Strafrecht overig
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetverkrachting met bedreiging en geweld. De verdachte wordt…
Rechtbank Rotterdam, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9990 · Rechtbank Rotterdam · 17 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-9990
Zaakgegevens
Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Datum publicatie
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10-018377-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9990
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetverkrachting met bedreiging en geweld. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van voorarrest. Ook worden de 38z-maatregel en de 38v-maatregel opgelegd, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor een periode van 5 jaar. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-018377-26
Datum uitspraak: 17 juli 2026
Datum zitting: 3 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1987 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam PI] , [locatie] .
Advocaat van de verdachte: mr. R.S. Boonstra
Officier van justitie: mr. M.J.W. van Breukelen
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. C.F. Herrera Villagomez
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetverkrachting met bedreiging en geweld. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van voorarrest. Ook worden de 38z-maatregel en de 38v-maatregel opgelegd, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor een periode van 5 jaar. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich – samengevat – schuldig heeft gemaakt aan opzetverkrachting met dwang, geweld of bedreiging.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:
op of omstreeks 28 oktober 2025 te [plaats] met een persoon, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, door
- zich te laten pijpen door die [slachtoffer] en
- die [slachtoffer] haar eigen vagina te laten betasten en
- zijn anus te laten betasten door die [slachtoffer] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- die [slachtoffer] meermalen te slaan en
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat ze hem moest pijpen, anders zou hij haar vermoorden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetverkrachting, vergezeld van en gevolgd door geweld en bedreiging. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring van [aangeefster]
Het gebeurde op 28 oktober 2025 in mijn woning in [plaats] . Toen ik de deur dicht wilde doen, draaide hij zich om en heeft hij mij hard geslagen en kreeg ik een black out. Ik kan mij nog herinneren dat hij de deur hard dichtgooide en dat hij schreeuwde dat hij mij ging vermoorden. Hij begon mij te schoppen tegen mijn rug en mijn ribben. Hij bleef schreeuwen dat hij mij ging vermoorden. Hij zei ook nog dat ik hem moest pijpen en dat hij mij sowieso ging vermoorden. Toen ik daar mee bezig was, bleef hij tegen mij
schreeuwen. Ik moest blijven waar ik was en toen begon hij mij weer te slaan. Ik moest ook mijn broek uittrekken en mijzelf bevredigen, ondertussen moest ik hem blijven pijpen. Ook waar mijn zoon bij was, heeft die man gezegd dat hij ons zou vermoorden. Ik moest mijn tong in zijn anus stoppen, maar hiervoor heb ik mijn vinger nat gemaakt en in zijn anus gestopt. Ik moest ook zijn zaad doorslikken. Het liep uit mijn mond op mijn T-shirt aan de voorkant. Toen ik mijn mond had gespoeld, heb ik ook mijn mond aan mijn T-shirt afgedroogd.
2. Proces-verbaal van de politie
Wij zagen dat [slachtoffer] blauw paarse verkleuringen had op haar oor, rondom haar kaak en haar voorhoofd. Vervolgens hoorden wij dat [slachtoffer] zei dat de man zijn broek naar beneden zou hebben getrokken en had gezegd: "suck my dick". Toen [slachtoffer] vroeg waarom zij dit moest doen, vertelde ze dat hij zei: "doesn't matter, if you don't I kill you and your son".
Wij zagen dat [slachtoffer] geëmotioneerd was tijdens het praten over dit incident. Wij hoorden haar ook zeggen dat zij ontzettend bang is voor deze man. Wij merken ook aan haar dat zij angstig is voor de man.
3. Medische rapportage betreffende [slachtoffer]
A: uitwendig waargenomen letsel:
- oud hematoom achter li.oor & li.hals
- lichte hematoom verkleuring.
- drukpijn re bil ISI
- re thoracaal fase drukpijn
Sprake van uitwendig bloedverlies?
