Strafrecht overig

Onderzoek Berenklauw. Jeugdstrafrecht. Op 19 september 2025 is een jongen van 17 jaar neergestoken in het…

Rechtbank Rotterdam, 28 juli 2026

Zaakgegevens

Op 28 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
28 juli 2026
Datum publicatie
28 juli 2026
Zaaknummer
10-247331-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9176
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onderzoek Berenklauw. Jeugdstrafrecht. Op 19 september 2025 is een jongen van 17 jaar neergestoken in het buurtcentrum Xiejezo in Zwijndrecht. Ook is hij daarna getrapt en geslagen toen hij op de grond lag. Het slachtoffer is daarbij zwaargewond geraakt. Alleen dankzij het adequate en snelle optreden van de politie, en de medische behandeling in de ambulance en in het ziekenhuis, heeft hij het overleefd.

De officier van justitie heeft vier verdachten vervolgd voor deze steekpartij. De rechtbank heeft vastgesteld dat het latere slachtoffer de confrontatie heeft gezocht met de vier verdachten. Nadat hij eerder die dag achter één van hen was aangerend, is hij naar het buurtcentrum gegaan. Daar stonden de verdachten buiten. Hij liep toen op de verdachten af en trok een vuurwapen. Toen de verdachten daarna wegrenden, is het slachtoffer met het vuurwapen achter twee van hen aangerend, het buurtcentrum in. Daar heeft een vechtpartij in de keuken plaatsgevonden en in die vechtpartij is het slachtoffer gestoken met een mes. De rechtbank heeft van één verdachte kunnen vaststellen dat hij daadwerkelijk heeft gestoken en dat is een poging doodslag. Het is niet gebleken dat de andere drie verdachten ook hebben gestoken of dat zij in de ontstane chaotische situatie er rekening mee moesten houden dat één van hen dat ging doen. Deze drie verdachten worden daarom vrijgesproken van een poging doodslag. De verdachte die heeft gestoken, komt wel een beroep op noodweer toe. Het is voldoende aannemelijk geworden dat het slachtoffer niet alleen buiten het buurtcentrum, maar ook binnen, met een vuurwapen heeft gedreigd en dat hij daarbij meerdere keren de trekker van het wapen heeft overgehaald, gelukkig zonder dat dit afging. De verdachte heeft op zijn beurt meerdere keren geprobeerd zich aan de confrontatie te onttrekken. In die situatie mocht de verdachte zichzelf en zijn medeverdachten verdedigen.

Na het gevecht in de keuken, zijn alle vier de verdachten weggerend. Twee van hen zijn teruggekomen en hebben toen het slachtoffer geslagen en (hard) geschopt. Deze twee verdachten zijn veroordeeld voor openlijk geweld. Zij kunnen zich daarvoor niet op noodweer beroepen. Het slachtoffer was op dat moment geen bedreiging meer (het vuurwapen was door één van hen al eerder afgepakt). Ook komt deze twee verdachten geen beroep op noodweerexces toe. Omdat het openlijk geweld was gericht op iemand die op dat moment zwaar gewond op de grond lag, is aan deze twee verdachten jeugddetentie opgelegd.

De vonnissen van de medeverdachten zijn gepubliceerd onder de nummers:

ECLI:NL:RBROT:2026:9177 en ECLI:NL:RBROT:2026:9178 en ECLI:NL:RBROT:2026:9179

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10-247331-25

Datum uitspraak: 28 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 2008,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres], [postcode] te [plaatsnaam],

raadsvrouw: mr. H. Yilmaz, advocaat te Rotterdam.

1 De zaak in het kort

Op 19 september 2025 is een jongen van 17 jaar neergestoken in het buurtcentrum Xiejezo in Zwijndrecht. Hij is daarbij zeer ernstig gewond geraakt. Zonder het snelle en adequate ingrijpen van de politie, en vervolgens de behandeling in de ambulance en in het ziekenhuis, had hij het vrijwel zeker niet overleefd.

