Strafrecht overig

De dagvaarding is nietig voor zover het de feiten 2, 3 en 4 betreft omdat het voor de verdachte onduidelijk…

Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2026

Zaakgegevens

Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
30 juli 2026
Datum publicatie
19 augustus 2026
Zaaknummer
71.045310.26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10329
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De dagvaarding is nietig voor zover het de feiten 2, 3 en 4 betreft omdat het voor de verdachte onduidelijk is wat hem onder welk feit wordt verweten en tegen welke beschuldiging hij zich dient te verdedigen. Ten aanzien van feit 1 geldt dat de verdachte wordt veroordeeld voor het verwerven, bezitten en het zich de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal. Hij krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 90 dagen waarvan 26 dagen voorwaardelijk, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijk strafdeel is gelijk aan het voorarrest, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast wordt een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam


Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 71.045310.26

Datum uitspraak: 30 juli 2026

Datum zitting: 16 juli 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. M.J. Bouwman

Officier van justitie: mr. T. Tanghe

Kern van het vonnis

De dagvaarding is nietig voor zover het de feiten 2, 3 en 4 betreft omdat het voor de verdachte onduidelijk is wat hem onder welk feit wordt verweten en tegen welke beschuldiging hij zich dient te verdedigen. Ten aanzien van feit 1 geldt dat de verdachte wordt veroordeeld voor het verwerven, bezitten en het zich de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal. Hij krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 90 dagen waarvan 26 dagen voorwaardelijk, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijk strafdeel is gelijk aan het voorarrest, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast wordt een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte – kort samengevat – van:

- het vervaardigen, verwerven en bezitten van en het zich de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal in de periode van 23 april 2024 tot en met 17 februari 2026 en daarvan een gewoonte maken (feit 1);

- het digitaal plegen van seksuele handelingen met minderjarigen tussen de twaalf en zestien jaar of tussen de zestien en achttien jaar in de periode van 9 september 2024 tot en met 17 februari 2026 en daarvan een gewoonte maken (feit 2);

- poging tot het digitaal plegen van seksuele handelingen met minderjarigen tussen de twaalf en zestien jaar in de periode van 9 september 2024 tot en met 17 februari 2026 (feit 3);

- het indringend seksueel benaderen van minderjarigen onder de zestien jaar in de periode van 9 september 2024 tot en met 17 februari 2026 (feit 4).

De volledige tenlastelegging staat in de bijlage bij dit vonnis.

2 Geldigheid van de dagvaarding | feiten 2, 3 en 4

2.1.

Standpunt van de verdediging

De dagvaarding moet nietig worden verklaard voor zover het gaat om de feiten 2, 3 en 4. De tenlastelegging onder de feiten 2, 3 en 4 is onvoldoende concreet waardoor de verdachte en de raadsman niet weten op welke specifieke personen deze feiten zien en tegen welke concrete gebeurtenissen de verdachte zich dient te verweren. Pas bij de voordracht heeft de officier van justitie gesteld dat het bij feit 3 over andere personen zou gaan dan bij feit 2. Tot dat moment ging de verdediging ervan uit dat het om dezelfde personen ging, mede omdat feit 3 oorspronkelijk als subsidiair feit ten laste was gelegd onder feit 2. Bij feit 4 geldt dat het nog maar om één ander persoon zou gaan, waarvan de verdediging maar moet uitvinden wie dat dan zou zijn. Er worden geen namen, aliassen of concrete data genoemd en er wordt volstaan met een algemene opsomming van gedragingen. Daarmee voldoet de dagvaarding niet aan de eisen die de wet eraan stelt.

2.2.

