Strafrecht overig
Veroordeling in verband met medeplegen van voorbereidingshandelingen voor bereiden, bewerken en verwerken van…
Rechtbank Rotterdam, 22 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10312 · Rechtbank Rotterdam · 22 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10312
Zaakgegevens
Op 22 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 22 juli 2026
- Datum publicatie
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10.299153.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10312
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling in verband met medeplegen van voorbereidingshandelingen voor bereiden, bewerken en verwerken van verdovende middelen. Tevens voorhanden hebben verdovende middelen en voorhanden hebben van een (op een echt gelijkend) vuurwapen en munitie.
Gevangenisstraf 15 maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.299153.25
Datum uitspraak: 22 juli 2026
Datum zitting: 8 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres: [adres 1] [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] .
Advocaat van de verdachte: mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden
Officier van justitie: mr. E. van Veen
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich in vereniging schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen om verdovende middelen te bereiden, te bewerken en te verwerken en heeft daarnaast een hoeveelheid verdovende middelen voorhanden gehad. Daarnaast is bewezen dat de verdachte eveneens in vereniging opzettelijk een vuurwapen met munitie en een op een echt gelijkende AK-47 voorhanden heeft gehad. De rechtbank legt hiervoor een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op en verbindt daaraan de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van witwassen.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – op 7 november 2025 in Hellevoetsluis opzettelijk voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de in- of uitvoer van verdovende middelen, dan wel om verdovende middelen te bereiden, te verwerken dan wel te verstrekken (feit 1), dat hij opzettelijk een hoeveelheid heroïne heeft bereid, bewerkt, verkocht, heeft verstrekt dan wel voorhanden heeft gehad (feit 2), dat hij een vuurwapen met munitie (feit 3) en een voor bedreiging geschikt wapen (feit 5) aanwezig heeft gehad. Ook wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij ongeveer 3725,7 gram hasjiesj aanwezig heeft gehad (feit 6). Voorts wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij voornoemde feiten samen met een ander heeft gepleegd. Ten slotte wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij een geldbedrag heeft witgewassen (feit 4).
De volledige tenlastelegging staat in bijlage 1.
2 Bewijs/vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1, 2, 3, 5 en 6 en dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 4. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 3, 4, 5 en 6 omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van al die voorwerpen en dat hij daarover derhalve geen beschikkingsmacht had. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte opzettelijk samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd om verdovende middelen te bereiden, te bewerken en verwerken en opzettelijk verdovende middelen aanwezig heeft gehad. Verder is bewezen dat de verdachte samen met anderen een vuurwapen met munitie en een op een echt gelijkende AK47 voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
Bewijsmotivering
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De rechtbank gaat daarbij uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Feiten 1, 2, 3 en 6
Feiten en omstandigheden
De verdachte is samen met zijn medeverdachte aangetroffen in een woning aan de [adres 2] in Hellevoetsluis waar zij zich voor de politie in de badkamer hadden opgesloten. Verspreid over de woning werden, naast een grote hoeveelheid verdovende middelen, ook voorwerpen aangetroffen die te linken zijn aan het vervaardigen van verdovende middelen. Tevens werd in de droger in de badkamer een vuurwapen met munitie aangetroffen en in de als productieruimte ingerichte kamer een nep AK-47.
Opzet
De rechtbank leidt uit de staat waarin de woning werd aangetroffen en de plekken waar de verdovende middelen en de (nep-)vuurwapens met munitie werden aangetroffen af dat de woning onmiskenbaar als versnijdingspand werd gebruikt. De verdachte was reeds twee dagen aanwezig in het pand. Verder is er een DNA-match vastgesteld tussen het aangetroffen DNA op mondkapjes en werkhandschoenen die in de versnijdingskamer zijn aangetroffen en het DNA van de verdachte, alsmede tussen het DNA van de verdachte en het op verschillende onderdelen van het vuurwapen en de munitie aangetroffen DNA. Bij het aantreffen door de politie van de verdachte en de medeverdachten in de badkamer werd waargenomen dat zich rondom het toilet en ook in de toiletpot een hoeveelheid bruin poeder bevond, hetgeen de indruk wekt dat de verdachte en de medeverdachte hebben geprobeerd sporen uit te wissen door verdovende middelen dan wel versnijdingsmiddelen door het toilet te spoelen. Tijdens de politie-inval werd door de verdachte een telefoon door het raam van de badkamer naar buiten gegooid.