De officier van justitie heeft vier jongens voor deze gebeurtenis vervolgd. Dit vonnis ziet op één van hen. De rechtbank heeft mede op basis van camerabeelden vastgesteld dat het slachtoffer op 19 september 2025 de confrontatie heeft gezocht met de vier verdachten: hij liep op hen af buiten het buurtcentrum, trok toen een vuurwapen en toen de verdachten wegrenden, is het slachtoffer achter twee van hen aangerend, het buurtcentrum in. Daar heeft een vechtpartij in de keuken plaatsgevonden en in die vechtpartij is het slachtoffer meermaals gestoken met een mes. De verdachte is de enige van wie vastgesteld kan worden dat hij met een mes gestoken heeft. Daarmee is een poging doodslag bewezen, maar dat feit is in dit geval niet strafbaar: de verdachte komt een beroep op zelfverdediging toe omdat voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer, ook in de keuken, bij herhaling dreigde met het vuurwapen.

Nadat in de keuken is gevochten heeft er openlijk geweld plaatsgevonden bij de bar van het buurtcentrum. Dat heeft echter plaatsgevonden nadat de verdachte uit het buurtcentrum was vertrokken door twee medeverdachten die – nadat zij waren vertrokken – zijn teruggekomen. De verdachte wordt daarom vrijgesproken voor het ten laste gelegde openlijk geweld.

2 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 13 en 14 juli 2026.

3 Tenlastelegging

De verdachte staat terecht op de beschuldiging van een poging doodslag (feit 1) en openlijk geweld, dan wel mishandeling (feit 2). De precieze tekst van de beschuldiging is neergelegd in bijlage I bij dit vonnis.

4 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van feit 1;

  • vrijspraak van feit 2;

  • de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging.

5. Wat is er gebeurd?

De rechtbank stelt op basis van het dossier, de camerabeelden en hetgeen op de zitting is besproken het volgende vast over de feitelijke gang van zaken op 19 september 2025.

Achtervolging eerder op de dag

[verdachte] (de verdachte) is op 19 september 2025 omstreeks 13:39 uur achtervolgd in Zwijndrecht. Als [verdachte] wil oversteken komt plots een in het donker geklede jongen in zijn richting rennen. [verdachte] rent weg en de jongen rent tot aan het winkelcentrum achter hem aan. [verdachte] zoekt na de achtervolging contact met de medeverdachten en vertelt dat hij is achtervolgd door het latere [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer). De vier verdachten, die in de wijk Noord wonen, kennen het slachtoffer, die uit de wijk Nederhoven komt, door eerdere spanningen en confrontaties tussen de groepen jongeren uit die wijken. De in het donker geklede jongen is door een getuige, die zowel in het winkelcentrum als in het buurtcentrum ter plaatse is geweest, herkend als het latere slachtoffer. De rechtbank gaat er op basis hiervan vanuit dat het het slachtoffer is geweest die [verdachte] die middag heeft achtervolgd door Zwijndrecht.

Confrontatie voorzijde buurtcentrum Xiejezo

Omstreeks 14:50 uur staan de vier verdachten ([verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]) met een groep andere jongeren voor het buurtcentrum Xiejezo. Het slachtoffer komt om 14:57:51 uur op een fatbike aanrijden. Hierop loopt een deel van de groep, waaronder [verdachte], het buurtcentrum in. Het slachtoffer stapt van zijn fatbike af, loopt in de richting van de andere drie verdachten en houdt zijn handen in zijn jaszakken. In zijn rechterzak zit volgens de later door de politie vergroot uitgekeken camerabeelden een op een vuurwapen lijkend voorwerp. [medeverdachte 3] slaat het slachtoffer met een wapenstok, terwijl die het op een vuurwapen lijkend voorwerp uit zijn zak haalt en deze richt op [medeverdachte 1] en daarna op [medeverdachte 3]. De groep jongeren stuift dan uit elkaar en vlucht weg. Op dat moment rent [medeverdachte 2] via de nooduitgang, waarvan de deur open stond, het buurtcentrum binnen. [medeverdachte 3] rent achter [medeverdachte 2] aan en zij worden op de voet gevolgd door het slachtoffer. [medeverdachte 1] rent als laatste via de hoofdingang het buurtcentrum binnen. In het buurtcentrum is op dat moment een groep vrijwilligers aanwezig.

