Strafrecht overig

De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, bijbehorende…

Rechtbank Rotterdam, 16 juli 2026

Zaakgegevens

Op 16 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
16 juli 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
71.352265.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10320
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, bijbehorende munitie en een geluiddemper in zijn woning. Hij krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 120 dagen waarvan 67 dagen voorwaardelijk, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijk strafdeel is gelijk aan het voorarrest, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast wordt een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 71.352265.25

Datum uitspraak: 16 juli 2026

Datum zitting: 2 juli 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1999 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. M. van Keulen

Officier van justitie: mr. T. Kodrzycki

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, bijbehorende munitie en een geluiddemper in zijn woning. Hij krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 120 dagen waarvan 67 dagen voorwaardelijk, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijk strafdeel is gelijk aan het voorarrest, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast wordt een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd.

1 Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging houdt in dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een vuurwapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie III van de Wet Wapens en Munitie en/of munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vier, althans meerdere, kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 7,65mm Br, voorhanden heeft gehad.

2

hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen, als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad.

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte de feiten heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

  1. De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 2 juli 2026

  2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie, Onderzoek PD

4. Proces-verbaal van de politie, Onderzoek wapen

5. Proces-verbaal van de politie

2.3.2.

Pleegperiode

In de telefoon van zowel de verdachte als de medeverdachte is een filmpje aangetroffen waarin met een wapen wordt geschoten in een bosachtige omgeving. De verdachte heeft verklaard dat op dat filmpje te zien is dat het in zijn woning aangetroffen wapen voorafgaand aan de koop getest wordt door de verkoper. Uit de bewijsmiddelen volgt dat dit filmpje op 8 december 2025 op de telefoon van de verdachte is komen te staan. Dat betekent dat de aanschaf van het vuurwapen in ieder geval ná 8 december 2025 moet hebben plaatsgevonden. De bewezenverklaarde pleegperiode zal daarom worden ingekort.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1

hij in de periode van 8 december 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide, tezamen en in vereniging met een ander een vuurwapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie III van de Wet Wapens en Munitie en munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten vier kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot, kaliber 7,65mm Br, voorhanden heeft gehad.

Feit 2

hij in de periode van 8 december 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide tezamen en in vereniging met een ander een wapen, als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

de eendaadse samenloop van

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen in categorie III van die wet

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Feit 2

medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 240 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 188 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en de voorwaarden als door de reclassering geadviseerd. Daarnaast moet een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis, worden opgelegd.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Verzocht is om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het ondergane voorarrest en het resterende deel geheel voorwaardelijk op te leggen, met een proeftijd van twee jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met een ander voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie en een geluiddemper. Hij heeft deze samen met de medeverdachte aangeschaft en vervolgens opgeborgen in zijn woning. Dit zijn ernstige feiten. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt regelmatig tot het gebruik daarvan en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Het vergroot eveneens het algemene gevoel van onveiligheid in de samenleving.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.

Rapporten reclassering

In het rapport van de reclassering van 27 maart 2026 staat onder meer dat bij de verdachte sprake is van een stabiele leefsituatie. Hij is getrouwd en heeft een zoon. De afgelopen jaren is meermaals vanuit zijn omgeving het vermoeden gerezen dat de verdachte aan het radicaliseren was, wat hij ontkent. Op basis van het ideologisch onderzoek in deze zaak ziet de reclassering ook nu aanwijzingen dat de verdachte het jihadistisch-salafisme aanhangt. Om te voorkomen dat hij opnieuw zelf onderzoek gaat doen en hierbij gebruik maakt van jihadistisch-salafistische bronnen op internet, acht de reclassering theologische begeleiding geïndiceerd. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. Bij een veroordeling wordt een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden geadviseerd, te weten: een meldplicht bij de reclassering, theologische begeleiding, een contactverbod met de medeverdachte, een verbod op het bezoeken van digitale omgevingen waarin jihadistisch, extremistisch en/of anderszins radicaal materiaal kan worden verkregen en een verbod op het bezoeken van (of deelnemen aan) digitale omgevingen waarin over jihadistisch, extremistisch en/of anderszins radicaal gedachtegoed wordt gecommuniceerd.

Op 24 juni 2026 heeft de reclassering een voortgangsverslag opgesteld, waaruit blijkt dat de verdachte meermaals is gesproken, hij zich coöperatief heeft opgesteld en dat hij zich aan de schorsingsvoorwaarden houdt. Vanaf 7 april 2026 is de verdachte fulltime werkzaam bij een bedrijf waar hij printers monteert en installeert. De verdachte woont samen met zijn echtgenote en hun zoontje in huis bij zijn vader. Zijn echtgenote is momenteel opnieuw zwanger. Zij kampt met diverse gezondheidsklachten. De verdachte heeft aangegeven weg te blijven van extremistische online content en heeft zijn oude social media accounts verwijderd.

