Strafrecht overig
De verdachte heeft zijn ex-partner met geweld bestolen van haar telefoon, belaagd gedurende een periode van…
Rechtbank Rotterdam, 4 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7331 · Rechtbank Rotterdam · 4 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-7331
Zaakgegevens
Op 4 maart 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Dordrecht
- Datum uitspraak
- 4 maart 2026
- Datum publicatie
- 24 juni 2026
- Zaaknummer
- 10/313559-25 en 10/271984-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7331
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft zijn ex-partner met geweld bestolen van haar telefoon, belaagd gedurende een periode van bijna 4 maanden en mishandeld. Ook heeft de verdachte een contactverbod met zijn ex-partner overtreden. Gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10/313559-25; 10/271984-25
Datum uitspraak: 4 maart 2026
Datum zitting: 18 februari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1991 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.]
Advocaat van de verdachte: mr. J. van Riet
Officier van justitie: mr. I. Barendregt
Benadeelde partij: [benadeelde]
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zijn ex-partner met geweld bestolen van haar telefoon, belaagd gedurende een periode van bijna 4 maanden en mishandeld. Ook heeft de verdachte een gedragsaanwijzing (contactverbod) met zijn ex-partner overtreden. Hoewel de verdachte de mishandeling ontkent en de overige feiten slechts deels bekent, acht de rechtbank hem schuldig aan alle feiten en veroordeelt hem tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden, waaronder elektronische monitoring met een slachtofferdevice.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – de aangeefster met geweld heeft bestolen van haar telefoon, haar heeft belaagd, haar heeft mishandeld en dat hij het opgelegde contactverbod met de aangeefster heeft overtreden.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
10-313559-25
1
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2025 tot en met 20 november 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door (meermalen)
- te bellen en/of te sms’en naar die [slachtoffer] en/of
- e-mails te sturen en/of (whatsapp) berichten te sturen naar die [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] te (achter)volgen en/of zich in haar nabijheid te bevinden
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of
vrees aan te jagen;
2
hij op of omstreeks 14 oktober 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
[slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] in/op/tegen de slaap, althans het
hoofd, te slaan en/of te stompen;
3
hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2025 tot en met 20 november 2025 te
Rotterdam, althans in Nederland,
opzettelijk
heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel
509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de
gedragsaanwijzing d.d. 14 oktober 2025, gegeven door de officier van justitie te
Rotterdam door
- die [slachtoffer] (meermalen) te bellen en/of te sms’en en/of e-mails te sturen en/of
(whatsapp)berichten te sturen en/of
- naar die [slachtoffer] toe te gaan en/of met haar te praten;
10-271984-25
hij op of omstreeks 13 oktober 2025 te Rotterdam
een telefoon (merk/type Apple Iphone 12), in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke
diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging
met geweld tegen die [slachtoffer] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te
maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht
mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meerdere
malen, althans eenmaal
- te trekken en/of te duwen aan voornoemde telefoon die [slachtoffer] in
haar handen beet had, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val kwam
en/of
- ( terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) die telefoon uit de hand van die [slachtoffer] te
duwen/trekken
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle feiten.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de mishandeling. De verdachte ontkent dat hij contact heeft opgenomen met het slachtoffer anders dan via zijn eigen mailadres en telefoonnummer en hij ontkent dat hij de gedragsaanwijzing (contactverbod) op 14 oktober 2025 heeft overtreden. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de diefstal met geweld. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
10-271984-25
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit
de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Bekennende verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangeefster [slachtoffer]
10-313559-25
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
Feit 1
1. Verklaring van de verdachte
Ik heb veelvuldig geprobeerd in contact te komen met de aangeefster via het telefoonnummer [gsm-nummer 1] en met het emailadres [mailadres 1] .
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangeefster [slachtoffer]
Ik word gestalkt sinds beëindiging van mijn relatie met [verdachte] op vrijdag 1 augustus 2025 tot maandag 13 oktober 2025. Ik wordt gestalkt middels e-mails, WhatsAppberichten, het opzoeken van mij op mijn werk en het langsrijden bij het adres van mijn ouders. [verdachte] belde mij dagelijks met het telefoonnummer [gsm-nummer 2] . Ik had ook opgeteld hoe vaak hij mij per dag belde.
