Strafrecht overig

Veroordeling voor zes winkeldiefstallen. Onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren.

Rechtbank Rotterdam, 17 februari 2026

Zaakgegevens

Op 17 februari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Dordrecht
Datum uitspraak
17 februari 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
10/285335-25 en 10/266884-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:7052
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling voor zes winkeldiefstallen. Onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10/285335-25; 10/266884-25

Datum uitspraak: 17 februari 2026

Datum zitting: 3 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres

[adres] , [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] .

Advocaat van de verdachte: mr. M. Sipma

Officier van justitie: mr. S.E. Poutsma

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zes winkeldiefstallen gepleegd. De verdachte heeft de feiten bekend. Gelet op de veroordelingen voor een reeks eerder gepleegde winkeldiefstallen, voldoet de verdachte aan de vereisten voor een ISD-maatregel. De rechtbank legt aan de verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op voor de duur van 2 jaren.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij zes winkeldiefstallen heeft gepleegd.

De volledige tenlastelegging (beschuldiging) houdt in dat

10-285335-25

1.

zij op of omstreeks 25 oktober 2025 te Dordrecht

een ornament/kerstbal, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Cigo

bieshof V.O.F., in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

zij op of omstreeks 25 oktober 2025 te Dordrecht

scheermesjes en/of koffiebonen en/of biscuits, in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.

zij op of omstreeks 25 oktober 2025 te Dordrecht

een of meer bakjes nootjes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

Zuivelhoeve, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.

zij op of omstreeks 25 oktober 2025 te Dordrecht

twee, althans een of meer, plastic speelgoed pompoenen, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat, in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

10-266884-25

1.

zij op of omstreeks 23 juli 2025 te Dordrecht,

een of meerdere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele

aan Albert Heijn (gevestigd op Achterom 42 te Dordrecht), in elk geval aan een

ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

zij op of omstreeks 23 juli 2025 te Dordrecht,

een of meerdere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele

aan Dirk van den Broek (gevestigd op Van Oldenbarneveltplein 50 te Dordrecht) in

elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan in totaal zes winkeldiefstallen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

10-285335-25, feit 1

1. Bekennende verklaring van de verdachte

2. Verklaring van de aangever [naam 1]

10-285335-25, feit 2

1. Bekennende verklaring van de verdachte

2. Verklaring van de aangever [naam 2]

10-285335-25, feit 3

1. Bekennende verklaring van de verdachte

2. Verklaring van de aangever [naam 3]

10-285335-25, feit 4

1. Bekennende verklaring van de verdachte

2. Verklaring van de aangever [naam 4]

10-266884-25, feit 1

1. Bekennende verklaring van de verdachte

2. Verklaring van de aangever [naam 5]

10-266884-25, feit 2

1. Bekennende verklaring van de verdachte

2. Verklaring van de aangever [naam 6]

2.3.2.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat de verdachte

10-285335-25

1

op of omstreeks25 oktober 2025 te Dordrecht

een ornament/kerstbal, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Cigo

bieshof V.O.F., in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2

op of omstreeks25 oktober 2025 te Dordrecht

scheermesjes en/of koffiebonen en/of biscuits, in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander toebehoorden heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3

op of omstreeks25 oktober 2025 te Dordrecht

een of meer bakjes nootjes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

Zuivelhoeve, in elk geval aan een ander toebehoorden heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4

op of omstreeks25 oktober 2025 te Dordrecht

twee, althans een of meer, plastic speelgoed pompoenen, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan Kruidvat, in elk geval aan een ander toebehoorden

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

10-266884-25

1

op of omstreeks23 juli 2025 te Dordrecht,

een of meerdere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele

aan Albert Heijn (gevestigd op Achterom 42 te Dordrecht), in elk geval aan een

ander toebehoorden heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2

op of omstreeks23 juli 2025 te Dordrecht,

een of meerdere winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele

aan Dirk van den Broek (gevestigd op Van Oldenbarneveltplein 50 te Dordrecht) in

elk geval aan een ander toebehoorden heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

10-285335-25; feit 1, 2, 3 en 4 en 10-266884-25; feit 1 en 2

Diefstal

3.2.

Strafbaarheid van feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4 Maatregel

4.1.

Eis van de officier van justitie

Aan de verdachte moet een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren worden opgelegd.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan de duur van het voorarrest verzocht, en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden zoals meldplicht en urinecontroles, dan wel een voorwaardelijke ISD-maatregel met een proeftijd van twee jaren. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om de duur van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel te beperken, en in dat geval te beslissen tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks van diefstallen uit diverse winkels. Winkeldiefstallen zijn hinderlijke feiten die overlast en schade veroorzaken voor de getroffen winkeliers en het daar werkzame personeel. Zij worden genoodzaakt extra beveiligingsmaatregelen te nemen, waarvan de kosten worden doorberekend in de goederen die zij verkopen en daarmee aan alle consumenten. Zo ondervindt ook de maatschappij als geheel nadeel van dit soort feiten.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 januari 2026 blijkt dat de verdachte eerder en meerdere malen is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De verdachte liep zelfs nog in twee proeftijden.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 20 januari 2026 staat – voor zover hier relevant - het volgende.