Standpunt van de officier van justitie

De dagvaarding is geldig. Het klopt dat er geen namen zijn genoemd in de dagvaarding, maar dat komt doordat de jongens waar het over gaat niet geïdentificeerd konden worden. Het Openbaar Ministerie heeft daar wel haar best voor gedaan, maar helaas zijn identificaties niet gelukt. Er staat duidelijk in de dagvaarding dat het gaat om seksueel contact met een kind of meer kinderen. Op basis van het dossier is het evident over welke vier jongens het onder feit 2 gaat: [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en het contact met nummer [slachtoffer 4] (hierna: contact [slachtoffer 4] ). Bij feit 3 gaat het om andere jongens die de verdachte in chatgesprekken bij de seksuele handelingen probeerde te betrekken. Er wordt ten aanzien van feit 3 en 4 in de chats nadrukkelijk over leeftijden gesproken van kinderen onder de zestien jaar.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

Op grond van artikel 261 Sv behelst de dagvaarding een opgave van de feiten die ten laste worden gelegd en ook de omstandigheden waaronder de feiten zouden zijn begaan. Hierbij moet voortdurend in het oog worden gehouden of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De opgave van de feiten moet duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk zijn. Bij de verdachte mag er – tegen de achtergrond van het strafdossier en het voorbereidend onderzoek – redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten. Voor de rechtbank moet duidelijk en begrijpelijk zijn wat zij concreet te onderzoeken heeft.

Voor de beoordeling van de begrijpelijkheid en duidelijkheid van de tenlastelegging is relevant dat de inleidende dagvaarding van 17 maart 2026 naar aanleiding van een aankondiging van een vordering wijziging tenlastelegging van 9 juli 2026 op de zitting is aangepast. Onder feit 2 was in de eerdere tenlastelegging primair deels het huidige feit 2 (digitale aanranding van minderjarigen tussen de twaalf en zestien jaar) ten laste gelegd en subsidiair het huidige feit 3 (poging tot digitale aanranding van minderjarigen tussen de twaalf en zestien jaar). Gelet op de wijze van ten laste leggen in de eerdere dagvaarding is het – zonder nadere concrete aanduiding – een begrijpelijke gevolgtrekking van de verdediging geweest dat het bij het nieuwe feit 2 en het nieuwe feit 3 om dezelfde personen zou moeten gaan. Bij de voordracht op 16 juli 2026 heeft de officier van justitie echter toegelicht dat het onder het nieuwe feit 2 gaat om de personen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en contact [slachtoffer 4] onderverdeeld naar mogelijk jonger of ouder dan 16 jaar en dat het bij de feiten 3 en 4 evident om andere jongens gaat die onder de 16 jaar oud zouden zijn geweest. Die toelichting is voor het eerst ter zitting gegeven en volgt niet duidelijk uit de tenlastelegging en is ook niet zonder meer te herleiden uit het dossier. In het dossier komen namelijk verschillende personen naar voren waarop de verdenkingen kunnen zien. Zo worden er chats beschreven tussen personen die worden omschreven als [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en contact [slachtoffer 4] , maar binnen de chats met die personen zou door de verdachte ook worden gevraagd naar andere, onbekend gebleven, mogelijke minderjarigen.

De rechtbank stelt dan ook vast dat in het dossier verschillende personen en leeftijden genoemd worden, voor zover de leeftijden al bekend zijn. Zonder nadere omschrijving is niet zonder meer vast te stellen welke in het dossier genoemde mogelijke minderjarige personen van jonger of ouder dan zestien jaar door de opsteller van de tenlastelegging worden bedoeld onder de feiten 2, 3 en 4. In de tenlastelegging is daar namelijk geen onderscheid in gemaakt door bijvoorbeeld het noemen van (gebruikers)namen of het vermelden van andere concrete verwijzingen. De gekozen formulering “kind(eren) in de leeftijd van” is gelet op de inhoud van het dossier te algemeen en onvoldoende bepaald. Dat maakt ook dat uit de tekst van de tenlastelegging onvoldoende duidelijk volgt welke (seksuele) handelingen ten aanzien van welke mogelijke minderjarige personen aan de verdachte worden verweten. De tenlastelegging behelst dan ook, bezien in het licht van de inhoud van het dossier, een onvoldoende duidelijke opgave van de feiten 2, 3 en 4. Het is voor de verdachte daarom onduidelijk wat hem onder welk feit wordt verweten en tegen welke beschuldiging hij zich dient te verdedigen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de dagvaarding ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 niet voldoet aan de eisen die artikel 261 Sv daarvoor stelt. De dagvaarding is daarom nietig voor wat betreft die feiten. Ten aanzien van het ten laste gelegde feit onder 1 is de dagvaarding geldig. De rechtbank gaat over tot de beoordeling van dat feit.