2 augustus 3 keer gebeld
3 augustus 1 keer gebeld
4 augustus 31 keer gebeld
5 augustus 34 keer gebeld
9 augustus 1 keer gebeld
10 augustus 44 keer gebeld
11 augustus 11 keer gebeld
Ik had hierna een nieuw nummer genomen en toen kon [verdachte] mij niet meer bereiken.
Hierna is hij begonnen met mij lastig te vallen via e-mails. Ik kreeg dagelijks e-mails van [verdachte] dat waren er tussen de vijftien en twintig e-mails per dag.
Op dinsdag 14 oktober 2025 in Rotterdam.
Ik stapte uit en ik zag toen dat [verdachte] schuinlinks voor mij aankwam lopen. Ik zag
dat [verdachte] op mij afliep.
Toen [verdachte] voor mij stond hoorde ik dat hij meteen aan mij vroeg of ik vreemd ging.
Ik hoorde dat [verdachte] riep dat ik meteen moest ophangen. Ik reageerde
niet op zijn vraag en vroeg meerdere keren aan [verdachte] of hij weg wilde gaan.
3. Proces-verbaal van de politie
Het eerder doorgegeven nummer dat in de aangifte stond betrof het volgende
telefoonnummer: [gsm-nummer 2] . Ik hoorde dat [slachtoffer] zei dat dit nummer niet juist was.
Ik hoorde dat [slachtoffer] zei dat ze het juiste nummer wilde doorgeven van [verdachte] : [gsm-nummer 1] .
4. Proces-verbaal van de politie
Op 13 oktober 2025 is er een stopgesprek gevoerd met [verdachte] . Sinds het stopgesprek zijn er door [verdachte] totaal 22 mails verstuurd naar [slachtoffer] . De mails zijn verzonden door mailadres [mailadres 2] . Uit een eerder gesprek op 24 september 2025 met [slachtoffer] heeft zij verklaard dat haar ex-partner gebruik maakt van het mailadres [mailadres 3] .
Op 13 oktober 2025 werden er 4 mails verzonden met de volgende inhoud:
'Begin kk te praten dus met die gast ga je nu Begin kk te reageren ik weet niet of je
slaapt of wat dan ook wnr je die mail ziet zorg dat ik reactie krijg wollah je wilt
vies spelen'
'Hallo ga je reageren laatste keer dat ik jou vraag wat was dat gister'
'Dus ga je vertellen wat dat was gister avond dus daarmee bn je'
'Luister waar ben je ben je thuis want ik ga nu naar je huis toe soort van niet
willen reageren wil je de hoer uitgaan hangen moet je zeggen ga niet zielig niet
lopen reageren rij nu naar je huis'
Op 16 oktober 2025 werden er 3 mails verzonden met de volgende inhoud:
'Vraag je eerlijk te zijn meer niet dan ken ik dit afsluiten'
'Reageer eerlijk dan is klaar je toont raar gedraag je bent 33 je kan niet eens
eerlijk over dingen uitkomen maar goed heb je me bedrogen wees er eerlijk over simpel
heb genoeg gezien dat je met andere bezig bent dus waarom lieg je nog dan is aan jou
ik wacht af'
'Kan ik antwoorden verwachten ja of nee praat gelijk duidelijk'
Op 17 oktober 2025 werden er 2 mails verzonden met de volgende inhoud:
'Geen reactie 2'
'Dus je gaat niet reageren op mijn vragen waar ik recht op antwoord heb stop met
kinderachtig doen en antwoord je maakt moeilijk tis aan jou geduld raakt op'
Op 18 oktober 2025 werden er 2 mails verzonden met de volgende inhoud:
' [voornaam slachtoffer] alles goed kan je antwoorden op mijn vraag ?'
