige tenlastelegging houdt in dat

primair

zij op of omstreeks 5 november 2024 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk
als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kentekennummer] ),
daarmede rijdende over de weg, de Slinge, zich zodanig heeft gedragen dat een aan
haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk
geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, door
- terwijl het donker en/of mistig was en/of
- met een beslagen (voor)ruit, althans met onvoldoende zicht vanuit dat voertuig te
rijden en/of
- tijdens het rijden haar mobiele telefoon te ontgrendelen en/of
- niet, althans onvoldoende, te (blijven) letten op de weg en/of
- terwijl zij een voetgangersoversteekplaats naderde en zich op of nabij die
voetgangersoversteekplaats een persoon, zijnde [slachtoffer] , bevond, die
voetgangersoversteekplaats op te rijden en/of (daarbij) niet op te merken dat die
[slachtoffer] doende was die voetgangersoversteekplaats over te steken en/of die
[slachtoffer] niet voor te laten gaan en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] aan te botsen
en/of aan te rijden,
waardoor voornoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk
letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de
uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair
zij op of omstreeks 5 november 2024 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig
(personenauto met kenteken [kentekennummer] ), daarmee rijdende op de weg, de Slinge,
- terwijl het donker en/of mistig was en/of
- met een beslagen (voor)ruit, althans met onvoldoende zicht vanuit dat voertuig te
rijden en/of
- tijdens het rijden haar mobiele telefoon te ontgrendelen en/of
- niet, althans onvoldoende, te (blijven) letten op de weg en/of
- terwijl zij een voetgangersoversteekplaats naderde en zich op of nabij die
voetgangersoversteekplaats een persoon, zijnde [slachtoffer] , bevond, die
voetgangersoversteekplaats op te rijden en/of (daarbij) niet op te merken dat die
[slachtoffer] doende was die voetgangersoversteekplaats over te steken en/of die
[slachtoffer] niet voor te laten gaan en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] aan te botsen
en/of aan te rijden,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd.

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primair tenlastegelegde, in die zin dat sprake is van zeer onvoorzichtig rijden.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde, ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Ik reed op 5 november 2024 op de Slinge in Rotterdam. Het was nog donker.

Ik heb het slachtoffer over het hoofd gezien en op de zebra aangereden.

De Samsung SM-S926B is mijn privé telefoon.

2. Proces-verbaal van de politie

Ik heb een onderzoek ingesteld naar de camerabeelden van een verkeersongeval op 5 november 2024 aan de Slinge te Rotterdam.

Om 07:03:36 uur zag ik een wit personenvoertuig in beeld verschijnen. Ik zag dat dit voertuig reed op de weghelft waar de persoon voornemens was om over te steken.

Ik zag dat het witte voertuig niet stopte voor de persoon welke aan het oversteken was. Ik zag dat de voetganger ten minste drie stappen op de voetgangers oversteekplaats had gemaakt. Ik zag dat dit witte voertuig tegen de persoon aan reed.

Ter verificatie van de tijden welke vermeld staan bij de bewegende beelden heb ik navraag gedaan bij de afdeling van gemeentecamera’s Rotterdam. Een medewerker verklaarde mij dat de tijden gelijk lopen met de atoomtijd.

3. Proces-verbaal van de politie

Op 5 november 2024 is het toestel Samsung SM-S926B onderzocht.

Ik zag dat het toestel vergrendeld was vanaf 07:01:33 uur tot 07:03:34 uur. Het toestel was ontgrendeld vanaf 07:03:34 uur.

4. Proces-verbaal van politie, Verkeersongevallenanalyse

Blijkens informatie van het KNMI bleek dat het tijdstip zonsopkomst 07:43 was op 5 november 2024. Omdat de aanrijding meer dan een half uur voor dat tijdstip plaats vond moet het ten tijde van de aanrijding donker zijn geweest.

De Volkswagen heeft gereden op de Slinge, komende uit de richting van de Groene Kruisweg en gaande in de richting van de Zuiderparkweg. De voetganger is de rijbaan van de Slinge overgestoken via de voetgangersoversteekplaats aan de westelijke zijde van het kruispunt met de Melissantstraat. De voetganger is op de zuidelijke rijstrook van de Slinge op de voetgangersoversteekplaats aangereden door de voorzijde van de Volkswagen.

