Strafrecht overig

Jeugdstrafrecht. Veroordeling diefstal, bedreiging met mishandeling, handelen in strijd met WWM en afpersing…

Rechtbank Rotterdam, 12 februari 2026

Zaakgegevens

Op 12 februari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
12 februari 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
10/018987-25, 09/032231-25, 10/021869-25, 10/38109
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:7055
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling diefstal, bedreiging met mishandeling, handelen in strijd met WWM en afpersing, in een korte periode gepleegd. Oplegging van een deels voorwaardelijke jeugddetentie en een werkstraf.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/018987-25, 09/032231-25, 10/021869-25, 10/381098-24, 18/099749-25 en 10/295888-25 (gevoegd ttz)

Datum uitspraak: 12 februari 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 2009,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1], [postcode] in [plaatsnaam],

verblijvende, ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting, bij Enver op het adres:

[verblijfadres],

Raadsvrouw: mr. S. Epema, advocaat te Capelle aan den IJssel.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 12 februari 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.B. Uiterwijk heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten, met partiële vrijspraak van het ten laste gelegde onder 10/018987-25 (lokaalvredebreuk) voor de bedreiging met een mes en het fysieke geweld;

  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 33 dagen met aftrek
    van voorarrest;

  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie, waarvan 50 uren voorwaardelijk, subsidiair 25 dagen vervangende jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering);

  • met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

De onder de parketnummers 09/032231-25 (diefstal chocola en snoep), 10/021869-25 (lokaalvredebreuk School2Care), 10/381098-24 onder 2 (bezit van een mes), 10/018987-25 (afpersing geld en telefoon), 18-099749-25 (diefstal supermarkt) en 10-295888-25 onder 1 (diefstal met inklimming) ten laste gelegde feiten zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering 10/295888-25 onder 2 (afpersing Hoek van Holland)

De verdachte heeft dit feit gedeeltelijk bekend, voor zover het ziet op de [aangever 1]. De rechtbank ziet echter geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de tweede [aangever 2] dat de verdachte ook hem heeft gedwongen om geld af te geven en ziet hiervoor steunbewijs in de camerabeelden. Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen acht de rechtbank daarom ook dit feit wettig en overtuigend bewezen.

4.3.

Bewijswaardering 10/381098-24 onder 1 (bedreiging van twee jongens met een mes)

4.3.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft voor dit feit vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat uit het dossier niet valt op te maken dat de verdachte de persoon is die de jongens heeft bedreigd. Het signalement dat door hen is gegeven verschilt van het door een omstander gegeven signalement. Verder verklaren de jongens dat er iemand achter hen aan kwam rennen met ‘een voorwerp’, terwijl de omstander spreekt van ‘een machete’. Het later bij de verdachte aangetroffen mes is geen machete. De jongens hebben geen aangifte gedaan, de verdachte is over dit feit niet verhoord en ook de omstander is niet als getuige gehoord. Het proces-verbaal dat achteraf door de verbalisanten is opgemaakt, is onvoldoende voor een veroordeling.

4.3.2.

Beoordeling

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen, uitgewerkt in bijlage II bij dit vonnis, van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte op de avond van 28 november 2024 twee jongens met een mes heeft bedreigd. De jongens fietsten omstreeks 21:12 uur angstig en bezweet toe op twee verbalisanten en vertelden hen dat zij zojuist waren bedreigd. Direct daarna werden de verbalisanten aangesproken door een omstander die vertelde dat zij een jongen met ‘een machete’ achter twee jongens had zien aanrennen. Even verderop zagen de verbalisanten de verdachte, terwijl hij zich verstopte achter een pilaar. De verdachte bevestigde ongevraagd dat hij “die jongens” had bedreigd en verklaarde dat het wapen in zijn rechter broeksband zat. De verdachte bleek hier een mes bij zich te dragen en werd daarop om 21:16 uur aangehouden.

Gelet op het korte tijdsbestek tussen de melding van de jongens, de verklaring van de getuige en het moment van staandehouding van de verdachte, gecombineerd met de daarbij door hem afgelegde verklaring en het aangetroffen mes, stelt de rechtbank vast dat de verdachte de persoon is geweest die de twee jongens met het mes heeft bedreigd. Ter zitting heeft de verdachte erkend dat hij een mes heeft getrokken en gezegd dat hij zich kan voorstellen dat de jongens daardoor bang waren.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummers 10/381098-24 onder 1 en 10-295888-25 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de parketnummers 09/032231-25, 10/021869-25 10/381098-24 onder 2, 10/018987-25, 18-099749-25 en 10-295888-25 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 09/032231-25

