Strafrecht overig
Jeugdstrafrecht. Ongeregeldheden jaarwisseling 2023/2024 in Nieuw Beijerland. De politie is beschoten met…
Rechtbank Rotterdam, 13 augustus 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10543 · Rechtbank Rotterdam · 13 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10543
Zaakgegevens
Op 13 augustus 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 13 augustus 2026
- Datum publicatie
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10-134563-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10543
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdstrafrecht. Ongeregeldheden jaarwisseling 2023/2024 in Nieuw Beijerland. De politie is beschoten met zwaar vuurwerk en er zijn meerdere branden gesticht.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10-134563-24
Datum uitspraak: 13 augustus 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] ,
raadsvrouw mr. F. Folkers, advocaat te Gorinchem.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 30 juli 2026.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte zijn vier feiten ten laste gelegd, te weten:
-
feit 1: medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing door het aansteken van vuurwerk en dit vuurwerk af te schieten naar politieambtenaren en politievoertuigen;
-
feit 2: openlijke geweldpleging tegen politieambtenaren door het schieten van vuurwerk naar politieambtenaren en politievoertuigen;
-
feit 3: primair medeplegen van en subsidiair medeplichtigheid aan opzettelijk brandstichten door een aanhangwagen in brand te steken;
-
feit 4: primair medeplegen van en subsidiair medeplichtigheid aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing door een koelkast in brand te steken.
De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
-
vrijspraak van feit 1;
-
bewezenverklaring van feit 2, feit 3 (primair) en feit 4 (subsidiair);
-
veroordeling van de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende jeugddetentie.
4 Waardering van het bewijs
Vrijspraak feit 1 (afschieten vuurwerk richting politie) en feit 2 (openlijke geweldpleging tegen politie)
Standpunt officier van justitie en verdediging
De officier van justitie en de verdediging hebben beiden verzocht om vrijspraak van feit 1, omdat uit het dossier niet volgt dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten bij het afschieten van het vuurwerk. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie aangevoerd dat er wel voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de openlijke geweldpleging. De verdachte heeft door het filmen – van het afschieten van vuurwerk richting de politie, waarbij het vuurwerk naast politieambtenaren tot ontploffing kwam– en het verspreiden van die beelden de medeverdachten gesteund in hun gedragingen en bijgedragen aan het openlijke aspect van de geweldpleging jegens de politie. De verdediging heeft verzocht om vrijspraak van feit 2. Volgens de verdediging heeft de verdachte niet zelf gefilmd, maar heeft hij de beelden gekregen. Dat hij filmpjes naar mensen heeft doorgestuurd, is onvoldoende om te kunnen spreken van een intellectuele of andere bijdrage aan openlijke geweldpleging.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat er op 1 januari 2024 rond 1:45 uur in Nieuw-Beijerland met een lanceerbuis shells zijn afgevuurd in de richting van een linie van de Mobile Eenheid, de (andere) politieagenten die achter die linie stonden en een politievoertuig. De shells werden door een groep jongens nabij de kruising van de Achterstraat met de Marktveld (locatie A) afgevuurd naar de politie die zich verderop in de straat bevond bij de kruising Achterstraat/Kerkstraat (locatie B). De afstand tussen deze locaties is circa 175 meter. De shells zijn in de directe nabijheid van het politiepersoneel en het politievoertuig geëxplodeerd. Twee politieagenten zijn daardoor gewond geraakt.
Uit de verklaringen van de medeverdachten, waarvan een aantal inmiddels is veroordeeld, blijkt dat jongens het vuurwerk hebben opgehaald, meegenomen naar locatie A en daar het vuurwerk hebben afgestoken. Medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hielden hun voet op de lanceerbuis, medeverdachte [medeverdachte 3] stak de lont aan en medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] filmden het afschieten en de explosie. Hoewel een deel van deze medeverdachten heeft gezwegen, hebben meerdere medeverdachten verklaard over wie er bij het afvuren van de shells aanwezig waren. Geen van hen heeft verklaard dat de verdachte hierbij was.
De rechtbank kan ook op basis van het verdere dossier niet vaststellen dat de verdachte erbij was toen de shells werden afgevuurd. Op basis van het onderzoek naar de telefoon van de verdachte – waarbij GPS locaties zijn achterhaald – kan deels worden geconstateerd waar de verdachte in de nacht van 1 januari 2024 is geweest. Hieruit blijkt dat de verdachte tussen 01.10 en 02.02 uur in de Achterstraat en op het kruispunt Julianastraat/Kerkstraat/ Wilhelminastraat/’s-Gravenweg was. Maar er kan uit deze locaties niet worden opgemaakt dat hij om 1:45 uur bij de medeverdachten was die toen vanaf locatie A vuurwerk naar de politie hebben geschoten. De kaart met locaties laat zien dat de verdachte binnen een tijdsbestek van 50 minuten weliswaar op één (maar onbekend welk) moment op of nabij locatie A was, maar op zes andere momenten in de buurt van locatie B. Op de telefoon van de verdachte is verder een filmpje gevonden waarop volgens de omschrijving van de politie de betreffende explosie te zien is, en uit de snapchatapps blijkt dat de verdachte dit heeft gemaakt. Maar een meer gedetailleerde omschrijving van dat filmpje zit niet in het dossier. Daarmee blijkt ook uit dit filmpje niet dat hij bij de andere verdachten was toen zij het vuurwerk op de politie afschoten. De rechtbank weegt ook mee dat de telefoon meerdere filmpjes van brand en/of vuurwerkexplosies bevat en dus niet alleen dit filmpje.