- wel hematomen
B. Is er vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel?
- wel hematoom
C. Psychische stoornissen? Ja, angst problematiek
Datum waarop persoon werd onderzocht: 31 oktober 2025
4. Deskundigenverslag
Broek [nummer 1]
De broek is aan de gehele buitenzijde met een forensische lichtbron en de zure fosfatasetest onderzocht op de aanwezigheid van sperma(vloeistof). Hierbij zijn meerdere oplichtende sporen aangetroffen, waarvan er drie (op de tailleband, ter hoogte van het rechter bovenbeen en ter hoogte van de rechterknie) een positief testresultaat hebben gegeven met de zure fosfatasetest. Twee van deze sporen zijn geselecteerd, uitgeknipt en als #01 en #02 veiliggesteld voor een nader onderzoek naar de aanwezigheid van sperma(vloeistof) en voor een DNA-onderzoek.
Shirt [nummer 2]
Het shirt is aan de gehele buitenzijde met een forensische lichtbron en de zure fosfatasetest onderzocht op de aanwezigheid van sperma(vloeistof). Hierbij zijn meerdere oplichtende sporen aangetroffen, waarvan er enkele op de voorzijde en één op de achterzijde/zijkant een positief testresultaat hebben gegeven met de zure fosfatasetest. Twee oplichtende sporen, aan de buitenzijde ter hoogte van de buik (#01) en op de achterzijde/zijkant (#02),
[nummer 3] (linker voorzijde van de tailleband aan de buitenzijde)
Dit DNA-mengprofiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [verdachte] en [slachtoffer] , dan wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer] en een willekeurige onbekende persoon.
[nummer 4] (buitenzijde ter hoogte van de buik)
Op basis van de resultaten van het onderzoek naar de aanwezigheid van sperma en het vergelijkend DNA-onderzoek is geconcludeerd dat deze bemonstering sperma bevat dat afkomstig kan zijn van [verdachte] .
Dit DNA-mengprofiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering sperma bevat van [verdachte] en celmateriaal bevat van [slachtoffer] , dan wanneer de bemonstering celmateriaal bevat van [slachtoffer] en sperma bevat van een willekeurige onbekende persoon.
Bewijsmotivering
De rechtbank vindt de verklaring van [aangeefster] geloofwaardig. Zij verklaart gedetailleerd en consistent als het gaat over de seksuele handelingen en de geweldshandeling zoals die hebben plaatsgevonden en er is voldoende steunbewijs voor haar verklaring. Verbalisanten hebben aangeefster één dag na het incident zichtbaar geëmotioneerd en angstig voor de man die haar dat had aangedaan aangetroffen en letsel bij haar gezien. Dit letsel van aangeefster wordt ook geconstateerd door de huisarts. Dit letsel past ook bij wat aangeefster heeft verklaard over welke geweldshandelingen er hebben plaatsgevonden. Daarnaast zijn er spermasporen van de verdachte op het T-shirt en de broek van aangeefster aangetroffen. Deze kledingstukken zijn direct nadat verbalisanten ter plaatse zijn gekomen door hen meegenomen, omdat daar mogelijk sperma van de man op zou zitten. Die combinatie maakt dat er wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte aangeefster heeft verkracht met geweld en bedreiging en geweld.
Het alternatieve scenario van de verdediging vindt de rechtbank niet aannemelijk. De verdachte heeft gedurende het onderzoek wisselend verklaard. De verdachte heeft pas in een later stadium en pas nadat hij werd geconfronteerd met zijn aangetroffen DNA-materiaal op de in de woning van aangeefster aangetroffen kleding, aanvankelijk verklaard dat hij zich jaren geleden (hij denkt 3 à 4 jaar) een keer heeft laten pijpen door een andere vrouw.
Later, bij de rechter-commissaris, is hij met een verklaring gekomen dat hij in de maand september 2025 seks zou hebben gehad met onbekende vrouwen op een seksfeestje. Hij zou zijn geslachtsdeel, nadat hij was klaargekomen, hebben afgeveegd aan een willekeurig T-shirt dat in de kamer hing.
