Strafrecht overig

Diefstal in vereniging valse sleutel en poging diefstal in vereniging valse sleutel. Smartwatch verdachte…

Rechtbank Rotterdam, 14 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 14 augustus 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 augustus 2026
Datum publicatie
24 augustus 2026
Zaaknummer
10-093658-23, 10-295239-19 (TUL)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10550
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal in vereniging valse sleutel en poging diefstal in vereniging valse sleutel. Smartwatch verdachte gekoppeld aan bankrekening slachtoffer. Taakstraf 60 uren en gevangenisstraf gelijk aan voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-093658-23

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-295239-19

Datum uitspraak: 14 augustus 2026

Datum zitting: 31 juli 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] )

ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. S. Aarts

Officier van justitie: mr. R.S. Dhoen

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – geld van het slachtoffer heeft geprobeerd te stelen (feit 1) en heeft gestolen (feit 2) door te (proberen te) betalen met een horloge dat, zonder toestemming, met een Fitbit Pay account gekoppeld was aan de bankrekening van het slachtoffer.

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat

l

hij op of omstreeks 5 april 2023 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoort weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door met een Fitbit Pay account, zonder toestemming van die [slachtoffer] gekoppeld aan diens, [slachtoffer] , bankrekening, tot welke koppeling en/of bankrekening verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd waren,

betalingen te verrichten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2

hij op of omstreeks 5 april 2023 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen één of meerderen geldbedrag(en), (€ 308,- en/of € 300,- en/of € 300,- en/of € 328,- en/of € 300,- en/of € 300,-) in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoort, heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijke toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren)/geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met een Fitbit Pay account, zonder toestemming van die [slachtoffer] gekoppeld aan diens, [slachtoffer] , bankrekening, tot welke koppeling en/of bankrekening verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd waren, betalingen te verrichten.

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat:

l

hij op 5 april 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om enig geldbedrag, dat aan [slachtoffer] toebehoort, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat weg te nemen goed onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten door met een Fitbit Pay account, zonder toestemming van die [slachtoffer] gekoppeld aan diens, [slachtoffer] , bankrekening, tot welke koppeling en bankrekening verdachte en zijn mededader(s) niet gerechtigd waren, betalingen te verrichten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2

hij op 5 april 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, geldbedragen (€ 308,- en € 300,- en € 300,- en € 328,- en € 300,- en € 300,-) die aan [slachtoffer] toebehoren, heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met een Fitbit Pay account, zonder toestemming van die [slachtoffer] gekoppeld aan diens, [slachtoffer] , bankrekening, tot welke koppeling en bankrekening verdachte en zijn mededader(s) niet gerechtigd waren, betalingen te verrichten.

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring verdachte
Op 5 april 2023 was ik in Rotterdam bij [winkel 1] en [winkel 2] met [medeverdachte] . Ik herken mijzelf op de stills van de camerabeelden in de winkels als degene zonder het petje, met de capuchon op.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring slachtoffer
Op 5 april 2023 heb ik, [slachtoffer] , op een link geklikt, mijn bank geselecteerd en mijn kaartnummer doorgegeven. Ik ontving nadien om 12:05 uur een verificatiecode om mijn kaart te activeren in Fitbit Pay. Ik zag op 5 april 2023 dat de bedragen € 308,-, € 300,-, € 300,-, € 328,-, € 300,- en € 300,- van mijn rekening zijn gegaan naar [winkel 2] in Rotterdam. Ik heb direct mijn bankkaart laten blokkeren.

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [getuige 1]
Ik ben beveiliger bij [winkel 1] . Op 5 april 2023 waren er twee jongens, eentje met een Gucci petje op en de ander had een jas aan met capuchon. De jongens kwamen ongeveer om 12:35 uur [winkel 1] binnen. Ze liepen echt samen de winkel in, waardoor ik wist dat ze bij elkaar hoorden. De jongen met het Gucci-petje wilde drie iPhones kopen, de andere jongen probeerde de telefoons af te rekenen. De betaling mislukte, omdat het bedrag te groot was. De twee jongens liepen naar buiten en ik ben ze gevolgd. Later zag ik diezelfde jongens bij jullie staan en die jongens hebben jullie toen ook aangehouden.