5. Deskundigenverslag

Medische informatie mevr. [slachtoffer]

Op 5 november 2024 werden de volgende letsels vastgesteld:

-een verwonding van circa 2 cm met wijkende wondranden op de rechtervoorzijde van het hoofd

-een open botbreuk aan de binnenzijde van de rechterenkel (type Weber B). Middels CT-scan werd deze breuk geobjectiveerd waarbij er een enkelbreuk rechts waargenomen werd met zowel een breuk van het scheenbeen en kuitbeen bij de enkelvork.

Bij radiologisch onderzoek was er een mogelijke hersenbloeding onder het spinnenwebvlies achter het voorhoofd. Ook werd er een mogelijke kneuzing in de hersenen gezien aan de linkerzijkant.

Er waren klachten passend bij een hersenschudding.

Bij ongecompliceerd beloop is de geschatte genezingsduur langer dan 6 weken.

2.3.2.

Bewijsmotivering

Zoals volgt uit de bewijsmiddelen heeft in de vroege ochtend van 5 november 2024 een verkeersongeval plaatsgevonden. De verdachte is met haar personenauto een zebrapad genaderd zonder het slachtoffer op te merken die op dat moment aan het oversteken was. De verdachte is doorgereden en heeft als gevolg hiervan het slachtoffer geschept die tegen de voorruit van de auto is aangekomen en daarna op het wegdek is gevallen.

Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna ook: WVW)?

Om tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in het geval van (tenminste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.

Omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond

Het verkeersongeval vond plaats omstreeks 7:03:36 uur in november op een drukke weg in Rotterdam. Het was op dat tijdstip nog donker maar de straatverlichting werkte naar behoren. De verdachte woonde daar in de buurt en reed deze route vaak, zodat zij bekend was met de situatie ter plaatse. De verdachte heeft bij het naderen van het zebrapad het slachtoffer echter niet opgemerkt, heeft haar snelheid niet verminderd en heeft het slachtoffer vervolgens aangereden. Daar komt bij dat zij vlak voor het ongeval haar telefoon heeft ontgrendeld.

Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte haar telefoon niet vlak voor het ongeval heeft ontgrendeld en dat dit gebeurd moet zijn doordat er verbinding met een onbekend Wifi netwerk werd gemaakt. Ter zitting is gebleken dat voor het ontgrendelen van de telefoon van de verdachte een actieve handeling is vereist. Door de verdediging is niet aannemelijk gemaakt dat daarvan in dit geval geen sprake is geweest. Daar komt bij dat de ontgrendeling van de telefoon en het verbinden met een Wifi-netwerk op verschillende tijdstippen hebben plaatsgevonden.

Door de verdediging is voorts aangevoerd dat sprake is geweest van één enkel moment van onoplettendheid en dat dit onvoldoende is om te komen tot een bewezenverklaring van schuld in de zin van de Wegenverkeerswet. Uit de beschrijving van de camerabeelden blijkt dat het slachtoffer al tenminste drie stappen op de voetgangersoversteekplaats had gemaakt. Daaruit concludeert de rechtbank dat het slachtoffer al enige tijd zichtbaar was voor de overige verkeersdeelnemers en dus ook voor de verdachte zichtbaar had moeten zijn geweest als zij tijdig haar snelheid had geminderd. De verdachte was bekend met de situatie ter plaatse en had alert moeten zijn op overstekende voetgangers bij de oversteekplaats. Van een enkel moment van onoplettendheid is dan ook geen sprake zodat dit verweer wordt verworpen.

De rechtbank is van oordeel dat voornoemde gedragingen van verdachte, naar hun aard en ernst en onder de omstandigheden waarin deze zijn begaan, zodanig zijn dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en dat verdachte schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW.

Letsel van het slachtoffer

Bij het slachtoffer is als gevolg van het handelen van de verdachte zwaar lichamelijk letsel ontstaan. Zij heeft onder meer een open botbreuk in de enkel opgelopen en is daaraan geopereerd. Daarnaast was sprake van een hersenschudding. Ten tijde van de zitting, ruim anderhalf jaar na het ongeval, is het slachtoffer nog niet volledig hersteld en ondervindt zij nog veel last van het ongeval. Binnenkort moet zij bovendien nogmaals geopereerd worden.

