Strafrecht overig
TBS, afwijzing verzoek voorwaardelijke beëindiging.
Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10541 · Rechtbank Rotterdam · 30 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10541
Zaakgegevens
Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Datum publicatie
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10.691075.05
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10541
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
TBS, afwijzing verzoek voorwaardelijke beëindiging.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10.691075.05
Datum uitspraak: 30 juli 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
formeel verblijvende in de Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [naam FPC] te [locatie 1] (de instelling),
feitelijk verblijvende op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem.
1 Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 4 oktober 2005 is de terbeschikkingstelling van [betrokkene] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van meermalen (poging tot) diefstal met geweld en afpersing. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 27 februari 2007.
Bij beslissing van deze rechtbank van 19 maart 2025 is het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging afgewezen.
Bij beslissing van deze rechtbank van 11 maart 2026 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.
2 Procesverloop
Op de zitting van 11 maart 2026 heeft de ter beschikking gestelde aan de rechtbank het verzoek gedaan om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen. De rechtbank heeft de beslissing hierover aangehouden en opdracht gegeven om een adviesrapport van de reclassering op te laten stellen over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zou kunnen plaatsvinden. De behandeling van het verzoek is voortgezet op de openbare terechtzitting van heden (30 juli 2026).
De officier van justitie mr. L.H. de Jong, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, en als deskundigen [deskundige] werkzaam bij de instelling als GZ-psycholoog (via videoverbinding) en [GGZ-medewerker] werkzaam bij GGZ Reclassering Inforsa [locatie 2] (de reclassering) als reclasseringswerker, zijn gehoord.
3 Adviezen
Advies reclassering
De reclassering adviseert in haar rapport van 10 juli 2026 negatief met betrekking tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Zij rapporteert als volgt. Het proefverlof is op 1 april 2026 ingegaan. Opvallend is dat de ter beschikking gestelde aan de reclassering geen openheid van zaken geeft, wat maakt dat de reclassering niet goed zal kunnen interveniëren. Om voor een voorwaardelijke beëindiging in aanmerking te kunnen komen dient de ter beschikking gestelde onder andere openheid te geven over zijn innerlijke wereld, zodat de reclassering risico's kan inschatten en op tijd kan interveniëren. Ook dient het gedrag en houding van ter beschikking gestelde niet voor problemen te zorgen. Hij moet laten zien dat hij zich aan de voorwaarden kan conformeren, wat hem tot nu toe nog niet is gelukt. Het recidiverisico wordt binnen het huidige kader ingeschat als matig.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [GGZ-medewerker] , verbonden aan de reclassering, heeft het advies van de reclassering op de zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard – zakelijk weergegeven – dat de reclassering wil dat de ter beschikking gestelde onenigheden of andere incidenten met de reclassering bespreekt, hetgeen op dit moment onvoldoende gebeurt. De reclassering voorziet dat de ter beschikking gestelde de voorwaarden zal overtreden wanneer de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd zal worden. Binnen proefverlof is er meer incidentruimte voor de ter beschikking gestelde en zijn er meer mogelijkheden tot interventies met de betrokken instanties, zoals de mogelijkheid tot het inzetten van een time-out. De reclassering wil graag de lijntjes kort kunnen houden met de instelling.
De deskundige [deskundige] , verbonden aan de instelling, heeft op de terechtzitting het volgende standpunt ingenomen. Hij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de reclassering op juiste wijze heeft toegelicht waar men op dit moment staat in het proces. Het proefverlof loopt nog niet lang. Het contact tussen de ter beschikking gestelde en de reclassering is van groot belang voor de vraag of de begeleiding van en het toezicht op ter beschikking gestelde volledig aan hen kan worden overgedragen. De samenwerking tussen de reclassering en de ter beschikking gestelde is echter op dit moment nog niet optimaal. De reclassering is bereid om hierin te investeren, maar ook de ter beschikking gestelde zal zich hiervoor meer moeten inzetten en openstellen. Dan kan naar een voorwaardelijke beëindiging toegewerkt worden. De instelling wil graag bevestigd zien dat de reclassering het behandeltraject goed kan dragen. Daarvoor is de medewerking van de ter beschikking gestelde op alle relevante terreinen nodig. Op dit moment is daarbij de hulp van de instelling nog nodig en blijkt er meer tijd nodig om tot een voorwaardelijke beëindiging te kunnen komen.
4 Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Zij overweegt daartoe als volgt. Vooropgesteld wordt dat het behandeltraject van de ter beschikking gestelde de goede kant op gaat. Dat blijkt ook uit het feit dat we nu met de betrokken instanties onderzoeken of een voorwaardelijke beëindiging aan de orde is. Het proefverlof is gestart onder dezelfde voorwaarden. Uit het recente rapport van de reclassering blijkt dat er wel al een aantal incidenten is geweest. De reclassering benadrukt terecht het belang van openheid en eerlijkheid, die op dit moment nog bij de ter beschikking gestelde ontbreekt. Door hen wordt daarom gerapporteerd dat een voorwaardelijke beëindiging voor nu te vroeg is. Het Openbaar Ministerie sluit zich daarbij aan.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging verzocht. De ter beschikking gestelde kan zich niet vinden in het advies van de reclassering. Hij krijgt het gevoel dat hij ‘perfect’ moest zijn. Hij heeft vanwege gezondheidsklachten zijn werk enkele keren afgezegd en vindt het daarom niet eerlijk dat hij hier nu op wordt afgerekend. De tbs-maatregel loopt inmiddels al 19 jaar. Er moet ook gekeken worden naar proportionaliteit. Het recidiverisico met een proefverlof is laag.
De voorwaardelijke beëindiging kent dezelfde voorwaarden als het proefverlof. De ter beschikking gestelde ziet niet in waarom bij een keuze voor voorwaardelijke beëindiging het recidiverisico zou oplopen. Gelet op de subsidiariteit dient men met een minder zware maatregel te volstaan.
5 Beoordeling
Voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is mogelijk indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen in die mate is teruggebracht, dat het verantwoord is de verpleging onder voorwaarden te beëindigen.
De rechtbank is van oordeel dat die situatie zich nog niet voordoet en het verzoek om voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege moet worden afgewezen.
De rechtbank volgt hierbij het advies van de reclassering. De ter beschikking gestelde geeft namelijk nu nog onvoldoende openheid van zaken waardoor de reclassering niet goed of niet tijdig kan interveniëren als dat nodig is. Het contact tussen de reclassering en de ter beschikking gestelde verloopt daarvoor op dit moment nog (te) stroef.
In een situatie waarin de dwangverpleging voorwaardelijk zou zijn beëindigd is de ter beschikking gestelde enkel aangewezen op de reclassering. De gevolgen van incidenten, zoals die zich nog kortgeleden hebben voorgedaan, of een andere overtreding van de voorwaarden zijn veel verstrekkender dan wanneer sprake is van proefverlof. In dat laatste geval is er meer ruimte om overtredingen op te vangen met behulp van de instelling als achtervang en zonder dat dit al te ernstige consequenties voor het verdere verloop van de maatregel hoeft te hebben.
6 Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
Deze beslissing is genomen door B. Vaz, voorzitter,
en C.G. van de Grampel en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.