Strafrecht overig
De verdachte heeft zich samen met een ander als (voormalig en feitelijk) bestuurder van een failliete…
Rechtbank Rotterdam, 5 augustus 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10079 · Rechtbank Rotterdam · 5 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10079
Zaakgegevens
Op 5 augustus 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2026
- Datum publicatie
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- 83-164038-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10079
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft zich samen met een ander als (voormalig en feitelijk) bestuurder van een failliete rechtspersoon niet gehouden aan de op hem rustende wettelijke verplichting om een volledige en deugdelijke administratie te voeren en deze aan de curator te verstrekken. De rechtbank legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op van twee maanden en een taakstraf van 240 uren.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83-164038-25
Datum uitspraak: 5 augustus 2026
Datum zitting: 22 juli 2026
Verstek
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [plaats] ( [land] ).
Officier van justitie: mr. M. Altena
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich samen met een ander als (voormalig en feitelijk) bestuurder van een failliete rechtspersoon niet gehouden aan de op hem rustende wettelijke verplichting om een volledige en deugdelijke administratie te voeren en deze aan de curator te verstrekken. De rechtbank legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op van twee maanden en een taakstraf van 240 uren.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte primair ervan dat hij – samengevat – samen met anderen als (voormalig) bestuurder van een rechtspersoon die failliet is verklaard de administratie van de rechtspersoon niet aan de curator heeft verstrekt en er niet voor heeft gezorgd dat de rechtspersoon een deugdelijk administratie bijhield, waardoor afhandeling van het faillissement is bemoeilijkt. Als dit niet bewezen kan worden dan heeft de verdachte niet voldaan aan de inlichtingenplicht die op hem rustte.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
primair
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 januari 2023 tot en met 25 november 2025, te Winschoten, gemeente Oldambt en/of Appingedam en/of Groningen, althans in Nederland en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen als (voormalig en/of feitelijke) bestuurder van de rechtspersoon [medeverdachte rechtspersoon 1] . en/of [medeverdachte rechtspersoon 2] ., welke rechtspersoon bij vonnis
van de rechtbank Noord-Nederland van 13 augustus 2024 in staat van faillissement is verklaard, tijdens het faillissement van de rechtspersoon desgevraagd (telkens) opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, te weten een (volledige) kasadministratie en/of jaarrekeningen en/of complete debiteuren en/of crediteurenadministratie en/of balansen en/of winst- en verliesrekeningen, in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator heeft verstrekt (DOC-016, p. 672 e.v.),
en/of
tijdens het faillissement van de rechtspersoon, of voor het faillissement indien dit is
gevolgd, opzettelijk niet heeft voldaan aan of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan
aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het
bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2024 tot en met 25 november 2025, te
Winschoten, gemeente Oldambt en/of Appingedam en/of Groningen, althans in
Nederland en/of Duitsland, als (voormalig) bestuurder van de rechtspersoon [medeverdachte rechtspersoon 1] ., terwijl [medeverdachte rechtspersoon 1] . bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland op 13 augustus 2024 in staat van faillissement was verklaard en wettelijk verplicht was tot het geven van inlichtingen (telkens) zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven en/of opzettelijk onjuiste en/of onvolledige inlichtingen heeft gegeven, immers heeft hij, verdachte, niet gereageerd op verzoeken van de curator om de (complete) boekhouding te leveren en vragen te beantwoorden.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primaire feit.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
primair
hij in de periode van 30 januari 2023 tot en met 25 november 2025, te Winschoten, gemeente Oldambt en/of Appingedam en/of Groningen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen als (voormalig en/of feitelijke) bestuurder van de rechtspersoon [medeverdachte rechtspersoon 1] . en/of [medeverdachte rechtspersoon 2] ., welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 13 augustus 2024 in staat van faillissement is verklaard, tijdens het faillissement van de rechtspersoon desgevraagd (telkens) opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, te weten een (volledige) kasadministratie en jaarrekeningen en complete debiteuren- en crediteurenadministratie en balansen en winst- en verliesrekeningen, in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator heeft verstrekt,
en
tijdens het faillissement van de rechtspersoon, of voor het faillissement indien dit is
gevolgd, opzettelijk niet heeft voldaan aan of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan
aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het
bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de FIOD, verklaring getuige [naam getuige 1]
Vraag verbalisanten:
Wat kunt u verklaren over de rol van [verdachte] bij [medeverdachte rechtspersoon 1] ?
