Strafrecht overig
Jeugdstrafrecht. Veroordeling van medeplegen van afpersing en van een diefstal met geweld. Oplegging een…
Rechtbank Rotterdam, 9 april 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9595 · Rechtbank Rotterdam · 9 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-9595
Zaakgegevens
Op 9 april 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 9 april 2026
- Datum publicatie
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10-054516-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9595
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdstrafrecht. Veroordeling van medeplegen van afpersing en van een diefstal met geweld. Oplegging een deels voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van 2 jaren. Gedeeltelijke toewijzing van de schadevordering en verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10-054516-26
Datum uitspraak: 9 april 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2008,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de [naam P.I.] te [detentieplaats] ,
raadsman: mr. E.R. Weening, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 26 maart 2026.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. J. du Chatinier heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, met partiële vrijspraak van dat deel van de tenlastelegging dat ziet op het maken van stekende bewegingen met messen;
-
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 70 dagen met aftrek
van het voorarrest, waarvan 30dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
4 Waardering van het bewijs
Bewijswaardering
Standpunten officier van justitie en verdediging
De officier van justitie en verdediging hebben partiële vrijspraak bepleit van dat deel van de tenlastelegging dat ziet op het maken van stekende bewegingen met messen wegens het ontbreken van bewijs.
Beoordeling
Het staat vast dat de verdachte samen met (een) andere(n) op 21 februari 2026 met geweld en bedreiging van geweld de winkel [naam winkel] in Rotterdam heeft overvallen. Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend.
Op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting kan ook worden vastgesteld dat de verdachte stekende bewegingen heeft gemaakt richting het slachtoffer. De aangever verklaart dat persoon 1 stekende bewegingen heeft gemaakt in zijn richting. De verdachte wordt later herkend als die persoon. Deze verklaring vindt ook steun in de getuigenverklaring van [naam getuige] . Hij verklaart dat een van de verdachte(s), de grote jongen, constant zwaaiende bewegingen heeft gemaakt met zijn mes, terwijl hij schreeuwde naar het slachtoffer. Bovendien heeft de verdachte desgevraagd ter zitting bekend dat hij met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt richting het slachtoffer. Dat de verdachte iets anders zou hebben bedoeld met deze bevestiging, acht de rechtbank niet aannemelijk.
Conclusie
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1.
hij op of omstreeks 21 februari 2026 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van verzamelkaarten van Pokemon
boosters en/of verzamelkaarten van Star Wars Unlimited boosters en/of
bulkkaarten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [naam winkel]
en/of een derde toebehoorde(n)
door
- zich te voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd en/of gezicht en/of
- messen te tonen aan die [slachtoffer] en/of meermalen met die messen stekende
bewegingen te maken richting die [slachtoffer] en/of
- meermalen met die messen op de toonbank te slaan en/of
- meermalen dreigend de woorden toe te voegen: “vul de tas en gooi het erin” en/of
“geef alles, snel, snel”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2.
hij op of omstreeks 21 februari 2026 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
verzamelkaarten van Pokemon boosters en/of verzamelkaarten van Star Wars
Unlimited boosters en/of bulkkaarten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [naam winkel] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of
zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door
- zich te voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd en/of gezicht en/of
- messen te tonen aan die [slachtoffer] en/of meermalen met die messen stekende
bewegingen te maken richting die [slachtoffer] en/of
- meermalen met die messen op de toonbank te slaan en/of
- meermalen dreigend de woorden toe te voegen: “vul de tas en gooi het erin” en/of
“geef alles, snel, snel”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5 Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op (de eendaadse samenloop van):
1.
afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen,
2.
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6 Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7 Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan afpersing en diefstal met geweld in vereniging. De verdachte is samen met de medeverdachte met bedekte gezichten de winkel [naam winkel] in Rotterdam binnengegaan, waarna zij het slachtoffer onder bedreiging van (grote) messen hebben gedwongen verzamelkaarten in een tas te stoppen. De verdachte heeft daarbij stekende bewegingen gemaakt met het mes, met dat mes op de balie geslagen en geschreeuwd naar het slachtoffer. De medeverdachte heeft dozen met boosters vanachter de balie gepakt. De verdachten zijn vervolgens de winkel uit gerend met de buit.
