Strafrecht overig
De verdachte heeft zich samen met een ander als (voormalig) bestuurder van een failliete rechtspersoon niet…
Rechtbank Rotterdam, 5 augustus 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10080 · Rechtbank Rotterdam · 5 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10080
Zaakgegevens
Op 5 augustus 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2026
- Datum publicatie
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- 83-163989-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10080
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft zich samen met een ander als (voormalig) bestuurder van een failliete rechtspersoon niet gehouden aan de op hem rustende wettelijke verplichting om een volledige en deugdelijke administratie te voeren en deze aan de curator te verstrekken. De rechtbank legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op van twee maanden en een taakstraf van 180 uren.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83-163989-25
Datum uitspraak: 5 augustus 2026
Datum zitting: 22 juli 2026
Verstek
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ( [land] ).
Officier van justitie: mr. M. Altena
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich samen met een ander als (voormalig) bestuurder van een failliete rechtspersoon niet gehouden aan de op hem rustende wettelijke verplichting om een volledige en deugdelijke administratie te voeren en deze aan de curator te verstrekken. De rechtbank legt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op van twee maanden en een taakstraf van 180 uren.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte primair ervan dat hij – samengevat – samen met anderen als (voormalig) bestuurder van een rechtspersoon die failliet is verklaard de administratie van de rechtspersoon niet aan de curator heeft verstrekt en er niet voor heeft gezorgd dat de rechtspersoon een deugdelijke administratie bijhield, waardoor de afhandeling van het faillissement is bemoeilijkt. Als dit niet bewezen kan worden dan heeft de verdachte niet voldaan aan de inlichtingenplicht die op hem rustte.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
primair
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 oktober 2023 tot en met 25 november 2025, te Winschoten, gemeente Oldambt en/of Appingedam en/of Groningen, althans in Nederland en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen als (voormalig) bestuurder van de rechtspersoon [medeverdachte rechtspersoon 1] . en/of [medeverdachte rechtspersoon 2] ., welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 13 augustus 2024 in staat van faillissement is verklaard,
tijdens het faillissement van de rechtspersoon desgevraagd (telkens) opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een
ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, te weten een (volledige) kasadministratie en/of jaarrekeningen en/of (zorgvuldige/complete debiteuren en/of crediteurenadministratie en/of balansen en/of winst- en verliesrekeningen, in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke
termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekt (DOC-017, p. 687 e.v.),
en/of
tijdens het faillissement van de rechtspersoon, of voor het faillissement indien dit is
gevolgd, opzettelijk niet heeft voldaan aan of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan
aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het
bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2024 tot en met 25 november 2025, te
Winschoten, gemeente Oldambt en/of Appingedam en/of Groningen, althans in
Nederland en/of Duitsland, als (voormalig) bestuurder van de rechtspersoon [medeverdachte rechtspersoon 1] ., terwijl [medeverdachte rechtspersoon 1] . bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland op 13 augustus 2024 in staat van faillissement was verklaard en wettelijk verplicht was tot het geven van inlichtingen (telkens) zonder geldige reden opzettelijk is weggebleven en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven en/of opzettelijk onjuiste en/of onvolledige inlichtingen heeft gegeven, immers heeft hij, verdachte, niet gereageerd op verzoeken van de curator om de (complete) boekhouding te leveren en vragen te beantwoorden.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primaire feit.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
primair
hij in de periode van 30 oktober 2023 tot en met 25 november 2025, te Winschoten, gemeente Oldambt en/of Appingedam en/of Groningen, tezamen en in vereniging met een ander, als (voormalig) bestuurder van de rechtspersoon [medeverdachte rechtspersoon 1] ., welke rechtspersoon bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 13 augustus 2024 in staat van faillissement is verklaard, tijdens het faillissement van de rechtspersoon desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, te weten een (volledige) kasadministratie en jaarrekeningen en (zorgvuldige/complete debiteuren- en crediteurenadministratie en balansen en winst- en verliesrekeningen, in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator heeft verstrekt,
en
voor het faillissement indien dit is gevolgd, opzettelijk niet heeft voldaan aan of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.