Antwoord getuige:
Hij was natuurlijk eerst bestuurder. lk heb het Belastingdienstonderzoek aangekondigd bij de heer [persoon A] . De heer [persoon A] was aandeelhouder van [medeverdachte rechtspersoon 1] en tevens aandeelhouder van [naam bedrijf] en dit is ook de administrateur van [medeverdachte rechtspersoon 1] . Bij het inleidende gesprek verwees [persoon A] continu naar [verdachte] , wat ons bevreemde, want ten tijde van het inleidende gesprek was [verdachte] geen bestuurder meer van [medeverdachte rechtspersoon 1] . Dit gesprek vond plaats op 29 februari 2024. [verdachte] was contactpersoon voor de onderneming en maakte facturen op en verstuurde deze. De bankrekening van [verdachte] werd gebruikt. Deze bankrekening staat op eigen naam en niet op naam van [medeverdachte rechtspersoon 1] . De inkoopfacturen werden ook via zijn privérekeningen voldaan.
Tijdens het inleidende gesprek hebben wij [persoon A] gevraagd wie overeenkomsten mag afsluiten namens [medeverdachte rechtspersoon 1] en hij vertelde ons dat dit [verdachte] was. Tevens was [verdachte] verantwoordelijk voor de aanname van personeel. [persoon A] zelf was enkel aandeelhouder en verder niks.
2. Proces-verbaal van de FIOD, verklaring curator [naam curator]
Vraag verbalisanten:
Wanneer heeft u [verdachte] om inlichtingen van [medeverdachte rechtspersoon 1] verzocht?
Antwoord getuige:
Op 16 augustus 2024 heb ik een email aan [e-mailadres] gestuurd, ik dacht toen aan [medeverdachte] , later bleek dit [verdachte] te zijn. In deze mail heb ik gevraagd om inlichtingen van [medeverdachte rechtspersoon 1] , de gebruikelijke informatie die je als curator wilt hebben, zoals administratie.
Vraag verbalisanten:
Hoe vaak heeft u dit verzoek aan [verdachte] gericht?
Antwoord getuige:
Op 16 augustus 2024 de eerste email. Op 22 augustus 2024 een herinnering gestuurd per mail, onder verwijzing naar artikel 106 Faillissementswet, de inlichtingenplicht.
Op 28 augustus 2024 nogmaals een herinnering gestuurd. Op 20 september heb ik nogmaals een email gestuurd.
Vraag verbalisanten:
Wat was de reactie van [verdachte] op uw vragen?
Antwoord getuige:
Op 25 september 2024 verzocht ik nogmaals om de complete administratie van [medeverdachte rechtspersoon 1] te verstrekken. Ook nodigde ik hem uit voor een afspraak op kantoor. Op 3 oktober 2024 had ik een afspraak met [verdachte] op mijn kantoor hier in Groningen. [verdachte] heeft zich tegenover mij gelegitimeerd. Over de administratie hebben we afgesproken dat [verdachte] deze zou opsporen.
Op 4 november 2024 heb ik [verdachte] een mail gestuurd waarin ik aangeef dat ik niets van hem heb vernomen na ons gesprek op 3 oktober 2024.
Ik stuur [verdachte] op 23 december 2024 een email met een herinnering voor het aanleveren van administratie door hem of door andere bestuurders van [medeverdachte rechtspersoon 1] , zoals we hadden afgesproken in ons gesprek op 3 oktober 2024.
Op 10 januari 2025 heb ik gemaild aan [verdachte] dat ik alle informatie van [medeverdachte rechtspersoon 1] wil ontvangen, te beginnen bij de complete boekhouding. Op 15 januari 2025 bevestig ik de afspraak op 20 januari 2025, waarbij [verdachte] bij mij op kantoor in Groningen zou langskomen en alle informatie (administratie en eigendom van de voertuigen) zou meebrengen. Op 19 januari 2025 mailt [verdachte] dat hij griep heeft en de afspraak wil verplaatsen naar een week later. Op 20 januari 2025 mail ik naar [verdachte] dat we een week later kunnen afspreken. Hierop heb ik geen antwoord meer ontvangen van [verdachte] , hij is niet langsgekomen, en hij heeft ook geen stukken aan mij gestuurd.
Vraag verbalisanten:
Op welke wijze heeft [verdachte] administratie bij u aangeleverd?
