Strafrecht overig
Veroordeling voor twee woninginbraken tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden. Overwegingen over…
Rechtbank Rotterdam, 28 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14035 · Rechtbank Rotterdam · 28 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-14035
Zaakgegevens
Op 28 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 september 2026
- Datum publicatie
- 15 oktober 2026
- Zaaknummer
- 10-159999-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14035
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor twee woninginbraken tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden. Overwegingen over de modus operandi. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-159999-26
Datum uitspraak: 28 september 2026
Datum zitting: 14 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.A. Dorsman
Officier van justitie: mr. T. van den Bergh
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Kern van het vonnis
De verdachte heeft in drie dagen tijd twee woninginbraken gepleegd, waarbij hij diverse goederen heeft weggenomen. Bij beide woningen is het DNA van de verdachte aangetroffen en is door de verdachte gebruikgemaakt van dezelfde modus operandi. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - in juli 2025 tweemaal, samen met anderen dan wel alleen, een woninginbraak heeft gepleegd in Schiedam.
De volledige tenlastelegging houdt in dat
1
hij op of omstreeks 12 juli 2025 te Schiedam, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan [adres 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een tablet (merk/type Samsung S8 Ultra) en/of een laptoptas met inhoud (waaronder een laptop en/of harde schijf) en/of een schoudertas met inhoud (waaronder een geldbedrag ad 4.60 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen tablet en/of laptoptas (met inhoud) en/of schoudertas (met inhoud) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
2
hij op of omstreeks 15 juli 2025 te Schiedam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een autosleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen autosleutel onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 en 2. De verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde medeplegen.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 en 2. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte twee keer een woninginbraak heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
Feit 1
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring [aangever 1]
Ik doe aangifte van een woninginbraak gepleegd op 12 juli 2025 aan [adres 1] te Schiedam. Ik kwam in de woonkamer en zag dat mijn laptoptas en paspoorttas waren weggenomen. De schuifpui stond open.
Ik zag dat er zich op de tafel van de tuinset een blik Red Bull bevond. Deze hadden wij daar niet achtergelaten. Ik zag dat de deur van de serre openstond en ik zag dat de hor nog dicht was, maar dat het net van de hor verbroken was. Ik zag dat de tuindeur openstond. Het tuinhek is vanaf het algemene gangpad niet te openen zonder sleutel. Ik zag dat in het gangpad nog een blik Red Bull light lag. Ik zag dat er zich in onze prullenbak een blik Poms bevond. Deze hadden wij niet opgedronken.
De volgende spullen werden weggenomen:
- Samsung tablet S8 Ultra met serienummer [nummer 1] ;
- laptoptas voorzien van een laptop van het merk Lenovo Thinkpad T14S met serienummer [nummer 2] en een externe harde schijf van het merk Samsung T9 SSD;
- schoudertas voorzien van cashgeld.
2. Proces-verbaal van de politie
Op 12 juli 2025 werd aan [adres 1] , [postcode 1] te Schiedam een blikje Red Bull (250 ml, zonder suiker) inbeslaggenomen, met goednummer [goednummer 1] .
3. Proces-verbaal van de politie
Op 12 juli 2025 werd aan [adres 1] , [postcode 1] te Schiedam een blikje Red Bull (250 ml) inbeslaggenomen, met goednummer [goednummer 2] .
4. Proces-verbaal van de politie
Op 12 juli 2025 werd aan [adres 1] , [postcode 1] te Schiedam een blikje Pom (330 ml) inbeslaggenomen, met goednummer [goednummer 3] .
5. Proces-verbaal van de politie
|
Omschrijving |
SIN goed |
SIN monster |
|
Goednummer [goednummer 1] Blikje Red Bull, 250 ml, zonder suiker |
AASM0844NL |
AASQ5820NL |
|
Goednummer [goednummer 2] Blikje Red Bull, 250 ml |
AASM0842NL |
AASQ5818NL |
|
Goednummer [goednummer 3] Blikje Pom, 330 ml |
AASM0843NL |
AASQ5819NL |
6. Deskundigenverslag van het TMFI
|
SIN monster |
Omschrijving |
Resultaat |
|
AASQ5818NL |
Bemonstering drinkopening en lipje Red Bull blikje |
Enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. Mogelijke donor van DNA: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1978. |
|
AASQ5819NL |
Bemonstering drinkopening en lipje Poms blikje |
DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Mogelijke donor van DNA: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1978. |
|
AASQ5820NL |
Bemonstering drinkopening en lipje Red Bull sugar free blikje |
Enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. Mogelijke donor van DNA: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1978. |
Feit 2
7. Proces-verbaal van de politie, verklaring [aangever 2]
Ik doe aangifte van een woninginbraak gepleegd op 15 juli 2025 aan [adres 2] te Schiedam.
Mijn zusje, die beneden in de woning was, belde mij dat er een man in de woonkamer stond. In de keuken stonden twee kasten open en er lagen spullen uit de kast op de grond. Er lag een autosleutel op de eettafel in de woonkamer. Die ligt er nu niet meer.
