Strafrecht overig

Veroordeling voor belediging van een politieambtenaar in functie. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van…

Rechtbank Rotterdam, 22 juli 2026

Zaakgegevens

Op 22 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
22 juli 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
10-167709-23, TUL: 02-131308-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10302
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling voor belediging van een politieambtenaar in functie. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, legt de rechtbank geen straf of maatregel op. Afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-167709-23

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 02-131308-22

Datum uitspraak: 22 juli 2026

Datum zitting: 22 juli 2026

Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. M.S. Yap

Officier van justitie: mr. C.C. Brandwijk

Kern van het vonnis

De verdachte heeft een politieambtenaar in functie beledigd. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, legt de rechtbank geen straf of maatregel op. De vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij - samengevat - een politieambtenaar in functie heeft beledigd.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

zij op of omstreeks 9 juli 2023 te Rotterdam,

opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer] (buitengewoon opsporingsambtenaar, aangesteld in het domein openbare ruimte), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening,

in zijn/haar tegenwoordigheid en/of in het openbaar, mondeling heeft beledigd,

door hem/haar een of meermalen de woorden toe te voegen:

"kankerhoerekinderen" en/of "kankerhoer" en/of "viezerik" en/of "viespeuk" en/of "kankerlijer" en/of "die zwarte", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat:

zij op 9 juli 2023 te Rotterdam,

opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer] (buitengewoon opsporingsambtenaar, aangesteld in het domein openbare ruimte), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening,

in zijn/haar tegenwoordigheid en in het openbaar, mondeling heeft beledigd,

door hem/haar een of meermalen de woorden toe te voegen:

"kankerhoerekinderen" en "kankerhoer" en "viezerik" en "viespeuk" en "kankerlijer" en "die zwarte", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

3.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1.

Eis van de officier van justitie

Aan de verdachte moet voor het feit geen straf of maatregel worden opgelegd, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de ouderdom van de zaak.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft een politieambtenaar in functie beledigd door deze onder andere uit te schelden voor kankerhoer, viezerik, kankerlijer en die zwarte. Hiermee heeft de verdachte de ambtenaar in zijn of haar eer en goede naam aangetast en er blijk van gegeven zijn gezag niet te respecteren.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 juli 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Overige persoonlijke omstandigheden

Op 12 februari 2024 is door de rechtbank een zorgmachtiging aan de verdachte verleend voor de duur van zes maanden. Daarna is de zorgmachtiging verlengd. De huidige zorgmachtiging loopt tot 24 december 2026.

4.3.3.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 9 juli 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van drie jaren en veertien dagen verstreken.

Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Dit heeft gevolgen voor de op te leggen straf.

4.3.4.

Geen straf en maatregel

Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn legt de rechtbank geen straf of maatregel aan de verdachte op.

5 Vordering tot tenuitvoerlegging

5.1.

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 30 september 2022 met parketnummer
02-131308-22 aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van vier weken, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat zij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

5.2.

Oordeel van de rechtbank

Het nu bewezen feit is tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het feit heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat zij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

De rechtbank ziet toch af van de tenuitvoerlegging, omdat zij dit gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte op dit moment niet passend acht. De vordering wordt dus afgewezen.

6 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Toepassing 9a Sr

bepaalt dat voor het feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 02-131308-22)

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 30 september 2022 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

7 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.G. van de Grampel, voorzitter,

en mrs. J.C. Oord en E. Laanen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 juli 2026.

Mr. E. Laanen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.