4.3.3.

Oplegging straffen

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is in beginsel een gevangenisstraf passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten, welke bij het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III in een woning een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voorschrijven. Zoals ter zitting en uit de reclasseringsrapporten is gebleken, gaat het sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis goed met de verdachte en heeft hij zijn leven op de rit. Om die reden zal de rechtbank het onvoorwaardelijk op te leggen deel van de gevangenisstraf beperken tot de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, te weten 53 dagen. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Het overige deel van de gevangenisstraf zal voorwaardelijk worden opgelegd, met daarbij de bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de reclassering. De verdachte heeft zich ter zitting bereid verklaard zich aan al deze voorwaarden te houden, en heeft te kennen gegeven theologische begeleiding een goed idee te vinden. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Gelet op de ernst van de feiten en het gegeven dat er na aftrek van het voorarrest enkel nog een voorwaardelijke gevangenisstraf resteert, zal naast deze gevangenisstraf een taakstraf voor de duur van 120 uren worden opgelegd.

5 In beslag genomen voorwerpen

5.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het patroon te onttrekken aan het verkeer en de iPhone 15 verbeurd te verklaren.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

5.3.1.

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor de feiten wordt de in beslag genomen telefoon van de verdachte (iPhone 15 | [goednummer 1] ) verbeurd verklaard. De strafbare feiten zijn met behulp van die telefoon gepleegd nu er via die telefoon over de aankoop van het vuurwapen en de geluiddemper is gesproken en er op de telefoon een filmpje van het testen van het vuurwapen is aangetroffen.

5.3.2.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank beslist dat het in beslag genomen patroon ( [goednummer 2] ) wordt onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

6 Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 20 februari 2026 geschorst. Het geschorste bevel wordt opgeheven.

7 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 120 (honderdtwintig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht (zijnde 53 (drieënvijftig) dagen), in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 67 (zevenenzestig) dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Meldplicht bij reclassering: de verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Hieronder valt ook het meewerken aan eventuele huisbezoeken. De meldplicht heeft tot doel de verdachte te kunnen begeleiden bij en controleren op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden. De reclassering bepaalt welke gespreksonderwerpen van belang zijn om een inschatting te kunnen maken van de recidive- en veiligheidsrisico’s, waarbij de privacy van de verdachte zoveel mogelijk gerespecteerd zal worden. Indien uit deze gespreken blijkt dat de reclassering theologische begeleiding noodzakelijk acht om recidive te voorkomen dan dient de verdachte daaraan mee te werken;

2. Theologische begeleiding: de verdachte verleent gedurende de proeftijd – zolang de reclassering dit noodzakelijk acht – zijn medewerking aan het voeren van inhoudelijke gesprekken met een door de reclassering aan te wijzen theologisch deskundige waarbij de theologisch deskundige de gespreksonderwerpen bepaalt en zijn bevindingen zal terugkoppelen aan de reclassering;

3. Contactverbod: de verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met: [medeverdachte], geboren op [geboortedatum 2] 2007, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig acht;

4. Overige voorwaarden het gedrag betreffende: de verdachte vermijdt dat hij in aanraking komt met jihadistisch, extremistisch en/of radicaal materiaal en vermijdt dat er jihadistisch, extremistisch en/of radicaal materieel op zijn digitale gegevensdragers komt en verder wordt verspreid. De verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van (1) het bezoeken van een digitale omgeving waarin jihadistisch, extremistisch en/of radicaal materiaal kan worden verkregen en (2) het bezoeken van/deelnamen aan een digitale omgeving waarin over jihadistisch, extremistisch en/of anderszins radicaal gedachtegoed wordt gecommuniceerd;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

In beslag genomen voorwerpen

verklaart verbeurd voor de feiten:

> 1 STK GSM | [goednummer 1] | iPhone 15;

verklaart voor feit 1 onttrokken aan het verkeer:

> 1 STK Patroon | [goednummer 2] ;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

9 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van der Groen, voorzitter,

en mrs. J.L. Luiten en L. den Teuling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 juli 2026.

/Mr. [ ]/Mrs. [ ]/en [ ] is/zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] met nummer [dossiernummer] . Het proces-verbaal van bevindingen, Team CTER, nummer 53, pagina AD183 tot en met AD186 van het zaaksdossier. Het proces-verbaal Onderzoek PD foto’s vuurwapen, Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies, nummer [proces-verbaalnummer 1] , pagina ZD138 tot en met ZD140 van het zaaksdossier. Het proces-verbaal Onderzoek wapen, Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies, nummer [proces-verbaalnummer 2] , pagina ZD141 tot en met ZD146 van het zaaksdossier. Het proces-verbaal van bevindingen, Team CTER, nummer 67, pagina ZD35 tot en met ZD44 van het zaaksdossier.