1

hij in of omstreeks op 19 juni 2024 te Leidschendam, gemeente

Leidschendam-Voorburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meerdere chocolade dozen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Neuhaus Leidschendam, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen;

2

hij op of omstreeks 24 juli 2024 te Leidschendam, gemeente

Leidschendam-Voorburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Jamin (Leidschendam), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 10/021869-25

hij op of omstreeks 7 oktober 2024 te Hoogvliet Rotterdam, althans in Nederland,

in een besloten lokaal en/of erf, te weten het schoolgebouw en/of het schoolplein

van School2Care, gevestigd aan de [adres 2],

wederrechtelijk aldaar vertoevende

zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende

aanstonds heeft verwijderd;

Parketnummer 10/381098-24

1

hij op of omstreeks 28 november 2024 te Rotterdam

twee of meer onbekend gebleven personen, althans een onbekend gebleven

persoon heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door met een mes achter deze onbekend gebleven persoon en/of personen te gaan

en/of een mes dreigend te tonen aan die onbekend gebleven persoon en/of personen;

2

hij op of omstreeks 29 november 2024 te Rotterdam,

terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

een wapen van categorie IV, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een mes (met een lemmet van ongeveer 23 centimeter),

voorhanden heeft gehad;

Parketnummer 10/018987-25

hij op of omstreeks 17 januari 2025 te Maassluis, althans in Nederland,

op de openbare weg, te weten de Koningshoek,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of een mobiele telefoon (iphone 15), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1]

en/of een derde toebehoorde(n),

door:

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "je krijgt echt ruzie met mij als je weg gaat", "ik wil dat je geld gaat pinnen voor mij" en/of "ik heb een mes in mijn tas", althans woorden van gelijke aard en/of strekking waarbij hij, verdachte, zijn hand in zijn tas hield en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "geef je telefoon", althans woorden van gelijke aard en/of strekking waarbij hij, verdachte, het shirt van die [slachtoffer 1] pakte en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] tegen een muur drukte;

Parketnummer 18-099749-25

hij op of omstreeks 1 april 2025 te St.-Annaparochie, gemeente Waadhoeke

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

etenswaren en drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert

Heijn ([adres 3]), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 10-295888-25

1.

hij op of omstreeks 28 april 2025 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer fles(sen) drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

Hotspot Beach B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te

nemen fles(sen) drinken onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 28 april 2025 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3]

toebehoorde(n)

door die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: 'Geef je

geld aan mij, anders ga ik je slaan', althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 09/032231-25

Feiten 1 en 2, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen;

Parketnummer 10/021869-25

wederrechtelijk in het besloten erf vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen;

Parketnummer 10/381098-24

Feit 1:

bedreiging met zware mishandeling;

Parketnummer 10/018987-25

afpersing, gepleegd op de openbare weg;

Parketnummer 18-099749-25

diefstal door twee of meer verenigde personen;

Parketnummer 10-295888-25

Feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

Feit 2:

afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich in een periode van iets minder dan een jaar, schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten; ten tijde van het eerste feit was hij pas 14 jaar oud.

Op 19 juni 2024 en 24 juli 2024 heeft de verdachte zich samen met zijn vriendin schuldig gemaakt aan diefstal van chocola en snoepgoed bij Neuhaus en Jamin in Leidschendam. Op 1 april 2025 pleegden zij samen opnieuw een diefstal, ditmaal van etenswaren en drinken bij Albert Heijn in St.-Annaparochie. In de nacht van 28 april 2025 pleegde de verdachte samen met drie andere personen opnieuw een diefstal na inklimming bij Hotspot Beach B.V. in Hoek van Holland, door over het hek te klimmen en tot tweemaal toe flessen drank weg te nemen. De verdachte heeft door zijn gedrag geen respect getoond voor de eigendommen van anderen. Hij heeft samen met zijn mededaders kennelijk alleen oog gehad voor hun eigen financiële gewin, zonder rekening te houden met de financiële gevolgen van zijn handelen voor de gedupeerde ondernemers.

Naast deze diefstallen heeft de verdachte zich op 7 oktober 2024 schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk door na een conflict met een klasgenoot het schoolplein van School2Care niet te verlaten nadat dit was gevorderd. Op 28 november 2024 heeft de verdachte zonder enige aanleiding op de openbare weg twee jongens met een mes bedreigd. Het is een feit van algemene bekendheid dat de impact van dergelijke feiten op slachtoffers vaak groot is. Het voorhanden hebben van een mes brengt bovendien grote risico’s voor de veiligheid van personen met zich en kan leiden tot het plegen van ernstige geweldsdelicten.

