Strafrecht overig

Jeugdstrafrecht. Veroordeling van meerdere (poging tot) diefstallen met geweld en afpersingen en een…

Rechtbank Rotterdam, 23 juni 2026

Zaakgegevens

Op 23 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
23 juni 2026
Datum publicatie
5 augustus 2026
Zaaknummer
10.220159.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9599
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling van meerdere (poging tot) diefstallen met geweld en afpersingen en een bedreiging. Oplegging van een deels voorwaardelijke wekstraf met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden en een leerstraf. Gedeeltelijke toewijzing van schadevorderingen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10.220159.25

Datum uitspraak: 23 juni 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2010,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] [postcode] [woonplaats] ,

raadsman mr. A. Dogan, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 9 juni 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte zijn zeven strafbare feiten ten laste gelegd, te weten:

  • Feit 1: medeplegen van diefstal met geweld op 15 juni 2025 in Schiedam;

  • Feit 2: medeplegen van diefstal met geweld op 13 april 2025 in Schiedam;

  • Feit 3: medeplegen van afpersing op 13 april 2025 in Schiedam;

  • Feit 4: bedreiging met een mes op 20 maart 2025 in Schiedam;

  • Feit 5: medeplegen van diefstal met geweld op 15 oktober 2024 in Schiedam;

  • Feit 6: medeplegen van afpersing op 15 oktober 2024 in Schiedam;

  • Feit 7: poging medeplegen van diefstal met geweld op 11 oktober 2024 in Schiedam.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R. Planken heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van feit 1, met partiële vrijspraak van het medeplegen, en feiten 2 tot en met 7;

  • veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, dagbesteding, vrijetijdsbesteding en begeleiding door Chapter Next.

  • met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit de leerstraf TACT Regulier, voor de duur van 43 uren, met aftrek van het voorarrest, subsidiair 21 dagen vervangende jeugddetentie.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring feit 1, 2, 3, 5, 6 en 7

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met de opmerking dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het gebruiken van geweld, nu hij dit ontkent. De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 2 en 5. De verdachte heeft het plegen van de straatroven bekend, maar hij heeft ontkend dat hij hierbij geweld heeft gebruikt. De verdediging heeft zich daarom op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van deze feiten. Wat de feiten 3, 6 en 7 betreft, heeft de verdediging gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.1.2.

Beoordeling en conclusie

De feiten 1, 2, 3, 5, 6 en 7 zijn door de verdachte op zitting bekend. De rechtbank zal deze feiten bewezen verklaren, met dien verstande dat de verdachte onder feit 1:

- wordt vrijgesproken van medeplegen, nu uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat hij dit feit heeft gepleegd met een of meer anderen en

- wordt vrijgesproken van het slaan van aangever [slachtoffer 1] , nu de verdachte dit ontkent en de rechtbank niet wettig bewezen acht dat de verdachte de aangever heeft geslagen.

De door de verdediging ten aanzien van de feiten 2 en 5 zonder enige onderbouwing bepleite vrijspraak wordt verworpen. De verdachte heeft de dreiging met geweld bij het uitvoeren van deze straatroven bekend.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 5, 6 en 7 heeft gepleegd, op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage II als het gaat om feiten 1, 2, 3, 5 en 6 en op grond van de opgave van bewijsmiddelen opgenomen in bijlage III betreffende feit 7. Met de opgave van bewijsmiddelen van feit 7 wordt volstaan, nu de verdachte dit heeft bekend en hier geen vrijspraak van is bepleit. Hoewel de verdediging ook geen vrijspraak heeft bepleit van de feiten 3 en 6, heeft de rechtbank de inhoud van die bewijsmiddelen opgenomen, omdat er eendaadse samenloop is tussen de feiten 2 en 3 en de feiten 5 en 6.

4.2.

Bewezenverklaring feit 4

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van feit 4. De verdachte heeft iedere betrokkenheid bij de bedreiging met het mes ontkend en volgens de verdediging ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs. Er is geen objectief steunbewijs in de vorm van camerabeelden of een gevonden mes. De bewijsmiddelen bestaan uit verklaringen, die kritisch moeten worden beoordeeld nu die volgens de verdediging niet op elkaar aansluiten.

4.2.2.

Beoordeling en conclusie

Anders dan de verdediging acht de rechtbank, op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage II, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 4 heeft gepleegd. De rechtbank volstaat hier met verwijzing naar de inhoud van die bewijsmiddelen. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

4.3.