Nog los van het feit dat deze verklaring niet controleerbaar of verifieerbaar is, geeft deze ook geen opheldering voor de aanwezigheid van het DNA en sperma van de verdachte op de kleding in de woning van de aangeefster. Ook gelet op de overige inhoud van het dossier vindt de rechtbank de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
op 28 oktober 2025 te [plaats] met een persoon, te weten [slachtoffer] seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, door
- zich te laten pijpen door die [slachtoffer] en
- die [slachtoffer] haar eigen vagina te laten betasten en
- zijn anus te laten betasten door die [slachtoffer] ,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd vergezeld van en gevolgd door geweld en bedreiging, door
- die [slachtoffer] meermalen te slaan en
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat ze hem moest pijpen, anders zou hij haar vermoorden.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
gekwalificeerde opzetverkrachting.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf en maatregelen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar met aftrek en met oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (38z Sr). Ook is gevorderd om de vrijheidsbeperkende maatregel (38v Sr) voor een periode van 5 jaar op te leggen, inhoudende een contactverbod met het [slachtoffer] en een locatieverbod voor de omgeving waarin het slachtoffer woont met een straal daaromheen van 10 meter.
Standpunt van de verdediging
Vanwege de bepleite vrijspraak is verzocht om geen straf op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting, vergezeld en gevolgd door bedreiging en geweld. De verdachte is de woning van het slachtoffer binnengedrongen, heeft haar meerdere keren geslagen en gezegd dat zij hem moest pijpen. De verdachte dreigde steeds dat hij haar – en haar zoon – zou vermoorden als zij dat niet zou doen. De verdachte heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van het slachtoffer. De verkrachting heeft plaatsgevonden in haar eigen woning, een plaats waar zij zich bij uitstekveilig en vertrouwd zou moeten kunnen voelen. Toen haar zoon naar de woonkamer kwam, was dit voor de verdachte geen reden de verkrachting te stoppen of te onderbreken, waardoor de zoon getuige is geweest van het misbruik. De verkrachting heeft daardoor niet alleen op het slachtoffer, maar ook op haar zoon een flinke impact gehad, zo blijkt onder meer uit de slachtofferverklaring. De verdachte heeft de belangen van het slachtoffer ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van een verkrachting nog langdurig last kunnen hebben van de psychische gevolgen daarvan. Ook het slachtoffer heeft nog steeds last van de gevolgen van wat er is gebeurd, onder meer binnen haar huidige relatie.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 22 mei 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een zedenfeit.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Verslavingsreclassering GGZ van 15 juni 2026 staat het volgende.
Binnen het huidige contact is er onvoldoende zicht gekomen op het functioneren van de verdachte. Het is niet duidelijk geworden welke factoren hebben bijgedragen aan het onderhavige ten laste gelegde. De verdachte geeft weinig openheid van zaken over zijn (seksuele) belevingswereld en er is geen zicht op zijn psychosociaal functioneren. Hij komt oninvoelbaar over, is niet in te schatten en lijkt zichzelf overmatig positief te willen presenteren. Momenteel is het niet mogelijk gebleken om tot interventies te komen. Binnen het huidige onderzoek is er onvoldoende naar voren gekomen wat de verdachte nodig heeft om het risico op recidive te kunnen terugdringen. Wel heeft de reclassering geconstateerd dat het risico op recidive in een zedendelict hoog is. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Zij ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen. De reclassering vindt, naast een door de rechtbank te bepalen straf, het aanvullende kader van een GVM-maatregel (artikel 38z Sr) geïndiceerd. De GVM-maatregel biedt een ruimer forensisch vangnet richting resocialisatie. Ook is een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr) geïndiceerd. Uit referenten informatie blijkt dat het een kwetsbaar slachtoffer betreft. Het contactverbod houdt in dat de verdachte zich gedurende 5 jaren onthoudt van - direct of indirect - contact met het slachtoffer in deze zaak. De reclassering adviseert dadelijke uitvoerbaarheid van de 38v-maatregel.
