Strafrecht overig

De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan het vervoeren van cocaïne. Hoewel…

Rechtbank Rotterdam, 24 juli 2026

Zaakgegevens

Op 24 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
24 juli 2026
Datum publicatie
10 augustus 2026
Zaaknummer
10-093025-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9787
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan het vervoeren van cocaïne. Hoewel de verdachte ontkent dat hij wist dat om cocaïne ging, stelt de rechtbank vast dat hij geen enkel onderzoek heeft gedaan naar de inhoud van de tassen en de medeverdachte hierover ook geen vragen heeft gesteld. De rechtbank acht daarom bewezen, mede gelet op zijn strafblad, dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld. De verdachte wordt veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-093025-26

Datum uitspraak: 24 juli 2026

Datum zitting: 10 juli 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. H. Raza

Officier van justitie: mr. S. Stein

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan het vervoeren van cocaïne. Hoewel de verdachte ontkent dat hij wist dat om cocaïne ging, stelt de rechtbank vast dat hij geen enkel onderzoek heeft gedaan naar de inhoud van de tassen en de medeverdachte hierover ook geen vragen heeft gesteld. De rechtbank acht daarom bewezen, mede gelet op zijn strafblad, dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld. De verdachte wordt veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met anderen cocaïne heeft vervoerd.

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:

hij op of omstreeks 27 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 9232 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2 Bewijs

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het vervoeren van (netto) ongeveer 8 kilo cocaïne.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De bij dit standpunt aangevoerde gronden zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op 27 maart 2026 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de in paragraaf 2.3.2 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de in paragraaf 2.3.3 opgenomen bewijsmotivering.

2.3.2.

Bewijsmiddelen

1. Verklaring van de verdachte

Op 27 maart 2026 heeft [medeverdachte] aan mij gevraagd om twee tassen in mijn fietstassen te bewaren. Ik ben een stukje gaan lopen en ik werd vervolgens op de Schiekade in Rotterdam aangehouden.

2. Proces-verbaal van de politie

Op 27 maart 2026 was ik, verbalisant [naam 1] , aan het werk in de Agniesebuurt in Rotterdam. Ik zag een man, naar alle waarschijnlijkheid komend uit een auto die even kort stopte, met een rode bigshopper lopen. Dit bleek later de medeverdachte [medeverdachte] te zijn. Hij liep de Schout Heynrichtstraat in. Hij stond even stil en keek druk om zich heen. Ik kreeg de indruk dat hij iets te verbergen had. [medeverdachte] liep naar een man die daar in de straat stond met een fiets met fietstassen. Dit bleek later de verdachte [verdachte] te zijn. [medeverdachte] maakte kort contact met [verdachte] . Zij keken allebei veel naar mij. Ik besloot dichterbij te gaan staan. Ik hoorde dat [medeverdachte] met gedempte stem aan [verdachte] vroeg: “zou dat de politie zijn”? [verdachte] reageerde: “nee man ga door”. Ik zag dat [verdachte] met zijn fiets achter een grote bloembak probeerde te gaan staan om te verhullen dat er iets zou worden overgedragen. De bloembak was niet groot genoeg om de gehele fiets en fietstas te verhullen. [medeverdachte] ging met de rode bigshopper naast hem staan. Ik zag vervolgens dat er rechthoekige gesealde blokken vanuit de rode bigshopper in de fietstassen werd gestopt. Mij is ambtshalve bekend dat kilo-pakketten verdovende middelen, vaak geseald worden aangeboden. De rode bigshopper, met vermoedelijk nog meer gesealde pakketten, werd met kracht in de andere fietstas geduwd. Ik zag dat [medeverdachte] en [verdachte] ten tijde van deze overdracht, voortdurend schichtig om zich heen keken. [medeverdachte] liep weg over de Schout Heynrichtstraat richting de Banierstraat alwaar hij door een collega van mij is aangehouden. [verdachte] fietste weg in de richting van de Schiekade. Ik heb [verdachte] vervolgens aangehouden. Politieagent [naam 2] gaf aan dat hij blokken vermoedelijk harddrugs aantrof in de fietstassen.