Bewezenverklaring

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij op 15 juni 2025 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten het Rubensplein,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een geldbedrag van € 140,00, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te zeggen: "Maak je zakken leeg. Doe snel, ik heb geen

tijd, anders ga ik jullie wantas geven" en

- die [slachtoffer 2] te fouilleren en

- in het gezicht van die [slachtoffer 1] te slaan en

- met die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] naar een pinautomaat te lopen en

- tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te zeggen dat zij geld moesten pinnen en

- op de knoppen van de pinautomaat te drukken en het geld uit de pinautomaat te

pakken;

2.

hij op 13 april 2025 te Schiedam
op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
twee jassen, twee een paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee een paar AirPods of soortgelijke oortjes, een powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] toebehoorden
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] te achtervolgen, en
- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op te wachten met een grote groep personen, en
- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg
rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met
jullie", en
- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] uit te trekken of af te
pakken, en
- die [slachtoffer 4] meermalen tegen het gezicht te slaan;

3.

hij op 13 april 2025 te Schiedam
op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van twee jassen,
twee een paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee een paar AirPods of soortgelijke oortjes, een powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] toebehoorden,
door
- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] te achtervolgen, en
- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op te wachten met een grote groep personen, en
- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg
rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met
jullie", en
- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] uit te trekken of af te
pakken, en
- die [slachtoffer 4] meermalen tegen het gezicht te slaan;

4
hij op 20 maart 2025 te Schiedam
[slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] meermalen een mes, althans een scherp en/of puntig
voorwerp, te tonen;

5

hij op 15 oktober 2024 te Schiedam
op of aan de openbare weg, te weten de Tuinlaan,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
een telefoon, een pasjeshouder (met inhoud) en/of een vape, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] , in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] , gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- meermalen die [slachtoffer 7] tegen het lichaam te duwen en
- die [slachtoffer 7] vast te pakken en
- die [slachtoffer 7] te fouilleren en daarbij een pasjeshouder weg te nemen en
- tegen die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] te zeggen dat zij hun telefoons en/of pincode
en/of vape moesten geven en
- die [slachtoffer 7] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen;

6
hij op 15 oktober 2024 te Schiedam
op of aan de openbare weg, te weten de Tuinlaan,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, een
pasjeshouder (met inhoud), een pincode en/of een vape, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of een derde
toebehoorde(n)
door
- meermalen die [slachtoffer 7] tegen het lichaam te duwen en
- die [slachtoffer 7] vast te pakken en
- die [slachtoffer 7] te fouilleren en daarbij een pasjeshouder weg te nemen en
- tegen die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] te zeggen dat zij hun telefoons en/of pincode
en/of vape moesten geven en
- die [slachtoffer 7] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen;

7

hij op 11 oktober 2024 te Schiedam
op of aan de openbare weg, te weten de Lange Nieuwstraat,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om een telefoon en/of een bankpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten dele aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of
zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, en te doen vergezellen en/of te doen
volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 9] , te plegen met
het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s)
aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- achter die [slachtoffer 9] aan is gerend en
- die [slachtoffer 9] heeft vastgepakt en
- tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd dat hij zijn telefoon en zijn bankpas moest geven
en
- die [slachtoffer 9] met een appel op het hoofd heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gepleegd op de openbare weg

De eendaadse samenloop van

Feit 2

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

Feit 3

afpersing, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 4

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling

De eendaadse samenloop van

Feit 5

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

Feit 6

afpersing, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 7

poging diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd op de openbare weg en gepleegd door twee of meer verenigde personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op veertien en vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan het plegen van een straatroof, het medeplegen van drie straatroven (waarbij het een daarvan bleef bij een poging) en bedreiging met een mes.

Bij de poging straatroof op 11 oktober 2024 heeft de verdachte samen met een medeverdachte een jongen proberen te beroven van zijn telefoon, door hem dreigend te benaderen, achter hem aan te rennen, om zijn telefoon en pincode te vragen, hem vast te pakken en hem met een appel op zijn hoofd te slaan. De diefstal is niet gelukt omdat de jongen werd gebeld door zijn vader, waarna de verdachte en de medeverdachte wegrenden. De jongen was erg geschrokken, had hierna last van pijn en is nog steeds bang om in het donker naar buiten te gaan.