Worsteling in de keuken en steekincident

[medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] rennen om 14:58:07 uur achter elkaar aan de keuken van het buurtcentrum in, direct gevolgd door het slachtoffer. In de keuken hangt geen camera. Wat daar gebeurt, is het enige deel van de confrontatie bij en in het buurtcentrum waar geen camerabeelden van zijn.

[medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] verklaren dat het slachtoffer in de keuken een vuurwapen op hen richt en daarbij meermaals de trekker overhaalt. Het vuurwapen gaat niet af. Er ontstaat – nog steeds volgens de verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] – een worsteling om het vuurwapen waarbij over en weer wordt geduwd, geslagen en getrokken. Uit forensisch onderzoek van het letsel van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] blijkt dat zij letsel hebben opgelopen dat passend is bij hun verklaringen over de worsteling.


[verdachte] en [medeverdachte 1] zien vanuit de gang van het buurtcentrum een deel van de worsteling. Zij rennen om 14:58:30 uur samen de keuken in nadat zij een hard geluid horen. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben hier beiden over verklaard dat zij dachten dat er door het slachtoffer was geschoten. Als zij aankomen bij de keuken zien zij [medeverdachte 3] staan met zijn hand tegen zijn buik. Daardoor dachten zij dat hij was beschoten. [verdachte] raakt dan betrokken bij de worsteling. [verdachte] heeft verklaard dat het slachtoffer hem vastpakte en dat hij dacht dat het slachtoffer een vuurwapen vasthield en daarmee richtte. Hij heeft toen een mes uit de keuken gepakt en het slachtoffer daarmee één keer in zijn been gestoken, aldus [verdachte].

[medeverdachte 1] en [verdachte] rennen om 14:58:56 uur weg en verlaten het buurtcentrum.

[medeverdachte 2] komt om 14:59:01 uur uit de keuken en klimt over de bar. Tegelijkertijd is op de camerabeelden te zien dat het slachtoffer bij de bar op de grond ligt, waarbij er op de grond bloed bij het slachtoffer te zien is. Te zien is dat [medeverdachte 3] de verdachte een schop geeft. [medeverdachte 3] loopt dan om 14:59:15 met een vuurwapen in zijn hand het buurtcentrum uit, gevolgd door [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] mist een schoen. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] stappen samen in de auto en rijden weg.

Feit 1, de poging doodslag, betreft het steken van het slachtoffer in de keuken. Uit de medische verklaring blijkt dat er vijf keer is gestoken, dus meer dan de één keer steken die door [verdachte] is bekend.

Geweld buiten de keuken en in de buurt van de bar

Het slachtoffer staat omstreeks 14:59:23 uur op en zakt in de buurt van de bar in elkaar. Er ontstaat, zo is op de beelden te zien, wederom een plas bloed. Omstreeks 15:01:04 gaan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] opnieuw het buurtcentrum Xiejezo binnen. Zij lopen samen naar het slachtoffer dat nog in de buurt van de bar op de grond ligt. [medeverdachte 2] schopt met kracht tegen het lichaam van het slachtoffer, waarna hij samen met [medeverdachte 3] achter de bar uit beeld verdwijnt. De getuigen in het buurtcentrum zien het slachtoffer en schrikken. Vervolgens loopt [medeverdachte 2] opnieuw naar het slachtoffer. Hij heeft een bebloed mes in zijn linkerhand en slaat met zijn rechterhand het slachtoffer. [medeverdachte 3] duwt [medeverdachte 2] weg en schopt het slachtoffer. Vervolgens slaat [medeverdachte 2] het slachtoffer opnieuw. Om 15:01:45 verlaten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] met het bebloede mes en de schoen van [medeverdachte 2] het buurtcentrum, terwijl het slachtoffer nog altijd op de grond ligt en hulp nodig heeft. Dit incident in de buurt van de bar is ten laste gelegd onder feit 2.