3. Proces-verbaal van de politie

Ik, verbalisant [naam 3] , verklaar dat ik de vermoedelijke verdovende middelen die aangetroffen waren in een fietstas heb gewogen. In deze fietstas zaten twee plastic tassen, 1 rode en 1 blauwe. In totaal zijn er 8 gesealde blokken in beslag genomen. De blokken hadden in totaal een gewicht van 9232 gram, inclusief verpakking.

4. Kennisgeving van inbeslagneming

Onder de verdachte [verdachte] is 1 stuks verdovende middelen dat is aangetroffen in een blauwe tas in de fietstas in beslag genomen met het goednummer [beslagnummer 1] .

5. Kennisgeving van inbeslagneming

Onder de verdachte [verdachte] is 1 stuks verdovende middelen dat is aangetroffen in een rode tas in de fietstas in beslag genomen met het goednummer [beslagnummer 5] .

6. Kennisgeving van inbeslagneming

Onder de verdachte [verdachte] is 1 stuks verdovende middelen dat is aangetroffen in een rode tas in de fietstas in beslag genomen met het goednummer [beslagnummer 2] .

7. Kennisgeving van inbeslagneming

Onder de verdachte [verdachte] is 1 stuks verdovende middelen dat is aangetroffen in een blauwe tas in de fietstas in beslag genomen met het goednummer [beslagnummer 3] .

8. Kennisgeving van inbeslagneming

Onder de verdachte [verdachte] is 1 stuks verdovende middelen dat is aangetroffen in een blauwe tas in de fietstas in beslag genomen met het goednummer [beslagnummer 4] .

9. Proces-verbaal van de politie

Wij, verbalisanten, [naam 4] en [naam 5] , hebben op 14 april 2026 forensisch onderzoek verricht aan de onderstaande items.

SIN/UVN: AASZ4814NL

BVH Goednummer: [beslagnummer 1]

Object omschrijving: Een rechthoekig blok omwikkeld met zwarte tape, verpakt in een

vacuümzak, met daarin wit samengeperst materiaal.

SIN/UVN: AASZ4815NL

BVH Goednummer: [beslagnummer 5]

Object omschrijving: Een rechthoekig blok omwikkeld met zwarte tape, verpakt in een

vacuümzak, met daarin wit samengeperst materiaal.

SIN/UVN: AASZ4816NL

BVH Goednummer: [beslagnummer 2]

Object omschrijving: Een rechthoekig blok, omwikkeld met zwarte tape en een vacuümzak, met daarin wit samengeperst materiaal.

SIN/UVN: AASZ4817NL

BVH Goednummer: [beslagnummer 3]

Object omschrijving: Een rechthoekig blok omwikkeld met zwarte tape (deels geopend) verpakt in een vacuümzak, met daarin wit samengeperst materiaal.

SIN/UVN: AASZ4818NL

BVH Goednummer: [beslagnummer 4]

Object omschrijving: Een rechthoekig blok omwikkeld met zwarte tape, verpakt in een vacuümzak, met daarin wit samengeperst materiaal.

10. Deskundigenverslag

Kenmerk: AASZ4814NL

Omschrijving: blok(ken), wit, uit 1003 gram

Conclusie: bevat cocaïne

11. Deskundigenverslag

Kenmerk: AASZ4815NL

Omschrijving: blok(ken), wit, uit 1002 gramConclusie: bevat cocaïne

12. Deskundigenverslag

Kenmerk: AASZ4816NL

Omschrijving: blok(ken), wit, uit 1002 gram

Conclusie: bevat cocaïne

13. Deskundigenverslag

Kenmerk: AASZ4817NL

Omschrijving: blok(ken), wit, uit 994,4 gram

Conclusie: bevat cocaïne

14. Deskundigenverslag

Kenmerk: AASZ4818NL

Omschrijving: blok(ken), wit, uit 984,7 gram

Conclusie: bevat cocaïne

2.3.3.

Bewijsmotivering

De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat er cocaïne zat in de tassen die hem naar zijn zeggen slechts tijdelijk in bewaring werden gegeven. De raadsman heeft aangevoerd dat geen sprake is van opzettelijk handelen, ook niet in voorwaardelijke zin, en dat daarom vrijspraak dient te volgen. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt in dat verband als volgt.

