Strafrecht overig
Vrijspraak van diefstal door twee of meer verenigde personen. De verdachte heeft een alternatief scenario…
Rechtbank Rotterdam, 10 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9090 · Rechtbank Rotterdam · 10 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-9090
Zaakgegevens
Op 10 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Dordrecht
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Datum publicatie
- 27 juli 2026
- Zaaknummers
- 10/025129-26, 10/046829-23 (TUL), 20/001211-22 (TU
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9090
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van diefstal door twee of meer verenigde personen. De verdachte heeft een alternatief scenario geschetst. Dit scenario kan niet zonder meer als ongeloofwaardig ter zijde geschoven worden.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10/025129-26; 10/046829-23 (TUL); 20/001211-22 (TUL)
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Datum zitting: 27 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
ten tijde van de zitting gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. L.A.E. Timmer
Officier van justitie: mr. M. Groot
Benadeelde partij: [benadeelde partij] (rechtspersoon)
Advocaat van de benadeelde partij: mr. D. Herbrink
Kern van het vonnis
Vrijspraak van diefstal door twee of meer verenigde personen. De verdachte heeft een alternatief scenario geschetst. Dit scenario kan niet zonder meer als ongeloofwaardig ter zijde geschoven worden.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door twee of meer verenigde personen door middel van braak.
De volledige tenlastelegging houdt in dat
hij op 9 januari 2026 te Rotterdam en/of te Barendrecht,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
één of meer drones, televisies en/of diverse kleine goederen, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn
mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft
en/of dat/die weg te nemen voornoemde goederen onder zijn/haar/hun bereik
heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
2 Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het ten laste gelegde.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
In de nacht van 8 op 9 januari 2026 vindt er een diefstal plaats in Rotterdam. De lading van een vrachtwagen, met daarin verschillende elektronische apparaten waaronder een groot aantal DJI-drones, wordt gestolen. Op camerabeelden is te zien dat rond half 2 in de nacht een eerste auto achter de oplegger wordt geparkeerd. De inzittenden van deze auto bekijken de oplegger kort en rijden weer door. Ongeveer een half uur later verschijnt opnieuw een voertuig in beeld, stappen meerdere personen uit en klimmen zij de oplegger van de verwachtwagen in. Gedurende een periode van 2.5 uur rijden meerdere auto’s herhaaldelijk naar de oplegger. Te zien is dat dozen vanuit de oplegger in de voertuigen worden geladen. Ook blijkt uit camerabeelden dat kort daarna verschillende personen de goederen lijken uit te laden in een geparkeerde bus in Barendrecht. De betrokken personen zijn op de camerabeelden niet herkenbaar in beeld. De politie heeft drie kentekens vastgesteld van auto’s die bij de diefstal betrokken zijn. De verdachte wordt op de avond van 9 januari 2026 door de politie in één van die betrokken auto’s gecontroleerd. Ook verklaart de eigenaar van die auto dat hij zijn auto aan de verdachte heeft uitgeleend. Tenslotte blijkt dat één van de telefoons die in de woning van de verdachte, liggend onder het hoofdkussen van verdachte, in beslag is genomen in de nacht van 8 op 9 januari 2026 contact heeft gemaakt met een zendmast bij het plaats delict en later met een zendmast bij de locatie waar de goederen vermoedelijk zijn overgeladen in Barendrecht.
De verdachte heeft ter terechtzitting een alternatief scenario geschetst. Hij heeft gesteld dat hij wordt verward met zijn eeneiige tweelingbroer en dat niet valt uit te sluiten dat niet hij maar zijn tweelingbroer betrokken is bij het ten laste gelegde. De verdachte heeft bij de voorgeleiding bij de rechter-commissaris een foto van zijn tweelingbroer laten zien, waaruit blijkt dat hij en zijn tweelingbroer niet van elkaar zijn te onderscheiden. Dit wordt eveneens in het procesdossier benoemd door verbalisanten. Hoewel de verbalisanten in het procesdossier stellen dat zij de broer van verdachte zouden herkennen omdat deze mank loopt, lijkt in een ander proces-verbaal nu juist verdachte wél te zijn verward met zijn broer. Ook heeft de verdachte stukken overgelegd waaruit volgt dat de broer van verdachte zich in het verleden heeft geïdentificeerd met het rijbewijs van verdachte. Daarom valt niet uit te sluiten dat het de broer van verdachte is geweest die bij de controle op 9 januari 2026 in de auto heeft gezeten. Ook ten aanzien van de telefoon blijkt niet uit het bewijs dat de stelling van verdachte, te weten dat zijn bed bij het stopcontact staat in de kamer die hij en zijn broer delen en dat niet alle onder zijn kussen aangetroffen telefoons bij hem in gebruik zijn, niet juist zou kunnen zijn.
Op grond van de bovenstaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, kan het door de verdachte aangedragen alternatieve scenario niet zonder meer als niet door feiten onderbouwd of ongeloofwaardig ter zijde worden geschoven. De door de verdachte aangedragen gang van zaken is niet weerlegd. Dit alles leidt ertoe dat het feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken.
3 Vordering van de benadeelde partij
De rechtspersoon [benadeelde partij] heeft als benadeelde partij een vergoeding voor materiële schade ter hoogte van € 266.898,- en een proceskostenvergoeding € 3.000,- gevorderd.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.
4 Vorderingen tot tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting vorderingen ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 4 maanden (TUL 20/001211-22) en tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 14 maanden (TUL 10/046829-23), omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten. Deze vorderingen worden afgewezen, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.
5 Beslissingen
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2023 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 mei 2023 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.
6 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.F. Smulders, voorzitter,
en mrs. J.L. Luiten en M.S. Polet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 10 juni 2026.
Mrs. D.F. Smulders en J.L. Luiten zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.