Strafrecht overig
Jeugdstrafrecht. Vrijspraak van een gewapende overval, voorhanden hebben vuurwapen en schuldheling…
Rechtbank Rotterdam, 11 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9598 · Rechtbank Rotterdam · 11 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-9598
Zaakgegevens
Op 11 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 11 juni 2026
- Datum publicatie
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10-115875-25 en 10-189745-24 (gevoegd ttz)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9598
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdstrafrecht. Vrijspraak van een gewapende overval, voorhanden hebben vuurwapen en schuldheling. Veroordeling van een winkeloverval en beschadigen politiecel. Oplegging van een jeugddetentie groot deel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden en een leerstraf. Niet-ontvankelijk verklaring benadeelde partijen in verband met vrijspraak en daarnaast een gedeeltelijke toewijzing van een schadevordering.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10-115875-25 en 10-189745-24 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] in [woonplaats] ,
raadsman: mr. E. Janse, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 28 mei 2026.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3 Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. H.J. du Croix heeft gevorderd:
-
bewezenverklaring van het onder parketnummer 10-115875-25 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10-189745-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
-
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 146 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
-
met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
-
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een leerstraf (Tools4U) voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen vervangende jeugddetentie.
4 Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering - 10-115875-25 (winkeloverval en beschadiging politiecel)
De onder parketnummer 10-115875-25 onder 1 ten laste gelegde winkeloverval en de onder 3 ten laste gelegde beschadiging van een politiecel zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Vrijspraak - 10-115875-25 (schuldheling)
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde schuldheling van de telefoon. Op 14 april 2025 is de woning van de verdachte doorzocht. In de slaapkamer van de verdachte is op zijn bed onder meer een iPhone 15 aangetroffen. Deze telefoon bleek te zijn gestolen van aangever [slachtoffer 1] .
De beoordeling
Hoewel vaststaat dat de gestolen telefoon in de slaapkamer van de verdachte is aangetroffen en hij daar dus de beschikking over kon hebben, kan naar het oordeel van de rechtbank op basis van het dossier niet met de vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld hoe de verdachte de beschikking heeft gekregen over die telefoon. Evenmin blijkt uit het dossier of hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die telefoon wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze telefoon door misdrijf was verkregen. De verdachte verklaart niet meer te weten hoe de telefoon in zijn slaapkamer terecht is gekomen en hij deelde die slaapkamer met zijn broertje. Nu in het dossier onduidelijk is gebleven onder welke omstandigheden de verdachte aan de telefoon is gekomen en in hoeverre hij in ernstige mate tekort is geschoten in zijn plicht om onderzoek te doen naar de herkomst van die telefoon, kan niet worden vastgesteld dat er sprake is van schuldheling.
De rechtbank is daarom van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde feit.
Conclusie
Het onder parketnummer 10-115875-25 onder 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Vrijspraak - 10-189745-24 (gewapende overval Juwelier en voorhanden hebben vuurwapens)
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen van de overval met vuurwapens op de juwelier. Daartoe is aangevoerd dat in een handschoen van het merk Nike die sterk lijkt op een handschoen die is aangetroffen in het onderzoek bij één van de overvallers een DNA-profiel van de verdachte is aangetroffen. Dat die handschoen bij de overval is gebruikt wordt ondersteund door de bevindingen in het glasrapport van Eurofins TFMI. Daarnaast blijkt uit de videobeelden dat de hamer die is gebruikt bij de overval wordt gehanteerd door een persoon die een handschoen van Nike aan heeft.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat op 29 februari 2024 een gewapende overval heeft plaatsgevonden op de juwelier [naam juwelier] in Schiedam, waarbij de medewerkers en een vertegenwoordiger van sieraden die daar op dat moment aanwezig was zijn bedreigd met vuurwapens. De drie overvallers hebben de vitrines met een hamer kapot geslagen en hebben diverse sieraden en horloges weggenomen.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte een van de personen is geweest die de overval heeft gepleegd.
Vooropgesteld wordt dat het signalement van de – volledig in het zwart geklede –overvallers onvoldoende specifiek is om de verdachte aan te wijzen als een van de overvallers. Weliswaar is op een handschoen die vermoedelijk bij de overval is gebruikt een DNA-mengprofiel aangetroffen waaraan zeer waarschijnlijk de verdachte heeft bijgedragen, maar enkel op basis daarvan kan niet worden geconcludeerd dat de verdachte aanwezig was op de plaats van het delict en dus betrokkenheid heeft gehad bij de overval. De handschoen is immers een verplaatsbaar object. Het DNA-spoor kan mede daarom, op basis van hetgeen naar voren komt in het procesdossier, niet zonder meer worden gezien als daderspoor. Er is namelijk niet vastgesteld wanneer, onder welke omstandigheden en door welke handeling het DNA van de verdachte op de handschoen is terecht gekomen. Bovendien gaat het hier om een mengprofiel waaraan minimaal drie donoren hebben bijgedragen. Ook de overige bevindingen in het dossier kunnen niet tot de conclusie leiden dat de verdachte een van de overvallers is. Het zich in het dossier bevindende rapport in opdracht van Eurofins TMFI, wat ook verder van zij van de bruikbaarheid van dit rapport, kan aan het bewijs dat verdachte bij deze overval is betrokken geen verdere bijdrage leveren gelet op hetgeen hiervoor is overwogen.
