Strafrecht overig

vrijspraak afpersing in vereniging. Bewezenverklaring van openlijk geweld, medeplegen van schuldwitwassen en…

Rechtbank Rotterdam, 8 mei 2026

Zaakgegevens

Op 8 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
8 mei 2026
Datum publicatie
30 oktober 2026
Zaaknummer
10-364719-24, 10-400909-24, 10-089612-25 en 10-282001-25 en 10-148437-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:15019
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vrijspraak afpersing in vereniging. Bewezenverklaring van openlijk geweld, medeplegen van schuldwitwassen en medeplegen van witwassen. Redelijke termijn overschreden. Vorderingen BP n-o wegens vrijspraak en toegewezen. TUL afgewezen wegens te ver verwijderd verband. Straf: onvoorwaardelijke werkstraf.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10-364719-24, 10-400909-24, 10-089612-25 en 10-282001-25 (gevoegd ttz)

Parketnummer vordering TUL: 10-148437-23

Datum uitspraak: 8 mei 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres], [postcode] [plaatsnaam],

raadsman mr. K. Durdu, waarnemend voor mr. M.K. Durdu-Agema, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 24 april 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D. ter Laak heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het onder parketnummers 10-364719-24, 10-400909-24, 10-089612-25 en 10-282001-25 ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 80 dagen met aftrek
    van voorarrest, waarvan 58 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van een jaar;

  • met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de medeverdachten in de zaak met parketnummer 10-364719-24,

  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder parketnummers 10-400909-24, 10-089612-25 en 10-282001-25 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Vrijspraak parketnummer 10-364719-24

4.2.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder parketnummer 10-364719-24 ten laste gelegde afpersing. De officier van justitie voert daartoe aan dat de aangever heeft verklaard dat hij werd klemgereden door vier jongens op twee scooters en dat hij onder bedreiging van een vuurwapen zijn telefoon en pinpas moest afgeven. Hij is hierbij ook in zijn gezicht geslagen. Uit onderzoek komt [medeverdachte] als verdachte in beeld. In de telefoon van deze medeverdachte is een snapchatgesprek gevonden waarin vier accounts betrokken zijn. In dat gesprek wordt vlak na de beroving over het incident gesproken en het is geen punt van discussie dat de vier personen achter deze accounts kunnen worden aangemerkt als de daders van de beroving. [medeverdachte] heeft zijn betrokkenheid bekend. Eén van de betrokken accounts in het snapchatgesprek is [account]. Dit account is aangemaakt vanaf het IP-adres van de woning van de verdachte. De verdachte was op het moment van het aanmaken van het account net heengezonden vanuit een andere zaak, waarbij zijn telefoon in beslag was genomen. Daarnaast kent hij ook de andere drie rechtstreeks betrokkenen in het snapchatgesprek. Hierdoor is voldoende aannemelijk dat de verdachte één van de vier jongens is geweest die met een vooropgezet plan de aangever hebben gedwongen tot afgifte van de telefoon en de pinpas.

4.2.2.

Beoordeling

Vast staat dat de aangever op 11 november 2024 op de Van Brienenoordbrug is klemgereden door twee scooters met op beide scooters twee jongens die hem door geweld en bedreiging met geweld hebben gedwongen tot afgifte van een pinpas (met bijbehorende pincode) en een telefoon.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de betrokkenheid van de verdachte als mededader bij dit feit kan worden bewezen. Uit het dossier volgt dat er vlak na het incident een snapchatgesprek heeft plaatsgevonden tussen vier personen waarin wordt gesproken over dit incident. Eén van de medeverdachten, [medeverdachte], heeft zijn deelname aan het snapchatgesprek en betrokkenheid bij het feit bekend, maar wenst geen namen te noemen van de andere daders. Het account [account] heeft ook deelgenomen aan het snapchatgesprek en is mogelijk ook betrokken geweest bij de afpersing. Uit onderzoek is gebleken dat het snapchataccount [account] op 2 oktober 2024 is aangemaakt vanaf het IP-adres van de woning van de verdachte, waar hij met zijn gezin woont, en dat het account meerdere keren is gebruikt vanaf dat IP-adres. Desondanks kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte op 11 november 2024 ook daadwerkelijk de gebruiker is geweest van dit account. Daarnaast is ook niet duidelijk in hoeverre de verdachte contacten heeft met de medeverdachten en deel uitmaakt van de groep waar zij toe behoren. In het dossier is een overzicht opgenomen van een groot aantal politiemutaties rondom die groep en de betrokkenen daarbij. De verdachte wordt slechts in één van die mutaties genoemd. Daarmee kan niet worden vastgesteld of en zo ja welke relatie de verdachte en de medeverdachten in dat verband met elkaar hadden. Ook op basis van de overige stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte op 11 november 2024 op de Van Brienenoordbrug is geweest. De rechtbank kan daarom niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat de verdachte één van de mededaders is geweest van de afpersing.