8. Proces-verbaal van de politie
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , keek de camerabeelden uit van de veiliggestelde camerabeelden afkomstig van het adres [adres 3] te Schiedam. De tijd- en datumaanduiding kwam volgens de bewoner van dit adres overeen met de atoomtijd.
VIDE0-2025-07-15-05-18-03 l.mp4
04:16:37 uur: Ik zag links in beeld een man in een tuin staan. Deze man zal in dit verdere proces-verbaal als NN1 worden aangeduid.
04:18:08 uur: Ik zag dat NN1 zich aan een schutting op had getrokken en over deze
schutting in de naastgelegen tuin keek. NN1 klom hierna over deze schutting en had
zich laten zakken in de naastgelegen tuin. NN1 is vervolgens uit beeld.
VIDEO-2025-07-15-05-18-07.mp4
04:27:03 uur: Ik zag een man vanaf de achterzijde van de tuin naar voren, richting de camera lopen. NN2 is vervolgens uit beeld. Deze man zal in dit verdere proces-verbaal als NN2 worden aangeduid.
04:27:13 uur: Ik zag dat NN2 opnieuw in beeld verscheen en over de schutting naar de naastgelegen tuin klom. NN2 is vervolgens uit beeld.
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat de personen te zien op de camerabeelden weliswaar wat betreft kledingdracht verschillend waren, echter wat betreft postuur, manier van lopen, bewegen en de pet wat beiden ophadden, ik verbalisant het mogelijk acht, dat het hier om dezelfde persoon zou kunnen gaan.
9. Proces-verbaal van de politie
Op 15 juli 2025 kwamen wij, naar aanleiding van een gekwalificeerde diefstal uit woning, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] , [postcode 2] te Schiedam.
De aangeefster toonde ons de camerabeelden van de buren. Op deze camerabeelden zagen wij twee personen over de schutting klimmen vanuit de tuin met [huisnummer 1] naar de tuin met [huisnummer 2] . Wij zagen dat deze personen geen handschoenen droegen. Wij zagen dat één van de daders bij het opklimmen zijn hand op de bovenzijde van een schuttingpaal plaatste. Wij zagen dat deze persoon zijn andere hand op de bovenste schuttingplank plaatste naast de schuttingpaal.
Vervolgens heb ik, verbalisant [verbalisant 2] , de bovenzijde van de betreffende schuttingpaal bemonsterd op de eventuele aanwezigheid van humaan biologisch celmateriaal. Deze bemonstering heb ik verpakt, gewaarmerkt en voorzien van het Spoor Identificatie Nummer: AAQK0356NL.
Vervolgens heb ik, de betreffende schuttingplank op de plaats waar deze was vastgepakt, bemonsterd op de eventuele aanwezigheid van humaan biologisch celmateriaal. Deze bemonstering heb ik verpakt, gewaarmerkt en voorzien van het SIN:AAQK0360NL.
10. Deskundigenverslag van het TMFI
|
SIN monster |
Omschrijving |
Resultaat |
|
AAQK0356NL |
Bemonstering bovenzijde betonnen schuttingpaal |
Enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. Mogelijke donor van DNA: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1978. |
|
AAQK0360NL |
Bemonstering bovenzijde bovenste schuttingdeel |
DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Mogelijke donor van DNA: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1978. |
Bewijsmotivering
Vaststaande feiten
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. Bij de woninginbraak aan [adres 1] te Schiedam (feit 1) zijn drie blikjes aangetroffen in en rond de woning, te weten in het gangpad achter de woning, op de tuintafel en binnenin de woning. Op elk van deze blikjes is het DNA van de verdachte aangetroffen. Bij de woninginbraak aan [adres 2] te Schiedam (feit 2) is op de camerabeelden te zien dat een persoon in de tuin van [huisnummer 1] over de schutting naar de tuin van [huisnummer 2] klimt. Aan de bovenzijde van de betonnen schuttingspaal en het bovenste schuttingsdeel is het DNA van de verdachte aangetroffen.
Oordeel
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat de verdachte de onder 2 tenlastegelegde inbraak heeft gepleegd, met dien verstande dat de rechtbank met de officier van justitie van oordeel is dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde medeplegen. Het dossier bevat daarvoor geen bewijs.
Voor de onder 1 tenlastegelegde inbraak heeft de verdediging aangevoerd dat de aangetroffen blikjes met het DNA van de verdachte verplaatsbare objecten zijn. De rechtbank acht de inbraak bewezen. De verdachte heeft in het geheel geen verklaring gegeven voor het feit dat 3 blikjes met zijn DNA in en in de directe nabijheid van de woning terecht zijn gekomen. Daar komt bij dat de modus operandi bij beide inbraken in specifieke opzichten overeenkomt. In beide gevallen werd de toegang tot de woning verschaft via de achterkant van de woning en door over de schutting in de achtertuin te klimmen. De inbraken vonden plaats in het midden van de nacht, in Schiedam, binnen een straal van 1 kilometer van elkaar en binnen een korte periode, te weten drie dagen. Daarmee is sprake van een kenmerkend patroon dat bijdraagt aan het bewijs dat de verdachte de onder 1 ten laste gelegde inbraak heeft gepleegd.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij op 12 juli 2025 te Schiedam, in een woning, te weten de woning gelegen aan [adres 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een tablet (merk/type Samsung S8 Ultra) en een laptoptas met inhoud (waaronder een laptop en harde schijf) en een schoudertas met inhoud (waaronder een geldbedrag), die aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen tablet en laptoptas (met inhoud) en schoudertas (met inhoud) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Feit 2
hij op 15 juli 2025 te Schiedam in een woning, te weten de woning gelegen aan [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een autosleutel die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen autosleutel onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feiten 1 en 2
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1 en 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Hierbij moet in het bijzonder rekening worden gehouden met de in de LOVS-oriëntatiepunten geformuleerde strafverzwarende omstandigheden ‘overhoophalen van de woning’ en ‘slachtoffers in kwetsbare situaties’.