Bij de straatroof op 15 oktober 2024 heeft de verdachte samen met drie medeverdachten een jongen aangesproken met de vraag wat hij bij zich heeft. Het slachtoffer werd geduwd en vastgehouden, waarbij zijn zakken werden leeggemaakt en zijn pasjeshouder met pasjes werd afgepakt. Een van de daders liet een mes zien, waarna het slachtoffer zijn telefoon heeft gegeven. De vriendin van de jongen heeft onder bedreiging haar vape aan de daders gegeven. De overval heeft grote impact op de jongen en zijn vriendin, die hierna allebei last hebben van angst.

Op 20 maart 2025 heeft de verdachte twee mannen bedreigd met een mes. De mannen kwamen een iPhone ophalen naar aanleiding van een Marktplaatsdeal. De verdachte vroeg hen om met hem mee te lopen. Op het moment dat een van de slachtoffers het niet helemaal vertrouwde, probeerde hij de verdachte tegen te houden en de politie te bellen. De verdachte heeft toen een mes uit zijn broeksband getrokken, waarop de slachtoffers achteruit gingen. Toen zij hem achterna liepen pakte hij op nieuw het mes en riep hij ‘kom dan’, waarna hij is weggerend.

Bij de straatroof op 13 april 2025 heeft de verdachte samen met een groep van ongeveer zeven anderen twee jongens beroofd van hun spullen. De verdachte heeft de jongens aangesproken en heeft hen opgejaagd door achter hen aan te rennen. Uiteindelijk werden de jongens ingehaald door twee medeverdachten op een fatbike, moesten zij een tas afgeven en meelopen naar een plek waar ze werden opgewacht door de groep. De jassen van de jongens werden uitgetrokken, zij moesten hun schoenen en zelfs een broek uitdoen en een ketting afdoen. Toen een van de slachtoffers dit weigerde werd hij geslagen door meerdere jongens in de groep.

Bij de straatroof op 15 juni 2025 heeft de verdachte twee jongens op straat aangesproken. Hij heeft gedreigd om de jongens te slaan als ze niet hun zakken leeg zouden halen. Hij heeft ze gedwongen om geld te pinnen en heeft tijdens het pinnen naast de jongens gestaan, waarbij hij het geldbedrag heeft ingetoetst op de geldautomaat en het gepinde bedrag heeft meegenomen.

Bij het plegen van deze feiten heeft de verdachte alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin en op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen voor de slachtoffers. De slachtoffers van de straatroven hebben tijdens de straatroof veel angst en stress ervaren. Zij zijn hun spullen kwijt en hun gevoel van veiligheid op straat is aangetast. In een geval was het voor het slachtoffer ook vernederend, omdat hij op straat zijn broek uit moest doen. Ook het dreigen met het mes heeft tot angst en onrust geleid. De strafbare feiten die de verdachte heeft gepleegd hebben bovendien niet alleen een enorme impact op de slachtoffers maar versterken ook de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

Uit de justitiële documentatie van 7 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportage en verklaring deskundige op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 juni 2026.

De Raad concludeert dat er zowel beschermende als risicofactoren in het leven van de verdachte zijn. Risicofactoren die de kans op herhaling van delictgedrag vergroten, zijn te vinden binnen de domeinen: school, agressie en vaardigheden. De verdachte heeft omgang met antisociale jongeren en beschikt niet altijd over de vaardigheden om zich goed te

reguleren. Beschermende factoren die de kans op delictgedrag kunnen verkleinen, zijn

vooral te vinden binnen de domeinen: gezin, vrije tijd, werk en relaties. De Raad meent dat het belangrijk is dat de verdachte zich blijft richten op het behalen van zijn diploma en zijn vrijetijdsbesteding leeftijdsadequaat besteedt, zodat hij uit de problemen blijft. Zijn ouders dienen hierop toe te zien en consequenties te verbinden aan eventueel negatief gedrag. Daarnaast vindt de Raad het belangrijk dat de verdachte gestimuleerd wordt om vaardigheden aan te leren en zijn emotie-regulatie te verbeteren. Hoewel dit al is opgelegd vanuit zijn schorsende voorwaarden, is dit bij De Waag niet gelukt omdat hij zelf geen hulpvraag heeft geformuleerd. De Raad concludeert ook dat toezicht vanuit de jeugdreclassering nodig blijft. De Raad vindt het belangrijk dat de verdachte inzicht geeft in zijn sociale contacten en dat hij het inzicht ontwikkelt om pro-sociale keuzes te maken.