'Ga je nog zeggen wat er speelt met je je hebt contact met met iemand wrm zij je
altijd nee praat als een vrouw waar Bn je bang voor'
19 oktober 2025 werden er 2 mails verzonden met de volgende inhoud:
'Ga je reageren ga je zeggen Hoelang je hier mee bezig bent dit is al te ver gegaan
het hoef nie gekker te worden'
'Ga je kk reageren ofnie ik vraag je alleen om antwoorden klaar snap nie dat je
moeilijk doet waar ben je bang voor je'
Op 20 oktober 2025 werden er 3 mails verzonden met de volgende inhoud:
'Yo [voornaam slachtoffer] ik vraag je toch alleen iets wie stuur naar jou baby of jij naar wie en dat
nummer in je tel waarom zeg jij dat ik dat in jou tel heb gezet jij henf die nummer
van die boy zelf genomen. Je bent zo nep heletijf zeggen ben loyaal terwijl je vreemd
ging echt dom wees dan eerlijk al die tijd toen ik je het vroeg hoezo ga je zo vies
achter me rug dingen doen had gewoon netjes gezegd brn met iemand anders bezig je
bent toch vrouw ze hebben me tel in beslag genomen allemaal door jou door jou'
'Ga je kk reageren ofnie blijf je kk kinderachtig doen laste keer dat ik vraag om
tekst en uitleg van jou'
'Je hebt me bedrogen heb alles gezien en dan iemand voor je laten liegen zeggen ik
zat er ook in me ogen liegen niet vind zielig dat je niks durf te zeggen maar karma
hoe vies je achter me rug bent geweest en liegen in me gezicht terwijl ik je al tijd
vroeg wees eerlijk komt voor je terug'
Op 21 oktober 2025 werd er 1 mail verzonden met de volgende inhoud:
'Je loopt steeds te zeggen dat je. Niet vreemd gaat of contact heb met iemand maar je
denk ben dom in je kk mail heb ik gezien dat iemand jou bericht heft met baby wie de
fuck stuur dat naar jou en wat dee jij met nummer van een man in je telefoon blok je
wilt rust maar ik wil weten wie dat zijn ik wil antwoord meer vraag ik niet van je ik
doe gewoon verstandig en zeg me dan is er ook geen gezeik'
Op 22 oktober 2025 werden er 5 mails verzonden met de volgende inhoud:
'Wie mailt jou met tekst baby of jij mailde die gene wees verstandig en praat de
waarheid'
' [voornaam slachtoffer] ga je antwoorden ofnie je ziet wat ik vraag laatste keer dat ik je ga vragen
wie jou kk mail met baby en wie die kk nummer was in je tel en wie die gesprek in je
app was beter antwoord je'
'Ga je kk zeggen wie jou dat mail of moet ik die gene mailen wie kk mail jou met baby
en wie was die nummer in je tel beter [naam 1] je te praten geduld is op met jou je
weet wat er komen gaat voor je ik wacht op antwoord'
'Wnr ga je die ding terug trekken [voornaam slachtoffer] wats met jou je kan toch reageren'
'Ben je die aangifte gaan terug trekken En kk reageer ik spraar jou niet dat je het
even weet wil je schijt aan me hebben heb ik dat ook voor jou simpel'.
5. Proces-verbaal van de politie met bijlage
Op donderdag 20 november 2025 heb ik, verbalisant, de e-mails die door aangeefster
[slachtoffer] verstrekt waren als bijlage bijgevoegd bij dit proces-verbaal.
Er zijn ook mails verzonden vanaf het account [mailadres 1] waarvan [verdachte] heeft verklaard gebruik te maken. Verder blijkt uit diverse mails dat ze afkomstig zijn van ' [bijnaam verdachte] .'
6. Proces-verbaal van de politie
Ik ontving van aangeefster [slachtoffer] belspecificaties van de provider van de maanden augustus en september 2025 met betrekking tot het telefoonnummer [gsm-nummer 3] , in gebruik bij [slachtoffer] .
Op 24 augustus 2025 was er één oproep van 28 seconden van het telefoonnummer [gsm-nummer 1] , waarvan tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het in gebruik was bij [verdachte] . Er bleken echter ook 846 sms-berichten te zijn verzonden vanaf het telefoonnummer [gsm-nummer 1] .
Ik zag dat er in de maand september 769 sms-berichten waren verzonden vanaf het telefoonnummer [gsm-nummer 1] .
Feit 2
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer]
Op 14 oktober 2025 in Rotterdam
Ik zag dat [verdachte] op mij afliep, ik zag aan zijn mimiek en zijn ogen dat hij woedend was.
Ik had [naam 2] op dit moment nog steeds aan de lijn en riep meteen naar haar dat ik
[verdachte] zag en dat ze de politie moest bellen.
Ik hoorde dat [verdachte] riep dat ik meteen moest ophangen.