Al de hiervoor genoemde omstandigheden laten naar het oordeel van de rechtbank geen ruimte voor een ander oordeel dan dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen, de voorwerpen voor het vervaardigen van harddrugs en de aangetroffen wapens en munitie en dat hij daarover samen met anderen beschikkingsmacht had. Hieruit volgt dat het opzet van de verdachte gericht was op de tenlastegelegde gedragingen en dat hij bij dit alles nauw en bewust heeft samengewerkt met zijn medeverdachte.
Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario dat de verdachte slechts daar was om heroïne te roken, is niet aannemelijk geworden en wordt verworpen.
Conclusie
De feiten zoals ten laste gelegd onder 1, 2, 3, 5 en 6 zijn wettig en overtuigend bewezen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1
hij
op 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, en
- het opzettelijk vervaardigen
van heroïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, een of meer voorwerpen, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en zijn mededaders, wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten
- strijkzakken,
- een zeef,
- kommen,
- een weegschaal,
- een blokkenpers,
- stempels,
- zakken bruin poeder,
- 737 gram, procaïne,
- wegwerphandschoenen;
2
hij
op 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 10,1 gram, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
3
hij
op 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Glock, model 26 gen 5 USA, kaliber 9x19 mm en voor dit vuurwapen geschikte munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten een of meerdere kogelpatronen, kaliber 9x19 mm en voor dit vuurwapen geschikte onderdelen van een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3º, gelet op artikel 2 lid 1 van Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere patroonmagazijnen
- zijnde een onderdeel/hulpstuk dat van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor een pistool van het merk: Glock, alle modellen, kaliber: 9x19 mm en/of
- zijnde een onderdeel/hulpstuk dat van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor een pistool van het merk: Glock, model: 26 gen 5 USA, kaliber: 9x19 mm
voorhanden heeft gehad;
5.
hij
op 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie I onder 7º van de Wet wapens en munitie, gelet op 3 onder b van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een voorwerp dat voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een automatisch geweer van het merk AK, model 47, voorhanden heeft gehad;
6.
hij
op 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 3579,3 gram, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Vrijspraak
De beschuldiging onder 4 is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
1
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
2
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
3.
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
5.
medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
6.
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de bewezenverklaarde feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Aan die bijzondere voorwaarde dient te worden toegevoegd een contactverbod met zijn medeverdachte.
Standpunt van de verdediging
Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte moet bij een bewezenverklaring worden volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft vanuit een versnijdingspand, dat zich midden in een woonwijk bevond, voorbereidings- en bevorderingshandelingen verricht met betrekking tot het bereiden, bewerken en verwerken van heroïne. Ook heeft hij 10,1 gram heroïne aanwezig gehad, alsmede een handelshoeveelheid hasj. De verdachte heeft zich verder samen met anderen schuldig gemaakt aan verboden wapen- en munitiebezit. Het aanwezig hebben van hard- en softdrugs in combinatie met vuurwapens vormt een onaanvaardbaar risico voor de maatschappij. Verdovende middelen zijn schadelijk voor de volksgezondheid en de handel in en het gebruik van verdovende middelen gaan vaak samen met vele andere vormen van criminaliteit, zoals het gebruik van vuurwapens. Met zijn gedragingen heeft de verdachte hieraan een bijdrage geleverd. Op de terechtzitting heeft hij er geen blijk van gegeven het kwalijke van zijn handelen in te zien.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad van 9 juni 2026 blijkt dat de verdachte langer dan vijf jaar geleden onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 30 januari 2026 staat het volgende.