Gezien het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat de verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de gewapende overval op 29 februari 2024. Dit betekent dat ook niet worden vastgesteld dat de verdachte die dag samen met de overvallers de onder 2 en 3 ten laste gelegde vuurwapens voorhanden heeft gehad. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten.
Conclusie
Het onder parketnummer 10-189745-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-115875-25 onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-115875-25
Feit 1
hij op of omstreeks 25 maart 2025 te Schiedam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld en/of mobiele telefoons (merk iPhone en/of Samsung) en/of dummy telefoons
en/of telefoonhouders, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele
aan winkel [naam winkel] (gevestigd op de [adres 2] te Schiedam) en/of [slachtoffer 2] , in
elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) had(den) bedekt
met een bivakmuts danwel gezichtsbedekkende kleding en/of een capuchon,
- (een) vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapens gelijkende voorwerp(en), aan
die [slachtoffer 2] te tonen en/of met dat/die een vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen
gelijkend voorwerp(en), richting die [slachtoffer 2] te lopen en/of
- die dat vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), op die
[slachtoffer 2] te richten en/of gericht te houden op het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 2] en/of
tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] te zetten en/of
- die [slachtoffer 2] naar/op de grond te duwen/dwingen en/of
- daarbij te zeggen/roepen "Geld! Geld!" en/of "Blijf liggen of ik schiet je door je
kankerhoofd" en/of "Niet kijken! Anders schiet ik je in je kankerhoofd" en/of
"Handen omhoog! Blijf kanker laag!", althans woorden van gelijke strekking.
Feit 3
hij op of omstreeks 14 april 2025 te Rotterdam
opzettelijk en wederrechtelijk
een cel (van politiebureau Zuidplein), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan een ander, te weten aan Politie Nederland, toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
5 Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-115875-25
Feit 1
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen
personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal
gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde
personen
Feit 3
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6 Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7 Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De vijftienjarige verdachte heeft samen met anderen een telefoonwinkel in Schiedam overvallen, waarbij de verdachte en een medeverdachte in het bezit waren van een vuurwapen of iets dat daar sterk op lijkt. De verdachte heeft daarbij met het vuurwapen of het op een vuurwapen lijkend voorwerp gedreigd door deze op het slachtoffer te richten en tegen zijn hoofd en lichaam te houden en hij heeft tegen het slachtoffer geschreeuwd. De verdachten hebben telefoons en geld uit de winkel gepakt en zijn vervolgens de winkel uit gerend met de buit. Met zijn handelen heeft de verdachte het slachtoffer angst aangejaagd. De wijze waarop de verdachte en de medeverdachten hebben gehandeld getuigt van een volledig gebrek aan respect voor de bezittingen en de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen nog gedurende langere tijd psychische gevolgen van de gebeurtenis ondervinden. Dit blijkt ook uit de vordering tot schadevergoeding en de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring. Daarnaast versterk dergelijk intimiderend en gewelddadig gedrag de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de beschadiging van de muur in de politiecel waar hij op dat moment ingesloten zat. Dit is een ergerlijk feit dat zowel tot financiële schade als overlast heeft geleid. De verdachte heeft er met zijn handelen daarnaast blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans goederen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
Uit de justitiële documentatie van 2 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportage en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De Raad heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 21 mei 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Hoewel de kans op herhaling van delictgedrag laag is, zijn de zorgen over de ontwikkeling van de verdachte groot. De zorgen zijn gelegen in het ontbreken van een zinvolle dagbesteding, zijn negatieve sociale contacten (drillrapgroep) en zijn gevoeligheid voor groepsdruk dan wel beperkte vaardigheden in het omgaan met moeilijke of risicovolle situaties. De verdachte gaat op dit moment niet naar school en het lukt hem niet om afspraken na te komen en de gevolgen van zijn handelen te overzien. Ook zijn er zorgen over de interesses van de verdachte in geld en succes. Het is in het belang van de verdachte dat hij meer stabiliteit en structuur krijgt in zijn leven. Het is daarom belangrijk dat hij een zinvolle dagbesteding vindt en behoudt, in de vorm van school of werk, en dat hij leert omgaan met de verantwoordelijkheden die daarbij horen. Het is ook van belang dat de verdachte intensief begeleid en ondersteund wordt bij het maken van zelfstandige en pro-sociale keuzes en het omgaan met groepsdruk. De Raad adviseert daarom een leerstraf van Tools4U en een deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden, waarbij duur van de jeugddetentie gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis.
