Strafrecht overig
De verdachte heeft als bestuurder van een auto een aanrijding met een motorfiets veroorzaakt op een kruising…
Rechtbank Rotterdam, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10337 · Rechtbank Rotterdam · 17 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10337
Zaakgegevens
Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Datum publicatie
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10.012079.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10337
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft als bestuurder van een auto een aanrijding met een motorfiets veroorzaakt op een kruising. Hij heeft niet de rijrichting gevolgd van de baan waarop hij voorgesorteerd stond, maar is in plaats van linksaf te slaan rechtdoor gereden. Als gevolg van de aanrijding is zwaar lichamelijk letsel ontstaan bij het slachtoffer. Hiermee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVW, in die zin dat sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden met een proeftijd van één jaar.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.012079.25
Datum zitting en datum uitspraak: 17 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. T. Kocabas
Officier van justitie: mr. S.H. Stein
Kern van het vonnis
De verdachte heeft als bestuurder van een auto een aanrijding met een motorfiets veroorzaakt op een kruising. Hij heeft niet de rijrichting gevolgd van de baan waarop hij voorgesorteerd stond, maar is in plaats van linksaf te slaan rechtdoor gereden. Als gevolg van de aanrijding is zwaar lichamelijk letsel ontstaan bij het slachtoffer. Hiermee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVW, in die zin dat sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden met een proeftijd van één jaar.
1 Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging houdt in dat
primair
hij op of omstreeks 30 april 2024 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Molenvliet, en gekomen nabij of op de kruising of splitsing van die weg met de Spinozaweg en de Pascalweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- ( aanvankelijk) te rijden op de rijstrook bestemd voor het linksafslaand verkeer, en/of
- ( vervolgens) op die kruising of splitsing rechtdoor te rijden, en/of
- zijn snelheid niet zodanig aan te passen dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, en/of
- als gevolg van zijn verdachtes rijgedrag op die kruising of splitsing in botsing/aanrijding is gekomen met een hem, verdachte, aldaar tegenoet rijdende bestuurder van een motorfiets,
waardoor die bestuurder, genaamd [slachtoffer] ten val kwam en zwaar lichamelijk letsel, te weten een bloeding in de hersenen en/of een of meer hals- en/of borstwervel(s) en/of een of meer ribbreuk(en) en/of een schouderbreuk en/of een klaplong en/of een longkneuzing en/of een schaambeenbreuk en/of een oogkasbreuk en of een gebroken neustussenschot, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair
hij op of omstreeks 30 april 2024 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig (bestelauto), daarmee rijdende op de weg, de Molenvliet, en gekomen nabij of op de kruising of splitsing van die weg met de Spinozaweg en de Pascalweg,
- ( aanvankelijk) heeft gereden op de rijstrook bestemd voor het linksafslaand verkeer en/of
- ( vervolgens) op die kruising of splitsing rechtdoor is gereden, en/of
- zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was,
- ( mede) als gevolg van zijn, verdachtes, rijgedrag op die kruising of splitsing in botsing of aanrijding is gekomen met een aldaar rijdende motorfiets, (mede) tengevolge waarvan die bestuurder (genaamd [slachtoffer] ) ten val kwam en ernstig gewond is geraakt,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit in die zin dat sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het primair ten laste gelegde feit.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Op 30 april 2024 reed ik als bestuurder van een bedrijfsauto op de Molenvliet in Rotterdam. Ik zat met mijn collega in het voertuig. Wij waren diep in gesprek. Bij de kruising met de Spinozaweg heb je twee rijbanen, één voor naar links en één voor rechtdoor. Soms ga ik links en soms rechtdoor. Ik zat nu op de linker rijbaan. Voor mij stond nog een auto. Het stoplicht ging op groen en ik begon te rijden. Ik denk dat ik in mijn hoofd rechtdoor wilde rijden. Ik had de motorijder helemaal niet gezien.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de getuige [getuige]
Op 30 april 2024 zat ik met [verdachte] in de auto. Hij reed op de Molenvliet. Normaal rijdt hij dan op de rechterrijstrook om rechtdoor te gaan. Maar die dag reed hij op de linker rijstrook voor linksaf. Toen het verkeerslicht op groen overging, reed hij op de kruising toch rechtdoor.
3. Proces-verbaal van politie, verkeersongevallenanalyse
Op 30 april 2024 had omstreeks 06:57 uur een ongeval plaatsgevonden op het kruispunt van de voor het openbaar verkeer openstaande wegen gevormd door de Spinozaweg, de Molenvliet en de Pascalweg te Rotterdam. Bij het ongeval waren een bedrijfsauto van het merk Peugeot en een motorfiets van het merk Kawasaki betrokken. Op het kruisingsvlak waren beiden met elkaar in botsing geraakt en de bestuurder van de Kawasaki raakte gewond.
De Molenvliet bestond uit twee rijbanen. De westelijke rijbaan ging over in twee voorsorteerstroken. De linker voorsorteerstrook was bestemd voor links afslaand verkeer. De rechter voorsorteerstrook was bestemd voor recht doorgaand en rechts afslaand verkeer. Het kruisingsvlak was door middel van belijning zodanig ingericht dat links afslaand verkeer vanaf de Molenvliet in de richting van het Kreekhuizenplein en links afslaand verkeer vanaf de Pascalweg in de richting van de Victor Hugoweg elkaar voorlangs zouden kunnen passeren.
Aan de hand van de aangetroffen sporen en de stand van de voertuigen stelden wij vast dat de aanrijding tussen beide voertuigen had plaatsgevonden op het kruisingsvlak van de zuidelijke rijbaan van de Spinozaweg met de westelijke rijbaan van de Molenvliet en de Pascalweg. Het betrof het door belijning aangegeven deel wat bestemd was voor het vanaf de Pascalweg links afslaande verkeer richting Victor Hugoweg, zijnde de rijrichting van de Kawasaki.
In de regeling van de verkeerslichten was de richting voor recht doorgaand verkeer en rechts afslaand verkeer aangeduid met signaalgroep 11. De richting voor links afslaand verkeer was aangeduid met signaalgroep 12. De Kawasaki had gereden op de Pascalweg op de voorsorteerstrook voor het links afslaand verkeer. Deze richting was aangeduid met richting 06. In de conflictmatrix zagen wij dat de Peugeot had kunnen rijden op signaalgroep 12 of 11. De signaalgroep 06 en 12 waren niet conflicterend. De signaalgroep 06 en 11 waren wel conflicterend. De plaats waar de aanrijding plaatsvond betrof het weggedeelte waar de Peugeot niet zou komen als hij de rijrichting van signaalgroep 12, links afslaand verkeer, gevolgd had.
4. FARR verklaring [slachtoffer]
Informatie ontvangen van afdeling chirurgie van het Erasmus MC betreffende de opname van 30 april tot en met 7 mei 2024.
Er werd een bloeding gezien in de hersenen onder het spinnenwebvlies.
Er werd een breuk gezien aan een oogkas.
Er werd een breuk in het neusbot gezien.
Er werden twee breuken gezien aan de zevende halswervel.
Er werd een breuk gezien in de rechter schouderkom.
Er werden breuken gezien aan de 3e en 6e borstwervel.
Er werden breuken gezien aan de 3e tot en met de 10e rib aan de rechterzijde.
Er was sprake van een klaplong aan de rechter zijde.
Er was sprake van een longkneuzing aan de rechter zijde.
Er werd een breuk gezien aan het schaambeen.
Op 1 mei werden vijf ribben vastgezet middels een operatieve ingreep. Op 8 mei werd de rechter schouder geopereerd waarbij drie pezen werden vastgezet en een spier deels werd doorgenomen om de genezing te bevorderen.
Op basis van een ongecompliceerd beloop betreft de geschatte totale genezingsduur minimaal 3 maanden. Gedurende het leven is er een verhoogd risico op een spontane klaplong. Er zijn permanent zichtbare littekens. Ten aanzien van de hersenbloeding verloopt de genezingsduur zeer variabel.
Bewijsmotivering
In de ochtend van 24 april 2024 heeft op de kruising van de Molenvliet, Spinozaweg en Pascalweg in Rotterdam een verkeersongeval plaatsgevonden. De verdachte heeft [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer), die reed op een motorfiets aangereden met de door verdachte bestuurde bedrijfsauto. Vast staat dat de verdachte voor het ongeval stond voorgesorteerd op de linker rijbaan, bedoeld voor naar links afslaand verkeer. Echter is hij bij groen licht rechtdoor gereden in plaats van linksaf. Het slachtoffer, dat met zijn motor op de Spinozaweg stond, had groen licht en is gaan rijden. Uit het onderzoek aan de conflictmatrix van de verkeersregelinstallatie, blijkt dat het niet zo kan zijn geweest dat het stoplicht voor rechtdoor, vanaf de verdachte gezien, op dat moment ook op groen stond. De rechtbank stelt vast dat de verdachte dus door rood is gereden. Op grond van verdachtes verklaring stelt de rechtbank ook vast dat de verdachte doordat hij heel diep in gesprek was met zijn collega, zijn aandacht niet voldoende bij de weg heeft gehouden en op de automatische piloot rechtdoor is gereden in plaats van linksaf waarvoor hij stond voorgesorteerd.
Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna ook: WVW)?
Om tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in het geval van (tenminste) een aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid.
Omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond
De kruising van de Molenweg, Spinozaweg en Pascalweg te Rotterdam betreft een druk kruispunt waar bestuurders te allen tijde hun aandacht goed bij de weg moeten houden en waarbij van de verdachte extra voorzichtigheid en oplettendheid mocht worden verwacht. De verdachte was echter in gesprek met zijn collega en heeft ook de auto die vóór hem reed niet gevolgd. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld en dat daarmee sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.
Letsel slachtoffer
Bij het slachtoffer is als gevolg van het handelen van de verdachte zwaar lichamelijk letsel ontstaan. Er was (onder andere) sprake van meerdere breuken en een klaplong. Het slachtoffer heeft een week in het ziekenhuis moeten verblijven en is ook tweemaal geopereerd.
Conclusie
Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen in die zin dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan bij het slachtoffer.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
primair
hij op 30 april 2024 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de Molenvliet, en gekomen op de kruising van die weg met de Spinozaweg en de Pascalweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend,
- ( aanvankelijk) te rijden op de rijstrook bestemd voor het linksafslaand verkeer, en
- ( vervolgens) op die kruising rechtdoor te rijden, en
- als gevolg van zijn rijgedrag op die kruising in aanrijding is gekomen met een hem, verdachte, aldaar tegemoet rijdende bestuurder van een motorfiets,
waardoor die bestuurder, genaamd [slachtoffer] ten val kwam en zwaar lichamelijk letsel, te weten een bloeding in de hersenen en hals- en borstwervelbreuken en ribbreuken en een schouderbreuk en een klaplong en een longkneuzing en een schaambeenbreuk en een oogkasbreuk en een gebroken neusbot, werd toegebracht.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van een jaar.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht te volstaan met een deels voorwaardelijke taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval. Hij heeft op een kruispunt niet de juiste rijrichting gevolgd en heeft als gevolg daarvan het slachtoffer, die reed op een motorfiets, aangereden. Met zijn onvoorzichtige en onoplettende rijgedrag heeft de verdachte zijn verantwoordelijkheid als weggebruiker veronachtzaamd. Het slachtoffer heeft als gevolg van het ongeval ernstig letsel opgelopen. De rechtbank realiseert zich dat een op te leggen straf nooit recht zal doen aan het leed dat bij het slachtoffer is ontstaan als gevolg van het ongeval.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 24 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
Persoonlijke omstandigheden
De verdachte woont bij zijn vader en werkt fulltime bij een bedrijf voor automaterialen. Hij heeft zijn rijbewijs nodig om zijn werk goed te kunnen uitoefenen.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 30 april 2024, omdat de verdachte toen is gehoord als verdachte. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en ruim twee maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. De rechtbank houdt hier rekening mee bij het bepalen van de straf.
Oplegging straffen
Bij de bepaling van de straffen heeft de rechtbank gelet op de LOVS oriëntatiepunten. Op basis van die oriëntatiepunten wordt in de regel voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld en waarbij bij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is ontstaan, een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd en een onvoorwaardelijke ontzegging voor de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.
Het handelen van de verdachte is gekwalificeerd als schuld in de zin van artikel 6 WVW, maar de rechtbank merkt op dat in dit geval sprake is van de ondergrens van de in dat artikel bedoelde schuld. De verdachte heeft zich ter zitting zeer schuldbewust opgesteld en zal ook moeten leren leven met de gevolgen van zijn handelen. Gelet op die omstandigheden, het blanco strafblad van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, ziet de rechtbank aanleiding om af te wijken van de oriëntatiepunten en de eis van de officier van justitie. Een taakstraf voor de duur van 60 uren wordt passend en geboden geacht. Daarnaast zal, gelet op het belang van de verdachte om over een rijbewijs te kunnen beschikken, de ontzegging van de rijbevoegdheid in voorwaardelijke vorm worden opgelegd. Een proeftijd van één jaar wordt daarbij voldoende geacht, nu het feit langere tijd geleden is gepleegd en de verdachte ook daarna niet meer in aanraking is gekomen met politie en justitie.
5 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
6 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 60 (zestig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;
Voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid
ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 6 (zes) maanden;
bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs;
bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd die wordt gesteld op 1 (één) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde, dat hij zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken, niet naleeft.
7 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Stevens, voorzitter,
en mrs. G.C. Bos en M.E. Vos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 juli 2024.
Mrs. Bos en Vos zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.