De Raad adviseert een voorwaardelijke jeugddetentie. Terugkeer naar detentie wordt niet passend geacht, omdat dit zijn positieve ontwikkeling zou doorkruisen. De voorwaardelijke detentie fungeert als een stok achter de deur, zodat hij zich blijft inzetten om niet meer

met politie en justitie in aanraking te komen. Hierbij adviseert de Raad om bijzondere voorwaarden op te nemen, waaronder het beschikken over dagbesteding, een contactverbod met alle medeverdachten en slachtoffers en het meewerken aan begeleiding vanuit Chapter Next.

De Raad adviseert daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een leerstraf, te weten de gedragsinterventie TACt regulier. Deze training is gericht op het aanleren van sociale en cognitieve vaardigheden, zoals boosheidscontrole in verband met agressieproblemen. Dit sluit aan bij de behoefte om de verdachte te ondersteunen in zijn ontwikkeling en om de kans op herhaling van strafbaar gedrag te verkleinen.

Jeugdreclasseerder [persoon A] , werkzaam bij de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR), heeft op zitting toegelicht dat de verdachte zijn best doet om te veranderen. Hij doet het goed op school en heeft een positief studieadvies gekregen; hopelijk haalt hij in december zijn diploma. Hij komt een stuk minder in aanraking met de politie dan eerder. De verdachte voetbalt op hoog niveau en zet zich hier volledig voor in. De financiële zorgen in het gezin, die volgens de verdachte de aanleiding zijn geweest de feiten te plegen, zijn bij JBRR bekend en JBRR ondersteunt de ouders hierbij. Wat de behandeling bij de Waag betreft, klopt het dat er een intake is geweest maar de behandeling is niet doorgezet, omdat de verdachte ook begeleiding krijgt bij Chapter Next en de verdachte zelf heeft laten weten dat hij al hard aan emotie-regulatie werkt met zijn jongerencoach vanuit Chapter Next. De deskundige kan zich vinden in de voorwaarden die zijn geadviseerd door de Raad, maar licht desgevraagd toe dat de voorwaarden betreffende aanvullende behandeling én begeleiding vanuit Chapter Next samen wel zwaar zijn en op dit moment niet per sé nodig. De begeleiding vanuit Chapter Next is toereikend.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie, omdat de verdachte niet eerder is veroordeeld en voorts vanwege de proceshouding van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Hij heeft op zitting (bijna) alle feiten bekend en heeft verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen. Bovendien gaat het om oudere feiten van een tot anderhalf jaar geleden, waarna de verdachte een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het gaat beter op school, hij heeft een bijbaan, hij richt zich op een mogelijke voetbalcarrière en hij gaat – naar eigen zeggen – niet meer om met de jongens met wie hij de delicten heeft gepleegd. Een jeugddetentie zou de ontwikkeling van de verdachte niet ten goede komen.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden acht de rechtbank een jeugddetentie van zes maanden, zoals door de officier gevorderd, een te zware stok achter de deur die – gelet op de positieve ontwikkelingen – niet nodig wordt geacht.

De rechtbank ziet aanleiding om een taakstraf op te leggen in de vorm van de leerstraf TACt Regulier en een voorwaardelijke werkstraf met aftrek van het voorarrest. De leerstraf kan de verdachte verder helpen met vaardigheden om zijn emoties te reguleren. De voorwaardelijke werkstraf is bedoeld om de begeleiding vanuit Chapter Next te laten doorlopen en om de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

8.1.

Vordering [slachtoffer 3]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer 3] , ter zake van feit 2. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 148,99 aan materiële schade (voor JBL-oortjes), vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.1.

Standpunt officier van justitie en verdediging

Zowel de officier als de verdediging verzoeken om het bedrag toe te wijzen.

8.1.2.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door feit 2 rechtstreeks materiële schade is toegebracht, de gevorderde schadevergoeding de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend, samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank zal bepalen dat het te vergoeden schadebedrag wordt vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 april 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.1.3.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 148,99, vermeerderd met wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8.2.

Vordering [slachtoffer 7]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer 7] , ter zake van feiten 5 en 6. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 430,00 aan materiële schade (voor een OV-chipkaart, bankpas, ID-kaart en telefoon) en een bedrag – door de rechtbank te bepalen – aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.1.