Hoewel uit de bewijsmiddelen niet rechtstreeks kan worden afgeleid dat de verdachte wetenschap moet hebben gehad van de aard van de middelen die hij in de fietstassen vervoerde, stelt de rechtbank vast dat hij in elk geval bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het om cocaïne ging. Zij overweegt in dit verband dat door een verbalisant werd geobserveerd dat de verdachte samen met de medeverdachte gesealde blokken overpakte in zijn fietstassen en dat ze daarbij voortdurend schichtig om zich heenkeken. Uit de verklaring van de verdachte blijkt niet dat hij enig onderzoek heeft gedaan naar de inhoud van de tassen of hierbij vragen heeft gesteld. De partij cocaïne vertegenwoordigt een aanzienlijke waarde, zodat de rechtbank de bewering van de verdachte dat deze hem zonder enige informatie zomaar werd toevertrouwd, niet aannemelijk acht. De rechtbank betrekt daarbij ook de omstandigheid dat de verdachte eerder tot een forse gevangenisstraf is veroordeeld voor een drugsdelict en daarom minder naïef moet worden geacht dan hij in zijn verklaring doet voorkomen. Het tenlastegelegde kan daarom wettig en overtuigend worden bewezen.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

3.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de gezondheidsproblemen van de verdachte en met de geringe mate van verwijtbaarheid, die meer neigt naar schuld dan naar opzet.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft op straat samen de medeverdachte een partij cocaïne overgepakt in zijn fietstassen en daarna verder vervoerd. De rechtbank kan niet vaststellen wat de exacte hoeveelheid is geweest van de partij cocaïne, maar gaat er op basis van de geteste blokken vanuit dat het om minimaal 5 kilo ging. Het is algemeen bekend dat de handel in cocaïne gepaard gaat met veel andere vormen van (zware) criminaliteit, waaronder het gebruik van geweld en ondermijning. In de wijk waar de verdachte is aangehouden is sprake van toenemende drugsgerelateerde overlast. Harddrugs zijn ook slecht voor de volksgezondheid. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van die negatieve effecten.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 10 juni 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbare feit. Omdat dit feit langer dan 5 jaar geleden is gepleegd, zal de rechtbank dit niet in strafverzwarende zin meewegen bij bepaling van de strafmaat.

In het reclasseringsrapport van 8 juli 2026 staat kort samengevat het volgende. Bij de verdachte is mogelijk sprake is van een beperkt probleemoplossend vermogen. Zo heeft hij geen inzicht in zijn financiële situatie en ontbreekt het aan een structurele dagbesteding. De reclassering signaleert wel risico’s, maar niet zodanig dat reclasseringsbemoeienis nodig is. Het gevaar op herhaling wordt ingeschat als laag tot gemiddeld.

Op de zitting is gebleken dat de verdachte kampt met gezondheidsproblemen en zorgen heeft over de psychische gesteldheid van zijn partner.

4.3.3.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf passend en noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die eerder door rechtbanken in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Het uitgangspunt voor het vervoeren van een hoeveelheid harddrugs tussen 4 en 5 kilo is een gevangenisstraf van 20 maanden. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte reden om hier in matigende zin enigszins vanaf te wijken, maar stelt ook vast dat de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en ook geen inzicht heeft gegeven in zijn motieven hierbij. Om die reden wordt geen aanleiding gezien voor een voorwaardelijk strafdeel en zal de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van 18 maanden.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

6 Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf 18 (achttien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

7 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.C. van Vuren, voorzitter,

en mrs. J.M.L. van Mulbregt en M.E. Vos, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 juli 2026.

Mr. Van Vuren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met registratienummer [nummer-proces-verbaal] . Verklaard tijdens de zitting van 10 juli 2026. Pagina’s 10 tot en met 26. Pagina 34. Pagina 68 en 69; proces-verbaal voorgeleiding op eindproces-verbaal. Pagina’s 148 en 149. Pagina 147. Pagina 146. Pagina 68 en 69; proces-verbaal voorgeleiding op eindproces-verbaal. Pagina’s 127 tot en met 131. Zaaknummer [dossiernummer] (aanvraag 005). Zaaknummer [dossiernummer] (aanvraag 003). Zaaknummer [dossiernummer] (aanvraag 001). Zaaknummer [dossiernummer] (aanvraag 002). Zaaknummer [dossiernummer] (aanvraag 004).