Ik zag toen dat [verdachte] een vuist maakte van zijn rechterhand, zijn rechterarm naar
achteren bewoog, een zwaaiende beweging naar voren maakte en mij op mijn linkerslaap
raakte. Ik voelde hierop meteen een trekkende en stekende pijn aan mijn hoofd.
2. Proces-verbaal van de politie, verhoor getuige [naam getuige]
Hij was de partner van mijn schoonzus [voornaam slachtoffer] . Op 14 oktober 2025 was ik met [voornaam slachtoffer] aan het bellen. Ik hoorde dat [voornaam slachtoffer] zei: "hij is hier bel de politie." Ik hoorde dat hij zei: "hang op, hang op."
[voornaam slachtoffer] kwam terug naar mijn huis en zei dat ze geslagen was door hem.
Je kon alleen zien dat het wat dikker was op de haarlijn. Het was iets anders gekleurd dan normaal.
Feit 3
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer]
Op dinsdag 14 oktober 2025 in Rotterdam.
Ik stapte uit en ik zag toen dat [verdachte] schuinlinks voor mij aankwam lopen. Ik zag dat [verdachte] op mij afliep. Toen [verdachte] voor mij stond hoorde ik dat hij meteen aan mij vroeg of ik vreemd ging. Ik hoorde dat [verdachte] riep dat ik meteen moest ophangen. Ik reageerde niet op zijn vraag en vroeg meerdere keren aan [verdachte] of hij weg wilde gaan.
2. Proces-verbaal van de politie
Op 21 oktober 2025 kregen politie collega's melding om te gaan naar de [straatnaam] . Daar zou de ex-partner [verdachte] voor de deur staan, hij had een contactverbod. Op het moment dat collega's ter plaatse komen zien zij [verdachte] naast zijn voertuig staan.
3. Proces-verbaal van de politie
Op 13 oktober 2025 is er een stopgesprek gevoerd met [verdachte] . Sinds het stopgesprek zijn
er door [verdachte] totaal 22 mails verstuurd naar [slachtoffer] . De mails zijn verzonden door mailadres [mailadres 2] . Uit een eerder gesprek op 24 september 2025 met [slachtoffer] heeft zij verklaard dat haar ex-partner gebruik maakt
van het mailadres [mailadres 2] .
4. Gedragsaanwijzing (art 509hh Sv)
Naam [verdachte]
Voornamen [voornaam 1 verdachte] [voornaam 2 verdachte]
Geboren [geboortedatum 1] 1991 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
zich te onthouden van contact met de volgende persoon: [slachtoffer] .;
bepaalt dat zulks met zich brengt dat verdachte noch direct (zelf), noch indirect (middels anderen) op enigerlei wijze contact (niet middels telefoon, niet middels internet, niet via enig ander communicatiemiddel, noch middels direct persoonlijk contact, noch middels schriftelijke middelen) zal hebben met genoemde persoon.
De gedragsaanwijzing gaat in met ingang van de dag van uitreiking en blijft van kracht voor een periode van 90 dagen, te weten tot en met 11 januari 2026.
Rotterdam, 14 oktober 2025
5. Akte van uitreiking gedragsaanwijzing (art 509hh Sv)
14 oktober 2025
In persoon uitgereikt
Naam [verdachte]
Voornamen [voornaam 1 verdachte] [voornaam 2 verdachte]
Geboren [geboortedatum 1] 1991 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
Bewijsmotivering
Feit 1 belaging
Op 15 oktober 2025 doet de aangeefster aangifte van onder andere stalking door de verdachte. Zij heeft verklaard dat sinds zij de relatie op 1 augustus 2025 heeft verbroken, zij door de verdachte wordt gebeld en ge-sms’t via het telefoonnummer [gsm-nummer 1] , maar ook via andere telefoonnummers en anonieme nummers. Zij heeft voorts verklaard dat vanaf het moment dat zij een nieuw telefoonnummer heeft genomen, de verdachte haar lastig heeft gevallen door haar veelvuldig te mailen vanaf de mailadressen [mailadres 1] en [mailadres 2] . Tot slot heeft de aangeefster verklaard dat de verdachte haar meerdere malen heeft opgezocht.
