Strafrecht overig

Rechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Rotterdam, 29 januari 2026

Zaakgegevens

Op 29 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
29 januari 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
10/374585-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:7031
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/374585-24

Datum uitspraak: 29 januari 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2006,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] , [postcode] [plaatsnaam] ,

raadsman: mr. G. Özveren, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 januari 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. C.C. Brandwijk, heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde.

4 Vrijspraak

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5 Vordering benadeelde partij

5.1.

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij]. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 2.234,77 aan materiële schade en een vergoeding van € 8.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.2.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde.

6 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. Benaissa, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. A.L. Pöll en D.G.J. Roset, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 januari 2026.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 23 november 2024 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk
van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
die [slachtoffer] (meermalen) in het bovenlijf heeft gestoken/gesneden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.