De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [persoon A] , heeft ter zitting aangegeven dat het allereerst belangrijk is dat de verdachte een diploma behaalt. Daarnaast is het in het belang van de verdachte dat hij begeleid gaat wonen zodat hij meer stabiliteit en structuur krijgt in zijn leven en leert om zelfstandig te worden. De jeugdreclassering heeft verschillende instellingen – buiten Rotterdam – benaderd.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de aard en de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank heeft bij haar beslissing over de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor straftoemeting. Deze Oriëntatiepunten gaan bij een winkeloverval uit van een straf vanaf 4 maanden jeugddetentie en bij een beschadiging van een straf vanaf 20 uur taakstraf. Deze oriëntatiepunten dienen ook in deze zaak als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank wijkt hiermee af van de eis van de officier van justitie, ook omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de grotere rol van de verdachte bij de winkeloverval en dat hij daarbij een vuurwapen of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gebruikt. Ter terechtzitting heeft de verdachte aangegeven dat hij onder druk is gezet om de overval te plegen. Deze verklaring vindt echter geen verdere steun in het dossier. De rechtbank houdt verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn jeugdige leeftijd.
De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de adviezen van de deskundigen aanleiding om van de jeugddetentie een deel voorwaardelijk opleggen, waarbij het onvoorwaardelijk strafdeel gelijk is aan de tijd die door de verdachte in voorarrest is doorgebracht. Dit betekent dat de verdachte nu niet terug naar de justitiële jeugdinrichting hoeft. Aan het voorwaardelijk deel zal de rechtbank de voorwaarden koppelen zoals geadviseerd door de Raad. De verdachte staat op dit moment stil in zijn ontwikkeling en het is van belang dat hij de hulp en begeleiding krijgt die hij nodig heeft om zich positief verder te ontwikkelen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Naast de deels voorwaardelijke jeugddetentie ziet de rechtbank aanleiding om overeenkomstig het advies van de Raad aan de verdachte een leerstraf in de vorm van Tools4U regulier op te leggen. Vanwege de zorgen over de vaardigheden van de verdachte is de rechtbank van oordeel dat deze leerstraf van toegevoegde waarde is.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8 Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregel
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-189745-24
Benadeelde partijen – onder 1 ten laste gelegde winkeloverval
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 35.000,- aan immateriële schade.
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 2] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij heeft in haar vordering geen bedragen opgenomen ter hoogte waarvan de materiële en/of immateriële schade zou moeten worden toegewezen.
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 3] . ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.543,85 aan materiële schade.
Beoordeling
De benadeelde partijen zullen in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit.
Omdat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoedingen geen inhoudelijke beslissing genomen.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-115875-25
Vordering benadeelde partij [benadeelde 4] – onder 2 ten laste gelegde heling
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 4] ter zake van het onder 2 ten laste gelegde. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.119,- aan
materiële schade en € 1.500,- aan immateriële schade.
Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde feit.
Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2] – onder 1 ten laste gelegde winkeloverval
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer 2] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.000,- aan immateriële schade en € 1.000,- aan nader te onderbouwen schade, vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijkheid en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij voldoende is onderbouwd en integraal kan worden toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijkheid en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht om de vordering ten aanzien van de nader te onderbouwen schade niet-ontvankelijk te verklaren.
De beoordeling
Vaststaat dat de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Het bewezenverklaarde feit heeft onder meer geleid tot een onveilig gevoel, stressklachten en spanning. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij sprake is van aantasting in persoon op andere wijze. De rechtbank zal de immateriële schade naar de maatstaven billijkheid vaststellen op een bedrag van € 3.000,-. De gevorderde immateriële schadevergoeding zal dus geheel worden toegewezen.