Antwoord getuige:
[verdachte] heeft geen administratie aangeleverd.
Vraag verbalisanten:
Heeft u navraag gedaan bij eventueel door [verdachte] genoemde derden die over (delen van) de administratie beschikken?
Antwoord getuige:
Ja via mijn collega, die heeft de jaarrekening 2023 gekregen van [persoon A] . En mijn collega vertelde mij dat [persoon A] had gemeld dat [persoon A] enkel de administratie van 2023 van [medeverdachte rechtspersoon 1] deed, er was geen administratie van 2024 van [medeverdachte rechtspersoon 1] . Mijn collega vertelde me dat [persoon A] niet wist wie de boekhouding deed van 2024 van [medeverdachte rechtspersoon 1] .
Vraag verbalisanten:
Wat is de consequentie van het ontbreken van administratie en/of boekhouding van [medeverdachte rechtspersoon 1] ?
Antwoord getuige:
De consequentie van het ontbreken van de stukken is dat geen volledig inzicht kan worden verkregen in de financiële staat van de onderneming ten tijde van het faillissement. Hierdoor wordt de afhandeling van het faillissement bemoeilijkt.
3. Proces-verbaal van de FIOD, verklaring getuige [naam getuige 2]
Vraag verbalisanten:
Over welke periode verrichtte [naam bedrijf] . deze werkzaamheden voor [medeverdachte rechtspersoon 2] (voorheen: [medeverdachte rechtspersoon 1] .)?
Antwoord getuige:
Dan moet ik in de computer kijken, na 2024 deden wij geen zaken meer. Over boekjaar 2023 hebben wij voor het laatst werkzaamheden verricht.
Vraag verbalisanten:
Wie deed de administratie voor [medeverdachte rechtspersoon 2] . (voorheen: [medeverdachte rechtspersoon 1] .) vanaf 2024?
Antwoord getuige:
Geen idee, de administratie bevindt zich in ieder geval niet bij ons.
4. Schriftelijk stuk
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]5. Schriftelijk stuk
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Bewijsmotivering
Uit het dossier blijkt dat de verdachte ook nadat hij als bestuurder was uitgetreden, nog de feitelijke leiding over de rechtspersoon had.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert de volgende strafbare feiten op:
medeplegen van, als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon, desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekken,
en
medeplegen van, als bestuurder van een rechtspersoon voor of tijdens het faillissement van de rechtspersoon opzettelijk niet voldoen aan of bewerkstelligen dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich samen met een ander als (voormalig en feitelijk) bestuurder van een failliete rechtspersoon niet gehouden aan de op hem rustende wettelijke verplichting om een volledige en deugdelijke administratie aan de curator te verstrekken. Ook heeft de verdachte er niet voor gezorgd dat over 2024 een administratie werd gevoerd en bewaard. De curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Voor die taak moet de curator kunnen beschikken over volledige en betrouwbare informatie over de vermogenspositie, de rechten en plichten van de failliet en eventuele transacties voorafgaand aan of tijdens het faillissement. Ondanks herhaalde verzoeken heeft de verdachte de administratie over 2023 niet overgedragen aan de curator. Hierdoor was het voor de curator onmogelijk om het faillissement op een juiste wijze af te wikkelen, terwijl het maatschappelijke en economische verkeer verlangt dat faillissementen voortvarend en efficiënt worden afgehandeld. Daardoor hebben de schuldeisers van de failliete vennootschap ook financiële schade geleden. De verdachte heeft met zijn handelen het onderling vertrouwen tussen ondernemers, dat van essentieel belang is voor een goed functionerend handelsverkeer, aangetast. Dit alles neemt de rechtbank verdachte kwalijk, temeer nu van hem als bestuurder professioneel, zorgvuldig en adequaat handelen mocht worden verwacht.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 3 juli 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.
De verdachte heeft geen gehoor gegeven aan uitnodigingen om over de verdenking gehoord te worden. Hij is niet ter zitting verschenen.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van de strafbare feiten zal aan de verdachte een gevangenisstraf en een forse taakstraf worden opgelegd. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Aan de verdachte wordt daarom een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden opgelegd. Daarnaast wordt aan de verdachte de maximale taakstraf van 240 uur opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
5 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 344a van het Wetboek van Strafrecht.
6 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.
7 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. I. Tillema en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 5 augustus 2026.
Mr. Van de Klashorst is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.