Verslaving aan cocaïne en mogelijk ook aan heroïne, in wisselwerking met psychosociale problematiek en de nagenoeg totale instabiliteit op sociale en praktische leefgebieden, leidt tot delictgedrag. De kans op recidive bij een gelijkblijvende context is zeer hoog. Voor de reclassering is helder dat een behandeling noodzakelijk is. Na diagnostisch onderzoek dient op integrale wijze aan de op elkaar inwerkende problemen gewerkt te worden. Dit om delictgedrag te voorkomen en omwille van borging van veiligheid en gezondheid van de verdachte. Ondanks de zeer outreachende werkwijze van toezichthouder in samenwerking met moeder van de verdachte en het Zorg- en Veiligheidshuis, is het niet gelukt om in een regulier kader de benodigde hulpverlening te bieden. De verdachte blijft hulp afhouden. Gezien de aard van het middelengebruik en de zorgmijdende houding van de verdachte, is de reclassering van mening dat terugval in gebruik zal plaatsvinden wanneer de verdachte zonder behandeling weer buiten zal komen. Terugval in gebruik staat in dit geval gelijk aan terugval in delictgedrag. De reclassering ziet kansen in een ISD-maatregel. Deze maatregel heeft bij de verdachte in het verleden tot langdurige abstinentie geleid waarbij zij geen delicten pleegde. Binnen een ISD-maatregel zal terugval in middelengebruik/delictpleging niet leiden tot een tenuitvoerlegging, maar leiden tot een time-out, waarna opnieuw een kans zal worden geboden om hulpverlening en begeleiding te hervatten/starten. De kansen op succesvolle hulpverlening worden daardoor geoptimaliseerd. Het wordt van belang geacht dat binnen de maatregel eerst diagnostisch onderzoek wordt gedaan, om de verdachte zo naar de meeste passende hulpverlening te kunnen begeleiden. Voorgenoemde zaken leiden tot het advies de maatregel ISD op te leggen, in de niet voorwaardelijke variant. De reclassering ziet geen mogelijkheden meer in een regulier kader, de kans van slagen van een dergelijk kader wordt als nagenoeg nihil ingeschat.

Overige persoonlijke omstandigheden

De moeder van de verdachte heeft een schriftelijke verklaring opgesteld waarin zij zich bereid heeft verklaard om de verdachte bij haar in huis te nemen en haar te helpen haar leven op eigen kracht weer op orde te krijgen

4.3.3.

Oplegging maatregel

ISD-maatregel

De rechtbank legt aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) op. Er is voldaan aan alle wettelijke vereisten. De strafbare feiten zijn misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

De verdachte is in de vijf jaar voorafgaand aan deze feiten ten minste drie keer voor een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf en een taakstraf.

De feiten waarvoor de verdachte nu wordt veroordeeld zijn gepleegd na tenuitvoerlegging van de hiervoor genoemde straffen. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen. Vanwege dat herhalingsgevaar eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de ISD-maatregel. Dit oordeel is gebaseerd op het advies van Reclassering Nederland van 20 januari 2026. Ook is dit oordeel gebaseerd op het feit dat in het verleden aan de verdachte een ISD-maatregel is opgelegd, waarna zij twaalf jaar lang niet in aanraking is gekomen met justitie.

Bij de beslissing tot oplegging van de ISD-maatregel houdt de rechtbank ook rekening met het grote aantal misdrijven waarvoor de verdachte eerder is veroordeeld.

De verdachte is een zeer actieve veelpleger. In een periode van één jaar zijn processen-verbaal voor meer dan tien misdrijven tegen de verdachte opgemaakt.

Voor wat betreft de verklaring van de moeder van verdachte dat de verdachte bij haar kan verblijven, geldt dat de rechtbank hierin geen bestendige oplossing ziet. Ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten verbleef de verdachte ook bij haar moeder, en dit heeft de delicten niet voorkomen.

De rechtbank legt de ISD-maatregel op voor de duur van twee jaar. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt hiervan niet afgetrokken. Door de maatregel voor twee jaar op te leggen, wordt de maatschappij langdurig tegen de verdachte beveiligd. Daarnaast kan tijdens deze twee jaar een bijdrage worden geleverd aan de oplossing van de problematiek van de verdachte. De rechtbank ziet geen aanleiding om reeds nu te beslissen tot een tussentijdse beoordeling van de maatregel. Indien daartoe naar de mening van de verdachte aanleiding zal zijn, kan haar raadsvrouw daar gedurende de looptijd om verzoeken.

5 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze maatregel is gebaseerd op de artikelen 38m, 38n, 57, 63, 310 van het Wetboek van Strafrecht.

6 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2.3.2. omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3.1. vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Maatregel

ISD-maatregel

beveelt dat de verdachte voor de feiten wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaar;

7 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.P. Hameete, voorzitter,

en mrs. D.M. Douwes en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Loggen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 februari 2026.

Mrs. D.M. Douwes en J. Langeveld zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [nummer proces-verbaal 1] of nummer [nummer proces-verbaal 2] . Verklaard tijdens de zitting van 3 februari 2026. Pagina 20 tot en met 22 van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] . Verklaard tijdens de zitting van 3 februari 2026. Pagina 23 tot en met 25 van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] . Verklaard tijdens de zitting van 3 februari 2026. Pagina 26 tot en met 28 van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 4] . Verklaard tijdens de zitting van 3 februari 2026. Pagina 29 tot en met 31 van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 5] . Verklaard tijdens de zitting van 3 februari 2026. Pagina 3 tot en met 7 van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] . Verklaard tijdens de zitting van 3 februari 2026. Pagina 18 tot en met 20 van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 6] .