3 Bewijs | Feit 1

3.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

3.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft partieel vrijspraak bepleit ten aanzien van een deel van de aangetroffen bestanden en het gewoonte maken. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte 161 visuele weergaven in de vorm van afbeeldingen en/of video’s aan kinderpornografisch materiaal heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich daar door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang toe heeft verschaft (feit 1). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.3. De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande aanvullende bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte
Ik heb in 2024 en 2025 kinderporno bekeken en dit bewaard. Ik kreeg dit materiaal via chatgroepen en chatgesprekken. Ik kwam online in contact met personen en dit werd mij toegestuurd. De One Plus 11 telefoon die bij mijn aanhouding op 17 februari 2026 in beslag is genomen, is van mij. Die telefoon heb ik na de doorzoeking in 2025 gekocht.

2. Proces-verbaal van politie, doorzoeking ter inbeslagname

Op 14 april 2025 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in woning [adres] te [plaats] .

Tijdens de doorzoeking werden in beslag genomen:

L.01.02.001 | Samsung Tablet

L.01.02.002 | Telefoon Sony

L.05.03.011 | Telefoon +one

L.05.04.002 | Samsung Tablet

L.05.07.001 | HP Desktop

3. Proces-verbaal van politie, verklaring verdachte 19 februari 2026

De L.01.02.001 Tablet – Samsung zilver, L.01.02.002 Telefoon Sony Xperia,

L.05.03.011 Telefoon OnePlus, L.05.04.002 Tablet Samsung Tab S3 en L.05.07.001 HP Omen zijn van mij.

4. Proces-verbaal van politie, Beschrijving kinderpornografisch materiaal
Op de gegevensdragers met nummers L.01.02.001 (Samsung Tablet), L.01.02.002 (Telefoon Sony Xperia 11), L.05.03.011 (Telefoon OnePlus), L.05.04.002 (Samsung Galaxy Tab 3) en L.05.07.001 (Desktop Hewlett Packard Omen) is strafbaar of anderszins relevant materiaal aangetroffen.

Totaal betreffen het 351 kinderpornografische visuele weergaven. Dit betreffen 338 foto’s en 13 video’s. Wij zagen dat deze visuele weergaven op meerdere gegevensdragers stonden.

Wij zagen dat de kinderpornografische visuele weergaven uit de volgende seksuele gedragingen bestonden:

- Penetratie: op een groot deel van de kinderpornografische visuele weergaven is te zien dat het lichaam van een minderjarige en/of door een minderjarige wordt gepenetreerd. Dit vindt zowel oraal als anaal plaats doormiddel van een penis of vinger/hand.

- Ontuchtige handelingen: dit vindt zowel bij en/of door een minderjarige plaats. Zo worden de geslachtsdelen, billen en/of borsten aangeraakt bij een minderjarige.

- Poseren en sadomasochistische elementen: een deel bestaat uit poserende visuele weergaven. Er is te zien dat door een minderjarige of minderjarige in pose, zowel geheel naakt als gedeeltelijk naakt staat afgebeeld.

- Overige seksuele handelingen: op een deel van de visuele weergaven is te zien dat er overige seksuele handelingen worden verricht, zoals masturbatie dicht bij het lichaam/gezicht van een minderjarige, of het zichtbaar maken, dan wel spuiten van sperma op het lichaam van de minderjarige. Ook is te zien dat er een penis dicht bij het lichaam van een minderjarige wordt gehouden.

Bij 6 van de kinderpornografische visuele weergaven is een created data beschikbaar. Wij zagen dat de created data 23-4-2024 betrof.

157 van de kinderpornografische visuele weergaven waren, vanwege de locatie van de bestanden op de digitale gegevensdrager, de manier waarop de bestanden daar gekomen zijn en de rol van de verdachte daarbij, voor de gebruiker benaderbaar.