Conclusie

Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen in die zin dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan bij het slachtoffer.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

primair

zij op 5 november 2024 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kentekennummer] ),

daarmede rijdende over de weg, de Slinge, zich zodanig heeft gedragen dat een aan

haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en/of onoplettend,

- terwijl het donker was en

- tijdens het rijden haar mobiele telefoon te ontgrendelen en

- onvoldoende, te (blijven) letten op de weg en

- terwijl zij een voetgangersoversteekplaats naderde en zich op of nabij die

voetgangersoversteekplaats een persoon, zijnde [slachtoffer] , bevond, die

voetgangersoversteekplaats op te rijden en (daarbij) niet op te merken dat die

[slachtoffer] doende was die voetgangersoversteekplaats over te steken en/of die

[slachtoffer] niet voor te laten gaan en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] aan te botsen

en/of aan te rijden,

waardoor voornoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit:

Primair

Overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

3.2.

Strafbaarheid van het feit

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straffen

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het primaire feit worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van een eventuele ontzegging van de rijbevoegdheid is verzocht die niet of maximaal voorwaardelijk op te leggen, omdat de verdachte voor vervoer van haar dochter en uitvoering van haar werkzaamheden dient te beschikken over een rijbewijs.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft in november 2024 een verkeersongeval veroorzaakt door geen voorrang te verlenen aan het op het zebrapad overstekende slachtoffer waarbij is vastgesteld dat de verdachte enkele seconden voor het ongeval haar telefoon heeft ontgrendeld. Als gevolg van de aanrijding heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat het slachtoffer nog altijd niet volledig hersteld is en nog een operatie moet ondergaan. Zij ondervindt dus nog altijd de gevolgen van het ongeval.

Dit kan de verdachte strafrechtelijk worden verweten. Tegelijkertijd verliest de rechtbank niet uit het oog dat de verdachte nooit een aanrijding heeft willen veroorzaken, zeker niet met deze gevolgen. De verdachte heeft contact gezocht met het slachtoffer om haar spijt te betuigen en heeft op de zitting opnieuw berouw getoond.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

4.3.3.

Oplegging straffen

Straf

Bij de bepaling van de straffen heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Op basis van die oriëntatiepunten wordt in de regel voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van ernstige schuld en waarbij bij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is ontstaan, een taakstraf voor de duur van 160 uren opgelegd en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden.

Het handelen van de verdachte is weliswaar gekwalificeerd als schuld in de zin van artikel 6 WVW, maar de rechtbank merkt op dat er in dit geval sprake is van de ondergrens van de in dat artikel bedoelde ernstige schuld. De verdachte heeft zich ter zitting zeer schuldbewust opgesteld. Ook de verdachte zal moeten leren leven met de gevolgen van haar handelen. De verdachte is daarnaast nooit eerder met politie en justitie in aanraking gekomen. Gelet op die omstandigheden, ziet de rechtbank aanleiding om af te wijken van de oriëntatiepunten en de eis van de officier van justitie te volgen. Dit houdt in dat een deel van de ontzegging van de rijbevoegdheid in voorwaardelijke vorm zal worden opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank ziet gelet op de ernst van het feit geen aanleiding om de ontzegging van de rijbevoegdheid in zijn geheel voorwaardelijk op te leggen zoals door de verdediging is verzocht.

5 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 van 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

6 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

Ontzegging van de rijbevoegdheid

ontzegt de verdachte voor het feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat 3 (drie) maanden van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde, dat zij zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken, niet naleeft.

7 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J. Bade, voorzitter,

en mrs. B. Vaz en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.S. Beukema, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 juli 2026.

Mr. B. Vaz en mr. J. Langeveld zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal] . Verklaard tijdens de zitting van 8 juli 2026. pagina 18 e.v. van het proces-verbaal pagina 71 e.v. van het proces-verbaal Pagina 74 e.v. van het proces-verbaal FARR rapportage, pagina 45 van het proces-verbaal