Ten slotte heeft de verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan afpersing. Op 17 januari 2025 heeft hij op de openbare weg een leeftijdgenoot bedreigd en hem gedwongen om geld te pinnen en zijn telefoon af te staan. Op 28 april 2025 heeft de verdachte samen met zijn vriendin twee jongens aangesproken en gedwongen tot de afgifte van cash geld. Afpersing is een zeer ernstig feit. Slachtoffers kunnen van zo’n feit nog lange tijd nadelige (psychische) gevolgen ondervinden. Ook tasten dergelijke misdrijven het gevoel van veiligheid in de samenleving aan, zeker wanneer deze worden gepleegd op de openbare weg.

De rechtbank rekent de verdachte deze feiten aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

16 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

De Raad heeft op 29 december 2025 een rapport over de verdachte opgemaakt. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

Binnen het leven van de verdachte worden voornamelijk risicofactoren gezien. De verdachte vertoont al geruime tijd zelfbepalend gedrag, waardoor hij in april 2025 uit huis is geplaatst en sindsdien op verschillende plekken heeft verbleven. Uit het onderzoek komt naar voren dat de verdachte impulsief is en dat hij ten tijde van de delicten veel wegliep. De relatie met zijn vriendin heeft een negatieve invloed op hem. De verdachte is onder andere met haar diverse keren in de problemen gekomen. Verder zijn risicofactoren dat de verdachte geen inkomen, geen dagbesteding en geen positieve vrijetijdsbesteding heeft. De meeste delicten die hij heeft gepleegd, zijn geld georiënteerd. Ook heeft hij schulden. Door het ontbreken van werk kan hij opnieuw in de verleiding raken om delicten te plegen om op die manier aan geld te komen. Een beschermende factor is dat de ouders betrokken zijn, openstaan voor hulp en antisociaal gedrag afkeuren.

Om de kans op recidive te verkleinen, is het van belang dat er zicht komt op een vaste verblijfplek voor de verdachte, dat hij zich houdt aan de afspraken die daar gelden en dat hij die plek behoudt. Daarbij is het belangrijk dat de verdachte een positieve dag- en vrijetijdsbesteding ontwikkelt en dat door een persoonlijkheidsonderzoek (hierna: PO) duidelijk wordt wat er verder nodig is om een positieve ontwikkeling in gang te zetten. Ook moet er zicht worden verkregen op de patronen in zijn relatie en de invloed die deze relatie heeft op zijn functioneren. Daarom adviseert de Raad om bij een veroordeling intensieve ondersteuning vanuit de jeugdreclassering en een deels voorwaardelijke werkstraf met bijzondere voorwaarden op te leggen. Met het onvoorwaardelijke deel kan de verdachte actief verantwoordelijkheid nemen voor zijn gedrag en het voorwaardelijke deel is een stok achter de deur om niet meer met de politie in aanraking te komen. Daarnaast adviseert de Raad om vanwege de ernst van de verdenkingen een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, die gelijkstaat aan de duur van het voorarrest.

De jeugdreclassering heeft op 10 februari 2026 een rapport over de verdachte opgemaakt. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

De verdachte onttrok zich het afgelopen jaar, samen met zijn vriendin, aan de begeleiding van diverse groepen. Hierdoor heeft er geen PO kunnen plaatsvinden en kwam de gewenste behandeling niet van de grond. De verdachte verblijft sinds 15 januari 2026 bij de crisisopvang in Rotterdam. Recent is duidelijk geworden dat er een plek voor hem beschikbaar is bij Amani Zorg in Rotterdam. Het is belangrijk dat aan de hand van een PO gericht behandeling kan worden ingezet en daarmee het recidiverisico kan afnemen. De jeugdreclassering adviseert een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden en een onvoorwaardelijke detentiestraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Op die manier ervaart de verdachte dat zijn gedrag gevolgen heeft; het voorwaardelijke deel moet voor de verdachte een stok achter de deur zijn om zich aan de voorwaarden te houden en te blijven meewerken aan de begeleiding door de jeugdreclassering.

