Strafrecht overig

De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan een…

Rechtbank Rotterdam, 9 juli 2026

Zaakgegevens

Op 9 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
9 juli 2026
Datum publicatie
3 augustus 2026
Zaaknummer
10-292465-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9465
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan een straatroof. De verdachte heeft een mes getoond en is samen met de medeverdachte achter het slachtoffer aangerend. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een mes. Dit mes heeft hij gebruikt bij de straatroof door het slachtoffer te bedreigen. Jeugddetentie 33 dagen ma waarvan 20 dagen voorwaardelijk proeftijd 2 jaren + bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd

Parketnummer: 10-292465-25

Datum uitspraak: 9 juli 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2009,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

raadsman mr. J.P. Vandervoodt, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 25 juni 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H. de Croix heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 33 dagen met aftrek
    van voorarrest, waarvan 20 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);

  • met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1

hij op of omstreeks 31 oktober 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een jas met inhoud (waaronder meerdere telefoons en/of vapes) en/of een (schouder)tas met inhoud (waaronder een paspoort en/of een pinpas en/of een contant geldbedrag en/of Air pods en/of sleutels) en/of een pet, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereidenof en gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- een (klap)mes/machete uit zijn broek te trekken, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te roepen: "trek die kanker pagga (tas) af, trek die kanker Moncey (Moncler jas) uit", en/of

- de schoudertas van schouder/romp van die [slachtoffer 1] te trekken, en/of

- die [slachtoffer 1] zijn jas te laten uittrekken;

2

hij op of omstreeks 31 oktober 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door

- een (klap)mes/machete uit zijn, verdachtes, broek te trekken en/of te tonen, en/of

- met dit mes achter die [slachtoffer 2] aan te rennen;

3

hij op of omstreeks 31 oktober 2025 te Rotterdam, terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, een wapen in de zin artikel 2, lid 1, categorie IV onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een mes, voorhanden heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

feit 1

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen

personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te

maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2

bedreiging, met enig misdrijf tegen het leven gericht

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd samen met de medeverdachte schuldig

gemaakt aan een straatroof. De verdachte heeft een mes getoond en is samen met de medeverdachte achter het slachtoffer aangerend. Samen met de medeverdachte heeft hij het slachtoffer onder dreiging van het mes en met dreigende taal beroofd van zijn jas, tas en pet. In de jas van het slachtoffer zaten twee telefoons en twee vapes en in de tas zijn paspoort, pinpas, tachtig euro contant geld, AirPods en sleutels. De verdachten hebben de buit verdeeld.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een mes. Dit mes heeft hij gebruikt bij de straatroof door het slachtoffer te bedreigen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke geweldsdelicten zich nog gedurende langere tijd angstig en onveilig kunnen voelen en/of psychische gevolgen van het gebeurde kunnen ondervinden. Bovendien nemen als gevolg van dit soort delicten de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen toe. De verdachte heeft met dit alles geen rekening gehouden en heeft kennelijk alleen aan zijn eigen financieel gewin gedacht.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

24 april 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

GZ-psycholoog drs. I. Snijders heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

13 maart 2026. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een normoverschrijdendgedragsstoornis en een stoornis in gebruik van cannabis. Hiervan was eveneens sprake ten tijde van het ten laste gelegde. De deskundige adviseert de ten laste gelegde feiten in geval van bewezenverklaring in enigszins verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

Het risico op herhaling van gewelddadig gedrag is matig tot hoog. Om recidive te voorkomen is het van belang dat behandeling en begeleiding wordt ingezet. Er lijkt sprake van onvoldoende toezicht en sturing aanwezig om het gedrag van de verdachte (op langere termijn) positief te beïnvloeden. Geadviseerd wordt om behandeling gericht op het behandelen van de normoverschrijdendgedragsstoornis en de stoornis in cannabisgebruik in een forensisch ambulante setting op te starten, bijvoorbeeld bij de Waag of de Fivoor, met de mogelijkheid tot een kortdurende detoxopname (zoals geboden bij de Brijder). Begeleiding door de jeugdreclassering en aanvullend door een forensisch coach (zoals geboden door E25 en Urban Skillsz) is van belang om betrokkene te ondersteunen in zijn traject op praktisch vlak. De deskundige adviseert deze behandeling en begeleiding te waarborgen met bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen JBRR heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 30 maart 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

