Strafrecht overig
Toewijzing vordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) met één jaar.
Rechtbank Rotterdam, 27 februari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:3565 · Rechtbank Rotterdam · 27 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-3565
Zaakgegevens
Op 27 februari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 februari 2026
- Datum publicatie
- 1 april 2026
- Zaaknummer
- 10-065769-21 en 89-000046-37
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:3565
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toewijzing vordering verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) met één jaar.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
VI-zaaknummer: 89-000046-37
Parketnummer: 10-065769-21
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam in de zaak betreffende de veroordeelde
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1988,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] ,
raadsman mr. L. Huigsloot, advocaat te Rotterdam.
Procesverloop
Voorgaande veroordeling
Bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam van
15 juli 2022 is de veroordeelde een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaar opgelegd.
Voorwaardelijke invrijheidstelling
Op 4 juli 2024 is de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Hieraan zijn voor zover hier van belang de volgende voorwaarden verbonden:
algemene voorwaarden
-
de veroordeelde zal zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan enig strafbaar feit;
-
de veroordeelde zal ten behoeve van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 op de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
-
de veroordeelde zal medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
bijzondere voorwaarden
-
de veroordeelde meldt zich binnen 3 werkdagen na invrijheidstelling bij Fivoor Reclassering, [adres 2] , [postcode 2] [plaats] , 088 178 5210. De veroordeelde blijft zich melden bij de reclassering, zolang en zo vaak de reclassering dat nodig vindt. Deze meldplicht heeft tot doel de veroordeelde te kunnen begeleiden bij en controleren op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden;
-
de veroordeelde gebruikt geen alcohol. De veroordeelde werkt mee aan urineonderzoek en/of ademonderzoek om dit verbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;
-
de veroordeelde verblijft gedurende de proeftijd in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten Humane Zorg, althans in een soortgelijke instelling. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels, aanwijzingen en het dagprogramma die de instelling heeft opgesteld;
-
de veroordeelde meldt zich binnen 3 werkdagen na invrijheidstelling telefonisch bij het CJIB op telefoonnummer 058-2342066. De veroordeelde meldt zich bij het CJIB, zolang en zo vaak het CJIB dat nodig vindt. De veroordeelde werkt mee aan het treffen van een regeling voor het betalen van de schadevergoeding in termijnen, dan wel de veroordeelde vergoedt de door het strafbare feit veroorzaakte schade geheel;
-
de veroordeelde werkt mee of spant zich actief in voor (een traject gericht op) het verkrijgen en het behouden van een structurele en zinvolle (betaalde) dagbesteding. De veroordeelde toont een open, gemotiveerde en meewerkende houding met betrekking tot het toezicht en de bijzondere voorwaarden. De veroordeelde toont openheid van zaken ten aanzien van zijn financiële situatie.
De proeftijd vanaf de hierboven genoemde dag van voorwaardelijke invrijheidstelling bedraagt 609 dagen.
Vordering
Op 27 januari 2026 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot verlenging de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de opgelegde gevangenisstraf.
Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 februari 2026.
Beoordeling
De veroordeelde heeft een gevangenisstraf opgelegd gekregen wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of meer is gesteld.
In het reclasseringsadvies van Fivoor verslavingsreclassering van 14 januari 2026 is geadviseerd de v.i. proeftijd te verlengen met één jaar. De veroordeelde heeft na een lange tijd urgentie gekregen voor een zelfstandige huurwoning. Vanwege contracten tussen Humane Zorg en de gemeente Rotterdam maakt hij geen aanspraak op een WMO-arrangement om zijn huidige woning te behouden bij beëindiging van de forensische titel. Indien de proeftijd niet wordt verlengd heeft dit tot gevolg dat de veroordeelde zijn woonplek bij Humane Zorg kwijtraakt, waardoor hij op straat belandt. Bij het niet verlengen van de proeftijd moet er naar het oordeel van de rechtbank daarom ernstig rekening mee worden gehouden dat de veroordeelde (op termijn) wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen is het noodzakelijk dat de proeftijd wordt verlengd en dat daaraan de bijzondere voorwaarden worden verbonden van reclasseringstoezicht en begeleid wonen. De overige bijzondere voorwaarden zijn niet noodzakelijk meer gebleken, zodat die kunnen komen te vervallen.
De raadsvrouw heeft betoogd dat het voor de veroordeelde tijdens de proeftijd mogelijk moet zijn om door te stromen naar zelfstandige woonruimte, wat ook binnen het begeleid wonen-traject de bedoeling is. De rechtbank ziet hierin aanleiding de bijzondere voorwaarde van begeleid wonen in gewijzigde vorm aan de veroordeelde op te leggen, zodat doorgroeien naar zelfstandige woonruimte in samenspraak met de instelling voor begeleid wonen mogelijk is.
Beslissing
De rechtbank
wijst de vordering toe en verlengt de proeftijd met één jaar;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
-
de veroordeelde zich binnen 3 werkdagen na invrijheidstelling meldt bij Fivoor Reclassering, [adres 2] , [postcode 2] [plaats] , 088 178 5210. De veroordeelde blijft zich melden bij de reclassering, zolang en zo vaak de reclassering dat nodig vindt. Deze meldplicht heeft tot doel de veroordeelde te kunnen begeleiden bij en controleren op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden;
-
de veroordeelde in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang verblijft, te weten Humane Zorg, althans in een soortgelijke instelling, zolang de instelling dat nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels, aanwijzingen en het dagprogramma die de instelling heeft opgesteld;
verklaart de overige bijzondere voorwaarden vervallen.
Deze beslissing is genomen door mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. W.J. de Veld en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.