Dit zijn ernstige feiten. Daarbij is in dit geval van belang dat gedurende de overval veel klanten aanwezig waren die de overval hebben gezien. De ervaring leert dat slachtoffers en getuigen van dergelijke feiten nog lange tijd nadelige (psychische) gevolgen kunnen ondervinden. Zij kunnen bang zijn opnieuw in een vergelijkbare situatie terecht te komen. Meer algemeen, en zeker wanneer daarbij (steek)wapens in het spel zijn, veroorzaken dit soort feiten grote gevoelens van onrust binnen de maatschappij. De verdachte is met zijn handelen voorbijgegaan aan deze gevolgen. De rechtbank vindt het zeer zorgelijk dat de verdachte bereid is om tegen het kwijtschelden van – zo blijkt ter zitting – zijn geringe schulden en met name voor zijn eigen financieel gewin zo’n ernstig strafbaar feit te plegen. De verdachte heeft er bovendien blijk van gegeven zich weinig aan te trekken van andermans bezittingen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Rapportage en verklaringen van deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 maart 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte is in België meermaals in aanraking gekomen met politie en justitie. De Raad ziet dat de vriendengroep van de verdachte de kans op herhaling van delictgedrag verhoogt. Daarnaast heeft de verdachte enige tijd geen onderwijs gevolgd vanwege gedragsproblematiek. De Raad signaleert dat er ook positieve factoren aanwezig zijn die de kans op herhaling kunnen verkleinen. De verdachte heeft een betrokken netwerk. De vader is gemotiveerd en bereid om voor de verdachte een strak kader te creëren. Vanuit België is een consulent betrokken om daarbij ondersteuning te bieden en kan de nodige hulp of een traject inzetten.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij de duur van de jeugddetentie gelijk is aan het voorarrest, als stok achter de deur. De Raad merkt op dat de mogelijkheden vanuit het Nederlandse jeugdstrafrecht ontoereikend zijn om tot een goed toezicht- en begeleidingsplan te komen nu de verdachte in België woont. De Raad adviseert desondanks om in het vonnis toch bijzondere voorwaarden op te nemen waarbij de vader samen met de ondersteunende consulent toezicht houdt. De verdachte is gebaat bij huisarrest van vier weken. In die periode dient te worden bezien wat de verdachte nodig heeft en moeten er afspraken worden gemaakt over de sociale contacten van de verdachte. Daarnaast wordt een contactverbod met de medeverdachte en het slachtoffer en een locatieverbod (plaats delict) nodig geacht.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de straffen die daarvoor doorgaans worden opgelegd, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij onvoldoende heeft nagedacht over de gevolgen van zijn handelen, tijdens de uitvoering een leidende rol heeft gehad en dit ernstige feit heeft begaan voor financieel gewin. De verdachte is bovendien in België meermaals met politie en justitie in aanraking gekomen. De rechtbank houdt daarnaast rekening met zijn jeugdige leeftijd en persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank wijkt ten aanzien van de duur van de jeugddetentie af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank bewezen acht dat de verdachte met een machete stekende bewegingen heeft gemaakt richting het slachtoffer en dat verdachte een grotere rol heeft gehad dan zijn mededader.
De rechtbank legt tevens een deels voorwaardelijke jeugddetentie op. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde straf is gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Alles afwegend acht de rechtbank een jeugddetentie van 70 dagen, waarvan 22 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest, passend en geboden.
8 In beslag genomen voorwerpen
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen pet, zak, muts, kleding en tas verbeurd te verklaren en het in beslag genomen mes te onttrekken aan het verkeer.
Standpunt verdediging
De verdediging verzet zich niet tegen het standpunt van de officier van justitie.
Beoordeling
De in beslag genomen pet, zak, muts, kleding en tas, vermeld op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen (onder 1, 2 en 4 tot en met 6) zullen worden verbeurd verklaard. Het bewezenverklaarde is met behulp van deze voorwerpen begaan.
Het in beslag genomen mes, vermeld op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen (onder 3) zal worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.
9 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer] . De benadeelde partij vordert een bedrag van € 5.263,50 aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding hoofdelijk toe te wijzen.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht de vordering volledig voor (hoofdelijke) toewijzing vatbaar, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren, omdat de schade aan het glas van de toonbank, mede gelet op de aanvullende verklaring van de aangever, onvoldoende duidelijk is en/of onvoldoende is onderbouwd. Het vaststellen van de schade levert een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht bestaande uit beschadigingen van de toonbank en de vordering is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam onderbouwd. Uit het procesdossier, specifiek de verklaring(en) van de verdachte, aangever en de getuigen, blijkt dat de verdacht met het mes op de toonbank en vitrine heeft geslagen. Aannemelijk is dat daardoor het houtwerk is beschadigd en het glas is gekrast. De rechtbank zal daarom de vordering zonder btw a € 4.350,- toewijzen. Het overige deel van de vordering zal niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met (een) mededader(s) heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader(s) de benadeelde partij [slachtoffer] betaalt/betalen, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 21 februari 2026.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
10 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
11 Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
12 Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 70 (zeventig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 22 (tweeëntwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf:
1. STK Pet
1. STK Zak
1. STK Muts
1. STK Kleding
1. STK Tas
- verklaart onttrokken aan het verkeer:
1. STK Mes;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 9 april 2026;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 4.350,- (zegge: vierduizenddriehonderdvijftig), bestaande uit materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.A. van der Laan-Kuijt, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. D.G.J. Roset en J. Groot, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 april 2026.
De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
1
hij op of omstreeks 21 februari 2026 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van verzamelkaarten van Pokemon
boosters en/of verzamelkaarten van Star Wars Unlimited boosters en/of
bulkkaarten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [naam winkel]
[naam winkel] en/of een derde toebehoorde(n)
door
- zich te voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd en/of gezicht en/of
- messen te tonen aan die [slachtoffer] en/of meermalen met die messen stekende
bewegingen te maken richting die [slachtoffer] en/of
- meermalen met die messen op de toonbank te slaan en/of
- meermalen dreigend de woorden toe te voegen: “vul de tas en gooi het erin” en/of
“geef alles, snel, snel”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2
hij op of omstreeks 21 februari 2026 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
verzamelkaarten van Pokemon boosters en/of verzamelkaarten van Star Wars
Unlimited boosters en/of bulkkaarten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [naam winkel] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of
zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door
- zich te voorzien van een geheel of gedeeltelijk bedekt hoofd en/of gezicht en/of
- messen te tonen aan die [slachtoffer] en/of meermalen met die messen stekende
bewegingen te maken richting die [slachtoffer] en/of
- meermalen met die messen op de toonbank te slaan en/of
- meermalen dreigend de woorden toe te voegen: “vul de tas en gooi het erin” en/of
“geef alles, snel, snel”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.