5. Proces-verbaal van politie, Beschrijving kinderpornografisch materiaal
Op 17 februari 2026 werd de verdachte aangehouden. Hierbij is de telefoon die hij bij zich droeg in beslag genomen. Het gaat om een OnePlus 11 (LOEV309.01.01.001).

Ik heb de gegevensdrager gecontroleerd op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal. In totaal betreffen het 10 kinderpornografische visuele weergaven, dit betreffen 10 foto’s, waarvan 4 uniek. Op deze foto’s stond een Aziatische jongen afgebeeld met de geschatte leeftijd van 14 – 16 jaar oud.

Uit onderzoek door de digitale recherche bleek dat de foto’s op een ‘x’ moment op de filmrol van dit toestel hebben gestaan, maar dat de originelen niet meer bestaan. In de forensische tooling is geen data inzichtelijk waarop te zien is wanneer de foto’s op de telefoon gekomen zijn. De telefoon is na de eerste inbeslagname op 14 april 2025 door de verdachte in gebruik genomen.

3.3.2.

Nadere bewijsmotivering

De verdachte heeft bekend dat hij kinderporno heeft bekeken en bewaard, waarmee het onder 1 ten laste gelegde feit, samen met de bovengenoemde bewijsmiddelen, is bewezen. De raadsman heeft een aantal verweren gevoerd waar de rechtbank op zal reageren.

Bestanden tot 14 april 2025

In de periode tot 14 april 2025 zijn van 157 kinderpornografische visuele weergaven vastgesteld dat deze benaderbaar zijn geweest voor de verdachte. Van de 194 kinderpornografische visuele weergaven die op de harde schrijf lomega zijn aangetroffen, is gebleken dat deze niet benaderbaar zijn en dat de herkomst daarvan niet te bepalen is. Nu niet is gebleken dat de verdachte over software beschikte waarmee hij deze bestanden inzichtelijk of benaderbaar zou kunnen maken, is de rechtbank, met de verdediging, van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte deze 194 visuele weergaven heeft verworven, in bezit heeft gehad of zich de toegang daartoe heeft verschaft in de periode tot aan de doorzoeking. Dit maakt geen verschil voor de bewezenverklaring, maar zal wel worden meegewogen bij het bepalen van de strafmaat.

Bestanden na 14 april 2025

De verdachte heeft verklaard dat hij in de periode na de doorzoeking in april 2025 niet gericht op zoek is gegaan naar kinderporno maar dat contacten hem afbeeldingen toestuurden die hij direct verwijderde na ontvangst. Volgens de verdediging ontbreekt daarom het opzet ten aanzien van de kinderpornografische visuele weergaven die na de doorzoeking in april 2025 op de telefoon van de verdachte zijn gevonden.

Uit de verklaring van de verdachte volgt dat hij ook in de periode na de doorzoeking, toen hij dus wist van de verdenkingen tegen hem, online seksuele contacten heeft onderhouden, waaronder met jonge personen die hem bestanden toestuurden. Daarmee heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de vier unieke visuele weergaven die als kinderpornografisch materiaal zijn beoordeeld op zijn telefoon terecht zijn gekomen en op enig moment in de galerij van zijn telefoon hebben gestaan.

Foto #04 en #05

De raadsman heeft aangevoerd dat foto #04 en #05 twijfelgevallen betreffen over of het op die afbeeldingen gaat om iemand die jonger is dan 18 jaar. De rechtbank heeft deze foto’s daarom in raadkamer bekeken, maar zij heeft die twijfel niet en ziet daarom geen redenen om de verdachte vrij te spreken voor zover het gaat om die visuele weergaven.

Vrijspraak bestanddeel gewoonte

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het strafverzwarende bestanddeel dat hij een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven, bezitten en zich de toegang verschaffen tot kinderporno. Hoewel de bewezenverklaring een lange periode betreft, is uit het procesdossier niet gebleken dat de verwerving van het kinderpornografisch materiaal op meerdere momenten tijdens de periode voorafgaand aan de doorzoeking en tijdens de periode vanaf de doorzoeking tot aan de aanhouding van de verdachte heeft plaatsgehad en met welke frequentie de bestanden zouden zijn bekeken, gedownload en opgeslagen. Daarnaast is sprake van een relatief geringe hoeveelheid kinderporno die is aangetroffen.

3.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1

hij, in de periode van 23 april 2024 tot en met 17 februari 2026 te [plaats] meermalen,

(in de periode van 23 april 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft

en

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 februari 2026, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)

visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten afbeeldingen en/of visuele weergaven en/of gegevensdragers (bevattende afbeeldingen en/of visuele weergave), te weten:

- Samsung Tablet, goednummer 852850

- Telefoon Sony Xperia 1, goednummer 852851

- Telefoon OnePlus CPH2653, goednummer 852877

- Tablet Samsung Galaxy Tab S3, goednummer 852879

- Desktop Hewlett Packard Omen, goednummer 852882

- OnePlus 11, goednummer 853748

waarop te zien is dat:

die persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand en/of

een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis

(zie afbeeldingnummers #01 en #02 in de toonmap horende bij proces-verbaal

[proces-verbaalnummer 1] en en zie afbeeldingsnummer #6 in de toonmap

horende bij proces-verbaal [proces-verbaalnummer 2] )

en/of

het geslachtsdeel en/of de borsten van die persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt

en/of

het geslachtsdeel, billen en/of borsten van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of

die persoon het eigen geslachtsdeel met een vinger/hand aanraakt

(zie afbeeldingnummers #03 en #04 in de toonmap horende bij proces-verbaal [proces-verbaalnummer 1] )

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of

- bevattende sadomasochistische elementen, (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

(zie afbeeldingnummer #05 in de toonmap horende bij proces-verbaal

[proces-verbaalnummer 1] en zie afbeeldingnummers #1 en #2 en #3 in de

toonmap horende bij proces-verbaal [proces-verbaalnummer 3] inclusief bijlage en zie

afbeeldingsnummers #1 en #3 en #4 en #5 in de toonmap horende bij procesverbaal

[proces-verbaalnummer 2] )

en/of

dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of

bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of

bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden

(zie afbeeldingnummers #06 en #7 in de toonmap horende bij proces-verbaal

[proces-verbaalnummer 1] ).

4 Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Feit 1

(periode 23 april 2024 tot en met 30 juni 2024)

een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd

en

(periode 1 juli 2024 tot en met 17 februari 2026)

een visuele weergave van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd

4.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5 Straffen

5.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten 1 tot en met 4 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van vijf jaren, met daaraan verbonden de voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft al 64 dagen in voorarrest gezeten en dat is al te lang geweest voor feit 1. Een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daarbij een taakstraf doet recht aan dit feit.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

5.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft gedurende een periode van bijna twee jaren 161 kinderpornografische afbeeldingen en video’s verworven en in zijn bezit gehad op verschillende gegevensdragers. De leeftijden van de afgebeelde kinderen varieerden van nog geen één jaar oud tot 18 jaar oud. De seksuele gedragingen bestonden niet alleen uit het op een seksuele wijze poseren, maar ook uit het (laten) uitvoeren van ontuchtige handelingen, waaronder penetratie van het lichaam van kinderen.

Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook degenen die kinderporno zoeken of binnenhalen, zoals de verdachte. De verdachte heeft door op deze wijze te handelen een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de markt voor kinderporno. Kinderporno is uitermate schadelijk, nu bij de vervaardiging daarvan kinderen seksueel worden misbruikt en uitgebuit.

5.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad van 22 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.