4.2.3.

Conclusie

Het onder parketnummer 10-364719-24 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummers 10-400909-24, 10-089612-25 en 10-282001-25 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Parketnummer 10-400909-24

hij op of omstreeks 13 september 2024 te Rotterdam,
openlijk, te weten, op de kruising van de Vuurplaat met de Spoorweghaven, in elk
geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen
een persoon, door hem meermalen:
- tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de romp en/of het lichaam te
slaan/stompen en/of
- tegen het hoofd en/of de benen en/of het lichaam te trappen en/of
- aan/tegen het lichaam te duwen/trekken.

Parketnummer 10-089612-25

hij op of omstreeks in de periode van 19 januari 2025 tot en met 27 februari 2025,
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
één of meerdere voorwerpen (geldbedragen ad in totaal Eur 1.085,00 640,-*)
- heeft verworven en/of
- heeft overgedragen en/of
- heeft omgezet en/of
- voorhanden heeft gehad en/of
- de vindplaats heeft verborgen,
terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden,
dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen,
geheel of gedeeltelijk,
onmiddellijk en/of middellijk,
afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf;
* Eur 215,00; Eur 90,00; Eur 100,00; Eur 200,00; Eur 125,00 200,00; Eur 110,00; Eur 70,00; Eur 55,00; Eur 30,00; Eur 15,00.

Parketnummer 10-282001-25

hij op of omstreeks 12 juni 2025,
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
één of meerdere voorwerpen (geldbedragen ad in totaal Eur 350,00)
- heeft verworven en/of
- heeft overgedragen en/of
- heeft omgezet en/of
- voorhanden heeft gehad en/of
- de vindplaats heeft verborgen,
terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden,
dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen,
geheel of gedeeltelijk,
onmiddellijk en/of middellijk,
afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10-400909-24

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Parketnummer 10-089612-25

medeplegen van schuldwitwassen

Parketnummer 10-282001-25

medeplegen van witwassen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

Allereerst heeft de verdachte op 13 september 2024 samen met anderen openlijk geweld gepleegd. Het slachtoffer is daarbij op straat onder meer geschopt en geslagen. De verdachte heeft met zijn handelen een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het incident moet voor het slachtoffer buitengewoon bedreigend zijn geweest en moet bij hem ook grote gevoelens van angst en onveiligheid hebben opgeroepen.

Daarnaast heeft de verdachte zich in de periode van 19 januari 2025 tot en met 27 februari 2025 en daarna opnieuw op 12 juni 2025 samen met een ander schuldig gemaakt aan witwassen door zijn bankrekening ter beschikking te stellen aan de medeverdachte, die zich bezighield met oplichting via Marktplaats en Facebook Marketplace. Hierdoor is er ten minste € 990,- aan crimineel geld op zijn bankrekening gestort, dat daarna steeds weer contant is gemaakt door het te pinnen. De verdachte heeft niet nagedacht over de consequenties van zijn handelen. Witwassen is een ernstig feit en heeft een ontwrichtende werking op het financieel en economisch verkeer. In een geval als dit wordt bovendien het vertrouwen van de gebruikers van online platformen als Marktplaats en Facebook Marketplace aangetast. De verdachte heeft hier een belangrijke rol in gehad.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage en verklaring van deskundige op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 18 maart 2026. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