4. Proces-verbaal van de politie, uitkijken camerabeelden
Op de camerabeelden is te zien dat een tweetal jongens [winkel 1] doorlopen.
Jongen 1 capuchon
Jongen 2 pet
05/04/02023 12:51:05
De winkelmedewerker met de doorzichtige case met daarin 3 witte goederen nadert de kassa en legt dit op de toonbank.
05/04/02023 12:51:21
Jongen 1 doet een aantal handelingen op zijn horloge
05/04/2023 12:51:27
Jongen 1 maakt met zijn horloge contact met de pinautomaat
05/04/2023 *12:51:48
Jongen 1 en 2 verlaten de winkel en laten de case achter bij de caissière.

5. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [getuige 2]
Ik stond in de brillen winkel toen er twee jongens binnen kwamen lopen. Dat was ongeveer om 12:55 uur. Ik zag dat één van de jongens een pet droeg en de andere jongen zijn capuchon. De jongen met de pet zei dat hij twee brillen wilde afrekenen. De jongen met de capuchon had een smartwatch om en wilde daarmee betalen. Dit lukte niet omdat het bedrag te hoog was. Dus betaalde hij meerdere keren met die smartwatch.

6. Proces-verbaal van de politie, uitkijken camerabeelden
Ik bekeek de beelden opgevraagd bij [winkel 2] in Rotterdam. Ik zag dat het beelden betroffen van 5 april 2023 vanaf 12:56 uur.
Jongen 1 capuchon
Jongen 2 pet

Ik zag dat jongen 1 een horloge om had en tegen de pinautomaat hield. Ik zag dat hij zijn arm weghaalde, nogmaals iets intikte op het horloge en deze wederom tegen de pinautomaat aan hield. Ik zag dat de winkelmedewerkster weer iets intoetste op de pinautomaat en dat Jongen 1 weer het horloge tegen de pinautomaat aan hield.

7. Schriftelijk stuk
Kopie bonnen van [winkel 2] d.d. 5 april 2023:
- 308,00 EUR;
- 300,00 EUR;
- 300,00 EUR;
- 328,00 EUR;
- 300,00 EUR;
- 300,00 EUR.

2.3.2.

Bewijsmotivering

De verdachte was op 5 april 2023 samen met de medeverdachte [medeverdachte] aanwezig in [winkel 1] en [winkel 2] in het winkelcentrum [naam winkelcentrum] in Rotterdam. Diezelfde dag, om 12:05 uur, ontving [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) bericht dat zijn bankrekening was gekoppeld aan een Fitbit Pay account. De verdachte heeft rond 12:37 uur, samen met de medeverdachte [medeverdachte] , geprobeerd iPhones te kopen in [winkel 1] . De medeverdachte voerde hierbij het gesprek en de verdachte probeerde met het horloge om zijn pols voor de iPhones te betalen. Deze betaling is niet gelukt, waarna de verdachte en de medeverdachte samen de winkel hebben verlaten.

Omstreeks 12:56 uur probeerde de verdachte, wederom met dezelfde medeverdachte, twee brillen te kopen bij [winkel 2] . Net als bij [winkel 1] , voert de medeverdachte het woord en betaalt de verdachte met zijn horloge. Omdat het bedrag te hoog was om in één keer te betalen, heeft de verdachte uiteindelijk in zes delen de volledige aankoopprijs van de brillen betaald. Op de rekening van het slachtoffer zijn zes afschrijvingen te zien bij [winkel 2] in Rotterdam, voor exact dezelfde deelbedragen. Een en ander maakt dat met voldoende zekerheid kan worden geconcludeerd dat de in de beschuldiging onder 2 genoemde bedragen door de verdachte en de medeverdachte(n) zijn weggenomen.

Gelet op het zeer korte tijdsbestek, de vergelijkbare modus operandi en het gebrek aan een alternatieve verklaring, is ook voldoende aannemelijk dat door te proberen te betalen met zijn horloge bij [winkel 1] , de verdachte en zijn medeverdachte een poging hebben gedaan om ook daar geld weg te nemen van de rekening van het slachtoffer. De rechtbank verwerpt hiermee het verweer van de verdediging dat niet vast is te stellen dat bij [winkel 1] mogelijk geprobeerd zou zijn om met een andere rekening dan die van het slachtoffer te betalen. Gelet op de voornoemde samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte, is sprake geweest van medeplegen.

