Strafrecht overig
De verdachte wordt veroordeeld voor het inbreken in de woning van de aangever. Hij heeft samen met een ander…
Rechtbank Rotterdam, 13 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14319 · Rechtbank Rotterdam · 13 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-14319
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Dordrecht
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2026
- Datum publicatie
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- 10/175592-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14319
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte wordt veroordeeld voor het inbreken in de woning van de aangever. Hij heeft samen met een ander op 24 mei 2026 in Gorinchem zich de toegang tot een woning verschaft middels braak en daarbij goederen heeft weggenomen die aan anderen toebehoren. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt deels afgewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/175592-26
Datum uitspraak: 13 oktober 2026
Datum zitting: 29 september 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] (Polen),
gedetineerd in [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. T. Gümüs
Officier van justitie: mr. S.E. Poutsma
Benadeelde partij: [slachtoffer]
Gemachtigde van de benadeelde partij: mevrouw [persoon A]
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het inbreken in de woning van de aangever. Hij heeft samen met een ander op 24 mei 2026 in Gorinchem zich de toegang tot een woning verschaft middels braak en daarbij goederen heeft weggenomen die aan anderen toebehoren. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van het voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt deels afgewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard.
1 Tenlastelegging
De volledige gewijzigde tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1
hij op of omstreeks 24 mei 2026 te Gorinchem, aan de [adres delict] ,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) en waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft door middel van braak, verbreking en/of inklimming,
een laptop en Russische lakdoosjes en een sporthorloge (merk Garmin), twee, althans een of meer camera’s (merk Ring) en sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het ten laste gelegde feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal in een woning met braak. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.
1. Proces-verbaal van aangifte van aangeefster [slachtoffer]
Op 24 mei 2026 rond 11.45 uur zijn wij vertrokken uit onze woning aan de [adres delict] te Gorinchem. Wij kwamen thuis rond 15.30 uur. De inhoud van de kasten in onze slaapkamer lag overal. Het was ons duidelijk dat er was ingebroken door alle rommel. Er zat een groot gat in het raam. De hordeur hebben ze eruit gesloopt en tegen onze heg aangezet.
De volgende goederen zijn met zekerheid weggenomen uit onze woning:
- Laptop van het merk Levono.
- Russische lakdoosjes van het type Palech. Wij denken vijf stuks. Zwarte doosjes van papiermache, voorzien van een laklaag waarop schilderingen zijn aangebracht met één marterhaar.
- Sporthorloge van het merk Garmin en het type S2.
- Twee camera's van het merk Ring.
Deze goederen missen wij tot op heden. Alle goederen die zijn weggenomen zijn ons eigendom.
Het volgende is vernield in onze woning:
- Ruit in ons pui.
- De hor is hoogstwaarschijnlijk ook kapot gemaakt.
2. Aanvullend proces-verbaal van de politie
Naar aanleiding van de woninginbraak heb ik verbalisant op 9 juli 2026 een document ontvangen waarop de goederen staan die uit de woning zijn weggenomen. Op deze lijst staan een zilveren hanger aan zilveren ketting, diverse (zilveren) oorstekers, een armband en een ring.
3. Verklaring van de verdachte
Het klopt dat ik op 24 mei 2026 samen met een kennis van mij bij die woning aan de [adres delict] te Gorinchem ben geweest. Ik was daar om hem te helpen met inbreken. Ik ben ook in de slaapkamer geweest.
4. Proces-verbaal van de politie
In de woonkamer zagen wij op de verbroken binnen-ruit bloed. Ik, verbalisant, heb dit bloed bemonsterd. Deze bemonstering heb ik verpakt, gewaarmerkt en voorzien van het Spoor Identificatie Nummer: AANX7431NL. In de slaapkamer aan de achterzijde van de woning zagen wij het dekbedovertrek waarop bloed aanwezig was. Ik, verbalisant, heb dit bloed bemonsterd. Deze bemonstering heb ik verpakt, gewaarmerkt en voorzien van het Spoor Identificatie Nummer: AANX7432NL.
5. Deskundigenverslag
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op of omstreeks 24 mei 2026 te Gorinchem, aan de [adres delict] ,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en) en waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft door middel van braak, verbreking en/of inklimming,
een laptop en Russische lakdoosjes en een sporthorloge (merk Garmin), twee, althans een of meer camera’s (merk Ring) en sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.
Standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit oplegging van een gevangenisstraf voor de duur gelijk aan het voorarrest. De verdediging verzoekt de verdachte onmiddellijk in vrijheid te stellen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich – samen met een ander – schuldig gemaakt aan een woninginbraak op klaarlichte dag. Daarbij zijn waardevolle spullen en spullen met persoonlijke betekenis weggenomen. De verdachte heeft met zijn handelen geen enkel respect getoond voor de eigendommen en de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Een woning is juist de plek waar iemand zich veilig zou moeten voelen. Dat dit niet meer vanzelfsprekend is na een woninginbraak blijkt ook uit de slachtofferverklaring van de benadeelde partij. Zij ervaart tot op de dag van vandaag nog gevoelens van onveiligheid. Feiten als het onderhavige brengen daarnaast in de buurt en maatschappij gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. De rechtbank rekent dit de verdachte zeer aan.