De politie stelt aan de hand van onderzoek aan de telefoon van de aangeefster vast dat zij in augustus 846 sms-berichten en in september 769 sms-berichten heeft ontvangen vanaf het telefoonnummer [gsm-nummer 1] . Voorts stelt de politie aan de hand van door de aangeefster doorgestuurde e-mails vast, dat zij vele e-mails heeft ontvangen vanaf de mailadressen [mailadres 1] en [mailadres 2]
De verdachte heeft bekend dat hij de aangeefster in persoon heeft opgezocht en dat hij haar veelvuldig heeft gebeld en berichten heeft gestuurd met het telefoonnummer [gsm-nummer 1] . De verdachte heeft echter ontkend dat hij de aangeefster heeft gebeld met andere telefoonnummers of dat hij anoniem heeft gebeld.
De verdachte heeft bekend dat hij de aangeefster heeft gemaild met het mailadres [mailadres 1] . De verdachte ontkent dat hij gebruik heeft gemaakt van het mailadres [mailadres 2] .
De rechtbank stelt vast dat de e-mails die door het mailadres [mailadres 2] zijn verzonden door de verdachte zijn verzonden. De schrijfstijl en de inhoud van de e-mails die afkomstig zijn van [mailadres 2] komen namelijk overeen met de e-mails afkomstig van het mailadres [mailadres 1] waarvan de verdachte heeft bekend dat hij die heeft verzonden. Daarbij komt dat ‘ [naam 3] ’ overeen komt met het eerste gedeelte van de voornaam van de verdachte en dat ‘91’ het geboortejaar is van de verdachte.
De rechtbank kan op grond van het dossier echter niet vaststellen dat de verdachte de aangeefster heeft gebeld met een ander telefoonnummer dan het nummer [gsm-nummer 1] .
Dat neemt niet weg dat met het versturen van 846 sms-berichten in augustus en 769 sms-berichten in september, de e-mails verstuurd tussen 26 september 2025 en 22 oktober 2025, naar het oordeel van de rechtbank sprake is van het door de verdachte stelselmatig contact opnemen met de aangeefster. Ook heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster gemaakt. Door het verbreken van de relatie, haar telefoon niet op te nemen en ook niet te antwoorden op de e-mails van de verdachte, moet het de verdachte volstrekt duidelijk zijn geweest dat de aangeefster geen prijs stelde op contact. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging.
Feit 2
De aangeefster heeft in haar aangifte verklaard dat zij op 14 oktober 2025 met haar schoonzus aan het bellen was op het moment dat de verdachte op straat boos op haar af kwam lopen. De aangeefster riep direct door de telefoon dat de verdachte er aan kwam en dat haar schoonzus de politie moet bellen. De verdachte maande haar vervolgens op te hangen. De aangeefster reageerde niet op zijn vraag en vroeg hem meermaals om weg te gaan. Op dat moment heeft de verdachte een vuist gemaakt van zijn rechterhand en aangeefster op haar linkerslaap geslagen. De aangeefster voelde hierop pijn.
De verklaring van de aangeefster vindt steun in de getuigenverklaring van de schoonzus van de aangeefster. Zij heeft gehoord dat de aangeefster door de telefoon riep dat de verdachte er aan kwam en dat ze de politie moest bellen. Ze hoorde vervolgens de verdachte zeggen "hang op, hang op". Toen de aangeefster bij de schoonzus aankwam vertelde zij direct dat zij door de verdachte was geslagen. De schoonzus zag een verdikking en verkleuring op de haarlijn van de aangeefster.
De rechtbank acht het feit op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden in samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van de verdachte dat hij die dag thuis was en de aangeefster helemaal niet heeft gezien schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde.
De rechtbank is van oordeel dat het wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte de aangeefster heeft mishandeld.
Feit 3
Aan de verdachte is op 14 oktober 2025 in persoon een gedragsaanwijzing uitgereikt, inhoudende dat hij 90 dagen lang op geen enkele manier contact mag opnemen met de aangeefster. De rechtbank heeft bij feit 1 reeds vastgesteld dat de verdachte de aangeefster heeft gemaild via het mailadres [mailadres 2] . Dit betreffen ook e-mails die zijn verstuurd na 14 oktober 2025. Daarnaast heeft de rechtbank bij feit 2 reeds vastgesteld dat de verdachte de aangeefster op 14 oktober 2025 in persoon heeft opgezocht. Uit het proces-verbaal van de politie blijkt voorts dat de verdachte op 21 oktober 2025 in de [straatnaam] , het adres van de ouders van de aangeefster, voor de deur heeft gestaan.
Gelet op deze feiten en omstandigheden, acht de rechtbank het bewezen dat de verdachte de gedragsaanwijzing heeft overtreden door de aangeefster meermaals te e-mailen en door haar in persoon op te zoeken.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
10-313559-25
1
hij in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 20 november 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
wederrechtelijk
stelselmatig
opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,
door meermalen
- te bellen en te sms’en naar die [slachtoffer] en
- e-mails te sturen of whatsapp berichten te sturen naar die [slachtoffer] , en
- zich in haar nabijheid te bevinden
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen en te dulden;
2
hij op 14 oktober 2025 te Rotterdam,
[slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] tegen de slaap te slaan;
3
hij in de periode van 14 oktober 2025 tot en met 20 november 2025 te Rotterdam,
Opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel
509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de
gedragsaanwijzing d.d. 14 oktober 2025, gegeven door de officier van justitie te
Rotterdam,
door
- die [slachtoffer] meermalen e-mails te sturen en
- naar die [slachtoffer] toe te gaan en met haar te praten;
10-271984-25
hij op 13 oktober 2025 te Rotterdam
een telefoon merk/type Apple Iphone 12, die geheel of ten dele aan [slachtoffer] toebehoorde heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke
diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te
maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meerdere malen
- te trekken en te duwen aan voornoemde telefoon die [slachtoffer] in haar handen beet had, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val kwam, en
- terwijl die [slachtoffer] op de grond lag die telefoon uit de hand van die [slachtoffer] te trekken.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
10-313559-25
eendaadse samenloop van:
Feit 1
belaging;
en
Feit 3
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;
Feit 2
mishandeling;
10-271984-25
diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor alle feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering met elektronische monitoring met een slachtofferdevice, alsmede dat deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard. Daarnaast moet de verdachte worden veroordeeld tot een 38v-maatregel in de vorm van een contact- en locatieverbod met de aangeefster voor de duur van 5 jaren met telkens 2 weken hechtenis per overtreding met een maximum van 6 maanden, alsmede dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om het gebiedsverbod te beperken tot de woning van de aangeefster, de woning van haar ouders en haar werkplek, omdat het op de kaart aangegeven gebied een voor de verdachte onaanvaardbaar groot deel van Rotterdam-Zuid beslaat.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier strafbare feiten waar de aangeefster telkens het slachtoffer van was.
De verdachte heeft de aangeefster gedurende een aantal maanden belaagd. Hij heeft haar talloze keren gebeld en ge-sms’t. Ook heeft hij vele e-mails naar haar verstuurd en heeft hij haar opgezocht terwijl het voor de verdachte volstrekt duidelijk moest zijn dat zij dit niet op prijs stelde. Zelfs nadat door de politie met hem een stopgesprek werd gevoerd en aan hem een gedragsaanwijzing (contactverbod) werd uitgereikt, is de verdachte doorgegaan met het lastig vallen van de aangeefster. Daarmee heeft de verdachte op ingrijpende wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster en daarmee heeft hij tevens een aan hem opgelegde gedragsaanwijzing overtreden.
Voorts heeft de verdachte de aangeefster, ogenschijnlijk zonder aanleiding, op straat mishandeld door haar tegen haar slaap te slaan. De verdachte heeft daarmee op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangeefster.
Tot slot heeft de verdachte een telefoon uit de handen van de aangeefster getrokken waardoor zij ten val kwam. Daarna is hij met de telefoon is weggelopen zonder zich verder nog te bekommeren om de aangeefster. Deze gebeurtenis moet voor de aangeefster frustrerend en beangstigend zijn geweest. De verdachte heeft met zijn gedrag geen respect getoond voor andermans eigendommen en lichamelijke integriteit van de aangeefster.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 januari 2026 blijkt dat de verdachte in de 5 jaren voor het plegen van de feiten niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 12 februari 2026 staat – voor zover hier relevant - het volgende.
Het beeld ontstaat dat betrokkene contact zou zijn blijven zoeken, zelfs nadat er een stop-gesprek had plaatsgevonden en een contactverbod was opgelegd. Dit lijkt geen effect te hebben gehad, wat zorgen geeft omtrent de responsiviteit van betrokkene.
Wij schatten het recidiverisico hoog in. Deze inschatting berust enerzijds op het ontbreken van stabiliteit in meerdere leefgebieden, anderzijds in het feit dat betrokkene volhardend lijkt in stalkingsgedrag. Vanuit ketenpartners hebben wij vernomen dat betrokkene in het verleden vaker soortgelijk gedrag zou hebben laten zien gedurende andere relaties. Tevens is betrokkene volhardend daar hij tijdens de schorsing het contactverbod tweemaal lijkt te hebben overtreden. Daarbij blijkt uit het justitiële verleden van betrokkene dat hij meermaals met justitie in aanraking kwam vanwege geweldsfeiten. Betrokkene liep in een schorsingstoezicht, echter kon er door de korte looptijd van dit toezicht nog niet gewerkt worden aan gedragsverandering. Wij zien een gebrekkige motivatie bij betrokkene, specifiek voor de elektronische monitoring, echter zien wij een dusdanige noodzaak voor interventies dat wij ondanks een risico op onttrekken wel een reclasseringstoezicht adviseren om de kans op recidive te verkleinen. Gezien de feiten waarvan betrokkene verdacht wordt en het gebrekkige effect van eerdere interventies, achten we de inzet van elektronische monitoring noodzakelijk, indien betrokkene wordt veroordeeld.
Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog, het risico op letsel wordt ingeschat als gemiddeld tot hoog en het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als gemiddeld.
Gezien de beperkte motivatie van betrokkene alsmede het feit dat betrokkene tijdens zijn schorsing reeds voorwaarden heeft overtreden, achten wij het van belang om een eventuele volgende overtreding te ondervangen met aanvullende 38v maatregelen. Deze (dubbele) voorwaarden achten wij noodzakelijk om de veiligheid van het slachtoffer te waarborgen.
* Meldplicht bij reclassering (na afspraak)
* Ambulante behandeling
* Contactverbod met slachtofferdevice
* Locatieverbod (met elektronisch toezicht)
Wij adviseren dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en het toezicht. De kans op een misdrijf met schade voor personen is groot.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden opgelegd.
Van deze gevangenisstraf worden 6 (zes) maanden voorwaardelijk opgelegd.
De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De bijzondere voorwaarden zijn een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met slachtofferdevice en een locatieverbod met elektronisch toezicht.
Gelet op het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor de oplegging van de door de officier van justitie gevorderde vrijheidsbeperkende maatregel (38v), omdat het contact- en locatieverbod in de vorm van bijzondere voorwaarden naar het oordeel van de rechtbank afdoende is. Het dubbel opleggen van een contact- en locatieverbod is niet noodzakelijk. Daarbij komt dat de inzet van elektronische monitoring met een slachtofferdevice niet mogelijk is bij de oplegging van een 38v-maatregel.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 55, 57, 184a, 285b, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
6 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 6 (zes) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van] de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte meldt zich na afspraak bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] , [postcode 2] te Rotterdam. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
2. de verdachte laat binnen zich gedurende de proeftijd behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. de verdachte zoekt of heeft gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect — contact met mevrouw [slachtoffer] , met geboortedatum [geboortedatum 2] 1991 tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het contact. De verdachte werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het contactverbod, voor de genoemde periode of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt.
Met elektronische monitoring via enkelband en slachtofferdevice kan de reclassering het genoemde slachtoffer informeren als de verdachte dichtbij komt. De reclassering controleert het contactverbod mede door het inzien van de GPS-gegevens;
4. de verdachte bevindt zich gedurende het schorsingstoezicht niet in het gedeelte van Rotterdam-Zuid ten westen van Laan op Zuid, spoorlijn Blaak-Barendrecht, A15, Waalhaven en Nieuwe Maas, zoals aangegeven op bijgevoegde kaart (zie bijlage). De verdachte werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatieverbod. De verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische monitoring nodig is dat de verdachte in Nederland blijft. De verdachte verlaat de Penitentiaire Inrichting niet zonder enkelband. De reclassering kan dit locatieverbod (deels) laten vervallen.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
-
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
-
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
7 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.P. Hameete, voorzitter,
en mrs. W.J.M. Diekman en B. Vaz, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Loggen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 4 maart 2026.