Standpunt van de verdediging
Er dient rekening te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarnaast is artikel 63 Sr van toepassing. Indien er een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd, verzoekt de verdediging deze gelijk te stellen aan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank of daarnaast een voorwaardelijk strafdeel dient te worden opgelegd.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft in drie dagen tijd twee woninginbraken gepleegd, waarbij hij diverse goederen heeft weggenomen. Een woninginbraak is een naar en ernstig feit, dat bij de bewoners een gevoel van onveiligheid teweegbrengt en inbreuk maakt op hun privacy. De verdachte heeft met zijn handelen geen enkel respect getoond voor de eigendommen van een ander.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 28 juli 2026 blijkt dat de verdachte veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Verslavingsreclassering GGZ van 31 augustus 2026 staat onder meer het volgende. De verdachte beschikt niet over een geldige verblijfsvergunning en verblijft derhalve onrechtmatig in Nederland. De verdachte komt regelmatig in aanraking met justitie voor vermogensdelicten, waarin een delictpatroon kan worden herkend.
Het is mogelijk dat de instabiliteit in zijn leven een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het (delict)gedrag. Deze instabiliteit wordt mede gevormd door het ontbreken van een verblijfsvergunning. De verdachte benoemt te kunnen verblijven bij een vriend in [plaats] . Het ontbreekt hem aan een (vaste) woonplek. De verdachte vertelt af en toe werkzaamheden te hebben uitgevoerd in de bouw, wat hij buiten detentie wederom voort wil zetten. Hij beschikt niet over een structureel inkomen en stelt bij zijn vrienden terecht te kunnen voor financiële middelen. Er is tevens sprake van een langdurige middelenproblematiek, waaronder cocaïne en heroïne. De verdachte stelt abstinentie te willen bereiken. Daarnaast wordt als mogelijk geacht dat er – door de mate van instabiliteit – sprake is van onmacht. De reclassering heeft geen zicht op recente diagnostiek. De verdachte oogt gemotiveerd om gedragsverandering teweeg te brengen. Desondanks ziet de reclassering geen mogelijkheden voor toezicht. De verdachte kan geen aanspraak maken op voorzieningen in Nederland, waar de reclassering tevens afhankelijk van is. Een reclasseringstoezicht is derhalve niet uitvoerbaar.
De reclassering schat het risico op recidive in als hoog. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten, waarin in het geval van veelvuldige recidive bij insluiping in een woning dan wel inbraak in een woning respectievelijk 6 en 7 maanden gevangenisstraf als uitgangspunt worden genomen. Het veelvuldig recidiveren wordt dus als strafverzwarende factor meegewogen. Dat geldt niet voor de door de officier van justitie genoemde omstandigheden. Van het overhoophalen van de woning is in beperkte mate sprake geweest en niet is gebleken dat de verdachte voor ogen had om in te breken bij slachtoffers in kwetsbare situaties. Strafverminderende factoren zijn de samenloop van de feiten en de toepassing van artikel 63 Sr. Daarom wordt een gevangenisstraf van 10 maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5 Vordering van de benadeelde partij
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 10.000,- als vergoeding voor materiële schade en € 50.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, omdat de vordering niet is onderbouwd of enigszins aannemelijk is gemaakt.
Standpunt van de verdediging
De vordering is niet onderbouwd. Er is sprake van een onevenredige belasting van het strafproces. Primair dient de vordering van de benadeelde partij te worden afgewezen. Subsidiair moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank acht het aannemelijk dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 gepleegde strafbare feit.
De verdediging heeft de vordering van de benadeelde partij betwist. De hoogte van de vordering is onvoldoende onderbouwd en de beoordeling van de vordering vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk bewijslevering. De behandeling van de vordering levert daarom een onevenredige belasting van het strafproces op. De rechtbank verklaart de benadeelde partij dus niet-ontvankelijk in de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Immateriële schade
De verdediging heeft de vordering tot vergoeding van immateriële schade betwist. De vordering is onvoldoende onderbouwd. Ook de beoordeling van deze vordering vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering. De behandeling van deze vordering levert dus ook een onevenredige belasting van het strafproces op. Deze vordering kan daarom bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Proceskosten
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
6 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
7 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Vordering benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 1);
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.
8 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. de Veld, voorzitter,
en mrs. J.C. Tijink en Y. Peters, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 28 september 2026.
Mr. E.D. Bijl is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.