Strafrecht overig
TBS, twee jaar verlenging.
Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10544 · Rechtbank Rotterdam · 30 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-10544
Zaakgegevens
Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Datum publicatie
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10.700148.13
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:10544
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
TBS, twee jaar verlenging.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10.700148.13
Datum uitspraak: 30 juli 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum [naam FPC] te [locatie] (de instelling),
raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Haarlem.
1 Inleiding
Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 juli 2016 is de terbeschikkingstelling van [betrokkene] (de ter beschikking gestelde) gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van medeplegen van moord. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 5 augustus 2016.
Bij beslissing van deze rechtbank van 2 juli 2024 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.
2 Procesverloop
De rechtbank heeft op 22 juni 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 30 juli 2026 behandeld. De officier van justitie mr. L.H. de Jong, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, en als deskundige [deskundige] , als psychiater werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.
3 Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 8 juni 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een licht verstandelijke beperking, een
autismespectrumstoornis en een seksueel masochismestoornis. De kernproblematiek die ten grondslag ligt aan het indexdelict is nog actueel. Zonder de huidige mate van zorg en toezicht is het recidiverisico hoog. Naar verwachting kan de ter beschikking gestelde in 2027 worden geplaatst bij [zorginstelling] voor een tweede behandelpoging.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [deskundige] heeft het advies van de instelling op de zitting toegelicht. De laatste tijd laat eenzelfde beeld zien met betrekking tot de toestand van de ter beschikking gestelde. Recent is de ter beschikking gestelde gestart met EMDR-therapie en werkt de kliniek eraan om de spanningen die dit teweegbrengt met hem te bespreken. Inzichten die uit deze therapie worden opgedaan worden ook overgedragen aan [zorginstelling] , zodat deze instelling deze kan meenemen bij de nieuwe behandelpoging die aldaar zal worden ondernomen. Het advies blijft om de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.
4 Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar. De ter beschikking gestelde zet zich in voor verschillende therapieën en behandelingen. Volgend jaar zal de ter beschikking gestelde overgeplaatst worden naar Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) [zorginstelling] . Het behandeltraject aldaar zal nog enige tijd in beslag nemen. Beëindiging van de terbeschikkingstelling is niet binnen twee jaar aan de orde. Aan de wettelijke criteria voor verlenging is voldaan. Er is sprake van een stoornis en een recidiverisico.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling. Gelet op de toekomstige overplaatsing naar [zorginstelling] zal de behandeling van de ter beschikking gestelde nog twee jaar duren.
5 Beoordeling
Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.
De ter beschikking gestelde wacht op dit moment in het kader van een nieuwe behandelpoging op overplaatsing naar [zorginstelling] , die naar verwachting zal plaatsvinden medio 2027. De behandeling van de ter beschikking gestelde zal, zo blijkt uit de stukken en het verhandelde op de zitting, nog zeker twee jaar duren. Om die reden wijst de rechtbank de vordering van de officier van justitie toe en zal de maatregel met twee jaar worden verlengd.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor (de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer) personen.
6 Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door L.B. Esser, voorzitter,
en mrs. C.G. van de Grampel en B. Vaz, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.