Rapporten

In het rapport van psycholoog R. Brandsma van 11 april 2026 staat onder meer dat er geen huidige stoornis kan worden vastgesteld anders dan een stoornis die ten tijde van het onderzoek inmiddels in remissie is, te weten een Delirium door de ziekte van Addison. Deze stoornis was in 2024 wel aanwezig (totdat deze medicamenteus onder controle was) en was van invloed op de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde in die periode. Om die reden wordt geadviseerd om de ten laste gelegde feiten die zijn begaan in 2024, tot de verdachte was ingesteld op medicatie en totdat de klachten in december 2024 grotendeels waren verdwenen, in verminderde mate toe te rekenen. Daarna waren het oordeelsvermogen en de gedragscontrole voldoende hersteld waardoor er na 2024 onvoldoende redenen gevonden worden voor een advies tot verminderd toerekenen. Het risico op herhaling van een zedendelict wordt als gemiddeld ingeschat. Er zijn veel beschermende factoren aanwezig in het leven van de verdachte. Gezien de afwezigheid van een psychische stoornis met een verhoogd recidiverisico is er geen aanleiding voor behandeling binnen het strafrecht. De verdachte zegt wel behandeling te willen om te begrijpen hoe hij tot zijn gedrag kwam en om dit in de toekomst te voorkomen.

In een e-mail van 28 mei 2026 staat dat de psycholoog op 24 april 2026 aanvullende vragen van de officier van justitie heeft beantwoord. Hieruit volgt dat de ontregelde lichamelijke en (met name) psychische gezondheidstoestand van de verdachte een situatie creëerde waarin hij een verhoogde behoefte had aan verlichting in de vorm van gezelschap, afleiding en troost welke gezocht werden in online contacten en seksualiteit terwijl het kritisch oordeelsvermogen en de gedragscontrole verminderd waren. De overweging om geen behandeling binnen het strafrecht te adviseren was gelegen in het feit dat bij het ontbreken van een vastgestelde psychische stoornis die doorwerkt in het tenlastegelegde gedrag waarbij een recidive verhogend effect is, het niet in de rede ligt om alsnog behandeling binnen het strafrechtelijk kader te adviseren. De verdachte gaf echter aan behandeling te willen en vanuit gedragskundig perspectief is er in deze situatie niets op tegen om behandeling op basis van het ten laste gelegde gedrag in een strafrechtelijk kader op te leggen.

In het rapport van Reclassering Nederland van 7 juli 2026 staat onder meer dat er bij de verdachte op de meeste leefgebieden sprake lijkt te zijn van stabiliteit. Na schorsing van de voorlopige hechtenis heeft de verdachte zijn werk als functioneel beheerder opgepakt. De reclassering vindt het van belang dat er meer zicht komt op het psychosociaal functioneren van de verdachte en om hem in navolging daarvan begeleiding en behandeling te bieden om eventuele risico’s zoveel mogelijk te kunnen beperken. De verdachte zegt ervoor open te staan om dit binnen een reclasseringstoezicht aan te gaan. Bij een veroordeling wordt dan ook een deels voorwaardelijke straf geadviseerd met daaraan verbonden als bijzondere voorwaarden: (a) meldplicht bij de reclassering, (b) het volgen van ambulante behandeling, (c) het vermijden van contact met minderjarigen, (d) het vermijden van digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met seksueel kindermisbruik en (e) een algemeen verbod op verblijf in het buitenland.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft sinds 1 mei 2026 een nieuwe baan en werkt momenteel voor de gemeente [naam gemeente] . Dit geeft hem stabiliteit en vreugde. De verdachte wil graag aan de slag met een psycholoog en is bereid zich aan alle voorwaarden als geadviseerd te houden.

5.3.3.

Toerekenbaarheid

Op basis van het rapport van de psycholoog stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte in 2024 een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte in die periode tijdens het begaan van het strafbare feit beïnvloedde. Het feit wordt daarom in de periode van 23 april 2024 tot en met 31 december 2024 verminderd aan de verdachte toegerekend. Het feit kan de verdachte in de periode daarna, dus tot aan 17 februari 2026, wel volledig worden toegerekend.

5.3.4.

Oplegging straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Op basis van die oriëntatiepunten wordt in de regel voor het verwerven, bezitten en zich de toegang verschaffen tot kinderporno een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorgeschreven, waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur. Dit vormt een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, het relatief geringe aantal afbeeldingen en video’s dat op de gegevensdragers is aangetroffen en de deels verminderde toerekenbaarheid. Ook weegt de rechtbank mee dat de verdachte in deze zaak 64 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en dat ter zitting en uit de rapportages is gebleken dat het sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis goed gaat in het leven van de verdachte.