JBRR vindt dat de verdachte gebaat is bij duidelijke kaders, structuur en consequenties. Daarnaast is het essentieel dat gewerkt wordt aan het stoppen van middelengebruik, het versterken van sociale vaardigheden en dat de verdachte naar school gaat. JBRR adviseert een onvoorwaardelijke werkstraf, een voorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest met een proeftijd en jeugdreclassering op te leggen. Daarbij adviseert JBRR als bijzondere voorwaarden het volgen van onderwijs dan wel andere passende dagbesteding, behandeling vanuit Fivoor (of verglijkbare forensische instelling), ambulante begeleiding door een jongerencoach en een meldplicht bij de jeugdreclassering.

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna De Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 3 april 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De Raad sluit zich aan bij het advies van het NIFP en JBRR dat behandeling in een voorwaardelijk kader noodzakelijk is. De Raad vindt dat de kans op herhaling zonder forensische hulp en behandeling erg groot is.

De Raad adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte naar school (en stage) of dagbesteding gaat, meewerkt aan forensische behandeling, zoals geboden wordt door de Waag of Fivoor (of een vergelijkbare instelling), meewerkt aan begeleiding van een jongerencoach, zoals vanuit E25 of Urban Skillzs dit biedt, meewerkt aan een tijdelijke detoxopname, zoals vanuit de Brijder of Youz (of een vergelijkbare instelling), meewerkt aan de avondklok (21:00 uur – 7:00 uur) voor de duur van drie maanden afbouwend, zolang als de jeugdreclasseerder dit nodig acht en een meldplicht bij de jeugdreclasseerder.

[deskundige 1] , werkzaam als jeugdreclasseerder, heeft op de zitting naar

voren gebracht dat zij het advies van de Raad ondersteunt. Hoewel zij geen avondklok heeft geadviseerd, kan zij zich daar wel in vinden; het zal de verdachte juist ondersteunen. Een detoxopname wordt niet geadviseerd, ambulante behandeling moet voldoende zijn. De verdachte heeft zich, afgezien van zijn schoolverzuim, goed aan de schorsingsvoorwaarden gehouden. Het wachten op een toegewezen coach zal niet meer lang duren.

[deskundige 2] , werkzaam als jeugdbeschermer bij Stichting Nidos heeft op de zitting naar voren gebracht dat de verdachte zich goed hield zich aan de avondklok. Nadat deze voorwaarde kwam te vervallen, ging hij weer meer zijn eigen gang en kwam hij in de avonden niet of pas laat thuis. Dit verontrustte zijn tante.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende

conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen met de voorwaarden overeenkomstig het advies van de Raad. Daaronder valt dus ook de mogelijkheid van een tijdelijke detox-opname, juist omdat het middelengebruik van de verdachte zo’n grote risicofactor vormt. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie zal gelijk zijn aan het voorarrest. Het is op dit moment vooral van belang dat de verdachte de noodzakelijke hulp gaat krijgen, om nieuwe strafbare feiten te voorkomen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij] , ter zake van het onder

1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2.085,93 bestaande uit € 1.335,93 aan materiële schade en € 750,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De vordering dient te worden toegewezen, met uitzondering van de materiële schadepost

van € 20,- voor de pet van het merk Under Armour (hierna: de pet) en de Airpods pro 2.

8.2.

Standpunt verdediging

De materiële schadeposten voor de pet, jas en Iphone 6 worden niet betwist. De materiële schadepost Iphone 14 pro is niet toewijsbaar, nu de benadeelde partij niet eigenaar is. Subsidiair dient de schade te worden gematigd. De immateriële schade is voor toewijzing vatbaar.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde

strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is

onderbouwd, zal deze, ondanks de betwisting door de verdediging, worden toegewezen met uitzondering van de schadepost voor de Airpods pro 2 en een lagere vergoeding voor de Iphone 6 Ten aanzien van de iPhone 14 overweegt de rechtbank dat de enkele omstandigheid dat de oorspronkelijke factuur op naam van de onderneming van de vader van het slachtoffer lijkt te staan, niet aan toewijzing van de vordering in de weg staat.