De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de nader te onderbouwen schade is onvoldoende onderbouwd. Uit het dossier en de toelichting ter zitting blijkt onvoldoende wat de aard en omvang van die schade is of kan zijn. De rechtbank zal de benadeelde partij voor de gevorderde nader te onderbouwen schadevergoeding daarom afwijzen.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover een van de mededaders de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 25 maart 2025.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 3.000,- vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
10 Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11 Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10-189745-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 10-115875-25 onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10-115875-25 onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat van deze jeugddetentie groot 72 (tweeënzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
-
zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
-
zich gedurende de proeftijd zal inzetten voor het vinden en behouden van een passende dagbesteding in de vorm van school (waaronder een BBL-traject) en/of werk;
-
gedurende de proeftijd zal meewerken aan begeleiding van een jongerencoach vanuit E25 Zorg en Welzijn of een soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
-
gedurende de proeftijd zal meewerken aan een verblijf in een instelling voor begeleid wonen en zich zal houden aan de regels en afspraken van de instelling en aan het (dag)programma dat deze instelling in overleg met de jeugdreclassering heeft opgesteld;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
-
dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
-
dat de veroordeelde medewerking zal verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject Tools4U regulier;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 10 (tien) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] . niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
bepaalt dat de benadeelde partijen [benadeelde 1] . [benadeelde 2] , [benadeelde 3] . en [benadeelde 4] en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], te betalen een bedrag van € 3.000,00 (zegge: drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] af voor het resterende deel van de vordering;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] te betalen € 3.000,00 (hoofdsom, zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.M. Derijks, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. W.M. Stolk en L.W.M. Hendriks, (kinder)rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 juni 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-115875-25
1
hij op of omstreeks 25 maart 2025 te Schiedam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld en/of mobiele telefoons (merk iPhone en/of Samsung) en/of dummy telefoons
en/of telefoonhouders, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele
aan winkel [naam winkel] (gevestigd op de [adres 2] te Schiedam) en/of [slachtoffer 2] , in
elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan
zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) had(den) bedekt
met een bivakmuts danwel gezichtsbedekkende kleding en/of een capuchon,
- (een) vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), aan
die [slachtoffer 2] te tonen en/of met dat/die vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen
gelijkend voorwerp(en), richting die [slachtoffer 2] te lopen en/of
- die vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), op die
[slachtoffer 2] te richten en/of gericht te houden op het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 2] en/of
tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] te zetten en/of
- die [slachtoffer 2] naar/op de grond te duwen/dwingen en/of
- daarbij te zeggen/roepen "Geld! Geld!" en/of "Blijf liggen of ik schiet je door je
kankerhoofd" en/of "Niet kijken! Anders schiet ik je in je kankerhoofd" en/of
"Handen omhoog! Blijf kanker laag!", althans woorden van gelijke strekking;
2
hij op of omstreeks 14 april 2025 te Schiedam,
een mobiele telefoon (merk/type iPhone 15), althans een goed heeft verworven,
voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen
goed betrof;
( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )
3
hij op of omstreeks 14 april 2025 te Rotterdam
opzettelijk en wederrechtelijk
een cel (van politiebureau Zuidplein), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan een ander, te weten aan Politie Nederland, toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Ten aanzien van de zaak met parketnummer: 10-189745-24
1
op of omstreeks 29 februari 2024 te Schiedam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
uit het (winkel)pand van juwelier [naam juwelier] , gelegen op/aan de [adres 3] ,
meerdere horloges en/of armanden en/of kettingen, in elk geval (enig) goed(eren),
dat/die geheel of ten dele aan juwelier [naam juwelier] en/of [slachtoffer 3] ., in elk geval aan
een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7]
[slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of
gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of
andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het
bezit van het gestolene te verzekeren, door
- meerdere vuurwapens, althans op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en), te
tonen aan en/of te richten op voornoemde [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] ,
- aan voornoemde [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] (dreigend) de woorden toe
te voegen: "Ga naar achter, ga naar achter" en/of "Het is klaar nu, telefoons
inleveren", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
- voornoemde [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] te dwingen om op de grond te
liggen en/of op hun knieën te gaan zitten, en/of
- met een hamer, althans een hard voorwerp, meerdere vitrines in voornoemd
(winkel)pand kapot te slaan;
2
hij
op of omstreeks 29 februari 2024 te Schiedam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meerdere, althans een wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1°
van de Wet wapens en munitie, te weten (een) vuurwapen(s) in de zin van artikel 1,
onder 3° van die wet in de vorm van een revolver van het merk BBM, model
Olympic 38 met kaliber .22LR
en/of (voor dat/die vuurwapen(s) geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder 4 van
de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet,
van de Categorie III, te weten drie, althans een kogelpatro(o)n(en) van kaliber .22LR
voorhanden heeft gehad;
3
hij
op of omstreeks 29 februari 2024 te Schiedam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 4 van de Wet wapens en
munitie, te weten een alarm- c.q. startpistool van het merk BBM
en/of voor dat vuurwapen geschikte munitie in de zin van art. 1 onder 4 van de Wet
wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de
Categorie III, te weten een knalpatroon van kaliber 8mm
voorhanden heeft gehad.