Strafrecht overig
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging…
Rechtbank Rotterdam, 27 januari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:6771 · Rechtbank Rotterdam · 27 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-6771
Zaakgegevens
Op 27 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Dordrecht
- Datum uitspraak
- 27 januari 2026
- Datum publicatie
- 12 juni 2026
- Zaaknummer
- 10/182231-22 en 10/113346-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:6771
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/182231-22
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10/113346-21
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Datum zitting: 13 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres:
[adres], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. G.S.J. van Gestel
Officier van justitie: mr. M. van Eck
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Kern van het vonnis
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij op of omstreeks 1 juli 2022 te Rotterdam
openlijk, te weten, op de Vuurplaat, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op
een
voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, genaamd [naam], en/of tegen een
goed, te weten een fiets (van die [naam])
door
- op te dringen naar die [naam] en/of
- een vechthouding aan te nemen richting die [naam] en/of
- te trappen en/of te schoppen naar / in de richting van die [naam] en/of
- die [naam] in het gezicht en/of op het hoofd en/of tegen de buik en/of de
schouder en/of de borst en/of de rug en/of een scheenbeen, althans het lichaam, te
slaan en/of te stompen en/of te trappen en/of te schoppen en/of
- met een hard/scherp voorwerp tegen de lip van die [naam] te slaan en/of
- naar die [naam] te rennen en/of
- tegen die fiets te trappen en/of te schoppen.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de opsomming dan wel de inhoud van de bewijsmiddelen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 1 juli 2022 te Rotterdam
openlijk, te weten, op de Vuurplaat,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, genaamd [naam] door
- op te dringen naar die [naam] en
- een vechthouding aan te nemen richting die [naam] en
- te trappen en te schoppen naar / in de richting van die [naam] en
- die [naam] in het gezicht en op het hoofd en tegen de buik en de
schouder en de borst en de rug en een scheenbeen, te
slaan en te stompen en te trappen en te schoppen.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met het lange tijdsverloop, het feit dat de verdachte oprecht spijt heeft en het feit dat de verdachte zijn leven inmiddels compleet anders invult, in positieve zin. In dat kader heeft de verdediging verzocht de hoogte van de taakstraf te matigen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich op 1 juli 2022 schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Zonder noemenswaardige aanleiding heeft de verdachte samen met zijn mededaders het slachtoffer vele malen geslagen en geschopt. Door aldus te handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 19 juli 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ruim drieënhalf jaren verstreken.
Oplegging straf
De ernst van het feit rechtvaardigt, mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, in beginsel een gevangenisstraf. Gelet op de omstandigheid dat het bewezenverklaarde feit in 2022, en dus ruim drieënhalf jaar geleden, heeft plaatsgevonden, zal de rechtbank geen gevangenisstraf opleggen. In plaats daarvan zal de verdachte een taakstraf worden opgelegd van 40 uur.
5 Vordering van de benadeelde partij
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij voor het ten laste gelegde feit € 613,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie en de verdediging hebben beiden geconcludeerd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard aangezien de vordering onvoldoende is onderbouwd.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, omdat de vordering niet is onderbouwd. Ook zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering.
6 Vordering tot tenuitvoerlegging
Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 21 mei 2021 aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 500,-, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de in dat vonnis gestelde algemene voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
Standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie en de verdediging hebben beiden geconcludeerd dat de vordering ten uitvoerlegging moet worden afgewezen gelet op het tijdsverloop.
Oordeel van de rechtbank
Het in dit vonnis bewezenverklaarde feit is tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het feit heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis van de politierechter verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.
De rechtbank ziet in navolging van de standpunten van de officier van justitie en de verdediging toch af van tenuitvoerlegging, gelet op het tijdsverloop.
7 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
8 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 40 (veertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van 2 (twee) uur per dag, zodat 34 (vierendertig) uur taakstraf moet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 17 (zeventien) dagen;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (10/113346-21)
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 21 mei 2021 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke geldboete;
Vordering benadeelde partij
verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.
9 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Joele, voorzitter,
en mrs. D.M. Douwes en J.A. Terstegge, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 januari 2026.
Mr. J.A. Terstegge is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.