De deskundigen [naam 1] en [naam 2], werkzaam als jeugdreclasseerder respectievelijk jeugdbeschermer van de verdachte, hebben op de zitting ter aanvulling naar voren gebracht dat de plaatsing bij Amani Zorg een laatste kans is voor de verdachte. Hoewel nog pril, is de jeugdreclassering voorzichtig positief over de recente ontwikkelingen en heeft zij de indruk dat er sinds kort een knop is omgegaan bij de verdachte. Hij denkt na over de relatie met zijn vriendin, heeft een andere houding en staat open voor de hulpverlening.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij het bepalen van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank houdt er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat hij de afgelopen weken een positieve ontwikkeling lijkt door te maken en dat een plaats voor hem is gevonden bij Amani Zorg. Verder houdt de rechtbank in de zaken met de parketnummers 09/032231-25 en 10/021869-25 rekening met een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat een straf die tot gevolg heeft dat de verdachte terug moet naar de jeugdgevangenis, niet in het belang is van zijn verdere ontwikkeling en daarmee ook niet in het belang van de samenleving. Daarom wordt de onvoorwaardelijk op te leggen jeugddetentie beperkt tot de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank acht het gelet op de ernst van de feiten passend dat aan de verdachte daarnaast een taakstraf in de vorm van een werkstraf wordt opgelegd. Om de ontwikkeling van de verdachte gunstig te beïnvloeden en om de kans op recidive te verkleinen, is het belangrijk dat de verdachte begeleiding en structuur wordt geboden. Overeenkomstig de adviezen van de Raad en de jeugdreclassering legt de rechtbank daarom een deel van de taakstraf voorwaardelijk op, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 138, 285, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 54 van de Wet wapens en munitie.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 33 (zegge: drieëndertig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (zegge: honderd) uren;

bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf groot 60 (zegge: zestig) uren, subsidiair 30 (zegge dertig) dagen vervangende jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijke deel van de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (zegge: twintig) dagen;

verbindt aan het voorwaardelijke deel van de werkstraf een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de (jeugd)reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de (jeugd)reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

  • meewerkt aan zijn plaatsing bij Amani Zorg en zich houdt aan de daar geldende regels en afspraken;

  • zich zal inzetten voor een zinvolle dagbesteding in de vorm van onderwijs en/of werk;

  • zich zal inzetten voor een positieve invulling van zijn vrije tijd, bijvoorbeeld in de vorm van een bijbaan en/of sport;

  • meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek en de daaruit voortkomende adviezen voor behandeling en/of therapie.

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

  • de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. R. van den Wildenberg en D.G.J. Roset, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 februari 2026.

De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlasteleggingen

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 09/032231-25

1

hij in of omstreeks 19 juni 2024 te Leidschendam, gemeente

Leidschendam-Voorburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meerdere chocolade dozen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Neuhaus Leidschendam, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen;

2

hij op of omstreeks 24 juli 2024 te Leidschendam, gemeente

Leidschendam-Voorburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, winkelgoederen,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Jamin (Leidschendam), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 10/021869-25

hij op of omstreeks 7 oktober 2024 te Hoogvliet Rotterdam, althans in Nederland,

in een besloten lokaal en/of erf, te weten het schoolgebouw en/of het schoolplein

van School2Care, gevestigd aan de [adres 2],

wederrechtelijk aldaar vertoevende

zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende

aanstonds heeft verwijderd;

Parketnummer 10/381098-24

1

hij op of omstreeks 28 november 2024 te Rotterdam

twee of meer onbekend gebleven personen, althans een onbekend gebleven

persoon heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door met een mes achter deze onbekend gebleven persoon en/of personen te gaan

en/of een mes dreigend te tonen aan die onbekend gebleven persoon en/of personen

2

hij op of omstreeks 29 november 2024 te Rotterdam,

terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

een wapen van categorie IV, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een mes (met een lemmet van ongeveer 23 centimer) ,

voorhanden heeft gehad;

Parketnummer 10/018987-25

hij op of omstreeks 17 januari 2025 te Maassluis, althans in Nederland,

op de openbare weg, te weten de Koningshoek,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geld en/of een mobiele telefoon (iphone 15), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1]

en/of een derde toebehoorde(n),

door:

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "je krijgt echt ruzie met mij als je weg gaat", "ik wil dat je geld gaat pinnen voor mij" en/of "ik heb een mes in mijn tas", althans woorden van gelijke aard en/of strekking waarbij hij, verdachte, zijn hand in zijn tas hield en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: "geef je telefoon", althans woorden van gelijke aard en/of strekking waarbij hij, verdachte, het shirt van die [slachtoffer 1] pakte en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] tegen een muur drukte;

Parketnummer 18-099749-25

hij op of omstreeks 1 april 2025 te St.-Annaparochie, gemeente Waadhoeke

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

etenswaren en drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Albert

Heijn ([adres 3]), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer 10-295888-25

1.

hij op of omstreeks 28 april 2025 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdamm,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer fles(sen) drinken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

Hotspot Beach B.V., in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te

nemen fles(sen) drinken onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 28 april 2025 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3]

toebehoorde(n)

door die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen: 'Geef je

geld aan mij, anders ga ik je slaan', althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking;