Strafrecht overig

De verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld aan zijn halfbroer en toegestaan dat die daar een…

Rechtbank Rotterdam, 12 juni 2026

Zaakgegevens

Op 12 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
12 juni 2026
Datum publicatie
1 juli 2026
Zaaknummer
10-144488-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:7768
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld aan zijn halfbroer en toegestaan dat die daar een hennepkwekerij heeft geëxploiteerd en de benodigde elektriciteit illegaal heeft afgetapt. De verdachte wordt als medeplichtige aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 180 uur met een proeftijd van 1 jaar. De straf is lager dan straffen die doorgaans voor dit soort feiten worden opgelegd. Dat komt door de forse overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-144488-21

Datum uitspraak: 12 juni 2026

Datum zitting: 29 mei 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. R. Haze

Officier van justitie: mr. T. van den Bergh

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld aan zijn halfbroer en toegestaan dat die daar een hennepkwekerij heeft geëxploiteerd en de benodigde elektriciteit illegaal heeft afgetapt. De verdachte wordt als medeplichtige aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 180 uur met een proeftijd van 1 jaar. De straf is lager dan straffen die doorgaans voor dit soort feiten worden opgelegd. Dat komt door de forse overschrijding van de redelijke termijn.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij medeplichtig is geweest aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

1

[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 16 juni 2020 te Vlaardingen met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 14,3 kilogram hennep en/of ongeveer 250 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 16 juni 2020 te Vlaardingen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen en/of behulpzaam te zijn bij de verzorging van en/of het knippen van de hennepplanten;

2

[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de

periode van 1 januari 2019 tot en met 16 juni 2020 te Vlaardingen, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, elektriciteit, in elk geval enig

goed dat geheel of ten dele aan [netbeheerder] , in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte]

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven

verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 16 juni 2020 te Vlaardingen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte] en/of onbekend gebleven persoon/personen een pand (gevestigd aan [adres 2] ) ter beschikking te stellen.

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van beide feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen van 1 januari 2019 tot en met 16 juni 2020 te Vlaardingen met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 14,3 kilogram hennep en ongeveer 250 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot het plegen van welke misdrijven verdachte van 1 januari 2019 tot en met 16 juni 2020 te Vlaardingen, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door aan die [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

2

[medeverdachte] van 1 januari 2019 tot en met 16 juni 2020 te Vlaardingen, elektriciteit,

dat aan [netbeheerder] toebehoorde, dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking tot het plegen van welk misdrijf verdachte van 1 januari 2019 tot en met 16 juni 2020 te Vlaardingen, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door aan die [medeverdachte] een pand (gevestigd aan [adres 2] ) ter beschikking te stellen.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

2.3.2.

Bewijsmiddelen

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie

4. Schriftelijk stuk, Kadaster

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 2

medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

3.2.

Strafbaarheid de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor beide feiten worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de rol van de verdachte als medeplichtige is een voorwaardelijke taakstraf hier passend.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft zijn woning aan zijn halfbroer ter beschikking gesteld en, toen hij daarvan zelf ook wist, toegestaan dat daar hennep werd geteeld. Hennepgebruik kan schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid van gebruikers. Daarnaast leidt de teelt van hennep veelal tot negatieve maatschappelijke effecten en overlast voor buurtbewoners met een serieus risico dat er brand uitbreekt. De hennepteelt in de woning van de verdachte is gepaard gegaan met diefstal van elektriciteit, wat schade en overlast heeft bezorgd aan de leverancier. De verdachte was ook van het illegale aftappen van elektriciteit op de hoogte en heeft dit toegestaan.

Strafblad

Uit het strafblad van 7 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Redelijke termijn

De redelijke termijn is met bijna 6 jaar overschreden. Deze overschrijding dient gecompenseerd te worden in de aard en de duur van de op te leggen straf.

De rechtbank legt alles afwegende een geheel voorwaardelijke taakstraf van 180 uur op.

5 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

6 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;

bepaalt dat de taakstraf van 180 uur niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 1 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.

7 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.R. Rietveld, voorzitter,

en mrs. J.C. Oord en C.G. van de Grampel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 juni 2026.

Mr. Rietveld is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers wordt gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] . Verklaard tijdens de zitting van 29 mei 2026. Pagina’s 185 tot en met 189 ( [proces-verbaalnummer 1] ). Pagina’s 152 tot en met 184 ( [proces-verbaalnummer 2] ). Pagina 287.