Strafrecht overig

De verdachte heeft meerdere jaren deelgenomen aan een criminele organisatie. De organisatie wist door…

Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2026

Zaakgegevens

Op 8 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
8 juli 2026
Datum publicatie
5 augustus 2026
Zaaknummer
83.099326.22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9656
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte heeft meerdere jaren deelgenomen aan een criminele organisatie. De organisatie wist door misleiding hoge gokwinsten te behalen bij online casino’s. De verdachte wordt een taakstraf van 150 uur met aftrek opgelegd. De rechtbank volgt de procesafspraken die het Openbaar Ministerie, de verdediging en de verdachte met elkaar hebben gemaakt. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:9658

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 83.099326.22

Datum uitspraak: 8 juli 2026

Datum zitting: 24 juni 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] in [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. J.J.J. Zwaan

Officier van justitie: mr. H.C. Vermaseren

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 november 2013 tot en met 27 januari 2020 te Utrecht en/of Nunspeet en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten

(onder andere) hem, verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meerdere andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- valselijk opmaken reisdocumenten (artikel 231 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht) en/of

- valsheid in geschrifte (artikel 225 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht) en/of

- ( gewoonte)witwassen (artikel 420bis jo. 420ter Wetboek van Strafrecht).

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft geen verweren gevoerd.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

Bewezen is dat

hij op in de periode van 14 november 2013 tot en met 27 januari 2020 te Utrecht en/of Nunspeet en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten

(onder andere) hem, verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meerdere andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- valselijk opmaken reisdocumenten (artikel 231 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht) en

- valsheid in geschrifte (artikel 225 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht) en

- ( gewoonte)witwassen (artikel 420bis jo. 420ter Wetboek van Strafrecht).

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert op het volgende strafbare feit:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

3.2.

Strafbaarheid van het feit

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1.

Procesafspraken

De verdachte en het Openbaar Ministerie hebben procesafspraken gemaakt. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming hiervan. Tijdens de zitting zijn de gemaakte afspraken met de verdachte en zijn raadsman besproken. Op vragen van de rechtbank heeft de verdachte geantwoord dat hij de gemaakte procesafspraken begrijpt, dat hij het inhoudelijk eens is met die afspraken en dat hij zich bewust is van de consequenties van die afspraken. De rechtbank heeft tijdens de bespreking benadrukt dat de rechtbank niet is gebonden aan die afspraken en dat de verdachte jegens de rechtbank dus niet is gehouden tot naleving van de gemaakte overeenkomst met het Openbaar Ministerie.

Mede op grond van de bespreking van de procesafspraken ter zitting, is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat de verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen van de gemaakte afspraken, gekomen is tot de ondubbelzinnige beslissing om akkoord te gaan met het afdoeningsvoorstel. Ook overigens is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een eerlijk proces en wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt.

4.2.

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat aan de verdachte wordt opgelegd een taakstraf van 150 uur met aftrek van 3 dagen voorarrest. Dan resteert een taakstraf van 144 uur, te vervangen door 72 dagen hechtenis.

4.3.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de eis van de officier van justitie te volgen.

4.4.

Oordeel van de rechtbank

4.4.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich meerdere jaren deelgenomen aan een criminele organisatie. De organisatie wist door misleiding hoge gokwinsten te behalen bij online casino’s. Er werden met valse identiteiten online Paysafe rekeningen geopend en met diezelfde valse identiteiten speelaccounts aangemaakt bij online casino’s. De gokwinsten werden door de casino’s uitgekeerd op de Paysafe rekeningen, waarna deze via debitkaarten werden opgenomen. De misdrijven die door de criminele organisatie zijn gepleegd zijn puur uit financieel belang voortgekomen. De organisatie heeft jaren bestaan en heeft miljoenen verdiend. De verdachte heeft meerdere jaren actief deelgenomen aan het online gokken, maar hij heeft ook personen ingeschreven bij casino’s en hij liet weleens gokwinsten uitbetalen. De verdachte is daarmee een schakel geweest in deze criminele organisatie en heeft hier ook voordeel uit genoten.

4.4.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De persoon van de verdachte, zijn gezinsomstandigheden, wonen en werken zijn ter zitting aan de orde gekomen.

4.4.3.

Oplegging straf

Gelet op de aard en ernst van het strafbare feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend. De overeengekomen straf is lager dan in min of meer vergelijkbare zaken zou worden opgelegd, maar de straf staat in een redelijke verhouding tot de ernst van de verdenking. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de meewerkende proceshouding van de verdachte en het tijdsverloop van de zaak. De gemaakte procesafspraken maken een efficiënte afdoening en voortvarende behandeling van de zaak mogelijk.

Alles afwegend acht de rechtbank de door partijen overeengekomen straf in dit geval passend en geboden.

5 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d en 140 van het Wetboek van Strafrecht.

6 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 144 (honderdvierenveertig) uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 72 (tweeënzeventig) dagen.

7 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,

en mrs. J.J. Bade en A.C.M. Klaasse, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 8 juli 2026.

Mr. A.C.M. Klaasse is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.