Oplegging straf en maatregelen
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank heeft de omstandigheden van het feit in strafverhogende zin meegewogen. Er is sprake van een bijzondere vernederende setting. De verkrachting met bedreiging en geweld heeft plaatsgevonden in de eigen woning van het slachtoffer. Ook is het zoontje van het slachtoffer getuige geweest van de verkrachting. Daarnaast is meegewogen dat de verdachte geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelingen. Daarom wordt een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest opgelegd.
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)
Om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van 5 jaar. Deze maatregel houdt in:
-
een contactverbod met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum 2] 1991;
-
een gebiedsverbod voor de omgeving waarin aangeefster woont met een straal daaromheen van 10 meter, op dit moment [adres 2] te [plaats] .
Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van maximaal 2 weken, met een totale duur van maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
De rechtbank verklaart de maatregel dadelijk uitvoerbaar, omdat er gelet op het advies van de reclassering ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend zal gedragen ten aanzien van het [slachtoffer]
. Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.
Gedragsbeïnvloedende/vrijheidsbeperkende maatregel (38z Wetboek van Strafrecht)
Om de algemene veiligheid van personen te beschermen, legt de rechtbank een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking op. Het is noodzakelijk dat de verdachte langdurig onder toezicht kan worden gesteld, gelet op het rapport van de reclassering van
15 juni 2026 met verwijzing naar het stafblad van de verdachte.
Ook aan de overige wettelijke vereisten is voldaan. De verdachte wordt namelijk
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Ook is op het plegen van dit misdrijf een gevangenisstraf van vier jaar of meer gesteld.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
5 Vordering van de benadeelde partij
Vordering [benadeelde partij]
[aangeefster] heeft als benadeelde partij voor het feit € 553,87 als vergoeding voor materiële schade en € 10.000,-- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Voor een eventuele nadere (hoger beroep) procedure heeft de benadeelde partij verzocht om een niet-ontvankelijkheidsverklaring voor de vergoeding voor de nader te onderbouwen schade van € 20.000,--.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij is goed onderbouwd en kan geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt geheel toegewezen, omdat deze voldoende is onderbouwd en de verdediging de vordering niet heeft weersproken.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. Er is vastgesteld dat de benadeelde partij fysiek letsel heeft opgelopen.
Ook brengen de aard en ernst van de normschending mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De hoogte van de vordering is uitvoerig en deugdelijk onderbouwd, zodat de vordering geheel zal worden toegewezen.
Nader te onderbouwen schade
De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard voor het deel van de vergoeding voor de nader te onderbouwen schade van € 20.000,--.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 28 oktober 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 77 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
6 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf en maatregelen is gebaseerd op de artikelen 36f, 38v, 38w, 38z, 243 van het Wetboek van Strafrecht.
7 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf en maatregelen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)
legt de verdachte voor het feit op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar, inhoudende dat de verdachte:
-
zich niet bevindt in een gebied van 10 meter rond het woonadres van [aangeefster] , op dit moment [adres 2] te [plaats] ;
-
op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum 2] 1991;
bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van maximaal 2 weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
Gedragsbeïnvloedende maatregel (art. 38z Sr)
legt de verdachte voor het feit op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte aan [benadeelde partij] , te betalen een bedrag van € 10.553,87, bestaande uit € 553,87 als vergoeding van materiële schade en € 10.000,-- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 28 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van [benadeelde partij] aan de staat € 10.553,87 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 77 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.
8 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. van Esch, voorzitter,
en mrs. S.M. den Hollander en A.B. Baumgarten, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 juli 2026.
Mrs. Den Hollander, Baumgarten en Mooren zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.