Bij de verdachte is sprake van PTSS. Hij heeft last van herbelevingen en trauma’s en probeert dat te onderdrukken met middelengebruik. Hij is meerdere keren afgekickt, maar valt daarna weer terug. Verder is sprake van psychosociale problematiek en functioneert hij op een beperkt niveau. De reclassering ziet dit als risico verhogende factoren en het maakt hem beïnvloedbaar. Hij komt in situaties terecht waar hij achteraf spijt van heeft. De verdachte wordt sinds jaren ambulant begeleid door een thuiszorgorganisatie. De thuiszorgorganisatie kan geen adequate hulp bieden met betrekking tot de middelenproblematiek. De reclassering adviseert daarom een klinische opname in verband met diagnostiek, met daarop volgend een verblijf in een beschermde woonvorm. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. De reclassering adviseert, voor zover de verdachte openstaat voor begeleiding, de volgende voorwaarden:
-
meldplicht bij reclassering;
-
opname in een zorginstelling;
-
verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
-
dagbesteding;
-
beheersing middelengebruik.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf van aanzienlijke duur noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank acht daarom een gevangenisstraf van 15 maanden passend. Om te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt, worden 3 maanden van die gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5 In beslag genomen voorwerpen
De rechtbank beslist tot de bewaring van het in beslag genomen geldbedrag van € 3.300,- zoals door de officier van justitie gevorderd, ten behoeve van de rechthebbende.
6 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen
-
2, 3, 10, 10a en 11 van de Opiumwet;
-
13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
-
14a, 14b, 14c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.
7 Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 4 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feiten 1, 2, 3, 5 en 6 zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vijftien (15) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van drie (3) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Marconistraat 2 te Rotterdam;
2. de verdachte zich tijdens de proeftijd voor een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door nog nader te bepalen zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijk instantie. De opname start zodra plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op de psychische- en verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid woning of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
3. de verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in de nog nader te bepalen instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra er plaats is. De verdachte houdt zich aan de huisegels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
4. de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze direct of indirect contact heeft met zijn medeverdachte, [medeverdachte] ;
5. de verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
6. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik leren beheersen van cocaïne, cannabis en heroïne. De controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek en/of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
-
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
-
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
8 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. J.C. Oord en E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 juli 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage 1 – Tenlastelegging
1
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van heroïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere
betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten
- een of meer strijkzakken,
- een zeef,
- een of meerdere kommen,
- een weegschaal,
- een blokkenpers,
- een of meerdere stempels,
- een of meerdere zakken bruin poeder,
- 737 gram, althans een hoeveelheid, procaïne,
- een of meerdere wegwerphandschoenen;
2
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 10,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk Glock, model 26 gen 5 USA, kaliber 9x19 mm en/of (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten een of meerdere kogelpatronen, kaliber 9x19 mm en/of
(voor dit vuurwapen geschikte) onderdelen van een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3º, gelet op artikel 2 lid 1 van Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere patroonmagazijnen
- zijnde een onderdeel/hulpstuk dat van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor een pistool van het merk: Glock, alle modellen, kaliber: 9x19 mm en/of
- zijnde een onderdeel/hulpstuk dat van wezenlijke aard en specifiek bestemd is
voor een pistool van het merk: Glock, model: 26 gen 5 USA, kaliber: 9x19 mm
voorhanden heeft gehad;
4
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, althans in Nederland, één of meerdere voorwerpen (contant geldbedrag van 10.300 euro), voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen)
misdrijf;
5
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie I onder 7º van de Wet wapens en munitie, gelet op 3 onder b van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een voorwerp dat voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een automatisch geweer van het merk AK, model 47, voorhanden heeft gehad;
6
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Hellevoetsluis, gemeente Voorne aan Zee, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3725,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.