Letsel

Het slachtoffer had twee steekverwondingen in de bovenarm, twee steekverwondingen in het bovenbeen en één schampsteek op zijn linker voorhoofd. Hij heeft veel bloed verloren en is in het ziekenhuis geopereerd. Er was volgens de verklaring van de forensisch artsen sprake van acuut levensgevaar. Zonder de operatie was hij zeker overleden aan de steekwond in het bovenbeen, waarbij de slagader is geraakt. Ook met de behandeling in het ziekenhuis was er sprake van een levensbedreigende situatie. Dit letsel is ontstaan tijdens de confrontatie in de keuken (op de beelden is te zien dat er buiten de keuken niet is gestoken).

Vuurwapen

Op het later via de raadsman van [medeverdachte 3] ingeleverde vuurwapen is onder andere het DNA van het slachtoffer en [medeverdachte 3] aangetroffen. Het DNA van het slachtoffer is niet alleen op de loop van het vuurwapen, maar ook op andere onderdelen van het vuurwapen aangetroffen. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat dit het vuurwapen is dat het slachtoffer bij zich heeft gehad op 19 september 2025. Uit onderzoek aan het vuurwapen blijkt dat het ging om een omgebouwd alarmpistool waarmee het mogelijk was om kogels te verschieten, waarbij er één kogel in het magazijn is aangetroffen. Er is onderzoek gedaan naar of het mogelijk is dat de trekker van het wapen tijdens het incident in het buurtcentrum is overgehaald en heeft geweigerd, maar dit heeft het NFI niet kunnen vaststellen of ontkrachten.

6 Bewezenverklaring

6.1.

Wat betekent het voorgaande voor de verdachte?

De verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer één keer in zijn been heeft gestoken. Het is uit de bewijsmiddelen niet duidelijk geworden wie de andere steekwonden heeft toegebracht: dat kan de verdachte zijn, maar ook een van de medeverdachten. Daarom is (slechts) bewezen dat de verdachte één keer heeft gestoken. Alleen al deze ene steekverwonding in het been was gelet op de verklaring van de forensisch artsen potentieel dodelijk. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat de poging doodslag (feit 1) wettig en overtuigend is bewezen. Door met een mes in het been te steken, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zou komen te overlijden.

De verdachte wordt vrijgesproken van feit 2. Het staat immers vast dat de verdachte niet meer aanwezig was in het buurtcentrum ten tijde van het geweld dat buiten de keuken en in de buurt van de bar heeft plaatsgevonden.

Op de verklaring van de verdachte dat hij uit noodweer heeft gehandeld, zal onder 7 worden ingegaan.

6.2.

Bewezenverklaring

De verdachte heeft feit 1 begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 19 september 2025 te Zwijndrecht,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer], van het leven te beroven,
althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,die [slachtoffer] meermalen, althans
eenmaal, met een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, in het
been en/of de arm, althans het lichaam heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

7 Strafbaarheid feit

7.1.

Standpunten officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de verdediging hebben bepleit dat de verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde poging doodslag dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hem een beroep op noodweer toekomt. Daartoe is aangevoerd dat er sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] door het slachtoffer.

7.2.

