Strafrecht overig

Voor het opzettelijk aanwezig hebben van 1,98 kilogram heroïne en het voorhanden hebben van een vervoermiddel…

Rechtbank Rotterdam, 9 juni 2026

Zaakgegevens

Op 9 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
9 juni 2026
Datum publicatie
12 juni 2026
Zaaknummer
10.043121.26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:6812
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voor het opzettelijk aanwezig hebben van 1,98 kilogram heroïne en het voorhanden hebben van een vervoermiddel (auto), wetende dat deze auto was uitgerust met een verborgen ruimte, wordt de verdachte veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf. De auto wordt onttrokken aan het verkeer

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.043121.26

Datum uitspraak: 9 juni 2026

Datum zitting: 26 mei 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [naam PI]

Advocaat van de verdachte: mr. S. Aarts

Officier van justitie: mr. E.M. Loppé

Kern van het vonnis

Voor het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 1,98 kg heroïne en het voorhanden hebben van een vervoermiddel (auto), wetende dat deze auto was uitgerust met een verborgen ruimte, wordt de verdachte veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf. De auto wordt onttrokken aan het verkeer.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - bijna 2 kilo heroïne bij zich heeft gehad en dat hij de beschikking had over een auto met een verborgen ruimte, die bedoeld was om de opsporing van strafbare feiten te bemoeilijken.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

hij op of omstreeks 9 februari 2026 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,98 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2

hij op of omstreeks 9 februari 2026 te Rotterdam, een vervoermiddel, te weten een personenauto, merk Citroën, type C4, met Belgisch kenteken [kenteken], voorhanden heeft gehad, wetende dat dit vervoermiddel was toegerust en/of ingericht met een ruimte die kennelijk bestemd was om de opsporing van een of meer strafbare feiten te beletten

en/of te bemoeilijken.

2 Bewijs

2.1.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte ongeveer 1,98 kg heroïne opzettelijk aanwezig heeft gehad en een vervoermiddel (auto) voorhanden heeft gehad, wetende dat deze auto was uitgerust met een verborgen ruimte die kennelijk is bestemd om de opsporing van strafbare feiten te bemoeilijken. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.1.2.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 1 en 2 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte;

2. Schriftelijk stuk: kennisgeving van inbeslagneming;

3. Proces-verbaal van politie;

4. Deskundigenverslag;

5. Proces-verbaal van de politie.

2.1.2. Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

hij op 9 februari 2026 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,98 kilogram heroïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2

hij op 9 februari 2026 te Rotterdam, een vervoermiddel, te weten een personenauto, merk Citroën, type C4, met Belgisch kenteken [kenteken], voorhanden heeft gehad, wetende dat dit vervoermiddel was toegerust en ingericht met een ruimte die kennelijk bestemd was om de opsporing van een of meer strafbare feiten te beletten

en te bemoeilijken.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 2:

voorhanden hebben van een vervoermiddel, wetende dat dit vervoermiddel is toegerust met een ruimte die kennelijk is bestemd om de opsporing van strafbare feiten te beletten of te bemoeilijken.

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf en maatregel

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor feiten 1 en 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden. De auto met de verborgen ruimte moet worden onttrokken aan het verkeer.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de proceshouding van de verdachte, zijn blanco strafblad en zijn jonge leeftijd. En om die reden af te wijken van de LOVS-oriëntatiepunten en de verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest, of een taakstraf.

De verdediging heeft verder verzocht een geheel onvoorwaardelijke straf op te leggen omdat de verdachte ongewenst is of wordt verklaard en een voorwaardelijke straf de uitzetting van de verdachte in de weg zou kunnen staan.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft, om zijn schulden te voldoen die hij bij iemand in Duitsland had, op verzoek van die persoon op 9 februari 2026 een rode tas aangenomen van een ander en meegenomen in de auto die hij bij zich had. Hij wist dat er drugs in de tas zaten, maar niet dat het om bijna 2 kilo heroïne ging. De verdachte had de opdracht gekregen om de drugs in de auto verstoppen in een speciaal daarvoor gemaakte verborgen ruimte. Hierna zou hij het adres krijgen waar hij de drugs moest afleveren.

Zo’n hoeveelheid drugs vertegenwoordigt een aanzienlijke straatwaarde. De verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Daarbij is extra kwalijk dat een verborgen ruimte in de auto is gebruikt, wat de opsporing van drugsfeiten kan bemoeilijken. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs schadelijk is voor de volksgezondheid. Bovendien leidt de handel in en het gebruik van harddrugs vaak tot andere vormen van criminaliteit, waaronder ernstige geweldscriminaliteit. De verdachte heeft zich hier niet door laten weerhouden en heeft zich kennelijk alleen laten leiden door zijn eigen financiële situatie.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 13 april 2026 blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij in Albanië is geboren, in Italië een verblijfsvergunning heeft gekregen en naar Duitsland is gegaan om een beter leven op te bouwen. In Duitsland raakte hij in de schulden, die uiteindelijk hebben geleid tot de situatie waarin hij zich nu bevindt.

4.3.3.

Oplegging straf en maatregel

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Volgens deze oriëntatiepunten zou een gevangenisstraf van in ieder geval 7 maanden op zijn plaats zijn.

De rechtbank heeft er bij het bepalen van de strafmaat daarnaast nadrukkelijk rekening mee gehouden dat de verdachte verantwoordelijkheid heeft getoond en het verkeerde van zijn handelen inziet. Deze omstandigheden en de jonge leeftijd van de verdachte geven aanleiding om geen hogere straf aan de verdachte op te leggen dan een gevangenisstraf van 7 maanden.


De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5 In beslag genomen voorwerpen

5.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp, te weten: de auto met de verborgen ruimte, wordt onttrokken aan het verkeer.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om teruggave van de auto.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

5.3.1.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank beslist dat het in beslag genomen vervoermiddel (een Citroen C4 met Belgisch kenteken [kenteken]) wordt onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit van deze auto is door de daarin aangebrachte verborgen ruimte in strijd met de wet en het algemeen belang en de auto is daarmee gemaakt of bestemd voor het plegen van het misdrijf.

6 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 36b, 36c, 57 en 189a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

7 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 7 (zeven) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

In beslag genomen voorwerpen

verklaart onttrokken aan het verkeer de personenauto (Citroën C4, kenteken [kenteken]) met goednummer PL1700-2026048428-7099735.

8 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. de Veld, voorzitter,

en mrs. M.J.C. Spoormaker en Y. Peters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 juni 2026.

De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [proces-verbaalnummer 1]. Verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 26 mei 2026. Kennisgeving van inbeslagneming; doorgenummerde pagina 46. Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, proces-verbaalnummer: [proces-verbaalnummer 2]. Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 februari 2026, zaaknummer [proces-verbaalnummer 3] (aanvraag 001). Proces-verbaal van bevindingen; doorgenummerde pagina’s 10 tot en met 12.