Uit het dossier blijkt verder niet overtuigend dat de verdachte met de medeverdachten heeft afgestemd dat hij zou filmen of dat zij wisten dat hij dat deed. Aanwijzingen daarvoor zijn er wel. Zo is op de telefoon van de verdachte een filmpje gevonden van shells in een tas, en het is mogelijk dat dit de betreffende shells betreft. Ook is het feit dat hij de explosie filmde als zodanig een aanwijzing. Maar zeker is dat niet, ook omdat hij – zoals al eerder overwogen – meerdere filmpjes maakte die nacht. Wat in dit verband in het voordeel van de verdachte pleit, is dat verschillende medeverdachten wel hebben verklaard dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] gefilmd hebben, maar dat zij de verdachte niet aanwijzen.
Ten slotte stelt de rechtbank vast dat het in deze zaak om een wezenlijk andere situatie gaat dan in de zaak waar de officier van justitie op zitting naar heeft verwezen.
Uit het voorgaande volgt dat niet is bewezen dat de verdachte medepleger was van het afschieten van de shells naar de politie (feit 1) en ook niet dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging (feit 2). Er valt niet vast te stellen dat hij op enige wijze heeft bijgedragen aan het afschieten. Het gaat te ver om het enkele filmen van de explosie vanuit een voor de rechtbank onbekende hoek, zonder aantoonbare afstemming met degenen die het vuurwerk afschoten of zelfs maar zonder dat vast te stellen is dat zij wisten dat hij zou filmen, als deelname aan openlijk geweld aan te merken. Dat laatste geldt ook voor het verzenden van de beelden.
Bewezenverklaring feit 3 (brandstichting aanhangwagen)
De verdachte heeft bekend dat hij de aanhangwagen samen met anderen in brand heeft gestoken. Feit 3 (primair) zal daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Vrijspraak feit 4 (ontploffing koelkast)
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid kan worden bewezen. De verdachte heeft bijgedragen aan het stafbare feit, omdat hij de ontploffing van de koelkast heeft gefilmd en deze filmpjes heeft verspreid. De rechtbank kan volgens de officier van justitie vaststellen dat dit tot gevaar voor goederen, maar niet dat het tot levensgevaar heeft geleid.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat dat er op 30 december 2023 in de buurt van de kruising van de Kerkstraat en ’s-Gravenweg in Nieuw-Beijerland een koelkast is ontploft doordat er zwaar vuurwerk met brandstof in de koelkast is gestopt en dit vuurwerk is afgestoken. De verdachte heeft verklaard dat hij er van op de hoogte was dat een groep jongeren uit het dorp een koelkast zou gaan aansteken, maar dat hij geen onderdeel was van die groep. De verdachte bekent dat hij bij de ontploffing van de koelkast aanwezig was, dat hij de ontploffing heeft gefilmd en dat hij de filmpjes hiervan heeft rondgestuurd. Uit het dossier kan echter niet worden afgeleid of de verdachte een rol, zo ja, welke, had bij het uitvoeren van het plan en het aansteken van de koelkast. Niet blijkt dat de verdachte de koelkast heeft aangeraakt of handelingen heeft verricht die de ontploffing teweeg hebben gebracht. Van medeplegen is daarom geen sprake. Het enkele filmen van de ontploffing en het na afloop verspreiden van de filmpjes is van onvoldoende gewicht om te concluderen dat hij behulpzaam is geweest bij het uitvoeren hiervan. De medeplichtigheid aan het teweegbrengen van de ontploffing is daarom ook niet bewezen.
Conclusie
Feit 1, 2 en 4 zijn niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. Wel is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primaire feit 3 (brandstichting).
Bewezenverklaring
Op grond van het voorgaande en de overige bewijsmiddelen in bijlage II is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 3 (primair) heeft begaan op die wijze dat:
hij op of omstreeks 31 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een aanhangwagen met daarin banden, rubber en/of hout terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende voertuigen en/of woningen en/of,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de daar aanwezige personen te duchten was.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5 Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6 Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7 Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan brandstichting. Hij heeft samen met anderen midden op straat een, daarvoor speciaal aangeschafte, aanhangwagen in brand gestoken. Dit gebeurde tijdens de jaarwisseling in het centrum van Nieuw-Beijerland. Dit is een ernstig feit omdat vuur zich gemakkelijk en razendsnel kan verspreiden en daardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Bovendien leidt het in brand steken van goederen tijdens de jaarwisseling tot extra druk op de hulpdiensten, die op dat moment al genoeg werk omhanden hebben. De verdachte heeft daar geen oog voor gehad.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
Uit de justitiële documentatie van 30 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Rapportage
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft op 6 maart 2025 een rapport over de verdachte opgemaakt.