Jas

€ 119,00

Iphone 14 pro + Onderzoekskosten

€ 945,99

€ 39,95

Iphone 6

€ 25,00

Pet Under Armour

€ 20,00

Totaal

€ 1.149,94

Op basis van het dossier is onvoldoende vast komen te staan dat de benadeelde partij schade heeft opgelopen aan de Airpods Pro 2. De benadeelde partij zal daarom voor deze schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 750,00.

Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 31 oktober 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.899,94, vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

Over het overige deel van de gevorderde schadevergoeding wordt in deze procedure geen

inhoudelijke beslissing genomen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77z 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 26 en 54 van de Wet wapens en munitie.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 33 (drieëndertig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat deze jeugddetentie deels, te weten voor 20 (twintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd mee zal werken aan forensische behandeling, zoals aangeboden door De Waag of Fivoor of een vergelijkbare instelling, ook als dat inhoudt een tijdelijke detoxopname voor de duur van maximaal 7 weken, bij Brijder of Youz of een vergelijkbare instelling;

- gedurende de proeftijd mee zal werken aan begeleiding van een jongerencoach, zoals E25 of Urban Skilzs of een vergelijkbare instelling;

- zich houden zal houden aan een avondklok voor de maximale duur van drie maanden of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht. Deze avondklok houdt in dat de veroordeelde dagelijks om 21:00 uur thuis, te weten op het adres: [adres] , [postcode] te [woonplaats] , zal zijn en thuis zal blijven tot de volgende ochtend 7:00 uur. Deze tijdstippen van de avondklok kunnen worden gewijzigd door de jeugdreclassering, in die zin dat de veroordeelde in dat geval ’s avonds later thuis mag komen en ’s ochtends eerder van huis mag;

- gedurende de proeftijd onderwijs (en stage) zal volgen;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugd/reclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van € 1.899,94 (zegge: duizend achthonderdnegenennegentig euro en vierennegentig cent), bestaande uit

€ 1.149,94 aan materiële schade en € 750,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 1.899,94 (hoofdsom, zegge: duizend achthonderdnegenennegentig euro en vierennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. W.M. Stolk en P.A. Ellenbroek, rechters,

in tegenwoordigheid van C.A. van den Houwen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 juli 2026.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 31 oktober 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een jas met inhoud (waaronder meerdere telefoons en/of vapes) en/of een (schouder)tas met inhoud (waaronder een paspoort en/of een pinpas en/of een contant geldbedrag en/of Air pods en/of sleutels) en/of een pet, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- een (klap)mes/machete uit zijn broek te trekken, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te roepen: "trek die kanker pagga (tas) af, trek die kanker Moncey (Moncler jas) uit", en/of

- de schoudertas van schouder/romp van die [slachtoffer 1] te trekken, en/of

- die [slachtoffer 1] zijn jas te laten uittrekken;

2

hij op of omstreeks 31 oktober 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door

- een (klap)mes/machete uit zijn, verdachtes, broek te trekken en/of te tonen, en/of

- met dit mes achter die [slachtoffer 2] aan te rennen;

3

hij op of omstreeks 31 oktober 2025 te Rotterdam, terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, een wapen in de zin artikel 2, lid 1, categorie IV onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een mes, voorhanden heeft gehad;

Bijlage II

Opgave van bewijsmiddelen

1. De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 25 juni 2026;

2. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer 1] van het zaaksdossier [dossiernaam] (pagina’s 36 e.v.), inhoudende de verklaring van [aangever 1] ;

3. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer 2] van het zaaksdossier [dossiernaam] (pagina’s 42 e.v.), inhoudende de verklaring van [aangever 2] ;

4. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer 3] van het zaaksdossier [dossiernaam] (pagina’s 51 e.v.), inhoudende het relaas van de verbalisant [verbalisant] .

Wanneer hiervoor is verwezen naar een proces-verbaal van politie is - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebezigd voor het bewijs van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.