Om deze redenen zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen van 90 dagen. Van deze gevangenisstraf worden 26 dagen voorwaardelijk opgelegd. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Het overige deel van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd, met daaraan verbonden de voorwaarden als geadviseerd door de reclassering. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank geen aanleiding om hier een langere proeftijd dan twee jaren aan te verbinden. Naast deze gevangenisstraf wordt een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd.

6 Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 21 april 2026 geschorst. Het geschorste bevel wordt opgeheven.

7 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissingen

De rechtbank:

Voorvragen

verklaart de dagvaarding nietig voor zover het betreft de feiten 2, 3 en 4;

verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte feit 1, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 90 (negentig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht (zijnde 64 (vierenzestig) dagen), in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 26 (zesentwintig) dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Meldplicht bij reclassering: de verdachte meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met Reclassering Nederland, locatie [plaats] , zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

2. Ambulante behandeling: de verdachte laat zich gedurende de proeftijd, of zolang dat nodig wordt geacht, behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering dat nodig vindt. De behandeling start zodra mogelijk. De zorgvelener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op seksueel overschrijdend gedrag;

3. Vermijden contact met minderjarigen: de verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt de verdachte dat verzorgers hierbij aanwezig zijn;

4. Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik: de verdachte

a. vermijdt digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

b. vermijdt digitale omgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd en games met chatfunctie, die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen;

c. maakt geen gebruik van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor dat gebruik;

d. geeft inzicht in de wijze waarop hij de omgevingen onder a. en b. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd;

Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devies, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte heeft gebruikt. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar, meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte;

5. Algemeen verbod buitenland: de verdachte overlegt met de reclassering in het geval van verblijf buiten Nederland.

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

9 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Rocha, voorzitter,

en mrs. A.S. Flikweert en J.K. Tempel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 30 juli 2026.

Mr. Hessing is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage – volledige tenlastelegging

1

hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 april 2024 tot en met 17 februari 2026 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 23 april 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken en/of schijnbaar was betrokken

heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 februari 2026, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)

een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken

heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft

te weten een of meer afbeeldingen en/of visuele weergaven en/of gegevensdragers (bevattende afbeeldingen en/of visuele weergave), te weten:

- Samsung Tablet, goednummer 852850

- Telefoon Sony Xperia 1, goednummer 852851

- Telefoon OnePlus CPH2653, goednummer 852877

- Tablet Samsung Galaxy Tab S3, goednummer 852879

- Harde Schijf lomega MDHD320-U, goednummer 852881

- Desktop Hewlett Packard Omen, goednummer 852882

- OnePlus 11, goednummer 853748

waarop te zien is dat:

die persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of vinger/hand

en/of

een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis

(zie afbeeldingnummers #01 en #02 in de toonmap horende bij proces-verbaal

[proces-verbaalnummer 1] en en zie afbeeldingsnummer #6 in de toonmap

horende bij proces-verbaal [proces-verbaalnummer 2] )

en/of

het geslachtsdeel en/of de borsten van die persoon met een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt

en/of

het geslachtsdeel, billen en/of borsten van een ander kind/persoon met een penis en/of vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon

en/of

die persoon het eigen geslachtsdeel met een vinger/hand aanraakt

(zie afbeeldingnummers #03 en #04 in de toonmap horende bij proces-verbaal [proces-verbaalnummer 1] )

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of

- bevattende sadomasochistische elementen, (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

(zie afbeeldingnummer #05 in de toonmap horende bij proces-verbaal

[proces-verbaalnummer 1] en zie afbeeldingnummers #1 en #2 en #3 in de

toonmap horende bij proces-verbaal [proces-verbaalnummer 3] inclusief bijlage en zie

afbeeldingsnummers #1 en #3 en #4 en #5 in de toonmap horende bij procesverbaal

[proces-verbaalnummer 2] )

en/of

dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of

bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of

bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden

(zie afbeeldingnummers #06 en #7 in de toonmap horende bij proces-verbaal

[proces-verbaalnummer 1] )