Standpunt officier van justitie

De officier verzoekt om de vordering voor betreffende het bedrag aan materiële schade toe te wijzen, nu dit voldoende is onderbouwd met facturen, en de vordering voor wat de immateriële schade betreft niet-ontvankelijk te verklaren, nu deze schade onvoldoende is onderbouwd.

8.2.2.

Standpunt verdediging

De verdediging verzet zich niet tegen toewijzing. De verdachte heeft deze feiten bekend en het gevorderde bedrag is niet onredelijk.

8.2.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de feiten 5 en 6 rechtstreeks materiële schade is toegebracht, het gevorderde bedrag van € 430,00 de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering betreffende de materiële schade worden toegewezen.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij voor betreffende het verzoek om vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu hij dit deel van de vordering onvoldoende heeft onderbouwd. De benadeelde partij heeft toegelicht dat hij maanden bang is geweest, paniekgevoelens heeft gehad en ontslag heeft genomen bij zijn werk. De benadeelde partij heeft echter geen bewijsstukken ingediend waaruit blijkt dat er een aantasting in de persoon in de zin van artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek is geweest. Bovendien heeft de benadeelde partij de schade niet concreet geduid door een bedrag te noemen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor betreffende de vordering van vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren.

Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend, samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank zal bepalen dat het te vergoeden schadebedrag wordt vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 oktober 2024.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken

8.2.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 430,00, vermeerderd met wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8.3.

Vordering [slachtoffer 5]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer 5] , ter zake van feit 4. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.000,00 aan materiële schade en een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3.1.

Standpunt officier van justitie

De officier verzoekt om de vordering betreffende het bedrag aan materiële schade af te wijzen. De benadeelde partij zegt dat hij een paar dagen voor de bedreiging is opgelicht voor € 1.000,00, maar dit staat niet in verband met het strafbare feit. De officier verzoekt om de vordering inzake het bedrag aan immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren. Voor een bedreiging wordt immateriële schade niet zonder meer vergoed. Die schade moet voldoende worden onderbouwd en dat is hier niet het geval, aldus de officier.

8.3.2.

Standpunt verdediging

De verdediging verzoekt primair om afwijzing en subsidiair om niet-ontvankelijkverklaring van de vordering, nu deze onvoldoende is onderbouwd.

8.3.3.

Beoordeling

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het bedrag van

€ 1.000,00 aan materiële schade moet worden afgewezen. Dit bedrag houdt geen verband met feit 4. Volgens het verzoek tot schadevergoeding ziet dit bedrag op een iPhone. Uit de aangifte van [slachtoffer 5] blijkt dat hij een paar dagen voor het voorval is opgelicht via Marktplaats, omdat hij voor € 1.000,00 een namaak iPhone had gekocht. Hieruit volgt niet dat die aankoop op enige wijze in verband staat met de afspraak met de verdachte en de hierop volgende bedreiging. De korte toelichting van de benadeelde partij op zijn verzoek tot schadevergoeding maakt dit niet anders.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de vordering betreffende het bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Hoewel het niet ondenkbaar is dat er na een dreigement met een mes sprake is van persoonsaantasting in de zin van artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek, op grond waarvan immateriële schade kan ontstaan en worden gevorderd, is in dit geval die persoonsaantasting onvoldoende onderbouwd. Met de enkele vermelding dat de benadeelde partij angstig is als hij naar buiten gaat en hij de confrontatie met het mes niet kan vergeten, acht de rechtbank het verzoek onvoldoende gemotiveerd.

8.3.4.

Conclusie

De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij. Eventuele gemaakte proceskosten dienen de benadeelde partij en de verdachte zelf te betalen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 45, 47, 55, 56, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 285, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 7, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 35 (vijfendertig) uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject TACt Regulier;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 112 (honderdtwaalf) uren te verrichten werkstraf resteren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 56 (zesenvijftig) dagen;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 17 (zeventien) dagen;

bepaalt dat deze werkstraf groot 112 (honderdtwaalf) uur, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • zich gedurende een door de gecertificeerde instelling te bepalen periode en op door de gecertificeerde instelling te bepalen tijdstippen zal melden, zo vaak en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;

  • beschikt over een vorm van dagbesteding zoals onderwijs, stage en/of een bijbaan en zich houdt aan de daar geldende afspraken;

  • zich inzet voor het verkrijgen en behouden van een positieve vorm van vrijetijdsbesteding in de vorm van bijvoorbeeld sport;

  • meewerkt met de begeleiding vanuit Chapter Next of een soortgelijke instelling.