Vrijwillige terugtred

De verdediging heeft ook bepleit dat de verdachte zich vrijwillig heeft teruggetrokken bij de betalingen in [winkel 1] en [winkel 2] . In [winkel 1] hebben de verdachte en medeverdachte de winkel verlaten nadat zij door een medewerker waren gevraagd om op andere wijze te betalen. Van een vrijwillige terugtred is geen sprake. In [winkel 2] was sprake van een voltooid delict, aangezien het geld al van de rekening van het slachtoffer was afgeschreven. Een vrijwillige terugtred kon dus niet meer plaatsvinden. Dat de brillen vervolgens niet zijn meegenomen door de verdachten, doet daar niet aan af. Het verweer wordt verworpen.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straffen

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met aftrek van voorarrest, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten. Voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, stelt de verdediging zich op het standpunt dat – gelet op onder meer de overschrijding van de redelijke termijn – alleen een voorwaardelijke taakstraf aangewezen is.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft samen met een medeverdachte zonder toestemming gebruik gemaakt van de bankrekening van het slachtoffer en geprobeerd om in een kort tijdsbestek dure gebruiksvoorwerpen te kopen. Feiten zoals deze tasten het algemene vertrouwen in het digitale verkeer aan. De verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn strafbare handelen en heeft enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad van 9 juli 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.

Rapporten van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 27 juni 2023, met een aanvulling op 30 april 2024, komt de reclassering tot de volgende conclusies. Vanwege de ontkennende proceshouding van de verdachte is het de reclassering niet gelukt om een risicoanalyse op te maken. Ondanks dat hij zich eerder niet heeft gehouden aan de voorwaarden van de reclassering, adviseert zij bij een veroordeling oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De verdachte stond in 2023 open voor gedragsverandering, maar in 2024 was hij onvindbaar en onbereikbaar voor de reclassering.

4.3.3.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 5 april 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ongeveer 3 jaar en 4 maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak 2 jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden met ongeveer 1 jaar en 4 maanden. De rechtbank houdt hiermee in het voordeel van de verdachte rekening bij het bepalen van de op te leggen straf.

4.3.4.

Oplegging straffen

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Mede gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn en het gegeven dat de verdachte zich al enkele jaren in schorsing bevindt, is het volgens de rechtbank niet meer opportuun om nu voor deze feiten nog een aanvullende kortdurende gevangenisstraf op te leggen of een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De rechtbank legt daarom een gevangenisstraf op die gelijk is aan het voorarrest, te weten 7 dagen. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf op van 60 uur. Omdat de verdachte de volledige duur van de gevangenisstraf al in voorarrest heeft uitgezeten, hoeft hij niet meer terug naar de gevangenis, tenzij hij de taakstraf niet of niet juist uitvoert.

5 Vordering tot tenuitvoerlegging

5.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde hechtenis van 1 week, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten. De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de vordering moet worden afgewezen gezien het tijdsverloop.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

Hoewel de bewezenverklaarde feiten tijdens de proeftijd zijn gepleegd, ziet de rechtbank af van de tenuitvoerlegging. De verzochte tenuitvoerlegging betreft een feit uit 2019. De rechtbank acht het gelet op het behoorlijke tijdsverloop niet meer opportuun om de vordering nu alsnog toe te wijzen. De vordering wordt dus afgewezen.

6 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 45, 47, 57, 63, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

7 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 7 (zeven) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 60 (zestig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;

Voorlopige hechtenis

heft op de voorlopige hechtenis van de verdachte, deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-295239-19)

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 15 september 2020 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

8 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Moison, voorzitter,

en mrs. M.J.M. van Beckhoven en I. Tillema, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Sahin, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 augustus 2026.

Proces-verbaal van de rechter-commissaris van 11 april 2023. Pagina’s 1 t/m 2 van bijlage 1 van het proces-verbaalnummer HA.20.LI.006999/2023. Pagina’s 15 t/m 16 van het proces-verbaalnummer PL1700-2023106169. Pagina’s 75 t/m 80 van het proces-verbaalnummer PL1700-2023106169. Pagina’s 10 t/m 12 van het proces-verbaalnummer PL1700-2023106169. Pagina’s 81 t/m 85 van het proces-verbaalnummer PL1700-2023106169. Pagina 112 van het proces-verbaalnummer PL1700-2023106169.