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;

2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 september 2024 tot en met 17 februari 2026 te [plaats] , althans in Nederland, en/of in de Filipijnen, (telkens) met (een) kind(eren) in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, terwijl dat/die kind(eren) via een live verbinding voor hem, verdachte, zichtbaar was/waren en/of met welk(e) kind(eren) hij, verdachte, (live) chat contact had, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, welke handelingen bestonden uit af (laten) trekken en/of (laten) pijpen en/of het tonen van de ontblote penis en/of (laten) trekken aan dan wel knijpen in de tepel, welk hiervoor omschreven feit (telkens) werd begaan tegen een kind dat zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling,

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;

en/of

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 september 2024 tot en met 17 februari 2026 te [plaats] , althans in Nederland, en/of in de Filipijnen, (telkens) met (een) kind(eren) in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, terwijl dat/die kind(eren) via een live verbinding voor hem, verdachte, zichtbaar was/waren en/of met welk(e) kind(eren) hij, verdachte, (live) chat contact had, een of meer seksuele handelingen heeft verricht, welke handelingen bestonden uit af (laten) trekken en/of (laten) pijpen en/of het tonen van de ontblote penis en/of (laten) trekken aan dan wel knijpen in de tepel;

welk feit (telkens) werd begaan jegens (een) kind(eren) in een bijzonder kwetsbare positie en/of in een situatie van afhankelijkheid en/of welk feit (telkens) werd begaan met misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of met gebruikmaking van giften en/of terwijl dat/die kind(eren) zich (telkens) beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling,

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;

3.

hij in of omstreeks de periode van 9 september 2024 tot en met 17 februari 2026 te [plaats] , althans in Nederland, en/of in de Filipijnen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een of meer kind(eren) in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, een of meer seksuele handelingen te verrichten, door:

- dat/die kind(eren) via een live verbinding te (laten) vragen naakt voor de camera te verschijnen, en/of

- dat/die kind(eren) te (laten) vragen om foto’s en/of video’s te maken waarop dat/die kind(eren) naakt zijn en/of de penis te zien is, en/of die foto’s en/of video’s via een live verbinding aan hem, verdachte, toe te sturen en/of

- dat/die kind(eren) via een live verbinding te (laten) vragen zich voor de camera af te (laten) trekken en/of te (laten) pijpen en/of aan de (eigen) tepel te (laten) trekken,

welk hiervoor omschreven feit werd gepoogd te begaan tegen een kind dat zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling,

terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 9 september 2024 tot en met 17 februari 2026 te [plaats] , althans in Nederland, en/of in de Filipijnen, meermalen, althans eenmaal, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door:

- via WhatsApp en/of de telefoon, althans een chatapplicatie, voeren van seksueel geladen en/of prikkelende chatgesprekken, en/of

- berichten naar die personen te sturen waarin hij, verdachte, voorstelt ontuchtige handelingen te verrichten met zichzelf en/of bij anderen, en/of

- die personen te vragen via een live verbinding naakt voor de camera te verschijnen, en/of

- die personen te vragen foto’s en/of video’s te maken waarop deze naakt is en/of de penis te zien is, en/of

- instructies te geven om aan de tepel te trekken en/of te knijpen, althans aan te raken,

en/of

getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door:

- via WhatsApp, Twitter, althans een applicatie, foto’s te sturen waarop hij,

verdachte, naakt met zijn stijve penis en/of tepel te zien is.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] met nummer [dossiernummer] . Verklaard tijdens de zitting van 16 juli 2026. Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, Team Kinderporno, nummer [proces-verbaalnummer 4] , pagina 29 tot en met 35. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, Team Kinderporno, nummer [proces-verbaalnummer 5] , pagina 174 tot en met 207, inhoudende de verklaring van de verdachte op 19 februari 2026. Het proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal, Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme, nummer [proces-verbaalnummer 6] , pagina 36 tot en met 60, inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Het proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal, Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme, nummer [proces-verbaalnummer 3] , pagina 145 tot en met 150, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] .