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

  • de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zo lang als de jeugd/reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , te betalen een bedrag van € 148,99 (zegge: honderdachtenveertig euro en negenennegentig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] , te betalen een bedrag van € 430,00 (zegge: vierhonderddertig), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst af de vordering tot vergoeding van de materiële schade van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 7] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat de verdachte en de benadeelde partij [slachtoffer 5] betreffende diens vordering ieder hun eigen proceskosten dragen;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] te betalen € 148,99 (hoofdsom, zegge: honderdachtenveertig euro en negenennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 april 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 7] te betalen € 430,00 (hoofdsom, zegge: vierhonderddertig), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Verweij, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. P.C. Tuinenburg en S. Putting, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juni 2026.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij op 15 juni 2025 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten het Rubensplein,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een geldbedrag van € 140,00, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te zeggen: "Maak je zakken leeg. Doe snel, ik heb geen

tijd, anders ga ik jullie wantas geven" en

- die [slachtoffer 2] te fouilleren en

- in het gezicht van die [slachtoffer 1] te slaan en

- met die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] naar een pinautomaat te lopen en

- tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te zeggen dat zij geld moesten pinnen en

- op de knoppen van de pinautomaat te drukken en het geld uit de pinautomaat te

pakken;

2

hij op 13 april 2025 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

twee jassen, twee paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee paar AirPods,

een powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan [slachtoffer 3]

en [slachtoffer 4] toebehoorden

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] te achtervolgen, en

- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op te wachten met een grote groep personen, en

- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg

rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met

jullie", en

- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] uit te trekken of af te

pakken, en

- die [slachtoffer 4] meermalen tegen het gezicht te slaan;

3

hij op 13 april 2025 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Nassaulaan en de Warande,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van twee jassen,

twee paar schoenen, een broek, een ketting, een tas, twee paar AirPods, een

powerbank, een bankpas en een ID-kaart, in elk geval enig goed, die aan die [slachtoffer 3]

en [slachtoffer 4] toebehoorden,

door

- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] te achtervolgen, en

- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op te wachten met een grote groep personen, en

- die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen: "Als jullie weg

rennen, steken we jullie neer" en "Doe al je spullen uit, anders gebeurt er wat met

jullie", en

- de jassen en schoenen van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] uit te trekken of af te

pakken, en

- die [slachtoffer 4] meermalen tegen het gezicht te slaan;

4

hij op 20 maart 2025 te Schiedam

[slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] meermalen een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, te tonen;

5

hij op 15 oktober 2024 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Tuinlaan,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

een telefoon, een pasjeshouder (met inhoud) en/of een vape, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] , in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl

deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- meermalen die [slachtoffer 7] tegen het lichaam te duwen en

- die [slachtoffer 7] vast te pakken en

- die [slachtoffer 7] te fouilleren en daarbij een pasjeshouder weg te nemen en

- tegen die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] te zeggen dat zij hun telefoons en/of pincode

en/of vape moesten geven en

- die [slachtoffer 7] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen;

6

hij op 15 oktober 2024 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Tuinlaan,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, een

pasjeshouder (met inhoud), een pincode en/of een vape, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of een derde

toebehoorde(n)

door

- meermalen die [slachtoffer 7] tegen het lichaam te duwen en

- die [slachtoffer 7] vast te pakken en

- die [slachtoffer 7] te fouilleren en daarbij een pasjeshouder weg te nemen en

- tegen die [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] te zeggen dat zij hun telefoons en/of pincode

en/of vape moesten geven en

- die [slachtoffer 7] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen;

7

hij op 11 oktober 2024 te Schiedam

op of aan de openbare weg, te weten de Lange Nieuwstraat,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om een telefoon en/of een bankpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel

of ten dele aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich

wederrechtelijk toe te eigenen

en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen

volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 9] , te plegen met

het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te

maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s)

aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- achter die [slachtoffer 9] aan is gerend en

- die [slachtoffer 9] heeft vastgepakt en

- tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd dat hij zijn telefoon en zijn bankpas moest geven

en

- die [slachtoffer 9] met een appel op het hoofd heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.