1. Proces-verbaal van de FIOD, verklaring curator [naam curator]
Vraag verbalisanten:
Wanneer heeft u [verdachte] om inlichtingen verzocht?
Antwoord getuige:
Op 10 januari 2025 heb ik brief per gewone post en per aangetekend schrijven gestuurd aan [verdachte] . Hierin geef ik aan dat ik tot dat moment contact heb gehad met zijn broer [medeverdachte] . [medeverdachte] zou [verdachte] hebben ingelicht over het faillissement. lk vraag [verdachte] informatie over [medeverdachte rechtspersoon 1] , zoals de boekhouding. Ook wijs [verdachte] op de inlichtingenplicht in artikel 106 Faillissementswet.
Vraag verbalisanten:
Wat was de reactie van [verdachte] op uw vragen?
Antwoord getuige:
lk heb geen reactie ontvangen.
Vraag verbalisanten:
Wat is de consequentie van het ontbreken van administratie en/of boekhouding van [medeverdachte rechtspersoon 1] ?
Antwoord getuige:
De consequentie van het ontbreken van de stukken is dat geen volledig inzicht kan worden verkregen in de financiële staat van de onderneming ten tijde van het faillissement. Hierdoor wordt de afhandeling van het faillissement bemoeilijkt.
2. Proces-verbaal van de FIOD, verklaring getuige [naam getuige]
Vraag verbalisanten:
Over welke periode verrichtte [naam bedrijf] . deze werkzaamheden voor [medeverdachte rechtspersoon 2] . (voorheen: [medeverdachte rechtspersoon 1] .)?
Antwoord getuige:
Dan moet ik in de computer kijken, na 2024 deden wij geen zaken meer. Over boekjaar 2023 hebben wij voor het laatst werkzaamheden verricht.
Vraag verbalisanten:
Wie deed de administratie voor [medeverdachte rechtspersoon 2] . (voorheen: [medeverdachte rechtspersoon 1] .) vanaf 2024?
Antwoord getuige:
Geen idee, de administratie bevindt zich in ieder geval niet bij ons.
3. Schriftelijk stuk
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]4. Schriftelijk stuk
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert de volgende strafbare feiten op:
primair
medeplegen van, als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon, desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekken,
en
medeplegen van, als bestuurder van een rechtspersoon voor het faillissement van de rechtspersoon opzettelijk niet voldoen aan of bewerkstelligen dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee manden met een proeftijd van twee jaar en taakstraf van 180 uur.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft samen met een ander als (voormalig) bestuurder van een failliete rechtspersoon niet voldaan aan de op hem rustende wettelijke verplichting om een volledige en deugdelijke administratie te voeren en te bewaren en deze aan de curator te verstrekken. Ook heeft de verdachte er niet voor gezorgd dat over 2024 een administratie werd gevoerd en bewaard. De curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Voor die taak moet de curator kunnen beschikken over volledige en betrouwbare informatie over de vermogenspositie, de rechten en plichten van de failliet en eventuele transacties voorafgaand aan of tijdens het faillissement. Ondanks een verzoek daartoe heeft de verdachte geen administratie overgedragen aan de curator. Hierdoor was het voor de curator onmogelijk om het faillissement op een juiste wijze af te wikkelen terwijl het maatschappelijke en economische verkeer verlangt dat faillissementen voortvarend en efficiënt worden afgehandeld. Daardoor hebben de schuldeisers van de failliete vennootschap ook financiële schade geleden. De verdachte heeft met zijn handelen het onderling vertrouwen tussen ondernemers, dat van essentieel belang is voor een goed functionerend handelsverkeer, aangetast. Dit alles neemt de rechtbank verdachte kwalijk, temeer nu van hem als bestuurder professioneel, zorgvuldig en adequaat handelen mocht worden verwacht.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 3 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van de strafbare feiten zal aan de verdachte een gevangenisstraf en een forse taakstraf worden opgelegd. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Alles afwegend, vindt de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Daarom wordt aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden opgelegd en daarnaast een taakstraf van 180 uur. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
5 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 344a van het Wetboek van Strafrecht.
6 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen.
7 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. I. Tillema en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 5 augustus 2026.
Mr. Van de Klashorst is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.