Beoordeling

Uit hetgeen hierboven is vastgesteld blijkt dat de verdachte op 19 september 2025 in Zwijndrecht is achtervolgd door het slachtoffer. Na deze achtervolging is er een confrontatie geweest bij het buurtcentrum Xiejezo. Die confrontatie is opgezocht door het slachtoffer, die een vuurwapen bij zich had en dat vuurwapen al buiten het buurtcentrum heeft getrokken. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn door het gewapende slachtoffer achtervolgd naar de keuken van het buurtcentrum. In die kleine ruimte heeft tussen hen een worsteling plaatsgevonden. De verdachte stond eerst op afstand, maar hoorde een knal en is naar de keuken gerend omdat hij dacht dat een van zijn vrienden was neergeschoten. De verdachte geeft aan vervolgens in de worsteling verzeild te zijn geraakt, waarbij hij ook is belaagd door het slachtoffer. Hij zou zijn vastgehouden en zijn getrapt en het slachtoffer zou daarbij een vuurwapen vast hebben gehad. De verdachte zou toen een mes hebben gepakt dat in de keuken op een messenrek hing en het slachtoffer daarmee één keer hebben gestoken. Vast staat dat het slachtoffer uiteindelijk vier steekwonden en een schampsteek had en dat ook [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] letsel hebben opgelopen.

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte gelet op hetgeen hiervoor is overwogen voldoende aannemelijk. Er staat ook geen andere verklaring van het slachtoffer tegenover, anders dan zijn ontkenning dat hij een vuurwapen had. De rechtbank vindt die ontkenning ongeloofwaardig gelet op de camerabeelden en het (niet uit bloed bestaande) DNA van het slachtoffer op en in het ingeleverde vuurwapen. De gedragingen van het slachtoffer kunnen worden gekwalificeerd als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van zowel de verdachte als van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. De verdachte heeft op dat moment een mes uit de keuken gepakt en daarmee het slachtoffer naar eigen zeggen één keer in zijn been gestoken. Zoals hiervoor al is overwogen, kan niet vastgesteld worden of de verdachte vaker heeft gestoken of wie de andere steekverwondingen heeft toegebracht. Naar het oordeel van de rechtbank was deze verdediging door de verdachte tijdens deze confrontatie met het slachtoffer noodzakelijk en proportioneel. De verdachte had op dat moment, gelet op hetgeen is gebeurd en de geschetste omstandigheden, weinig andere mogelijkheden dan zich te verweren met het mes en van hem kon op dat moment ook niet worden verwacht dat hij zich aan de aanranding in de kleine keuken door het slachtoffer onttrok. Aan de verdachte komt dan ook een beroep op noodweer toe zodat hij zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7.3.

Conclusie

Het feit is niet strafbaar.

8 Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft [benadeelde partij] zich in het geding gevoegd, bijgestaan door mr. M. Veldman. Hij vordert een bedrag van € 27.075,00 aan materiële schade en een bedrag van € 25.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte ten aanzien van feit 1 wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en ten aanzien van feit 2 wordt vrijgesproken.

Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

a. verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte feit 1, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. D.I. Hendriks-van Wel en R. van den Wildenberg, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juli 2026.

Bijlage I

tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt, na wijziging van de tenlastelegging op de zitting, ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 19 september 2025 te Zwijndrecht,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven,
althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] meermalen, althans
eenmaal, met een mes, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, in het
been en/of de arm, althans het lichaam heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 september 2025 te Zwijndrecht, in

buurtcentrum Xiejezo, buiten de keuken en in de buurt van de bar, in elk geval openlijk in

vereniging geweld heeft gepleegd

tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer], welk in vereniging gepleegde

geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam van die

[slachtoffer] slaan en/of schoppen;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 19 september 2025 te Zwijndrecht, buiten de

keuken en in de buurt van de bar in buurtcentrum Xiejezo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam te slaan en/of te schoppen.

Voor de leesbaarheid van § 5 van dit vonnis wordt iedere verdachte, ook de verdachte, hier steeds aangeduid met zijn achternaam.