De verdachte loopt vanaf 5 december 2024 in een schorsing van de voorlopige hechtenis, waarbij hij in de schorsingsperiode twee keer heeft gerecidiveerd. Uit het raadsonderzoek volgt dat het Algemeen Recidive Risico uitkomt op heel hoog. Het Dynamisch Risicoprofiel is heel laag. In het leven van de verdachte zijn er meerdere beschermende factoren. Hij heeft steunende ouders en groeit op in een hecht gezin. Hij heeft alle examens op mbo niveau 2 behaald en kan met mbo-4 starten. De verdachte gaat meermaals per week sporten en hij helpt bij een stichting, die zich onder andere bezighoudt met maatschappelijke activiteiten. De verdachte krijgt inmiddels één jaar ondersteuning vanuit Westcoaching en de jongerencoach is tevreden met zijn inzet en positieve ontwikkelingen. De Raad adviseert een deels voorwaardelijke werkstraf. Door een onvoorwaardelijk deel zal hij directe consequenties ervaren. Een voorwaardelijk deel dient als een stok achter de deur. Bijzondere voorwaarden daarbij worden, gezien de positieve ontwikkelingen, niet noodzakelijk geacht.

Deskundige [naam], werkzaam als jeugdreclasseerder bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering), heeft ter zitting naar voren gebracht dat het toezicht de afgelopen periode goed is verlopen. De verdachte doet het heel goed op school. Daarnaast sport hij en doet hij vrijwilligerswerk. Hij heeft afstand genomen van antisociale jongeren. Ook is het positief dat hij kan terugvallen op zijn ouders. De jeugdreclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf met enkel de algemene voorwaarde en toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de Raad en de verklaring van de deskundige op de zitting.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Redelijke termijn

Bij de berechting van een jeugdstrafzaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De inverzekeringstelling van een verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. De verdachte is in de zaak met parketnummer 10-400909-24 niet in verzekering gesteld, maar wel voor het eerst verhoord op 2 oktober 2024. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen. De rechtbank stelt vast dat in de zaak met bovengenoemd parketnummer sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, zal dit gecompenseerd worden door vermindering van de op te leggen straf.

Straf

Bij de bepaling van het soort straf en de duur van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken aan minderjarigen worden opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank, in het voordeel van de verdachte, rekening gehouden met het gegeven dat het oudste feit relatief lang geleden is gepleegd. Daarnaast is hij sinds het laatst gepleegde feit, bijna een jaar geleden, niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

8.1.

[benadeelde partij 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1], ter zake van het onder parketnummer 10-364719-24 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 400,- aan materiële schade en een bedrag van € 2.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.1.

Beoordeling

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit waarvoor de [benadeelde partij 1] zich heeft gevoegd zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.1.2.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

8.2.

[benadeelde partij 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2], ter zake van het onder parketnummer 10-089612-25 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 100,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen.

8.2.2.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij aan het oordeel van de rechtbank.

8.2.3.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De verdediging heeft de gevorderde schadevergoeding niet weersproken. De vordering zal daarom zonder nadere bespreking worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.2.4.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van

€ 100,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8.3.

[benadeelde partij 3]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 3], ter zake van het onder parketnummer 10-089612-25 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 200,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen.

8.3.2.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.3.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De verdediging heeft de gevorderde schadevergoeding niet weersproken. De vordering zal daarom zonder nadere bespreking worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.3.4.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij 3] een schadevergoeding betalen van

€ 200,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8.4.

[benadeelde partij 4]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 4], ter zake van het onder parketnummer 10-089612-25 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 125,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.4.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen.

8.4.2.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij aan het oordeel van de rechtbank.

8.4.3.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De verdediging heeft de gevorderde schadevergoeding niet weersproken. De vordering zal daarom zonder nadere bespreking worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 februari 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.4.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij 4] een schadevergoeding betalen van

€ 125,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8.5.

[benadeelde partij 5]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 5], ter zake van het onder parketnummer 10-282001-25 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 350,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.5.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen.

8.5.2.

Standpunt verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij aan het oordeel van de rechtbank.

8.5.3.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De verdediging heeft de gevorderde schadevergoeding niet weersproken. De vordering zal daarom zonder nadere bespreking worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.5.4.

Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij 5] een schadevergoeding betalen van

€ 350,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Vordering tenuitvoerlegging

9.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 15 februari 2024 van de kantonrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van overtreding van de Leerplichtwet veroordeeld voor zover van belang tot een taakstaf bestaande uit een werkstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen jeugddetentie, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 1 maart 2024.

9.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging.

9.3.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering tenuitvoerlegging kan worden toegewezen.