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 september 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Oplegging straf
Gelet op de aard en ernst van het feit kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. Daarin staat voor een woninginbraak in een woning als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden vermeld. Een strafvermeerderende factor is als er sprake is van een samenwerkingsverband met anderen, zoals in deze zaak het geval is geweest. De rechtbank weegt in deze zaak ook in strafverzwarende zin mee dat er veel waardevolle spullen zijn meegenomen uit de woning en dat de verdachte – om hem moverende redenen – niet volledige openheid van zaken heeft gegeven en daarmee geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. Alles overwegend acht de rechtbank daarom dan ook een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden passend en geboden.
5 Voorlopige hechtenis
De verdachte verblijft vanaf 19 juni 2026 in voorarrest. De verdediging heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte onmiddellijk op te heffen. Nu de rechtbank de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt waarvan de duur langer is dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal de rechtbank de voorlopige hechtenis pas opheffen als deze gelijk is aan de duur van de onvoorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van vier maanden.
6 Vordering van de benadeelde partij
Vordering [slachtoffer]
heeft als benadeelde partij € 9.890,95 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan voor wat de sieraden betreft worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering dient ten aanzien van de kosten van het hekwerk ter hoogte van € 6.700,- niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat geen sprake is van rechtstreeks verband met het ten laste gelegde feit.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering ten aanzien van de kosten van het hekwerk, omdat er onvoldoende causaal verband is met het ten laste gelegde feit. De vordering ten aanzien van de sieraden dient te worden afgewezen, nu de verzekeraar al € 6.000,- heeft uitgekeerd en er onvoldoende onderbouwing is van de gestelde hogere waarde.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
Sieraden
Ten einde de vordering tot vergoeding van de schade te beoordelen, moet vast worden gesteld wat de marktwaarde c.q. de vervangingswaarde was van de weggenomen sieraden op het moment van de woninginbraak. De benadeelde partij heeft geen aankoopbonnen over kunnen leggen. Zij heeft de schade onderbouwd aan de hand van foto’s, haar beschrijving van de sieraden en de waarde die een juwelier in Gorinchem haar op basis hiervan zou hebben medegedeeld. Een taxatierapport, waarin de juwelier inzicht geeft in de totstandkoming van de geschatte waarde, ontbreekt. Voorzover de juwelier de foto’s van de benadeelde partij heeft beoordeeld, heeft de juwelier aan de hand van de foto’s niet het materiaal, gewicht en de afmetingen kunnen vaststellen en zijn op sommige foto’s de sieraden niet duidelijk te zien. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank, onvoldoende onderbouwd dat de waarde van de weggenomen sieraden hoger is dan het bedrag dat de verzekeraar al heeft uitgekeerd. De benadeelde partij zal daarom in dit deel van de vordering (€ 3.190,95) niet ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Kosten plaatsing hekwerk
Op grond van artikel 51f Sv kan alleen een vergoeding worden toegekend voor schade die rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij stelt dat zij een hekwerk laat plaatsen om de woning beter te beveiligen. Omdat de kosten hiervan bijdragen aan het psychische herstel en de vermindering van gevoelens van onveiligheid, kunnen deze worden aangemerkt als rechtstreekse schade, aldus de benadeelde partij.
Ter onderbouwing van het recht op vergoeding van deze schade is onder meer verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 15 juni 2021 (ECLI:NL:HR:2021:840). In die zaak had de benadeelde partij, als slachtoffer van belaging, twee weken na aanvang van de pleegperiode een beveiligingscamera aangeschaft. Onder die omstandigheden is geoordeeld dat er sprake was van rechtstreekse schade. Dat betekent echter niet dat dergelijke beveiligingskosten zonder meer als rechtstreekse schade kunnen worden gezien. Dat is steeds afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. In het algemeen geldt dat kosten van beveiliging in verband met mogelijke toekomstige gebeurtenissen niet kunnen worden aangemerkt als materiële schade die het gevolg is van een eerdere gebeurtenis.
Het door de benadeelde partij aangeschafte hekwerk dient naar zijn aard als beveiliging tegen toekomstige soortgelijke feiten. Hoewel het zeer begrijpelijk is dat de benadeelde partij na de woninginbraak een hekwerk wil plaatsen en de woning – ook gezien een eerdere inbraak in 2019 – beter wil beveiligen, is dit volgens vaste jurisprudentie niet aan te merken als schade die het rechtstreekse gevolg is van de door de verdachte gepleegde woninginbraak. De jurisprudentie waar ter zitting naar is verwezen maakt dit niet anders, omdat het anders dan in die zaken in onderhavige zaak gaat over een vermogensdelict waarbij de slachtoffers willekeurig zijn uitgekozen en er geen sprake is van een gerichte geweldshandeling. Het deel van de vordering dat ziet op het hekwerk (€ 6.700,-) zal dan ook worden afgewezen.
Proceskosten
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de vordering van de benadeelde partij deels wordt afgewezen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
7 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.
8 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van de duur van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;
Vordering benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering ter hoogte van € 3.190,95;
wijst af de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] ter hoogte van € 6.700,-;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0.
9 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M. van der Leeden, voorzitter,
en mrs. N.M. Ketelaar en M. van der Veer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N. Jallal, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 oktober 2026.
Mrs. N.M. Ketelaar en N. Jallal zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.