Daaruit blijkt het volgende:
-
Het recidiverisico van de verdachte is laag. De verdachte is een first offender en er zijn beschermende factoren op het gebied van zijn opvoedingssituatie, de betrokken hulpverlening en zijn fulltime dagbesteding (school/bijbaan/vrijetijdsinvulling).
-
Binnen de huidige behandeling vanuit de Hoop is er aandacht voor psycho-educatie en wordt er gewerkt aan het vergroten van zijn inzicht, vaardigheden en handelingsalternatieven. Hij is gemotiveerd voor zijn behandeling en komt afspraken na.
-
De Raad adviseert een taakstraf op te leggen in de vorm van een werkstraf.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
De rechtbank legt een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf van 40 uren. De rechtbank wijkt daarbij af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank minder feiten (namelijk slechts een en niet het zwaarste feit) bewezen acht dan waar de officier om verzocht (namelijk drie feiten). De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat er brand is gesticht midden in een dorp op de openbare weg tijdens de jaarwisseling. Er stonden op dat moment veel mensen bij en uiteindelijk moest meer politie worden ingezet om ervoor te zorgen dat de brandweer de brand kon blussen. Het in brand steken van de aanhangwagen vormde een aanleiding voor de algemene ontremming die er tijdens de jaarwisseling in Nieuw-Beijerland vervolgens plaatsvond. Dat rechtvaardigt een hogere straf dan de Landelijke Oriëntatiepunten Voor Straftoemeting bij een brandstichting met geringe schade noemen. De rechtbank heeft in straf verminderende zin echter ook rekening gehouden met het gegeven dat het een oud feit betreft.
Net als de Raad ziet de rechtbank geen aanleiding om een voorwaardelijke straf op te leggen. Uit het rapport en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat daar op dit moment geen noodzaak toe is.
8 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 47, 77a, 77g, 77m, 77n en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
9 Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
10 Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 4 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit 3, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. W.J.M. Diekman en S. Putting, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 augustus 2026.
De jongste rechter, de oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op of omstreeks 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een of meerdere shell(s), althans een of meerdere stukken zwaar (illegaal) vuurwerk aan te steken, althans in aanraking te brengen met open vuur, en/of vervolgens dit/deze stuk(ken) vuurwerk af te schieten naar en/of in de richting van een of meer politieambtenaren, waaronder verbalisanten onder nummer [nummers]
[nummers] en/of [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten een of meerdere (politie)voertuigen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander ,te weten voornoemde politie ambtenaren te duchten was;
feit 2
hij op of omstreeks 1 januari 2024 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, openlijk, te weten de Achterweg en/of Kerkstraat en/of Achterdoel te Nieuw-Beijerland in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of personen te weten een of meerdere politieambtenaren, onder verbalisanten onder nummer [nummers] en/of [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of goederen, te weten een of meerdere politievoertuigen, door
- een (lanceer)buis op de grond te leggen en/of
- (vervolgens) een of meerdere voet(en) op deze buis te zetten en/of
- vanuit deze buis een of meerdere stukken vuurwerk naar en/of in de richting van voornoemde politieambtenaren en/of politievoertuigen te schieten en/of
- bovenstaande handelingen te filmen en/of te verspreiden/door te sturen;
feit 3
hij op of omstreeks 31 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een aanhangwagen met daarin banden, rubber en/of hout terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende voertuigen en/of woningen en/of,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de daar aanwezige personen te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, op of omstreeks 31 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard opzettelijk brand te stichten, door open vuur in aanraking te brengen met een aanhangwagen met daarin banden, rubber en/of hout terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende voertuigen en/of woningen, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de daar aanwezige personen te duchten was bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 31 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de brandstichting te filmen en/of deze beelden te verspreiden/door te sturen;
feit 4
hij op of omstreeks 30 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht
door benzine en/of een of meerdere stukken zwaar (illegaal) vuurwerk in aanraking te brengen met open vuur in/op/onder/bij een koelkast terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor voor goederen, te weten omliggende woningen en/of (politie)voertuigen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de daar aanwezige personen te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer personen, en/of een of meer mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich op of omstreeks 30 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht
door benzine en/of een of meerdere stukken zwaar (illegaal) vuurwerk in aanraking te brengen met open vuur in/op/onder/bij een koelkast terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor voor goederen, te weten omliggende woningen en/of (politie)voertuigen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de daar aanwezige personen te duchten was bij en/of tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, op 30 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de explosie van de koelkast te filmen en/of deze beelden te verspreiden/door te sturen.
Bijlage II
Opgave van bewijsmiddelen (feit 3 primair)
-
De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 30 juli 2026;
-
Het proces-verbaal van politie nummer [nummer proces-verbaal] (pagina 180 e.v. van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier [achternaam] ), inhoudende het relaas van de verbalisant [verbalisant 3] .
Wanneer hiervoor is verwezen naar een proces-verbaal van politie is - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.