9.4.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Er worden redenen gezien die last niet te geven. De voorwaardelijke straf waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd ziet namelijk op het overtreden van de Leerplichtwet. De rechtbank is van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten in een te ver verwijderd verband staan met een overtreding van de Leerplichtwet en het doel van de daarvoor opgelegde voorwaardelijke straf. De verdachte gaat inmiddels ook naar school overeenkomstig het rooster en doet daar zijn best.

De vordering tenuitvoerlegging wordt daarom afgewezen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77gg, 141, 420bis, 420quarter van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-364719-24 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummers 10-400909-24, 10-089612-25 en 10-282001-25 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 70 (zeventig) uren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 32 (tweeëndertig) uren te verrichten werkstraf resteren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijk deel van de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 16 (achttien) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2] te betalen een bedrag van € 100,- (zegge honderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 2] te betalen € 100,- (zegge: honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3] te betalen een bedrag van € 200,- (zegge tweehonderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 3] te betalen € 200,- (zegge: tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 4] te betalen een bedrag van € 125,- (zegge honderdvijfentwintig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 4] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 4] te betalen € 125,- (zegge: honderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 5]te betalen een bedrag van € 350,- (zegge driehonderdvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de [benadeelde partij 5]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 5]te betalen € 350,- (zegge: driehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 15 februari 2024 met parketnummer 10-148437-23 van de kantonrechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. R. van den Wildenberg en A.M.T.A. Verhagen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 mei 2026.

De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging parketnummer 10-364719-24

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 11 november 2024 te Rotterdam
op/aan de openbare weg, te weten de Van Brienenoord,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een pinpas (met bijbehorende
pincode) en/of een telefoon, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten
dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n)
door
- die [slachtoffer] in te halen en/of (vervolgens) zijn weg/doorgang te blokkeren en/of
- die [slachtoffer] een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapengelijkend voorwerp,
te tonen en/of
- de woorden 'Geef me je pinpas' en/of 'Schiet op anders schiet ik', althans woorden
van gelijke dreigende aard en/of strekking te roepen/zeggen tegen die [slachtoffer]
en/of
- een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapengelijkend voorwerp, tegen het
gezicht van die [slachtoffer] aan te zetten/te duwen en/of
- de woorden 'Geef me je pincode', althans woorden van gelijke dreigende aard
en/of strekking te roepen/zeggen tegen die [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] op/tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of
- de woorden 'Wel de echte pincode anders kom ik terug en schiet ik je dood'
althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking te roepen/zeggen tegen
die [slachtoffer], terwijl een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapengelijkend
voorwerp, op die [slachtoffer] werd gericht en/of
- de woorden 'Ook nog je portemonnee' en/of 'En je telefoon', althans woorden van
gelijke aard/strekking, te roepen/zeggen tegen die [slachtoffer] en/of
- een foto van die [slachtoffer] te maken.

Tekst tenlastelegging parketnummer 10-400909-24

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 13 september 2024 te Rotterdam,
openlijk, te weten, op de kruising van de Vuurplaat met de Spoorweghaven, in elk
geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen
een persoon, door hem meermalen:
- tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de romp en/of het lichaam te
slaan/stompen en/of
- tegen het hoofd en/of de benen en/of het lichaam te trappen en/of
- aan/tegen het lichaam te duwen/trekken.

Tekst tenlastelegging parketnummer 10-089612-25

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks in de periode van 19 januari 2025 tot en met 27 februari 2025,
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
één of meerdere voorwerpen (geldbedragen ad in totaal Eur 1.085,00*)
- heeft verworven en/of
- heeft overgedragen en/of
- heeft omgezet en/of
- voorhanden heeft gehad en/of
- de vindplaats heeft verborgen,
terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden,
dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen,
geheel of gedeeltelijk,
onmiddellijk en/of middellijk,
afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf;
* Eur 215,00; Eur 90,00; Eur 100,00; Eur 200,00; Eur 200,00; Eur 110,00; Eur 70,00; Eur
55,00; Eur 30,00; Eur 15,00.

Tekst tenlastelegging parketnummer 10-282001-25

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 12 juni 2025,
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
één of meerdere voorwerpen (geldbedragen ad in totaal Eur 350,00)
- heeft verworven en/of
- heeft overgedragen en/of
- heeft omgezet en/of
- voorhanden heeft gehad en/of
- de vindplaats heeft verborgen,
terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden,
dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen,
geheel of gedeeltelijk,
onmiddellijk en/of middellijk,
afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf.