Strafrecht overig
De verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie in zijn…
Rechtbank Rotterdam, 16 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10321 · Rechtbank Rotterdam · 16 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10321
Zaakgegevens
Op 16 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Datum publicatie
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10.350820.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10321
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie in zijn woning. Hij krijgt een taakstraf opgelegd van 200 uren, waarvan 80 uren voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.350820.25
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Datum zitting: 2 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 op [geboorteland] ,
ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. E.R. Weening
Officier van justitie: mr. N. van der Meij
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie in zijn woning. Hij krijgt een taakstraf opgelegd van 200 uren, waarvan 80 uren voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar.
1 Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij op of omstreeks 24 december 2025 te Rotterdam (in zijn woning aan [adres] )
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een
pistool van het merk FEG Model Walam, kaliber 9 mm kort en/of munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 11 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm voorhanden heeft gehad.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte het feit heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
-
De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 2 juli 2026
-
Proces-verbaal van politie
3. Kennisgeving van inbeslagneming
4. Proces-verbaal van politie, onderzoek vuurwapens en munitie
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij op 24 december 2025 te Rotterdam (in zijn woning aan [adres] )
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een
pistool van het merk FEG Model Walam, kaliber 7.65 mm en munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 11 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm voorhanden heeft gehad.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen in categorie III van die wet
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Daarnaast moet een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd van twee jaar, worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om een taakstraf op te leggen, maar af te zien van een voorwaardelijke gevangenisstraf gelet op de gevolgen die dat voor het werk van de verdachte kan hebben.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden gehad in een tas in zijn slaapkamer. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt regelmatig tot het gebruik daarvan en vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Het vergroot eveneens het algemene gevoel van onveiligheid in de samenleving.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Persoonlijke omstandigheden
De verdachte werkt al jarenlang als servicemonteur in de elektrotechniek. Hij wil graag doorgroeien en wil daarvoor een studie volgen. Hij wacht op goedkeuring voor het HBO. Van augustus tot en met december kan hij op Aruba gaan werken.
Oplegging
Gelet op de ernst van het strafbare feit, de LOVS oriëntatiepunten en straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel de aangewezen strafmodaliteit. Echter, de verdachte heeft zijn leven goed op orde en heeft de afgelopen jaren hard aan zijn toekomst gewerkt. De rechtbank acht zijn verklaring dat hij het wapen jaren geleden in bezit heeft gekregen, voordat hij besloot zijn leven een positieve wending te geven en zich te richten op zijn werk, aannemelijk. Het is onwenselijk om de vaste baan, die de verdachte al jarenlang heeft en waarin toekomstperspectief is, te doorkruisen met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Ook van het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank afzien, gelet op de door de raadsman benadrukte gevolgen die dat mogelijk zou kunnen hebben voor het werk van de verdachte. Om die reden zal de rechtbank een taakstraf opleggen voor de duur van 200 uren, waarvan 80 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Dit voorwaardelijk strafdeel heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
5 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
6 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 200 (tweehonderd) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
bepaalt dat 80 (tachtig) uren van deze taakstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de algemene voorwaarde, dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt, niet naleeft;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 114 (honderdveertien) uur taakstraf moet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 57 (zevenenvijftig) dagen.
7 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van der Groen, voorzitter,
en mrs. J.L. Luiten en L. den Teuling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 juli 2026.
/Mr. [ ]/Mrs. [ ]/en [ ] is/zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.